1. Inleiding
DE 5-VRAGEN METHODE
• Btw is verschuldigd indien:
o De handeling wordt verricht door een btw-belastingplichtige
§ Art. 4 WBTW “Belastingplichtige is eenieder die in de uitoefening van een economische activiteit1,
geregeld2 en zelfstandig3, met of zonder winstoogmerk, hoofdzakelijk of aanvullend, leveringen van
goederen of diensten4 verricht die in dit Wetboek zijn omschreven, ongeacht op welke plaats de
economische activiteit wordt uitgeoefend.”
o De handeling is belastbaar en valt onder bezwarende titel (er is een tegenprestatie, betaling)
§ Leveringen van goederen Art. 2, 9, 10 WBTW
§ Verrichtingen van diensten Art. 2, WBTW
§ Invoer van goederen Art. 3, WBTW
§ Intracommunautaire verwervingen van goederen Art. 3 bis WBTW
o De handeling vindt in België plaats
o Er is geen vrijstelling mogelijk
o Leverancier/dienstverrichter of ontvanger van de dienst is de btw verschuldigd t.o.v. de overheid
Voorbeeld: Samsung verkoopt 100 Iphones aan de Fnack BE voor 60.000
1. Wordt de handeling verricht door een btw-belastingplichtige? Ja, door Samsung
2. Betreft het een belastbare handeling onder bezwarende titel en zo ja, welke? Ja, er is een betaling voor de levering van
de goederen
3. Waar vindt de handeling plaats? België, in de veronderstelling dat de vestiging van Samsung in BE gelegen is
4. Is er geen vrijstelling mogelijk? Neen
5. Wie moet de btw voldoen? Samsung
Gevraagd: Los volgende casus op a.d.h.v. de 5 vragen en bepaal het belastbaar feit en het tijdstip van opeisbaarheid + in welke btw-
aangifte(s) op te nemen door de fabrikant?
Gegeven: Op 1 februari koopt Bom.com een inpakmachine bij een fabrikant X van geautomatiseerde inpakmachines voor 20 000 EUR,
exclusief btw. Er wordt overeengekomen dat Bom.com op 15 februari 2 000 EUR voorschot zal betalen. Op 8 maart, wordt de machine
geleverd en geïnstalleerd door de leverancier. Op 9 maart is de machine volledig geïnstalleerd. Er is geen verankering van de machine
met de vloer. Op 10 maart ontvangt zij een factuur van de fabrikant voor het saldo van 18.000 EUR. Op 30 maart betaalt Bom.com het
saldo van de inpakmachine (18 000 EUR). Zowel Bom.com als de fabrikant van de inpakmachines zijn gevestigd in België. Beiden zijn
maandaangevers.
1. Wordt de handeling verricht door een btw-belastingplichtige? Ja, de fabrikant doet geregeld en zelfstandig, levering van goederen
omschreven in WBTW, binnen uitoefening economische activiteit o.b.v. art. 4, §1 WBTW en art. 1, §21 WBTW
2. Betreft het een belastbare handeling onder bezwarende titel en zo ja, welke? Ja, Levering van “lichamelijke” goederen en overdracht
van macht om als eigenaar over de lichamelijke goederen te beschikken cfr. art. 9 en 10, §1 WBTW
3. Waar vindt de handeling plaats? = Levering + installatie door leverancier => art. 14, §3 WBTW België, in de veronderstelling dat de
Bom.com vestiging waar de installatie gebeurt in BE gelegen is
4. Is er geen vrijstelling mogelijk? Neen
5. Wie moet de btw voldoen? De fabrikant X Art. 51, §1, 1ste WBTW: de BP die in Be een belastbare levering van goederen verricht.
6. Tijdstip belastbaar feit ? art. 16, §1 WBTW: tijdstip waarop de installatie of montage wordt beëindigd. = 9 maart.
7. Tijdstip opeisbaarheid btw = op tijdstip belastbaar feit maar: cfr. art. 17, §1 WBTW: Belasting opeisbaar op tijdstip waarop factuur
wordt uitgereikt (ongeacht of factuur vóór of na de levering wordt verricht) en uiterlijk op 15de van mnd. volgend op maand waarin
belastbaar feit heeft plaatsgevonden (15/4). => btw opeisbaar op 10 maart (datum VKF). Maar: wanneer prijs of deel van prijs wordt
ontvangen vóór tijdstip van levering, wordt belasting opeisbaar over ontvangen bedrag, op tijdstip waarop betaling wordt ontvangen.
Op 15 februari: btw opeisbaar over 2 000 EUR voorschot. Op 10 maart: btw opeisbaar over het saldo van 18 000 EUR, o.b.v. VKF.
2
, Dit stuk is herhaling van vorig jaar
Btw Advanced – Vlaemynck Naomi 2025
2. Levering van een goed
2.1 ARTIKELEN VAN TOEPASSING BIJ LEVERING VAN EEN GOED
Art. 2 WBTW
De leveringen van goederen en de diensten die door een als zodanig handelende belastingplichtige onder bezwarende titel worden verricht,
zijn aan de belasting onderworpen wanneer ze in België plaatsvinden.
o Levering van goederen is indien het in BE is
o Uitvoer is indien het naar een derdeland is
o IC levering is indien het naar een lidstaat is
Art. 9 WBTW
Voor de toepassing van dit Wetboek wordt onder goederen verstaan de lichamelijke goederen.
