Garantie de satisfaction à 100% Disponible immédiatement après paiement En ligne et en PDF Tu n'es attaché à rien 4,6 TrustPilot
logo-home
Resume

Samenvatting Onderzoeksontwerp Criminologie

Note
-
Vendu
2
Pages
58
Publié le
09-11-2025
Écrit en
2025/2026

In deze samenvatting vind je de leerstof voor het onderdeel 'Onderzoeksontwerp' uit 'Bronnen en onderzoeksontwerp' terug. De samenvatting is extra aangevuld waar nodig.

Établissement
Cours











Oups ! Impossible de charger votre document. Réessayez ou contactez le support.

École, étude et sujet

Établissement
Cours
Cours

Infos sur le Document

Publié le
9 novembre 2025
Nombre de pages
58
Écrit en
2025/2026
Type
Resume

Sujets

Aperçu du contenu

ONDERZOEKSONTWERP
HOOFDSTUK 1: PROJECTONTWERP
Onderwerp afbakenen

 Kies een duidelijk en afgebakend onderzoeksdomein.
Onderzoeks-
ontwerp

Conceptueel

 Vermijd te brede thema’s: focus op een concreet probleem ontwerp

Doelstelling


of fenomeen. Onderzoeksmodel

Vraagstelling



Onderzoeksplaats bepalen
Begripsbepaling

Onderzoekstechnisc
h ontwerp

Onderzoeksmateriaal


 Bepaal waar het onderzoek zal plaatsvinden (regio, Onderzoeksstrategie

Onderzoeksplanning

instelling, groep, enz.).
 Houd rekening met toegankelijkheid, relevantie en haalbaarheid.


ITERATIEF ONTWERPEN
 Onderzoeksontwerp is geen lineair proces.
 Het verloopt via een voortdurende heen-en-weergang
tussen idee, uitvoering en herziening.
 Bijstellen, herbezinnen en herschrijven zijn normale
onderdelen van het proces.
 Nieuwe inzichten → aanpassing van eerdere keuzes
(onderwerp, methode, probleemstelling,…).




HOOFDSTUK 2: DOELSTELLING
 Een goede doelstelling is essentieel: bepaalt richting, methode en interpretatie.
 De keuze van het onderzoeksprobleem beïnvloedt je denkproces en
invalshoek.


FACTOREN DIE DE KEUZE VAN HET ONDERZOEKSPROBLEEM BEÏNVLOEDEN

1 & 2. POLITIEKE & SOCIALE CONTEXT + WENSEN VAN DE OPDRACHTGEVER
 Politieke gebeurtenissen en maatschappelijke trends sturen
onderzoeksagenda’s.
 Wetenschappelijke instituten (bv. FWO) voeren langetermijnonderzoek.
 Opdrachtgevers (overheden, bedrijven, NGO’s…) sturen vaak “one shot
projects”:
o Tijdgebonden, contextspecifiek onderzoek (bv. veiligheidsgevoel tijdens
corona).
 Onderzoekspotentieel ligt bij:
o Universiteiten, hogescholen, privé-studiebureaus.
o Opdrachtgevers: staten, ministeries, gemeenten, bedrijven, regio’s, enz.
o Financiers: wetenschappelijke fondsen zoals FWO.




1

,3. CRIMINOLOGISCH PARADIGMA
= de theoretische traditie of school waarin je werkt.

 Voorbeelden:
o Individueel positivisme (biologische theorieën).
o Neo-individueel positivisme (sociale controletheorie).
o Sociaal positivisme (ecologische theorie).
o Marxistische en neo-marxistische theorieën (bv. links realisme).
o Micro-, middle range- en grand theory.
 ⚠️ Theoretical blindness: te sterk vasthouden aan één theorie kan andere
perspectieven uitsluiten.

4. WAARDEN EN MAATSCHAPPELIJKE PROBLEMEN
 Onderzoek is vaak verbonden met maatschappelijke waarden:
o Opvattingen over goed/kwaad, rechtvaardigheid, vrijheid, democratie.
o Bv. standpunt over legalisering van cannabis.
 ⚠️Spanning tussen maatschappelijk engagement en wetenschappelijke
objectiviteit:
o Persoonlijke overtuigingen mogen interpretatie niet vertekenen.

5. VOORKEUR VOOR EEN METHODE
 Kwantitatief perspectief: enkel harde cijfers worden als “wetenschappelijk”
gezien.
 Kwalitatief perspectief: interesse in unieke ervaringen en betekenissen.
 Voorkeur kan bestaan voor bepaalde data-verzamelings- of
analysemethoden.
 ⚠️ Reactiviteit: je voorkeur kan beïnvloeden hoe je onderzoek uitvoert of
interpreteert.

6. VOORKEUR VOOR EEN THEORIE
 Persoonlijke achtergrond beïnvloedt vaak theoretische voorkeur:
o Geslacht, etnische achtergrond, slachtofferervaringen, persoonlijke
geschiedenis.
 ⚠️ Eigen betrokkenheid mag niet ten koste gaan van de nodige
wetenschappelijke afstand.

7. WETENSCHAPSFILOSOFISCHE OPVATTINGEN
 Gaan over hoe je kennis ziet en wat je als geldig bewijs beschouwt.
 Voorbeelden:
o Streef je naar veralgemeenbaarheid of naar unieke, contextgebonden
kennis (bv. enkel voor Gent)?
o De traditie van je onderzoeksgroep of promotor kan je richting sturen.

8. REIKWIJDTE VAN DE STUDIE: “RUIMTE EN TIJD”
 Ruimtelijke reikwijdte:
o Focus op individu, kleine groep, gemeenschap of grote populatie?
 Tijdsdimensie:


2

, o Momentopname (cross-sectioneel) of vergelijking
doorheen de tijd (longitudinaal)?




9. ZUIVER VS. TOEGEPAST WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK
 Zuiver (fundamenteel) onderzoek:
o Gericht op theorieontwikkeling of het toetsen van hypothesen.
 Toegepast onderzoek:
o Gericht op maatschappelijke problemen en beleidseffecten.
o Voorbeelden: actieonderzoek, evaluatieonderzoek, behoeftenonderzoek.
 Beide kunnen elkaar aanvullen.


DE PROBLEEMSTELLING
 Geeft richting aan het hele onderzoeksproces.
 Vaak te veel focus op uitvoering (bovenbouw) en te weinig op planvorming
(onderbouw).
 Een goed onderzoek vertrekt van een doordachte theorie:
o “Columbus zwierf niet doelloos rond; hij zeilde westwaarts op basis van een
aannemelijke theorie.”
 Vergelijkbaar met het ontwerp van een gebouw: eerst het plan, dan de
uitvoering.
 Onderzoeken = doelbewust en methodisch zoeken naar nieuwe kennis via
antwoorden op vooraf gestelde vragen.


HET ONDERZOEKSPLAN
Doel en middelen

Een onderzoeksplan geeft richting (doel) en
beschrijft hoe je dat doel zal bereiken (middelen).




WAAROM EN WAT?
 Onderzoeken ≠ studeren
o Onderzoeken: produceren van nieuwe
kennis.
o Studeren: reproduceren van bestaande
kennis.
 Waarom → het doel van het onderzoek (de reden
waarom je iets wil weten).
 Wat → welke kennis of informatie je nodig hebt om dat doel te bereiken.
 Onderzoek = antwoorden zoeken op vooraf gestelde vragen.




3

, VOORBEELDEN VAN ONDERZOEKSPLANNEN

VOORBEELD 1: PARACHUTEMOORD
 Geen direct bewijs, maar verdachte wel
schuldig verklaard.
 Onderzoeksvragen:
o Waarom dit onderzoeken?
o Heeft de zaak geleid tot criminalisering
in de media?
o Hoe beïnvloedde mediaberichtgeving de
publieke perceptie?
 Afgebakend tot nationale kranten (geen internationale focus).
 Inhoudsanalyse = kernmethode.


VOORBEELD 2: IMAGO VAN DE POLITIE
 Vaststelling: negatief imago bij bevolking.
 Doel: nagaan wat de oorzaken en het
ontstaan van dat imago zijn.
 Focus op acceptatieprobleem van de
politie.




AFBAKENING VAN MIDDELEN EN TIJD
Hoeveel?

 Elk onderzoek is beperkt in:
o Tijd
o Geld
o Menskracht
o Technische hulpmiddelen
→ Houd rekening met realistische grenzen!

Wanneer?

 Plan begin- en eindmoment van elke fase.
 Maak een tijdschema
voor uitvoering,
analyse en
rapportering.




4
$11.31
Accéder à l'intégralité du document:

Garantie de satisfaction à 100%
Disponible immédiatement après paiement
En ligne et en PDF
Tu n'es attaché à rien


Document également disponible en groupe

Faites connaissance avec le vendeur

Seller avatar
Les scores de réputation sont basés sur le nombre de documents qu'un vendeur a vendus contre paiement ainsi que sur les avis qu'il a reçu pour ces documents. Il y a trois niveaux: Bronze, Argent et Or. Plus la réputation est bonne, plus vous pouvez faire confiance sur la qualité du travail des vendeurs.
merelss Universiteit Gent
S'abonner Vous devez être connecté afin de suivre les étudiants ou les cours
Vendu
29
Membre depuis
1 année
Nombre de followers
2
Documents
18
Dernière vente
5 heures de cela

0.0

0 revues

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Récemment consulté par vous

Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions