COLLEGE 1: INTRODUCTIE
De kleine gids Kindermishandeling
H1: DE GESCHIEDENIS VAN KINDERMISHANDELING
1.1: Eind 19e eeuw: opkomst kindermishandeling
Mensen keken met andere ogen naar kinderen:
o Onvoorwaardelijk bezit van ouders
o Verzekering voor inkomen & verzorging.
Cort van der Linden (1896): 1e adviseur voor een nieuwe wetgeving omtrent
jonge criminelen.
Rapport (1898): “Het vraagstuk van de verzorging der verwaarloosde
kinderen”
o Alle instellingen die zich bezig hielden met kindermishandeling.
o Welke maatregelen er zijn om kinderen te beschermen
o Aanbevelingen, zoals een overkoepelend orgaan voor alle
jeugdinstanties.
De Nederlandsche Bond tot Kinderbescherming (1899)
o Vooral verwaarlozing verwaarlozing als gevolg van asociale
gezinnen die door de industrialisatie straatarm waren.
o Mishandelde kind gezien als een aankomende crimineel.
1.2: Kinderwetten 1905
Overheidsbemoeienis met het gezinsleven werd wantrouwend bekeken.
Burgerlijk Wetboek 1838
o Ouders hadden de plicht hun kinderen op te voeden en te
onderhouden, maar er stond geen straf op.
o Alleen voor ernstige misdrijven.
Kinderwetje van Van Houten (1874)
o 1e poging om welzijn van kind te verbeteren.
o Fabrieksarbeid verboden voor kinderen onder 12 jaar.
o Nauwelijks nageleefd en bracht weinig veranderingen.
Leerplichtwet (1901)
o Algemene leerplichtwet verplichtte alle kinderen van 6 tot 12 jaar naar
school te gaan.
o Alle kinderarbeid tot 12 jaar verboden.
o Nieuwe kijk op het ouderschap eind 19e eeuw meer aanhang.
o Overheid moest meer mogelijkheden krijgen om in te grijpen in de
opvoeding.
, Als ouders hun plichten niet nakwamen, moesten zij hun recht
op de ouderlijke macht kunnen verliezen.
Kinderwetten (1905)
1. Burgerlijke kinderwetten
a. Ouderlijke macht en eventuele instelling van voogdij.
2. Strafrechtelijke Kinderwet
a. Aanpak van kinderen die een misdrijf hadden gepleegd.
3. Kinderbeginselenwet
a. Oprichting van instanties die de praktische uitvoering van de eerste
twee wetten in handen kregen.
o Door de Kinderwetten van 1905 kwam de positie van ouders in een
ander daglicht te staan opvoeden werd een plicht.
o Kinderen waren niet langer het bezit van hun ouders.
1.3: Jaren ’60 omslag in het denken, de ontdekking van kindermishandeling en de
eerste cijfers over de omvang in NL
Tot in jaren ’60 van 20e eeuw nauwelijks belangstelling voor
kindermishandeling.
o Onderbelicht fenomeen
o Het was geen afzonderlijk benoemd of geregistreerd verschijnsel.
o De Raad van Kindermishandeling richtte zich alleen op ouders in de
asociale klasse.
Berthe Clemens Schröner proefschrift (1956)
o Psychische kindermishandeling proefschrift.
o Expliciete aandacht kindermishandeling.
Henry Kempe (1962)
o “Ontdekking” van kindermishandeling.
o Legde het verband tussen onverklaarbare ziekten en botbreuken en het
verschijnsel van kindermishandeling.
o “De botten vertellen wat het kind niet durft te vertellen”
o Besef dat ouders geweld kunnen uitoefenen op hun kinderen
kindermishandeling meer was dan gedacht en meer dan iemand kon
verdragen.
Artikel over kindermishandeling (1967): eerste cijfers over de omvang
o De Koepel tijdschrift voor kinderbescherming.
o Geschat dat in NL 120 kinderen per jaar overleden aan de gevolgen
van kindermishandeling.
o 1200 kinderen per jaar zo ernstig worden mishandeld dat ze moesten
worden opgenomen.
De Vereniging tegen Kindermishandeling (1970)
o Oprichting vereniging.
Advies- en Meldpunten Kindermishandeling (AMK, 1972)
, o Overheid en Bureaus Vertrouwensartsen bedachten een experiment.
o De vertrouwensartsen behielden hun hoofdtaak als praktiserend arts en
vervulden daarnaast in een beperkt aantal uren hun functie als
vertrouwensarts.
o 1e jaar: 432 meldingen.
1.4: Jaren ’70 & ’80 betuttelende aanpak kindermishandeling
Beleid kindermishandeling kritiek
o Boze ouders die de kinderbescherming beschouwden als kinderdief en
paternalistische organisatie.
Jeugdzorgbeleid had in deze jaren een betuttelend tintje
o Hulpverleners wilden de problematiek in gezinnen op te lossen in
geheim.
o Ook geheimhouden dat er een melding was en onderzoek ingesteld.
o Hulpverleners vooral over de hoofden van ouders gaan praatten en
beslissingen namen die zij goed achtten voor het gezin.
1.5: Eind vorige eeuw, wetgeving verbetert de rechtspositie ouder en kind
Wet op de Jeugdhulpverlening (1992)
o Wet moest een antwoord geven op de versnipperde hulpverlening in
tehuizen en instellingen en verlegde verantwoordelijkheid voor
jeugdhulpverlening.
o Zo-zo-zo-beleid
Hulpverlening moest zo tijdelijk mogelijk, in zo licht mogelijke
vorm, zo kort mogelijk en zo dicht mogelijk bij huis gegeven
worden.
“Huiselijk geweld” (jaren ’90)
o Opkomst term
o Omvat allerlei geweld
Geweld van ouders tegen kinderen
Van kinderen tegen ouders
Tussen ouders onderling
o Combinaties van fysiek, psychisch en seksueel geweld.
Aanpassing Wet op de jeugdhulpverlening (1994)
o Regionale overheden kregen de mogelijkheid een Bureau Jeugdzorg in
te richten.
Eén loket dat gezinnen sneller en beter naar alle
jeugdzorgvoorzieningen zou doorverwijzen.
Advies- en steunpunt huiselijk geweld (ASHG, 2001)
o Opgericht in Haarlem vanuit de vrouwenopvang.
Nieuwe Wet op de Jeugdzorg (2005)
, o Bureaus Jeugdzorg veranderden de verhoudingen in het veld zodanig,
dat de Wet op de jeugdhulpverlening niet meer voldeed.
Stelselwijziging (2012) en nieuwe Jeugdwet (2015)
o Gemeenten hebben hierin de verantwoordelijkheid en regie over de
jeugdzorg, i.p.v. het Rijk en de provincies.
o Gevolgen voor de Meldpunten Kindermishandeling.
1.6: Begin deze eeuw, roep om preventieve aanpak
Nieuwe vorm van kritiek
o Niet vanuit ouders, maar vanuit algemene publieke opinie.
o Mensen reageerden verontwaardigd over het gebrek aan preventieve
daadkracht door jeugdhulpverlening.
o De verontwaardiging richtte zich erop dat kinderen, van wie bekend is
dat ze gevaar lopen, niet voldoende beschermd kunnen worden.
De zaak van Savanna (2004)
o In 2004 vond de politie in de kofferbak het lichaam van de 3-jarige
Savanna. Het meisje werd door haar moeder mishandeld en stierf
uiteindelijk door verstikking.
o De gezinsvoogd is op non-actief gesteld, omdat deze teveel naar de
moeder luisterde.
o Savanna-effect = een meer alerte beleidsvoering van de jeugdzorg en
een toename van het aantal begeleidingen door gezinsvoogden.
Reflectie- en Actiegroep Aanpak Kindermishandeling (RAAK)
o Opgericht in 2000.
o Deze beweging is van grote invloed geweest op het beleid in NL.
o 10 Stelling van RAAK:
1. Geweld tegen kinderen is ontoelaatbaar;
2. Kindermishandeling verplicht melden;
3. Aanpak kindermishandeling gaat boven privacy van ouders;
4. Steun bij opvoeding voor elke ouder;
5. Maatregelen bij bedreigde ontwikkeling;
6. Werken met kinderen als beroep: beter opleiden en beter betalen;
7. Op school: kind is een persoon, burger en leerling;
8. De rechten van het kind in de grondwet;
9. Het kind heeft recht op eigen verantwoordelijkheden;
10. Aparte minister voor het jeugdbeleid vereist.
o Minister voor Jeugd en Gezin (2007)
In 2010 weer afgeschaft.
o RAAK-manifest = de samenwerking tussen hulpverleningsinstanties
versterkt worden en aanpak van kindermishandeling effectiever.
Elk kind heeft recht op bescherming van zijn integriteit.
De veiligheid, gezondheid en algehele ontwikkeling van het kind
is de verantwoordelijkheid van de gehele samenleving.