Als lichamelijke goederen worden beschouwd:
1° elektriciteit, gas, warmte en koude;
2° de andere zakelijke rechten dan het eigendomsrecht die aan de rechthebbende de bevoegdheid verschaffen om een onroerend goed te
gebruiken; is in ieder geval uitgesloten het recht van erfpacht dat door een onderneming die gespecialiseerd is in onroerende financieringshuur
wordt gevestigd of overgedragen in het kader van onroerende financieringshuur in de zin van artikel 44, §3, 2°, b of waarvoor de in artikel 44, § 3,
2°, d), bedoelde optie tot belastingheffing werd uitgeoefend.
o Vruchtgebruik, erfpacht, recht van opstal, erfdienstbaarheden zijn de andere zakelijke rechten (met uitzondering van erfpacht bij
onroerende leasing)
o Goederen bij vervroeging (fruitteelt, af te breken gebouw, stro dat geoogst zal worden)
o De lichamelijke goederen mogen zowel roerend als onroerend zijn
o De lichamelijke goederen mogen zowel nieuw als gebruikt zijn
Effecten aan toonder (op papier & die niet op naam staan) worden niet als lichamelijke goederen beschouwd.
Art. 10 § 1 WBTW
Als een levering van een goed wordt beschouwd de overdracht of de overgang van de macht om als een eigenaar over een lichamelijk goed te
beschikken.
o Niet noodzakelijk juridische eigendomsoverdracht.
Hier wordt onder meer bedoeld de terbeschikkingstelling van een goed aan de verkrijger of de overnemer ingevolge een contract tot overdracht
of aanwijzing.
2.2 LEVERING VAN EEN GOED OF VERRICHTEN VAN EEN DIENST
• Wanneer de waarde van de goederen < 50% van de totale prijs: dienst
• Wanneer de waarde van de goederen > 50% van de totale prijs: levering van goederen
• Uitzondering: werk in onroerende staat = altijd een dienst
Voorbeeld:
De installatie van een airco in een wagen is in principe een levering met een installatie of montage.
De installatie van een airco in een gebouw is in principe een werk in onroerende staat en is dus een dienst.
Voorbeeld:
De levering van standaardsoftware voor een bedrijf is een levering.
Het schrijven van software op maat van een bedrijf is door het overwegend intellectueel karakter een dienst.
Oefening: Betreft het een levering van een goed in volgende gevallen?
1. Verkoop van aandelen op naam, van de BV: Neen, het is niet lichamelijk
2. Een boer verkoopt het stro dat hij in het najaar zal oogsten aan de paardenfokker: Ja, is lichamelijk (goederen bij
vervroeging)
3. Verkoop van een nieuw appartement.: Ja, is een lichamelijk onroerend goed
4. Overdracht van een handelsmerk: Nee, is onlichamelijk.
5. Verkoop van het vruchtgebruik van het gebouw aan de vennootschap: Ja, is een zakelijk recht en wordt beschouwd als
lichamelijk
6. Verkoop van kraantjeswater: Ja, wordt beschouwd als lichamelijk
7. Verkoop tweedehandskleding: Ja, ook niet nieuwe goederen kunnen geleverd worden
8. Verkoop van een veulen: Ja, is een lichamelijk roerend goed
3
,Btw Advanced – Vlaemynck Naomi 2025
2.3 PLAATS VAN DE LEVERING
2.4 DE PLAATS VAN LEVERING
Aard van de levering Plaats
Het goed wordt niet verzonden of vervoerd Artikel 14 §1 WBTW Plaats op tijdstip van levering = waar het ter
beschikking wordt gesteld
Het goed wordt vervoerd door de verkoper, de koper of voor rekening van Plaats op tijdstip van vertrek
één van deze partijen Artikel 14 §2 WBTW
Het goed dat geleverd werd komt uit een derde land en werd ingevoerd op De lidstaat waar de goederen werden ingevoerd
naam van de geadresseerde bij invoer en de plaats van vertrek van de
verzending of vervoer ligt in het derde land Artikel 14 §2 tweede lid WBTW
Het goed moet door de leverancier of voor zijn rekening geïnstalleerd of Plaats van montering of installatie
gemonteerd worden bij de koper Artikel 14 §3 WBTW
Gas of elektriciteit Artikel 14bis WBTW Zie artikel
Uitzondering: verkoop op afstand (art. 15 WBTW) Geacht in België (plaats van aankomst)
Installatie = aanbrengen van technische toestellen = plaatsen en voor gebruik gereedmaken
Montage = iets uit losse delen in elkaar zetten, aanbrengen als onderdeel (bij machines).
2.4 TIJDSTIP VAN DE LEVERING, BELASTBAAR FEIT EN TIJDSTIP VAN OPEISBAARHEID VAN DE BTW
Belastbaar feit: feit waardoor de BTW-schuld ontstaat (de LEVERING, NIET de KOOP)
Tijdstip van opeisbaarheid: het tijdstip waarop de schatkist haar recht op deze schuld kan laten gelden.
