Hoofdstuk 6 Handhaving
6.1. Inleiding
Vilhelm Aubert (1922-1988)
§ Onderzoek naar de effectiviteit van wetgeving:
onderzoek naar “wet op het huishoudelijk personeel” (1948)
§ Doel van de wet: verbetering positie van dienstbodes.
§ Wet werkte niet om veel redenen, maar vooral ‘omdat ze geen tanden had’=> symboolwetgeving.
§ Nood aan adequate handhavingsmechanismen.
§ “De inhoud van de wet is geheel ten gunste van de huishoudelijke hulpen, terwijl de procesregels de
huisvrouwen beschermen. De idee van wetshandhaving is in ere gehouden, terwijl zij in de praktijk
zonder effect blijft.”
§ (V. Aubert, vertaald door K. Schuyt, 1971)
§ Na Aubert’s evaluatie van de “wet op het huishoudelijk personeel”:
handhaving als nieuw rechtssociologisch thema geboren.
§ Wisselwerking
§ Uitvaardigen van wetten (handhavingsmechanismen in wetgeving).
§ Naleving van wetgeving (afhankelijk van meerdere factoren).
§ Handhaving van wetgeving (onder meer controle en sanctionering).
§ Wet zonder handhaving riskeert symboolwetgeving te worden.
§ Brede kijk op handhaving in de rechtssociologie.
§ Definitie v handhaving: “alle activiteiten gericht op het bevorderen van naleving.” (Hertogh)
§ Voorbeelden van juridische vragen
§ Wat (handhaving van): bv. wetgeving, openbare orde of contracten?
§ Hoe - algemeen (handhaving in): strafrecht, administratief recht of privaat recht?
§ Hoe - specifiek (handhaving middelen): bv. opsporing, vervolging, sancties en
maatregelen?
§ Door wie (handhaving door): bv. politie, rechtbanken of private actoren?
§ Voorbeelden van (rechts)sociologische vragen
§ Wat (handhaving van): statelijk recht (bijvoorbeeld wetgeving) of andere vormen
van “recht” / normen?
§ Door wie (handhaving door): groepen in de samenleving (bv. SASV), de overheid, of
private (veiligheids)actoren?
§ Hoe: handhavingsstijlen? – bevorderende factoren?
Voorbeeld
§ Milieuregelgeving
§ Niet naleving: kan worden opgemerkt door toezichthouder of politie; kan worden
gesignaleerd door een burger (burger als handhaver).
§ Inbreuk
• Raadgeving (preventief).
• Aanmaning.
• Verslag van vaststelling of proces-verbaal.
• Bestuurlijke handhaving
• Bestuurlijke maatregelen.
• Bestuurlijke geldboetes.
• Strafrechtelijke handhaving.
6.2. Handhaafbaarheid als aandachtspunt bij de totstandkoming van regelgeving
[6.2] 1. Sociaalwetenschappelijke inzichten
§ Elinor Ostrom (1933-2012): rechtseconomisch onderzoek.
“Beyond showing that self-governance can be feasible and successful, Ostrom also elucidates the key features
of successful governance. One instance is that active participation of users in creating and enforcing rules
appears to be essential. Rules that are imposed from the outside or unilaterally dictated by powerful insiders
have less legitimacy and are more likely to be violated. Likewise, monitoring and enforcement work better
when conducted by insiders than by outsiders.”
(Nobel Price Committee, 2009)
Actieve participatie in de creatie, het controleren en afdwingen van wetten zorgt voor groter succes in de
naleving.
1
, [6.2] 1.1. Perspectief van de handhavingsinstanties
§ 3 vaststellingen over wijze van handhaving
1) Flexibiliteit
• Zelden ‘enforcement to the letter’.
• Navolging in geest van de wet.
• Legitimiteit van de regel en de regelgever.
2) Betrokkenheid van de burger; handhaving gaat niet vanzelf.
“citizens’ willingness to invoke the law – that is, to call upon it for aid in securing their private interests – thus
often seems essential to effective enforcement of law by state agencies.” (Cotterrell)
3) Belang van tijd en context
• Werkingsmiddel: de wortel, de dreiging met stok en stok zelf.
• Evolutie in de tijd.
Staving door empirisch onderzoek
Onderzoek bij de Nederlandse toezichthouder Openbare Ruimte.
Evoluties.
Inzet van de optimale interventiemix.
Dilemma’s: interventiemix / handhavingsmix:
• Afschrikken versus verleiden.
• Principieel versus pragmatisch.
• Overheid versus nevenheid.
§ Dilemma’s: interventiemix / handhavingsmix (1/4)
1. a) Afschrikken versus b) verleiden - Toezichthouders differentiëren tussen
a) Repressie, bestraffen, kort op de bal spelen, daden stellen en proces-verbaal opmaken.
b) Preventie, beloning, langere termijn, normen doen accepteren en alternatieven bieden voor
sanctionering.
2. a) Principieel versus b) pragmatisch - de handhavende overheid kiezen tussen
a) een koste wat kost, dura lex sed lex, vergeldende, gestandaardiseerde aanpak.
b) een op maat gestelde aanpak die uitgaat van kosten-batenanalyse, begrip voor de specifieke
situatie, klemtoon op naleving.
3. a) Overheid versus b) nevenheid - de positionering van de handhaver in de samenleving en ten
opzichte van de doelgroepen.
a) De toezichthouder gekenmerkt wordt door de trefwoorden “boven, hard, sturen, alleen en
wantrouwen”.
b) “nevenheid”: naast, soft, overleg, samen en vertrouwen.
Handhavingsstijl
Mix van de posities op de drie assen.
Afhankelijk van tijd en plaats, organisatie en medewerker.
In de praktijk: algemene tendens naar soepelere handhavingsstijl.
Handhavingsstijlen - aanvulling
Afschrikking (sanctionering) of overreding (overleg en dialoog).
Handhavingsstijlen als ideaaltypes (Havinga)
1. Bureaucratisch: formele regeltoepassing (cf. Weber).
2. Professioneel: balans tussen strikte regeltoepassing en bereiken van bepaald doel.
3. Businessachtig: efficiënt en productief werken.
[6.2] 1.2. Perspectief doelgroepen
2
6.1. Inleiding
Vilhelm Aubert (1922-1988)
§ Onderzoek naar de effectiviteit van wetgeving:
onderzoek naar “wet op het huishoudelijk personeel” (1948)
§ Doel van de wet: verbetering positie van dienstbodes.
§ Wet werkte niet om veel redenen, maar vooral ‘omdat ze geen tanden had’=> symboolwetgeving.
§ Nood aan adequate handhavingsmechanismen.
§ “De inhoud van de wet is geheel ten gunste van de huishoudelijke hulpen, terwijl de procesregels de
huisvrouwen beschermen. De idee van wetshandhaving is in ere gehouden, terwijl zij in de praktijk
zonder effect blijft.”
§ (V. Aubert, vertaald door K. Schuyt, 1971)
§ Na Aubert’s evaluatie van de “wet op het huishoudelijk personeel”:
handhaving als nieuw rechtssociologisch thema geboren.
§ Wisselwerking
§ Uitvaardigen van wetten (handhavingsmechanismen in wetgeving).
§ Naleving van wetgeving (afhankelijk van meerdere factoren).
§ Handhaving van wetgeving (onder meer controle en sanctionering).
§ Wet zonder handhaving riskeert symboolwetgeving te worden.
§ Brede kijk op handhaving in de rechtssociologie.
§ Definitie v handhaving: “alle activiteiten gericht op het bevorderen van naleving.” (Hertogh)
§ Voorbeelden van juridische vragen
§ Wat (handhaving van): bv. wetgeving, openbare orde of contracten?
§ Hoe - algemeen (handhaving in): strafrecht, administratief recht of privaat recht?
§ Hoe - specifiek (handhaving middelen): bv. opsporing, vervolging, sancties en
maatregelen?
§ Door wie (handhaving door): bv. politie, rechtbanken of private actoren?
§ Voorbeelden van (rechts)sociologische vragen
§ Wat (handhaving van): statelijk recht (bijvoorbeeld wetgeving) of andere vormen
van “recht” / normen?
§ Door wie (handhaving door): groepen in de samenleving (bv. SASV), de overheid, of
private (veiligheids)actoren?
§ Hoe: handhavingsstijlen? – bevorderende factoren?
Voorbeeld
§ Milieuregelgeving
§ Niet naleving: kan worden opgemerkt door toezichthouder of politie; kan worden
gesignaleerd door een burger (burger als handhaver).
§ Inbreuk
• Raadgeving (preventief).
• Aanmaning.
• Verslag van vaststelling of proces-verbaal.
• Bestuurlijke handhaving
• Bestuurlijke maatregelen.
• Bestuurlijke geldboetes.
• Strafrechtelijke handhaving.
6.2. Handhaafbaarheid als aandachtspunt bij de totstandkoming van regelgeving
[6.2] 1. Sociaalwetenschappelijke inzichten
§ Elinor Ostrom (1933-2012): rechtseconomisch onderzoek.
“Beyond showing that self-governance can be feasible and successful, Ostrom also elucidates the key features
of successful governance. One instance is that active participation of users in creating and enforcing rules
appears to be essential. Rules that are imposed from the outside or unilaterally dictated by powerful insiders
have less legitimacy and are more likely to be violated. Likewise, monitoring and enforcement work better
when conducted by insiders than by outsiders.”
(Nobel Price Committee, 2009)
Actieve participatie in de creatie, het controleren en afdwingen van wetten zorgt voor groter succes in de
naleving.
1
, [6.2] 1.1. Perspectief van de handhavingsinstanties
§ 3 vaststellingen over wijze van handhaving
1) Flexibiliteit
• Zelden ‘enforcement to the letter’.
• Navolging in geest van de wet.
• Legitimiteit van de regel en de regelgever.
2) Betrokkenheid van de burger; handhaving gaat niet vanzelf.
“citizens’ willingness to invoke the law – that is, to call upon it for aid in securing their private interests – thus
often seems essential to effective enforcement of law by state agencies.” (Cotterrell)
3) Belang van tijd en context
• Werkingsmiddel: de wortel, de dreiging met stok en stok zelf.
• Evolutie in de tijd.
Staving door empirisch onderzoek
Onderzoek bij de Nederlandse toezichthouder Openbare Ruimte.
Evoluties.
Inzet van de optimale interventiemix.
Dilemma’s: interventiemix / handhavingsmix:
• Afschrikken versus verleiden.
• Principieel versus pragmatisch.
• Overheid versus nevenheid.
§ Dilemma’s: interventiemix / handhavingsmix (1/4)
1. a) Afschrikken versus b) verleiden - Toezichthouders differentiëren tussen
a) Repressie, bestraffen, kort op de bal spelen, daden stellen en proces-verbaal opmaken.
b) Preventie, beloning, langere termijn, normen doen accepteren en alternatieven bieden voor
sanctionering.
2. a) Principieel versus b) pragmatisch - de handhavende overheid kiezen tussen
a) een koste wat kost, dura lex sed lex, vergeldende, gestandaardiseerde aanpak.
b) een op maat gestelde aanpak die uitgaat van kosten-batenanalyse, begrip voor de specifieke
situatie, klemtoon op naleving.
3. a) Overheid versus b) nevenheid - de positionering van de handhaver in de samenleving en ten
opzichte van de doelgroepen.
a) De toezichthouder gekenmerkt wordt door de trefwoorden “boven, hard, sturen, alleen en
wantrouwen”.
b) “nevenheid”: naast, soft, overleg, samen en vertrouwen.
Handhavingsstijl
Mix van de posities op de drie assen.
Afhankelijk van tijd en plaats, organisatie en medewerker.
In de praktijk: algemene tendens naar soepelere handhavingsstijl.
Handhavingsstijlen - aanvulling
Afschrikking (sanctionering) of overreding (overleg en dialoog).
Handhavingsstijlen als ideaaltypes (Havinga)
1. Bureaucratisch: formele regeltoepassing (cf. Weber).
2. Professioneel: balans tussen strikte regeltoepassing en bereiken van bepaald doel.
3. Businessachtig: efficiënt en productief werken.
[6.2] 1.2. Perspectief doelgroepen
2