De kleine gids Kindermishandeling
H1: DE GESCHIEDENIS VAN KINDERMISHANDELING
1.1: Eind 19e eeuw: opkomst kindermishandeling
Mensen keken met andere ogen naar kinderen:
o Onvoorwaardelijk bezit van ouders
o Verzekering voor inkomen & verzorging.
Cort van der Linden (1896): 1e adviseur voor een nieuwe wetgeving omtrent
jonge criminelen.
Rapport (1898): “Het vraagstuk van de verzorging der verwaarloosde
kinderen”
o Alle instellingen die zich bezig hielden met kindermishandeling.
o Welke maatregelen er zijn om kinderen te beschermen
o Aanbevelingen, zoals een overkoepelend orgaan voor alle
jeugdinstanties.
De Nederlandsche Bond tot Kinderbescherming (1899)
o Vooral verwaarlozing verwaarlozing als gevolg van asociale
gezinnen die door de industrialisatie straatarm waren.
o Mishandelde kind gezien als een aankomende crimineel.
1.2: Kinderwetten 1905
Overheidsbemoeienis met het gezinsleven werd wantrouwend bekeken.
Burgerlijk Wetboek 1838
o Ouders hadden de plicht hun kinderen op te voeden en te
onderhouden, maar er stond geen straf op.
o Alleen voor ernstige misdrijven.
Kinderwetje van Van Houten (1874)
o 1e poging om welzijn van kind te verbeteren.
o Fabrieksarbeid verboden voor kinderen onder 12 jaar.
o Nauwelijks nageleefd en bracht weinig veranderingen.
Leerplichtwet (1901)
o Algemene leerplichtwet verplichtte alle kinderen van 6 tot 12 jaar naar
school te gaan.
o Alle kinderarbeid tot 12 jaar verboden.
o Nieuwe kijk op het ouderschap eind 19e eeuw meer aanhang.
o Overheid moest meer mogelijkheden krijgen om in te grijpen in de
opvoeding.
, Als ouders hun plichten niet nakwamen, moesten zij hun recht
op de ouderlijke macht kunnen verliezen.
Kinderwetten (1905)
1. Burgerlijke kinderwetten
a. Ouderlijke macht en eventuele instelling van voogdij.
2. Strafrechtelijke Kinderwet
a. Aanpak van kinderen die een misdrijf hadden gepleegd.
3. Kinderbeginselenwet
a. Oprichting van instanties die de praktische uitvoering van de eerste
twee wetten in handen kregen.
o Door de Kinderwetten van 1905 kwam de positie van ouders in een
ander daglicht te staan opvoeden werd een plicht.
o Kinderen waren niet langer het bezit van hun ouders.
1.3: Jaren ’60 omslag in het denken, de ontdekking van kindermishandeling en de
eerste cijfers over de omvang in NL
Tot in jaren ’60 van 20e eeuw nauwelijks belangstelling voor
kindermishandeling.
o Onderbelicht fenomeen
o Het was geen afzonderlijk benoemd of geregistreerd verschijnsel.
o De Raad van Kindermishandeling richtte zich alleen op ouders in de
asociale klasse.
Berthe Clemens Schröner proefschrift (1956)
o Psychische kindermishandeling proefschrift.
o Expliciete aandacht kindermishandeling.
Henry Kempe (1962)
o “Ontdekking” van kindermishandeling.
o Legde het verband tussen onverklaarbare ziekten en botbreuken en het
verschijnsel van kindermishandeling.
o “De botten vertellen wat het kind niet durft te vertellen”
o Besef dat ouders geweld kunnen uitoefenen op hun kinderen
kindermishandeling meer was dan gedacht en meer dan iemand kon
verdragen.
Artikel over kindermishandeling (1967): eerste cijfers over de omvang
o De Koepel tijdschrift voor kinderbescherming.
o Geschat dat in NL 120 kinderen per jaar overleden aan de gevolgen
van kindermishandeling.
o 1200 kinderen per jaar zo ernstig worden mishandeld dat ze moesten
worden opgenomen.
De Vereniging tegen Kindermishandeling (1970)
o Oprichting vereniging.
Advies- en Meldpunten Kindermishandeling (AMK, 1972)
, o Overheid en Bureaus Vertrouwensartsen bedachten een experiment.
o De vertrouwensartsen behielden hun hoofdtaak als praktiserend arts en
vervulden daarnaast in een beperkt aantal uren hun functie als
vertrouwensarts.
o 1e jaar: 432 meldingen.
1.4: Jaren ’70 & ’80 betuttelende aanpak kindermishandeling
Beleid kindermishandeling kritiek
o Boze ouders die de kinderbescherming beschouwden als kinderdief en
paternalistische organisatie.
Jeugdzorgbeleid had in deze jaren een betuttelend tintje
o Hulpverleners wilden de problematiek in gezinnen op te lossen in
geheim.
o Ook geheimhouden dat er een melding was en onderzoek ingesteld.
o Hulpverleners vooral over de hoofden van ouders gaan praatten en
beslissingen namen die zij goed achtten voor het gezin.
1.5: Eind vorige eeuw, wetgeving verbetert de rechtspositie ouder en kind
Wet op de Jeugdhulpverlening (1992)
o Wet moest een antwoord geven op de versnipperde hulpverlening in
tehuizen en instellingen en verlegde verantwoordelijkheid voor
jeugdhulpverlening.
o Zo-zo-zo-beleid
Hulpverlening moest zo tijdelijk mogelijk, in zo licht mogelijke
vorm, zo kort mogelijk en zo dicht mogelijk bij huis gegeven
worden.
“Huiselijk geweld” (jaren ’90)
o Opkomst term
o Omvat allerlei geweld
Geweld van ouders tegen kinderen
Van kinderen tegen ouders
Tussen ouders onderling
o Combinaties van fysiek, psychisch en seksueel geweld.
Aanpassing Wet op de jeugdhulpverlening (1994)
o Regionale overheden kregen de mogelijkheid een Bureau Jeugdzorg in
te richten.
Eén loket dat gezinnen sneller en beter naar alle
jeugdzorgvoorzieningen zou doorverwijzen.
Advies- en steunpunt huiselijk geweld (ASHG, 2001)
o Opgericht in Haarlem vanuit de vrouwenopvang.
Nieuwe Wet op de Jeugdzorg (2005)
, o Bureaus Jeugdzorg veranderden de verhoudingen in het veld zodanig,
dat de Wet op de jeugdhulpverlening niet meer voldeed.
Stelselwijziging (2012) en nieuwe Jeugdwet (2015)
o Gemeenten hebben hierin de verantwoordelijkheid en regie over de
jeugdzorg, i.p.v. het Rijk en de provincies.
o Gevolgen voor de Meldpunten Kindermishandeling.
1.6: Begin deze eeuw, roep om preventieve aanpak
Nieuwe vorm van kritiek
o Niet vanuit ouders, maar vanuit algemene publieke opinie.
o Mensen reageerden verontwaardigd over het gebrek aan preventieve
daadkracht door jeugdhulpverlening.
o De verontwaardiging richtte zich erop dat kinderen, van wie bekend is
dat ze gevaar lopen, niet voldoende beschermd kunnen worden.
De zaak van Savanna (2004)
o In 2004 vond de politie in de kofferbak het lichaam van de 3-jarige
Savanna. Het meisje werd door haar moeder mishandeld en stierf
uiteindelijk door verstikking.
o De gezinsvoogd is op non-actief gesteld, omdat deze teveel naar de
moeder luisterde.
o Savanna-effect = een meer alerte beleidsvoering van de jeugdzorg en
een toename van het aantal begeleidingen door gezinsvoogden.
Reflectie- en Actiegroep Aanpak Kindermishandeling (RAAK)
o Opgericht in 2000.
o Deze beweging is van grote invloed geweest op het beleid in NL.
o 10 Stelling van RAAK:
1. Geweld tegen kinderen is ontoelaatbaar;
2. Kindermishandeling verplicht melden;
3. Aanpak kindermishandeling gaat boven privacy van ouders;
4. Steun bij opvoeding voor elke ouder;
5. Maatregelen bij bedreigde ontwikkeling;
6. Werken met kinderen als beroep: beter opleiden en beter betalen;
7. Op school: kind is een persoon, burger en leerling;
8. De rechten van het kind in de grondwet;
9. Het kind heeft recht op eigen verantwoordelijkheden;
10. Aparte minister voor het jeugdbeleid vereist.
o Minister voor Jeugd en Gezin (2007)
In 2010 weer afgeschaft.
o RAAK-manifest = de samenwerking tussen hulpverleningsinstanties
versterkt worden en aanpak van kindermishandeling effectiever.
Elk kind heeft recht op bescherming van zijn integriteit.
De veiligheid, gezondheid en algehele ontwikkeling van het kind
is de verantwoordelijkheid van de gehele samenleving.