Artikel 16 §1 WBTW Voor leveringen van goederen vindt het belastbare feit plaats en wordt de belasting opeisbaar op het tijdstip waarop de
levering van het goed wordt verricht. De levering wordt verricht OP HET TIJDSTIP WAAROP HET GOED TER BESCHIKKING VAN DE
VERKRIJGER OF DE OVERNEMER WORDT GESTELD.
Wanneer het goed ter beschikking van de verkrijger of de overnemer is vóór het sluiten van het contract OF wanneer de verkoper of
overdrager het bezit van het goed behoudt na het sluiten van het contract, wordt de levering geacht te zijn verricht op het TIJDSTIP WAAROP
HET CONTRACT UITWERKING HEEFT.
Indien de levering de verzending of het vervoer omvat van het goed door of voor rekening van de leverancier, wordt de levering verricht op het
TIJDSTIP VAN DE AANKOMST VAN DE VERZENDING of van het vervoer naar de afnemer of de overnemer, tenzij het goed door of voor rekening
van de leverancier wordt geïnstalleerd of gemonteerd, in welk geval de levering wordt verricht op het TIJDSTIP WAAROP DE INSTALLATIE OF
DE MONTAGE WORDT BEËINDIGD.
UITZONDERINGEN OPEISBAARHEID
• art. 16 § 1, 3° WBTW: Levering + installatie: Btw wordt opeisbaar bij de beëindiging van de installatie
• art. 17 WBTW btw wordt opeisbaar op tijdstip waarop de factuur wordt uitgereikt
o art. 17, §1, 2de lid WBTW Indien geen factuur opgemaakt werd:
15e dag van M2 = dag waarop de belasting sowieso opeisbaar wordt WANT de deadline om een factuur uit te
reiken ligt ook op 15e dag van M2
Voorbeeld: maart 4 levering à uiterlijk opeisbaar 15 april
• art. 17, §1, 3de lid WBTW Btw wordt opeisbaar als een bedrag ontvangen wordt vóór het tijdstip van levering
o = voorschot = subsidiaire oorzaak van opeisbaarheid
• art. 17, §3 en §4 WBTW Btw wordt opeisbaar wanneer som ontvangen wordt bij handelingen met particulieren B2C,
overheids- en openbare instellingen B2G
o = incasseringsprincipe
2.5 DE SCHULDENAAR VAN DE BTW BIJ LEVERING VAN GOEDEREN
Wie moet de btw voldoen aan de btw-administratie? Artikel 51, §1, 1ste en 3de WBTW
• De btw is verschuldigd door de belastingplichtige die in België een belastbare levering van goederen verricht;
• Door eenieder die op een factuur of op een zodanig geldend stuk de btw vermeldt, zelfs indien hij geen goed heeft
geleverd. Hij wordt schuldenaar van de belasting op het tijdstip van het uitreiken van de factuur of het stuk.
4
,Btw Advanced – Vlaemynck Naomi 2025
2.6 VRIJSTELLINGEN
Bij vrijstellingen zijn van de in se belastbare handelingen van belastingen vrijgesteld.
Vrijstellingen MET recht op aftrek Vrijstellingen ZONDER recht op aftrek
= oneigenlijke vrijstellingen
• Uitvoer (art. 39, §1 WBTW) • Eigenlijke vrijstellingen: Leveringen van goederen in art. 44 WBTW:
• Intracommunautaire levering • Levering van uit hun aard onroerende goederen art. 44, §3, 1ste, a WBTW
(art. 39 bis WBTW)
Uitzondering op art. 44, §3, 1ste, a WBTW
• Je moet TOCH BTW BETALEN, het is NIET VRIJGESTELD
• Voor levering gebouw, gedeelte van gebouw en bijbehorend terrein
bedoeld in art. 1, §9, 1ste lid WBTW indien ze nieuw is
Voorbeeld: Aankoop woning 04/10/24: de woning blijft nieuw tot 31/12/26
EN btw is verschuldigd
Indien bij de verkoop onroerend goed de woning niet nieuw is = zodra meer dan
twee jaar zijn verstreken sinds de eerste ingebruikneming of eerste bewoning à
geen btw verschuldigd = vrijgesteld
2.7 DE UITVOER VAN GOEDEREN
Uitvoer is een levering van goederen MET vervoer bestemd voor een derdeland.
• Plaats van levering met vervoer = daar waar het vervoer begint. Art 14 §2 WBTW
• Uitvoer is een belastbare handeling als ze voldoet aan de voorwaarden van een belastbare levering
o Goederen, onder bezwarende titel door belastingplichten in BE (plaats van vervoer)
De uitvoer van goederen is dus normaal een belastbare handeling maar deze wordt soms vrijgesteld
• Voorwaarden zie art 39 WBTW hieronder (geldt ook voor diensten die verband houden met die uitvoer)
o In principe is er geen termijn i.v.m. uitvoer behalve voor art 39 §1, 4° WBTW.
o Bij betaling vóór levering is de BTW in principe opeisbaar. De exporteur kan de betaling van de BTW opschorten
gedurende 1 jaar. Dit om teruggaaf van de BTW te vermijden op het ogenblik van de uitvoer.
o Voor goederen die bestemd zijn voor uitvoer, blijft het recht op aftrek van de voorbelasting gelden bij aankoop
van de goederen. De uitvoer wordt opgenomen in ROOSTER 47
2.8.1 Van de belasting zijn vrijgesteld als het vervoer begint in Belgie:
1. Art 39 §1, 1° WBTW: Levering van goederen die door of voor rekening van de verkoper verzonden of vervoerd worden
naar een plaats buiten de gemeenschap.
o Voorbeeld BE bedrijf exporteert Belgisch bier via haven van Antwerpen naar bedrijf in VS met vervoer ten laste
van het BE bedrijf.
