Deel 1 - De ontwikkeling van het kind
Quiz
Een ongeboren baby kan verschillende smaken proeven (vanaf 12 weken)
Een pasgeboren kan lopen en zwemmen (de baby heeft de juiste reflexen daarvoor)
(Na een tijdje verdwijnen die reflexen waardoor je het opnieuw moet leren)
Baby focust op een ding, als je verkleed als sinterklaas denkt hij echt dat je dat bent.
Sleutelkinderen(kinderen die vaak binnen blijven doordat ouders werken) > Ze
ontwikkelen zich niet anders. (Aandacht geven is wel belangrijk)
Wat is ontwikkelingspsychologie?
“Studie naar psychologische veranderingen en stabiliteit vanaf de conceptie tot in de
ouderdom”
- Fysieke ontwikkeling
Bijvoorbeeld
- Motorische ontwikkeling
- Zintuigen
- Behoefte aan eten, drinken, slaap
- Hersenen groeien
- Cognitieve ontwikkeling:
Bijvoorbeeld
- Taal
- Denken
- Geheugen
- Intelligentie
- Sociale ontwikkeling:
- Sociale ontwikkeling: Bijvoorbeeld: vriendschappen, familiebanden,
hoe een jongen of meisje zich moet gedragen
- Persoonlijkheidsontwikkeling: Bijvoorbeeld: ontwikkeling van
karaktereigenschappen, identiteit, lachen etc.
Wat is het verschil tussen klassieke ontwikkelingspsychologie en
levenslooppsychologie?
- klassieke ontwikkelingspsychologie: Richt zich op het algeme
mechanisme: gemiddelde leeftijden of gebeurtenissen die plaatsvinden in het
leven (leren lopen, praten etc.)
- Algemene (universele) mechanismen van de menselijke ontwikkeling
- Veranderingen in ontwikkeling zijn leeftijdsgebonden
- Nadruk op ontwikkeling in kindertijd en adolescentie
, - Bv. theorieën Piaget, Erikson, Freud: Ontwikkeling verloopt in stadia,
babytijd etc. Heel stapsgewijs
- levenslooppsychologie: Gaat uit van dat ieder mens zich uniek ontwikkeld:
gaat in op individuele ervaring (hoe je bent wie je bent)
- Invloed sociale, culturele en historische factoren op levensloop
- Individuele keuzes en ervaringen, context
- Levenslang proces
- Variatie in volwassenheid door verschillende keuzes
Prefrontale cortex:
- Plannen, organiseren is pas op 25 jaar ontwikkeld
Puberteit:
- Emotie gebied: constant op zoek naar prikkelingen, dus op zoek naar korte
termijn beloningen (snel vrienden zoeken ipv leren bijvoorbeeld)
- Het ene gebied is niet volledig ontwikkeld (prefrontale cortex) terwijl het
andere zit te piekeren (emoties) > fysieke ontwikkeling
Invloeden op de ontwikkeling
Normatieve invloeden: Gebeurtenis die invloed heeft op bepaalde groep mensen
(maakt wie je bent)
- Leeftijdsgebonden invloeden, bv leren praten, menstrueren
- Normatieve historisch bepaalde invloeden, bv. 9/11, mensen hebben angst
voor vliegtuigen of mensen die er anders uitzien
- Normatieve sociaal-cultureel bepaalde invloeden, bv etnische afkomst,
emigreren
Niet-normatieve invloeden: Invloeden die gelden bij een persoon
(persoonsgebonden, biologisch of omgeving), bv gescout worden bij voetbal kan je
profvoetballer worden, als een van je ouders overlijd heeft invloed op hoe jij je
ontwikkeld.
Perspectieven ontwikkelingspsychologie:
- Psychodynamisch:
- Onbewuste innerlijke krachten, herinneringen en conflicten (Wat wij
meemaken in jeugd beïnvloedt hoe we ons gedragen later) (Gaat om
stadia leven)
- Voorbeeld:
- Theorie van psychosociale ontwikkeling van Erikson
- Psychoanalytische theorie van Freud
- Behavioristisch:
- Waarneembaar gedrag en omgevingsstimuli, stimulus-respons-leren
(aangeleerd gedrag)
- Voorbeeld:
, - Sociaal-cognitieve leertheorie van Bandura: kijken naar anderen
en leren daarvan. Als ouders slaan, kunnen kids ook slaan.
- Operante/klassieke conditionering
- Cognitief:
- Ontwikkeling van de manier waarop mensen weten, begrijpen en
denken
- Voorbeeld:
- Cognitieve ontwikkelingstheorie van Piaget: ontwikkeling van
denken gebeurt in stadia, van 0 tm/ 2, 3 t/m 6 etc.
- Informatieverwerkingstheorie: Mensen zijn computers. Ze
kunnen informatie verwerken, opslaan en terughalen.
- Systemisch:
- Relatie tussen individu en omgeving centraal ( ouders, school, wetten,
land, etc.)
- Voorbeeld:
- Socioculturele theorie Vygotsky: Je hebt iemand nodig om te
kunnen leren. Iemand moet je uitdagen, ondersteunen etc. Dus
eerst begeleiding en daarna leren zonder begeleiding
ontwikkelen
- Bio-ecologisch model Bronfenbrenner
- Evolutionair:
- Genetische erfenis voorouders, overleving van het individu en de soort
- Voorbeeld:
- Darwin: evolutietheorie
Nature: aangeboren, genen
- extraversie, obesitas, lengte etc.
Nurture: aangeleerd, omgeving
- Als je moeder met zwangerschap gedronken heeft heeft dat invloed op jou, of
als je in armoede opgroeit etc.
Prenatale ontwikkeling en geboorte
- Totaal 40 weken vanaf de laatste menstruatie tot bevalling
- Drie stadia:
- Germinale stadium:
- Bevruchting tot 2 weken
- Zygote blijft zich delen (celdeling) tot het een embryo wordt
- Embryonale stadium:
Quiz
Een ongeboren baby kan verschillende smaken proeven (vanaf 12 weken)
Een pasgeboren kan lopen en zwemmen (de baby heeft de juiste reflexen daarvoor)
(Na een tijdje verdwijnen die reflexen waardoor je het opnieuw moet leren)
Baby focust op een ding, als je verkleed als sinterklaas denkt hij echt dat je dat bent.
Sleutelkinderen(kinderen die vaak binnen blijven doordat ouders werken) > Ze
ontwikkelen zich niet anders. (Aandacht geven is wel belangrijk)
Wat is ontwikkelingspsychologie?
“Studie naar psychologische veranderingen en stabiliteit vanaf de conceptie tot in de
ouderdom”
- Fysieke ontwikkeling
Bijvoorbeeld
- Motorische ontwikkeling
- Zintuigen
- Behoefte aan eten, drinken, slaap
- Hersenen groeien
- Cognitieve ontwikkeling:
Bijvoorbeeld
- Taal
- Denken
- Geheugen
- Intelligentie
- Sociale ontwikkeling:
- Sociale ontwikkeling: Bijvoorbeeld: vriendschappen, familiebanden,
hoe een jongen of meisje zich moet gedragen
- Persoonlijkheidsontwikkeling: Bijvoorbeeld: ontwikkeling van
karaktereigenschappen, identiteit, lachen etc.
Wat is het verschil tussen klassieke ontwikkelingspsychologie en
levenslooppsychologie?
- klassieke ontwikkelingspsychologie: Richt zich op het algeme
mechanisme: gemiddelde leeftijden of gebeurtenissen die plaatsvinden in het
leven (leren lopen, praten etc.)
- Algemene (universele) mechanismen van de menselijke ontwikkeling
- Veranderingen in ontwikkeling zijn leeftijdsgebonden
- Nadruk op ontwikkeling in kindertijd en adolescentie
, - Bv. theorieën Piaget, Erikson, Freud: Ontwikkeling verloopt in stadia,
babytijd etc. Heel stapsgewijs
- levenslooppsychologie: Gaat uit van dat ieder mens zich uniek ontwikkeld:
gaat in op individuele ervaring (hoe je bent wie je bent)
- Invloed sociale, culturele en historische factoren op levensloop
- Individuele keuzes en ervaringen, context
- Levenslang proces
- Variatie in volwassenheid door verschillende keuzes
Prefrontale cortex:
- Plannen, organiseren is pas op 25 jaar ontwikkeld
Puberteit:
- Emotie gebied: constant op zoek naar prikkelingen, dus op zoek naar korte
termijn beloningen (snel vrienden zoeken ipv leren bijvoorbeeld)
- Het ene gebied is niet volledig ontwikkeld (prefrontale cortex) terwijl het
andere zit te piekeren (emoties) > fysieke ontwikkeling
Invloeden op de ontwikkeling
Normatieve invloeden: Gebeurtenis die invloed heeft op bepaalde groep mensen
(maakt wie je bent)
- Leeftijdsgebonden invloeden, bv leren praten, menstrueren
- Normatieve historisch bepaalde invloeden, bv. 9/11, mensen hebben angst
voor vliegtuigen of mensen die er anders uitzien
- Normatieve sociaal-cultureel bepaalde invloeden, bv etnische afkomst,
emigreren
Niet-normatieve invloeden: Invloeden die gelden bij een persoon
(persoonsgebonden, biologisch of omgeving), bv gescout worden bij voetbal kan je
profvoetballer worden, als een van je ouders overlijd heeft invloed op hoe jij je
ontwikkeld.
Perspectieven ontwikkelingspsychologie:
- Psychodynamisch:
- Onbewuste innerlijke krachten, herinneringen en conflicten (Wat wij
meemaken in jeugd beïnvloedt hoe we ons gedragen later) (Gaat om
stadia leven)
- Voorbeeld:
- Theorie van psychosociale ontwikkeling van Erikson
- Psychoanalytische theorie van Freud
- Behavioristisch:
- Waarneembaar gedrag en omgevingsstimuli, stimulus-respons-leren
(aangeleerd gedrag)
- Voorbeeld:
, - Sociaal-cognitieve leertheorie van Bandura: kijken naar anderen
en leren daarvan. Als ouders slaan, kunnen kids ook slaan.
- Operante/klassieke conditionering
- Cognitief:
- Ontwikkeling van de manier waarop mensen weten, begrijpen en
denken
- Voorbeeld:
- Cognitieve ontwikkelingstheorie van Piaget: ontwikkeling van
denken gebeurt in stadia, van 0 tm/ 2, 3 t/m 6 etc.
- Informatieverwerkingstheorie: Mensen zijn computers. Ze
kunnen informatie verwerken, opslaan en terughalen.
- Systemisch:
- Relatie tussen individu en omgeving centraal ( ouders, school, wetten,
land, etc.)
- Voorbeeld:
- Socioculturele theorie Vygotsky: Je hebt iemand nodig om te
kunnen leren. Iemand moet je uitdagen, ondersteunen etc. Dus
eerst begeleiding en daarna leren zonder begeleiding
ontwikkelen
- Bio-ecologisch model Bronfenbrenner
- Evolutionair:
- Genetische erfenis voorouders, overleving van het individu en de soort
- Voorbeeld:
- Darwin: evolutietheorie
Nature: aangeboren, genen
- extraversie, obesitas, lengte etc.
Nurture: aangeleerd, omgeving
- Als je moeder met zwangerschap gedronken heeft heeft dat invloed op jou, of
als je in armoede opgroeit etc.
Prenatale ontwikkeling en geboorte
- Totaal 40 weken vanaf de laatste menstruatie tot bevalling
- Drie stadia:
- Germinale stadium:
- Bevruchting tot 2 weken
- Zygote blijft zich delen (celdeling) tot het een embryo wordt
- Embryonale stadium: