Parameter Een parameter is een numerieke maat die de eigenschappen van een
populatie beschrijft. Het kan bijvoorbeeld de gemiddelde waarde,
standaarddeviatie of een andere eigenschap van een populatie zijn.
Variabele Een variabele is een eigenschap of kenmerk dat kan variëren in een
onderzoek. Het kan een onafhankelijke variabele zijn die wordt
gemanipuleerd of een afhankelijke variabele die wordt gemeten. Het
is een kenmerk dat een persoon, een ding, een plaats of idee
beschrijft
PDF = probability density function. Een PDF is een functie die een
waarschijnlijkheidsverdeling van een continue willekeurige variabele
beschrijft. Het geeft de kans aan dat de variabele een bepaalde
waarde aanneemt. Meer specifiek is een PDF een functie waarbij de
integraal voor een interval de waarschijnlijkheid geeft dat een waarde
in dat interval voorkomt
Standaarddeviatie De standaarddeviatie is een maat voor de spreiding van een set
gegevens. Het geeft aan hoeveel de individuele waarnemingen
gemiddeld afwijken van het gemiddelde.
Standaard fout Het is de standaardafwijking van een schatter, zoals het
steekproefgemiddelde. De standaardfout is een schatting van de mate
waarin de uitkomsten van verschillende steekproeven voor dezelfde
toets van elkaar verschillen. Het is een maat voor de onzekerheid van
de uitkomst.
Type-I fout Een type I fout treedt op wanneer je de nulhypothese verwerpt,
terwijl die eigenlijk correct is. Het wordt aangeduid met α en wordt
meestal gelijkgesteld aan 5%, hetgeen de grens is om te beslissen of
de nulhypothese verworpen wordt of niet.
Type-II fout Een type II fout treedt op wanneer je de nulhypothese aanvaardt,
terwijl deze eigenlijk niet correct is. Het is gelijk aan β .
Power of the test 1- β wordt de power van een test genoemd, waarbij β een type II fout
is (waarbij de nulhypothese wordt aanvaardt, terwijl deze eigenlijk
niet correct is). Het treedt op wanneer H0 verworpen wordt en H0 fout
is.
Verticale uitschieter Waarneming die een relatief extreme residuele waarde voor de
responsvariabele heeft en een lage leverage (dicht bij het gemiddelde
van de verklarende variabele). Het heeft weinig effect op de helling
van de regressielijn, vooral op het snijpunt.
Invloedrijk datapunt Het is een datapunt dat een hoge leverage (een extreme waarde op de
x-as) heeft, een relatief extreme residuele waarde en een hoge Cooks
afstand. Het punt gaat een grote invloed hebben op de regressielijn en
deze waarneming heeft een bad leverage.
Multicolinearity Multicollineariteit is een statistisch concept dat verwijst naar een hoge
correlatie tussen twee of meer onafhankelijke (verklarende)
variabelen in een regressiemodel. Het ontstaat wanneer twee of meer
onafhankelijke(verklarende) variabelen sterk gecorreleerd zijn, wat het
moeilijk maakt om hun afzonderlijke effecten te schatten. De
standaardfout van de geschatte hellingen zal vergroten.
VIF = Variance Inflation Factor= De VIF schat hoeveel de standaardfout op
de geschatte rechte wordt verhoogd als gevolg van multicollineariteit
in het model. Een VIF boven de 1 duidt op een
multicolineariteitsprobleem, boven de 5 gaat het om een drastisch
probleem.
populatie beschrijft. Het kan bijvoorbeeld de gemiddelde waarde,
standaarddeviatie of een andere eigenschap van een populatie zijn.
Variabele Een variabele is een eigenschap of kenmerk dat kan variëren in een
onderzoek. Het kan een onafhankelijke variabele zijn die wordt
gemanipuleerd of een afhankelijke variabele die wordt gemeten. Het
is een kenmerk dat een persoon, een ding, een plaats of idee
beschrijft
PDF = probability density function. Een PDF is een functie die een
waarschijnlijkheidsverdeling van een continue willekeurige variabele
beschrijft. Het geeft de kans aan dat de variabele een bepaalde
waarde aanneemt. Meer specifiek is een PDF een functie waarbij de
integraal voor een interval de waarschijnlijkheid geeft dat een waarde
in dat interval voorkomt
Standaarddeviatie De standaarddeviatie is een maat voor de spreiding van een set
gegevens. Het geeft aan hoeveel de individuele waarnemingen
gemiddeld afwijken van het gemiddelde.
Standaard fout Het is de standaardafwijking van een schatter, zoals het
steekproefgemiddelde. De standaardfout is een schatting van de mate
waarin de uitkomsten van verschillende steekproeven voor dezelfde
toets van elkaar verschillen. Het is een maat voor de onzekerheid van
de uitkomst.
Type-I fout Een type I fout treedt op wanneer je de nulhypothese verwerpt,
terwijl die eigenlijk correct is. Het wordt aangeduid met α en wordt
meestal gelijkgesteld aan 5%, hetgeen de grens is om te beslissen of
de nulhypothese verworpen wordt of niet.
Type-II fout Een type II fout treedt op wanneer je de nulhypothese aanvaardt,
terwijl deze eigenlijk niet correct is. Het is gelijk aan β .
Power of the test 1- β wordt de power van een test genoemd, waarbij β een type II fout
is (waarbij de nulhypothese wordt aanvaardt, terwijl deze eigenlijk
niet correct is). Het treedt op wanneer H0 verworpen wordt en H0 fout
is.
Verticale uitschieter Waarneming die een relatief extreme residuele waarde voor de
responsvariabele heeft en een lage leverage (dicht bij het gemiddelde
van de verklarende variabele). Het heeft weinig effect op de helling
van de regressielijn, vooral op het snijpunt.
Invloedrijk datapunt Het is een datapunt dat een hoge leverage (een extreme waarde op de
x-as) heeft, een relatief extreme residuele waarde en een hoge Cooks
afstand. Het punt gaat een grote invloed hebben op de regressielijn en
deze waarneming heeft een bad leverage.
Multicolinearity Multicollineariteit is een statistisch concept dat verwijst naar een hoge
correlatie tussen twee of meer onafhankelijke (verklarende)
variabelen in een regressiemodel. Het ontstaat wanneer twee of meer
onafhankelijke(verklarende) variabelen sterk gecorreleerd zijn, wat het
moeilijk maakt om hun afzonderlijke effecten te schatten. De
standaardfout van de geschatte hellingen zal vergroten.
VIF = Variance Inflation Factor= De VIF schat hoeveel de standaardfout op
de geschatte rechte wordt verhoogd als gevolg van multicollineariteit
in het model. Een VIF boven de 1 duidt op een
multicolineariteitsprobleem, boven de 5 gaat het om een drastisch
probleem.