2. Art 39 §1, 2° WBTW: Levering van goederen die door of voor rekening van een niet in BE gevestigde koper verzonden of
vervoerd worden naar een plaats buiten de gemeenschap.
o Voorbeeld Frans bedrijf koopt in BE pralines bestemd voor export naar Japan. Transport ten laste van Frans
bedrijf, met vliegtuig dat vertrekt vanuit BE
Geldt NIET voor:
o Door koper zelf vervoerde goederen bestemd voor uitrusting of bevoorrading van pleziervaartuigen en
sportvliegtuigen of andere vervoermiddelen voor privégebruik.
o Door reiziger in persoonlijke bagage meegenomen goederen à Art 39 §1, 4° WBTW:
3. Art 39 §1, 4° WBTW: Levering van goederen aan een niet in de gemeenschap gevestigde reiziger, die de goederen in
BE in bezit neemt en ze in zijn persoonlijke bagage uitvoert naar een plaats buiten de gemeenschap.
o Aan de aankoop mag geen beroepskarakter verbonden zijn.
o De globale waarde moet hoger zijn dan 125,00 euro incl. BTW
o Uitvoer moet uiterlijk einde 3e maand na maand van de aankoop gebeuren.
o De verkoper moet de echtheid van de uitvoer aantonen met een factuur, bekleed met het visum van het
douanekantoor van uitgang uit de EER.
o Voorbeeld Amerikaanse toerist koopt kant in Brugge voor 500,00 euro incl. BTW en neemt dit in zijn bagage mee
naar VS als geschenk voor zijn moeder. MAAR indien < 125 EUR => Geen vrijstelling wegens uitvoer
5
, einde herhaling vorig jaar, voor meer oefeningen en voorbeelden zie samenvatting vorig jaar
Btw Advanced – Vlaemynck Naomi 2025
2.8 DE INTRACOMMUNAUTAIRE LEVERING VAN GOEDEREN
Een intracommunautaire levering is een levering van goederen met vervoer en met bestemming aan een andere lidstaat.
• GEEN levering met installatie of montage art. 15, § 2, 2° & verkopen op afstand art. 15, §§ 4 en 5 zijnde
• is een belastbare handeling als ze voldoet aan de voorwaarden van een belastbare levering
o levering van goederen, onder bezwarende titel door belastingplichten
• De intracommunautaire levering is dus normaal een belastbare handeling maar deze wordt soms vrijgesteld
o Voorwaarden zie art. 39 bis, 1ste lid, 1ste WBTW
Opmerkingen:
• Recht op aftrek van de voorbelasting i.v.m. aankoop goederen voor IC-levering blijft behouden voor de btw-BP die zich
op de vrijstelling beroept.
• In BTW-aangifte: IC-leveringen in Rooster 46
• Leverancier moet levering correct en tijdig opnemen in btw-opgave van IC-handelingen (In IC Listing “L”) art. 39bis, 2de
lid WBTW
2.8.1 Van de belasting zijn vrijgesteld als:
art. 39 bis, 1ste lid, 1ste WBTW Van de belasting zijn vrijgesteld :
1° de leveringen van goederen door de verkoper, andere dan een belastingplichtige die de in de artikelen 56bis tot en met 56undecies
bedoelde vrijstellingsregeling van belasting geniet, door de afnemer of voor hun rekening verzonden of vervoerd buiten België maar binnen
de Gemeenschap, wanneer:
o Verkoper is btw-plichtige en geen kleine onderneming (art. 56bis-art. 56undecies WBTW)
a) deze leveringen niet zijn onderworpen aan de bijzondere regeling van belastingheffing over de winstmarge ingesteld bij artikel 58, § 4;
b) deze leveringen worden verricht voor een andere belastingplichtige, of voor een niet-belastingplichtige rechtspersoon die als zodanig
handelt in een andere lidstaat, en die:
o in een andere lidstaat voor btw-doeleinden is geïdentificeerd;
o dit btw-identificatienummer heeft meegedeeld aan zijn leverancier;
Voorbeeld: Een verkoop van een wasmachine die in Nederland moet gemonteerd worden vooraleer ze naar België gebracht wordt, waar ze
door de leverancier geïnstalleerd wordt (stekker in het stopcontact steken en de afvoerbuis op de waterleiding plaatsen). De verkoper en de
koper zijn gewone btw-belastingplichtigen. Het vervoer gebeurt door (of voor rekening van) de leverancier.
Deze handeling, die op het eerste gezicht op een levering met installatie of montage lijkt, is een vrijgestelde intracommunautaire levering vanuit
Nederland die aanleiding geeft tot een belaste intracommunautaire verwerving in België. Als het echter om een levering met installatie of
montage gaat, zou de plaats van de levering België zijn.
2.8.2 Opeisbaarheid btw
In principe is de handeling vrijgesteld van BTW, doch blijft het tijdstip van opeisbaarheid belangrijk voor de rapportering van de
transactie in de BTW-aangifte en de IC- listing.
• De BTW is opeisbaar op het tijdstip dat de factuur wordt uitgereikt. Dit moet uiterlijk de 15e dag van de maand na die
waarin de levering werd verricht, gebeuren. Art. 17, §2 WBTW.
• de uitreiking van de factuur vóór het belastbaar feit maakt de BTW NIET opeisbaar
• de ontvangst van een betaling vóór het belastbaar feit maakt de BTW NIET opeisbaar
Voorbeeld: Levering van een goed op 30/9, de betaling gebeurt op 2/10, de factuur wordt opgesteld op 5/10. De BTW is principe opeisbaar op het
tijdstip dat de factuur wordt uitgereikt = 5/10
6
, Vanaf hier bij hoofdstuk 2 btw advanced (dit jaar)
Btw Advanced – Vlaemynck Naomi 2025
2.9 HANDELINGEN DIE EEN BEPERKING OF UITBREIDING VORMEN OP LEVERING VAN EEN GOED
Artikel 10 §1 WBTW: Als levering van een goed wordt beschouwd de overdracht of de overgang van de macht om als eigenaar over een goed te
beschikken. Hier wordt onder meer bedoeld de terbeschikkingstelling van een goed aan de verkrijger of de overnemer ingevolge een contract tot
overdracht of aanwijzing.
2.9.1 Overdracht van algemeenheid van goederen of bedrijfsafdeling = BEPERKING
Artikel 11 §1 WBTW: Als levering wordt niet beschouwd de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling, onder
bezwarende titel of om niet, bij wege van inbreng in vennootschap of anderszins, wanneer de overnemer een belastingplichtige is die de belasting,
indien ze ingevolge de overdracht zou verschuldigd zijn, geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken. In dat geval wordt de overnemer geacht de
persoon van de overdrager voort te zetten.
Algemene basis: Als er een handelszaak wordt overgedragen zijn alle bestanddelen onderworpen aan btw, maar art. 11 vormt een
uitzondering op die regel. De overname van de bestanddelen is niet belastbaar met btw indien het gaat over de overdracht van
een algemeenheid van goederen (of een gewone bedrijfsafdeling) en de voorwaarden van het artikel vervuld zijn.
Het arrest van het HvJ van 27 november 2023 (zaak Zita Modes Sàrl) verduidelijkt dat principe.
• Geheel van elementen of combinatie van elementen
o Het volstaat dat er een samenhangend pakket van goederen, rechten of middelen wordt overgedragen waarmee
de koper de economische activiteit kan voortzetten.
o Bijvoorbeeld: een winkelpand mét voorraad, personeel en klantenbestand, of zelfs een deel daarvan, zolang de
activiteit verder kan gaan.
o Niet; de gewone verkoop van losse activa (bv. alleen een voorraad verkopen), want dat is wél een btw-belaste
handeling
• Het is niet noodzakelijk dat de overdracht onder bezwarende titel gebeurt.
• Activiteit overnemer hoeft niet identiek te zijn
o Het is niet vereist dat de verkrijgende partij vóór de overdracht hetzelfde soort economische activiteiten verricht
als de overdragende partij. Er moet gewoon sprake zijn van een economische activiteit.
• Geen invloed van de hoedanigheid van belastingplichtige
o Het maakt niet uit of de overnemer al btw-plichtig is of niet. De overdracht kan ook aan een partij gebeuren die
pas later btw-plichtig wordt door die overname.
• Er is een overname van de rechten en plichten inzake btw:
o Bv. De overnemer mag de belastingen volledig aftrekken indien er volledige aftrek was bij de overlater
o Bv. herzieningen van de aftrek
In diezelfde zin 18, §3 WBTW: Als diensten worden niet beschouwd de in §1 bedoelde handelingen die, bij de overdracht van een
algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling, bij wege van inbreng in een vennootschap of anderszins, onder de
voorwaarden van artikel 11 worden verricht.
Casus: Een bakker die eigenaar is van een bakkerij die hij heeft opgericht onder een bv, beschikt over een twaalftal winkels, vier winkels worden
voor de prijs van 500.000 euro overgedragen aan zijn schoonzoon, die een nv heeft opgericht in dewelke de vier winkels en hun cliënteel zijn
ondergebracht:
• Het gaat om een geheel van overdragingen, daarom is artikel 11 WBTW van toepassing
• Ging het om bv. een winkelrek, dan was er wel btw van toepassing
Casus: Een transportbedrijf dat gevestigd is in Eupen, draagt drie vrachtwagens over aan een andere transportonderneming, gevestigd in Wezet
voor de prijs van 90.000 euro
• Het gaat NIET om een geheel van overdragingen, daarom is artikel 11 WBTW NIET van toepassing
• Er is een btw tarief van 21% verschuldigd over deze levering van een goed
Casus: Een architect verkoopt zijn gebouw dat gebruikt werd voor zijn architectenbureau aan een andere architect.
• Het gaat NIET om een geheel van overdragingen, daarom is artikel 11 WBTW NIET van toepassing
• Hij laat enkel het gebouw over, niet de activiteit
• Er is een btw tarief van 21% verschuldigd over deze levering van een goed
Casus: Sarah, zelfstandige fotografe, draagt haar volledige handelsfonds, inclusief camera’s en klantenbestand over aan particulier die dit wil
voortzetten als hobby.
• De over nemer is geen btw-plichtige daarom is artikel 11 WBTW NIET van toepassing
• Er is een btw tarief van 21% verschuldigd over deze levering van een goed
7
,Btw Advanced – Vlaemynck Naomi 2025
2.9.2 Onttrekkingen en ingebruiknemingen art. 12 W.BTW = UITBREIDING
Door de gelijkstelling met de levering van goederen onder bezwarende titel is:
• eindverbruik = verschuldigde btw
• MVH = de aankoopprijs van de goederen of (bij gebrek aan aankoopprijs) de kostprijs van de goederen
Soorten:
• Onttrekking van roerende goederen (artikel 12, §1, 1° van het btw-wetboek)
• Verstrekken van een goed om niet (artikel 12, §1, 2° van het btw-wetboek)
• Ingebruikneming als bedrijfsmiddel (artikel 12, §1, 3° van het btw-wetboek)
• Ingebruikneming anders dan als bedrijfsmiddel (artikel 12, §1, 4° van het btw-wetboek)
• Het onder zich hebben van een goed bij stopzetting (artikel 12, §1, 5° van het btw-wetboek)
• Onttrekking voor eigen behoeften door beroepsoprichter (artikel 12, §2 van het btw-wetboek)
Artikel 12 §1 WBTW Met een levering onder bezwarende titel wordt gelijkgesteld:
1° het door een belastingplichtige aan zijn bedrijf onttrekken van een roerend goed voor zijn privé-doeleinden of voor de privé-doeleinden van zijn
personeel en, meer algemeen, voor andere doeleinden dan die van zijn economische activiteit, wanneer voor dat goed of de bestanddelen ervan
recht op volledige of gedeeltelijke aftrek van de belasting is ontstaan;
2° het door een belastingplichtige aan zijn bedrijf onttrekken van een goed om het om niet te verstrekken, wanneer voor dat goed of de
bestanddelen ervan recht op volledige of gedeeltelijke aftrek van de belasting is ontstaan, met uitzondering van de onttrekkingen die worden gedaan
met het oog op:
a) het verstrekken van handelsgeschenken van geringe waarde of handelsmonsters;
b) het verstrekken voor liefdadigheidsdoeleinden van voedingsmiddelen bestemd voor de menselijke consumptie, met uitzondering van geestrijke
dranken, waarvan de intrinsieke kenmerken niet meer toelaten dat ze, in gelijk welke schakel van het reguliere economische circuit, worden
verkocht tegen de oorspronkelijke commercialisatievoorwaarden;
c) het verstrekken voor liefdadigheidsdoeleinden van levensnoodzakelijke niet-voedingsmiddelen, andere dan goederen die op duurzame wijze
kunnen worden gebruikt waarvan de intrinsieke kenmerken verhinderen dat ze, in gelijk welke schakel van het economische circuit, nog worden
verkocht tegen de oorspronkelijke commercialisatievoorwaarden;
3° de ingebruikneming door een belastingplichtige, als bedrijfsmiddel, van een goed dat hij anders dan als bedrijfsmiddel heeft opgericht, heeft
laten oprichten, heeft vervaardigd, heeft laten vervaardigen, heeft verkregen of heeft ingevoerd of waarvoor, met toepassing van de belasting, te
zijnen bate zakelijke rechten in de zin van artikel 9, tweede lid, 2°, werden gevestigd of aan hem werden overgedragen of wederovergedragen,
wanneer voor dat goed of de bestanddelen ervan recht op volledige of gedeeltelijke aftrek van de belasting is ontstaan;
4° de ingebruikneming door een belastingplichtige, anders dan als bedrijfsmiddel, van een door hem vervaardigd roerend goed, voor het
verrichten van handelingen waarvoor geen volledige aanspraak op aftrek van de belasting bestaat, wanneer voor de bestanddelen van dat goed
recht op volledige of gedeeltelijke aftrek van de belasting is ontstaan;
5° het onder zich hebben van een goed door een belastingplichtige of zijn rechthebbenden ingeval hij de uitoefening van zijn economische
activiteit beëindigt, wanneer voor dat goed of de bestanddelen ervan recht op volledige of gedeeltelijke aftrek van de belasting is ontstaan; deze
bepaling is niet van toepassing wanneer de rechthebbenden de activiteit van belastingplichtige onder de voorwaarden van artikel 11 verderzetten.
§ 2. De belastingplichtige die geregeld goederen bedoeld in artikel 1, § 9, eerste lid, 1°, die hij heeft opgericht of laten oprichten of met voldoening
van de belasting heeft verkregen uiterlijk op 31 december van het tweede jaar volgend op het jaar van hun eerste ingebruikneming of hun eerste
inbezitneming, onder bezwarende titel vervreemdt, wordt geacht het goed dat bij het verstrijken van de bovengenoemde termijn niet is vervreemd
voor eigen behoeften te onttrekken, wanneer dit goed op dat tijdstip nog niet het voorwerp heeft uitgemaakt van de ingebruikneming bedoeld in
paragraaf 1, eerste lid, 3°. Deze belastingplichtige wordt eveneens geacht voor eigen behoeften het bijhorende terrein te onttrekken, als hiervoor
een recht op volledige of gedeeltelijke aftrek van de belasting is ontstaan. De onttrekking die hij op dat tijdstip geacht wordt te verrichten wordt
met een levering onder bezwarende titel gelijkgesteld.
8
,Btw Advanced – Vlaemynck Naomi 2025
1. Onttrekking van roerende goederen (artikel 12, §1, 1° WBTW)
Het door een btw-belastingplichtige aan zijn bedrijf onttrekken van een roerend goed:
• voor zijn privé-doeleinden of voor de privé-doeleinden van zijn personeel
= voor andere doeleinden dan die van zijn economische activiteit
• wanneer voor dat goed of de bestanddelen ervan recht op aftrek van de belasting is ontstaan
• Enkel als het goed VOLLEDIG bestemd wordt voor privé/ andere doeleinden
o Bij gedeeltelijk ⇒ regels herziening van toepassing
Voorbeeld: Een btw-belastingplichtige, meubelfabrikant, onttrekt aan zijn bedrijf een salontafel, die hij in de woonkamer van zijn tweede
verblijfplaats zet. De materialen voor het vervaardigen van deze tafel werden aangekocht met toepassing van btw die uiteraard volledig werd
afgetrokken
2. Verstrekken van een goed om niet (artikel 12, §1, 2° WBTW)
Het door een btw-belastingplichtige aan zijn bedrijf onttrekken van een goed om het om niet te verstrekken
• Om niet: gratis, zonder tegenprestatie = schenken
• wanneer voor dat goed of de bestanddelen ervan recht op aftrek van de belasting is ontstaan,
• met uitzondering van de onttrekkingen die worden gedaan met het oog op:
o het verstrekken van handelsgeschenken van geringe waarde of handelsmonsters;
§ een handelsmonster is door het bedrijf geschonken voor publicitaire doeleinden
bv. een koekjesfabrikant die een doos koekjes uitdeelt om zijn product beter bekend te maken
§ een handelsgeschenk van geringe waarde is een voorwerp gegeven aan beroepsrelaties met een
normale waarde lager dan 50 EUR excl. Btw
bv. dezelfde koekjesfabrikant geeft een fles wijn van 40 EUR excl. btw als kerstcadeau
o het verstrekken voor liefdadigheidsdoeleinden van voedingsmiddelen bestemd voor de menselijke
consumptie, met uitzondering van geestrijke dranken, waarvan de intrinsieke kenmerken niet meer toelaten dat
ze, in gelijk welke schakel van het reguliere economische circuit, worden verkocht tegen de oorspronkelijke
commercialisatievoorwaarden;
§ bv. schenking aan voedselbanken
o het verstrekken voor liefdadigheidsdoeleinden van levensnoodzakelijke niet-voedingsmiddelen, andere dan
goederen die op duurzame wijze kunnen worden gebruikt waarvan de intrinsieke kenmerken verhinderen dat ze,
in gelijk welke schakel van het economische circuit, nog worden verkocht tegen de oorspronkelijke
commercialisatievoorwaarden;
§ bv. schenking aan voedselbanken
Voorbeeld: Het gratis uitdelen van kantoorartikelen aan personeelsleden, als die artikelen aangekocht zijn met btw-aftrek, is belastbaar als
levering. (Uitzondering handelsmonsters en handelsgeschenken van geringe waarde)
Voorbeeld: Een meubelhandelaar schenkt een volledige eetkamer en slaapkamer aan zijn dochter die getrouwd is. Deze goederen bevonden
zich belastingschoon in de voorraad van de meubelhandelaar.
Voorbeeld: Een meubelfabrikant schenkt een bestelwagen die 15 jaar oud is aan een jeugdbeweging.
Speciaal geval; wanneer een btw-belastingplichtige materialen gebruikt waarvan hij btw bij aankoop heeft afgetrokken, om voor zijn
privédoeleinden, privédoeleinden van personeel of privédoeleinden van anderen een WOS te verrichten.
• Er is geen onttrekking, want het is gelijkgesteld met een dienst verricht onder bezwarende titel art.19, §2, 2°
o De btw-belastingplichtige moet als economische activiteit het betrokken WOS verrichten
§ MVH = gedane uitgaven (artikel 33, 2° WBTW)
art.19, § 2 2°. Met een dienst verricht onder bezwarende titel wordt eveneens gelijkgesteld de uitvoering door een belastingplichtige van een
werk in onroerende staat: 2° om niet, voor zijn privédoeleinden of deze van zijn personeel of, meer in het algemeen, voor andere doeleinden
dan deze van zijn economische activiteit.
• werk in onroerende staat: het bouwen, het verbouwen, het afwerken, het inrichten, het herstellen, het onderhouden, het reinigen en
het afbreken, geheel of ten dele, van een uit zijn aard onroerend goed, en de handeling die erin bestaat een roerend goed te leveren
en het meteen op zodanige wijze aan te brengen aan een onroerend goed dat het onroerend uit zijn aard wordt
Voorbeeld: Een metser onttrekt uit zijn voorraad alle nodige materialen voor de oprichting van een woning voor zijn dochter. Hij verricht het
werk samen met twee van zijn werklieden. Artikel 19, §2, 2° van het btw-wetboek is van toepassing op het metselwerk met uitzondering van
werk van de belastingplichtige en de btw is opeisbaar over de door de metselaar gedane uitgaven, nl. de verkoopprijs van het materiaal en het
werk van zijn arbeiders.
9
, Btw Advanced – Vlaemynck Naomi 2025
Voorbeeld: De zoon van een handelaar in bouwmaterialen zet zelf de ruwbouw van zijn huis. Ook de vader helpt mee in het weekend en neemt
allerlei bouwmaterialen uit zijn voorraad om in het huis te verwerken. De handelaar verricht weliswaar een werk in onroerende staat, doch dit
werk wordt niet gelijkgesteld met een dienst verricht onder bezwarende titel (art. 19, §2, 2° van het Wetboek is niet van toepassing want het
werk behoort niet tot de geregelde activiteit waarvoor de handelaar de hoedanigheid van belastingplichtige heeft). Wanneer hij goederen uit zijn
voorraad neemt om deze te verwerken in het huis van zijn zoon, moet de handelaar een handeling stellen die gelijkgesteld wordt met een
levering onder bezwarende titel op grond van art. 12, §1, 1°, van het Wetboek. De maatstaf van heffing voor deze handeling is de aankoopprijs
van het goed of, indien er geen aankoopprijs is, de kostprijs berekend op het tijdstip van de onttrekking van het goed (art. 33, 1° van het
Wetboek)
Voorbeeld: Een tegellegger neemt vloeren uit zijn voorraad om zijn eigen badkamer te betegelen. Er is toepassing van art.19, § 2 2°.
Voorbeeld: Een groothandelaar in tegels neemt vloeren uit zijn voorraad om zijn eigen badkamer te betegelen. Er is toepassing van art. 12, §1,
1°,
3. Ingebruikneming als bedrijfsmiddel (artikel 12, §1, 3° WBTW)
• de ingebruikneming door een btw-belastingplichtige, als bedrijfsmiddel
• van een goed dat hij anders dan als bedrijfsmiddel heeft opgericht/ laten oprichten/ vervaardigd/ laten vervaardigen/
verkregen/ ingevoerd (roerend of onroerend) of waarvoor, met toepassing van de belasting, te zijnen bate zakelijke
rechten in de zin van artikel 9, tweede lid, 2°, werden gevestigd/ werden overgedragen/ wederovergedragen, wanneer
voor dat goed of de bestanddelen ervan recht op aftrek van de belasting is ontstaan
Definitie bedrijfsmiddel:
• Bedrijfsmiddelen zijn lichamelijke roerende of onroerende goederen die bestemd zijn om op een duurzame wijze
gebruikt te worden als werkinstrument of als exploitatiemiddel. Het gaat hoofdzakelijk om gebouwen, installaties,
machines, materieel, wagens,…
• Klein materieel, klein gereedschap en kantoorbenodigdheden zijn geen bedrijfsmiddel, als de normale waarde of de
prijs, per in de handel gebruikelijke eenheid (per stuk), lager is dan 1000,00 EUR excl. Btw
o Voor verschillend kantoormeubilair moet per stuk worden gekeken als ze duurder zijn dan 1.000 EUR
• Ook diensten (onlichamelijke goederen) met een duurzaam karakter worden voortaan als bedrijfsmiddel aangemerkt;
bv. clienteel, octrooien, licenties, ….
Voorbeeld: Een meubelhandelaar koopt een kast om ze door te verkopen. De meubelhandelaar brengt de btw op de aankoop van de kast
volledig in aftrek. Na verloop van tijd verplaatst hij de kast van de toonzaal naar zijn bureau en gebruikt hij de kast om zijn boekhouding in op te
bergen.
Voorbeeld: Een computerhandelaar neemt een computer uit zijn voorraad voor zijn administratie.
Voorbeeld: Een beroepsoprichter richt in 2015 een gebouw op dat als beroepsoprichter een voorraadgoed vormt. In mei 2016 wil hij dat
gebouw niet meer verkopen, maar er zijn kantoor van maken.
4. Ingebruikneming anders dan als bedrijfsmiddel (artikel 12, §1, 4° WBTW)
de ingebruikneming door een btw-belastingplichtige, anders dan als bedrijfsmiddel
• van een zelf vervaardigd roerend goed
• voor het verrichten van handelingen waarvoor geen volledige recht op aftrek van de belasting bestaat,
• wanneer voor de bestanddelen van dat goed volledige of gedeeltelijke recht op aftrek van de belasting is ontstaan;
Voorbeeld: Een fabrikant van dekens gaat dit schenken aan een bejaardentehuis dat hij ook uitbaat, dat vrijgesteld is onder art. 44 WBTW. Indien
hij het bejaardenhuis niet bezit is het artikel 12, §1, 2° van het btw-wetboek
10