Aardrijkskunde H11: Overstromingen en wateroverlast
P. 2 Waterafvoer in het stroomgebied van Rijn en Maas
De sponswerking van het landschap
1. Vasthouden (retentie) in of op de bodem met zijn begroeiing
Het regen- of smeltwater komt op het bodemoppervlak en zakt hier langzaam de grond in,
waar het als grondwater en bodemwater wordt vastgehouden. Het water kan ook op het
bodemoppervlak blijven liggen of worden opgeslagen in veenlagen.
2. Bergen in oppervlaktewater
Het overtollige water dat niet op of in de bodem kan worden vastgehouden, stroomt naar
het oppervlaktewater. Hier wordt het tijdelijk opgeslagen in het langzaam stromende water
van sloten en plassen
3. Afvoer door de rivierbedding
Een wateroverschot in een stroomgebied komt uiteindelijk in de hoofdloop van
snelstromende rivieren en zijrivieren terecht
1 en 2 sponwerking van landschap, de omvang van de sponwerking bepaalt in een stroomgebied
de tijd die er zit tussen het vallen van neerslag en vrijkomen van smeltwater en de afvoer ervan door
de rivier. Deze vertragingstijd kan kost of lang zijn.
A.g.v. verstening en verstedelijking kan regenwater niet de grond in zakken
Regeling van de waterafvoer
De hoofdgeul van de rivier wordt vastgelegd door loodrecht op de rivieroever in de rivier korte
dammen (kribben) aan te leggen. De bedding van de rivier wordt hierdoor smaller en dieper.
Dmv stuwen kan het waterpeil in een stuk riviertraject worden verhoogd over verlaagd
P. 2 Waterafvoer in het stroomgebied van Rijn en Maas
De sponswerking van het landschap
1. Vasthouden (retentie) in of op de bodem met zijn begroeiing
Het regen- of smeltwater komt op het bodemoppervlak en zakt hier langzaam de grond in,
waar het als grondwater en bodemwater wordt vastgehouden. Het water kan ook op het
bodemoppervlak blijven liggen of worden opgeslagen in veenlagen.
2. Bergen in oppervlaktewater
Het overtollige water dat niet op of in de bodem kan worden vastgehouden, stroomt naar
het oppervlaktewater. Hier wordt het tijdelijk opgeslagen in het langzaam stromende water
van sloten en plassen
3. Afvoer door de rivierbedding
Een wateroverschot in een stroomgebied komt uiteindelijk in de hoofdloop van
snelstromende rivieren en zijrivieren terecht
1 en 2 sponwerking van landschap, de omvang van de sponwerking bepaalt in een stroomgebied
de tijd die er zit tussen het vallen van neerslag en vrijkomen van smeltwater en de afvoer ervan door
de rivier. Deze vertragingstijd kan kost of lang zijn.
A.g.v. verstening en verstedelijking kan regenwater niet de grond in zakken
Regeling van de waterafvoer
De hoofdgeul van de rivier wordt vastgelegd door loodrecht op de rivieroever in de rivier korte
dammen (kribben) aan te leggen. De bedding van de rivier wordt hierdoor smaller en dieper.
Dmv stuwen kan het waterpeil in een stuk riviertraject worden verhoogd over verlaagd