SAMENVATTING ALGEMENE PSYCHOLOGIE
2019-2020
HFST 1: WAT IS PSYCHOLOGIE?
1.1 EEN DEFINITIE VAN PSYCHOLOGIE
Def: psychologie is een wetenschap waarbij het gedrag bestudeerd wordt en waarbij de
gedragsevidentie gebruikt wordt om de interne processen te begrijpen die aan dat gedrag ten
grondslag liggen.
Psychologen proberen door systematische observatie van meetbare kenmerken inzicht te krijgen in
processen.
Wat vroeger niet observeerbaar was, kan dat nu wel zijn, door betere technieken en methoden en
omdat men beter weet naar wat men moet kijken. Daarom noemt men observeren een relatief,
dynamisch begrip is.
1.2 ONTWIKKELINGEN DIE PSYCHOLOGIE MOGELIJK GEMAAKT HEBBEN
1.2.1 rede, intuïtie en geloof
Filosofie in het oude Griekenland.
Plato en Aristoteles stelden zich vragen over het universum en de plaats van de mens erin.
Antwoorden op deze vragen vonden oorsprong binnen in de mens. Mensen waren enige
wezens met rede, dit is voor dieren onmogelijk.
Plato: er moest onderscheid gemaakt worden tussen ware, onzichtbare wereld en zichtbare,
veranderlijke wereld. Observatie was minder belangrijk, die had enkel toegang tot zichtbare
wereld met dieren. Kennis kwam voort uit menselijke geest.
Aristoteles: meer belang aan observatie dan Plato, maar kennis kon niet op observatie
gebaseerd zijn. Kennis kwam voort uit onwrikbare uitgangspunten (axioma’s).
Kerk
Plato’s wereld van onveranderlijke vormen stemde overeen met hemel en axioma’s (werden
gezien als goddelijke ingevingen)
1.2.2 De wetenschappelijke revolutie
Een nieuwe manier van denken
Ware kennis gebaseerd op nadenken, aanvoelen en goddelijke ingevingen. In Europa was er
overtuiging dat ware kennis gebaseerd is op systematische observatie en actief ingrijpen in
wereld. (dit inzicht is wetenschappelijke revolutie)
De copernicaanse revolutie
Copernicus: aarde draait rond de zon want kalender loopt achter –> Galilei: verdedigde dit met
nieuwe observaties.
Inzicht dat aarde niet het centrum van heelal vormde: copernicaanse revolutie
Nieuwe kennis uit observatie en experimenten
1.2.3 De groeiende macht van de wetenschappen en het ontstaan van twee culturen
Wetenschap en macht
De 2 culturen
Enerzijds de klassieke, humanistische cultuur (alfawetenschappen, geesteswetenschappen.
Anderzijds de natuurwetenschappelijke cultuur (bètawetenschappen, natuurwetenschappen)
1
, SAMENVATTING ALGEMENE PSYCHOLOGIE
2019-2020
1.2.4 De toepassing van de wetenschappelijke methode op het menselijk functioneren
De persoonlijke fout
De ene persoon heeft meer tijd nodig om zelfde te verwerken dan de andere.
Snelheid van informatietransmissie in zenuwen
Helmholtz: mat snelheid zenuwimpulsen in zenuwvezels
Onderzoek van Donders
Mat hoeveel tijd mens nodig had om eenvoudige taak op te lossen.
1ste conditie: zelfde stimulus (telkens ki)leidde tot a-reactie
2de conditie: vijf lettergrepen door elkaar en ze moesten herhalenb-reactie (er moet zowel
een discriminatie van stimulus als keuze van antwoord gemaakt worden)
3de conditie: vijf lettergrepen maar enkel ki herhalenc-reactie (reactie met alleen
discriminatie van stimulus)
Mentale chronometrie: techniek waar psychologische processen in informatieverwerking
probeert te achterhalen door nr tijd te kijken die mensen nodig hebben om taken uit te voeren.
1.2.5 De evolutietheorie
Charles Darwin: aanpassen aan omstandigheden. Eigenschappen die goed aansluiten bij
omgeven, zorgen ervoor dat individu veel nakomelingen heeft. =natuurlijke selectie.
Struggle for life/ survival of the fittest: dieren en planten veranderen continu o.b.v de locale
omgeving.
Mens uit dieren geëvolueerd?
1.3 ONTSTAAN VAN PSYCHOLOGIE
1.3.1 Het ontstaan van psychologie
Ontwikkelingen binnen filosofie
Descartes
Dualisme: overtuiging dat mensen uit twee onafhankelijke elementen bestaan: lichaam en
geest. Geest heeft vrije wil. Lichaam is omhulsel van geest en heeft daar geen invloed op.
=Plato en katholieke kerk
Rationalisme: ware kennis is gebaseerd op rede
Nativisme: overtuiging dat mens aangeboren kennis heeft. =Plato, Aristoteles en kerk
Mechanische visie: universum vormt machine die wiskundig beschreven kan worden.
Menselijk lichaam is onderdeel van die machine. Menselijk lichaam kan dus in tegenstelling tot
geest, wetenschappelijk bestudeerd worden.
Empirisme i.p.v. rationalisme/nativisme
Aangeboren kennis van aarde als centrum van heelal is illusie
Empirisme: inhoud van geest wordt niet gevormd door aangeboren ideeën maar via
zintuigelijke ervaringen die met elkaar geassocieerd worden.
Grondlegger: Locke (tabula rasa) associaties van ideeën (hogere-ordekennis komt tot stand
door combinaties van eenvoudigere ideeën). Als twee dingen tegelijk ervaren worde,, is er
grote kans dat ze mentaal met elkaar geassocieerd worden.
Psychologie belangrijk in filosofie
Succes van onafhankelijk denken in de filosofie grotere aandacht voor mens dan voor
universum.
1.3.2 Psychologie als nieuwe wetenschap
2
, SAMENVATTING ALGEMENE PSYCHOLOGIE
2019-2020
Wundt en labo voor psychologie
Def: wetenschappelijke psychologie is alliantie tussen enerzijds fysiologie die informeert over
levensfenomenen die we met zintuigen waarnemen en anderzijds de psychologie waarbij
persoon van binnenuit nr zichzelf kijkt (introspectie)
Innere warnehmung: introspectie van filosofen waarbij men vanuit leunstoel nadacht over
eigen psychische functioneren.
Experimentelle sebstbeobachtung: proefopzet waarbij proefpersoon in gestandaardiseerde
situatie geplaatst werd, eenzelfde proef herhaaldelijk uitvoerde en diende te reageren met
eenvoudige, kwantificeerbare antwoorden. Dit was laatste en enige toelaatbare vorm van
introspectie.
TitchenerStructuralisme: stroming in psychologie die o.b.v. introspectie de structuur van het
bewustzijn probeerde te ontdekken. Hij zegt dat elk complex proces gereduceerd kon worden
tot combinatie van elementaire componenten (atomisme): een bewuste ervaring is een
associatie van sensaties, beelden en gevoelens.
Binet en geboorte toegepaste psychologie
Zijn onderzoek (intelligentie meten) leidde tot bruikbare intellegentietest.
Vertaling naar Amerikaanse context
Functionalisme: mentale toestanden kan je opvatten als functionele toestanden. dit is ster
beïnvloed door Darwin (aanpassen).
William James: mentale processen zijn stream of consciousness, een voortdurend
veranderende stroom van gedachten en gevoelens. Hij zei dat succes van de psychologie te
danken is aan de mate waarin het oplossingen kan bieden aan de mens.
Behaviorisme
Psychologische stroming waarin men standpunt huldigt dat enkel observeerbaar, meetbaar
gedrag het onderwerp kan vormen van psychologisch onderzoek en theorievorming. Enkel
observeerbaar en meetbaar gedrag.
Positivisme: natuurwetenschappen zijn meest succesvolle manier gebleken om wereld te
begrijpen en kennis te genereren.
Ze namen 3 ideeën over van positivisten.
1ste idee: theorieën baseren op directe observaties die door anderen herhaald kunnen worden.
Operationele definitie: gebruikte meetprocessen en concrete begrippen nauw beschrijven
zodat wetenschapper dezelfde proef exact kan herhalen.
2de idee: onderscheid tussen afhankelijke (gedragingen van persoon of dier) en onafhankelijke
variabelen (karakteristieken van situatie).
S-R-Psychologie: stimulus lokt respons uit.
3de idee: precieze relatie tussen afhankelijke en onafhankelijke variabelen beschrijven.
De mentale processen zijn minder belangrijk dan gedragingen.
Skinner!
Freud en hermeneutische alternatief
Psychoanalyse: bewustzijn en gedrag zijn oppervlakkige fenomenen, ware oorsprong van
persoonlijkheidsverschillen en mentale stoornissen zijn onbewuste krachten.
Sigmund Freud: stoornis is te wijten aan verdringen van problemen uit bewustzijn door angst.
Hermeneutiek: interpretatiewerk van therapeut lijkt meer op begrijpen van het verleden i.p.v.
onderzoekswerk van natuurwetenschapper.
Trauma’s uit kindertijd verwerken door ze terug in bewustzijn te laten komen
1.4 ONDERZOEKSMETHODEN
Observatie ipv intuïtie en opinie
3
, SAMENVATTING ALGEMENE PSYCHOLOGIE
2019-2020
Intuïtie is niet betrouwbaar.
Literatuurstudie
Theorie: samenhangend geheel van ideeën om fenomeen te verklaren.
Literatuurstudie: grondig onderzoek over onderwerp die je wil onderzoeken.
1.4.1 Beschrijvend onderzoek
Naturalistische observatie
Onderzoekstechniek waarbij gedrag systematisch geobserveerd wordt in natuurlijke context.
Ecologisch valide: kennis moet iets zeggen over realiteit. (realiteitsgehalte).
Evidentiegebaseerd: wordt vaak gebruikt bij maatschappelijk relevante onderwerpen.
Voordeel: context zegt meer dan labo-situaties, het is een startpunt voor gerichter onderzoek
Nadeel: sociale wenselijkheid (reactieve gedragingen), keuze scoringscriteria is heel
subjectief en uitgebreid, data kan heel complex worden
Vragenlijsten
Reeks vragen die in eigen tempo beantwoord kunnen worden zonder dat onderzoeker
aanwezig is.
Kan ter aanvulling van observatie
Individuele vragen combineren tot schalen
Nadelen: subjectief en sociale wenselijkheid.
Interviews
Mondeling vragen stellen en antwoorden registreren, de interviewer kan de geïnterviewde
motiveren om in detail te gaan.
Gestructureerd interview: vaste lijst van vragen in zelfde volgorde
Ongestructureerd interview: vragen liggen niet van tevoren vast (soms de eerste wel). Er
wordt ingespeeld op wat ondervraagde zegt.
Voordeel: meer detail dan vragenlijst want je kan doorvragen, identificatie van variabelen bij
nieuwe onderwerpen.
Nadeel: generaliseerbaarheid, vooroordelen kunnen onderzoeker beïnvloeden. Perceptie is
verschillend van realiteit. Sociale wenselijkheid. Vergelijkbaarheid (ongestructureerde
interviews)handig bij personeelsselectie
Opiniepeilingen
Inventaris van opinies over onderwerp.
Korte vragen met brede steekproef van bevolking.
Nadeel: niet generaliseerbaar omdat sommige bevolkingsgroepen makkelijker te bereiken zijn
dan andere (representativiteit). Sociale wenselijkheid. Nonrespons bias (sommige mensen
antwoorden niet). Vaak misleidend dus
Psychologische tests
Gestandaardiseerde tests: meten van menselijke vaardigheden of eigenschappen die aan
vooronderzoek onderworpen werden. Het is het uitdrukken in cijfers van menselijke
eigenschappen.
Archiefdata
Het analyseren van bestaande datasets
Gevalsstudies
Intensief, gedetailleerd onderzoek over 1 persoon, gebeurtenis, geval met als doel algemeen
geldende principes te identificeren.
Nadeel: generaliseerbaarheid is laag omdat je maar 1 iemand onderzoekt
4
2019-2020
HFST 1: WAT IS PSYCHOLOGIE?
1.1 EEN DEFINITIE VAN PSYCHOLOGIE
Def: psychologie is een wetenschap waarbij het gedrag bestudeerd wordt en waarbij de
gedragsevidentie gebruikt wordt om de interne processen te begrijpen die aan dat gedrag ten
grondslag liggen.
Psychologen proberen door systematische observatie van meetbare kenmerken inzicht te krijgen in
processen.
Wat vroeger niet observeerbaar was, kan dat nu wel zijn, door betere technieken en methoden en
omdat men beter weet naar wat men moet kijken. Daarom noemt men observeren een relatief,
dynamisch begrip is.
1.2 ONTWIKKELINGEN DIE PSYCHOLOGIE MOGELIJK GEMAAKT HEBBEN
1.2.1 rede, intuïtie en geloof
Filosofie in het oude Griekenland.
Plato en Aristoteles stelden zich vragen over het universum en de plaats van de mens erin.
Antwoorden op deze vragen vonden oorsprong binnen in de mens. Mensen waren enige
wezens met rede, dit is voor dieren onmogelijk.
Plato: er moest onderscheid gemaakt worden tussen ware, onzichtbare wereld en zichtbare,
veranderlijke wereld. Observatie was minder belangrijk, die had enkel toegang tot zichtbare
wereld met dieren. Kennis kwam voort uit menselijke geest.
Aristoteles: meer belang aan observatie dan Plato, maar kennis kon niet op observatie
gebaseerd zijn. Kennis kwam voort uit onwrikbare uitgangspunten (axioma’s).
Kerk
Plato’s wereld van onveranderlijke vormen stemde overeen met hemel en axioma’s (werden
gezien als goddelijke ingevingen)
1.2.2 De wetenschappelijke revolutie
Een nieuwe manier van denken
Ware kennis gebaseerd op nadenken, aanvoelen en goddelijke ingevingen. In Europa was er
overtuiging dat ware kennis gebaseerd is op systematische observatie en actief ingrijpen in
wereld. (dit inzicht is wetenschappelijke revolutie)
De copernicaanse revolutie
Copernicus: aarde draait rond de zon want kalender loopt achter –> Galilei: verdedigde dit met
nieuwe observaties.
Inzicht dat aarde niet het centrum van heelal vormde: copernicaanse revolutie
Nieuwe kennis uit observatie en experimenten
1.2.3 De groeiende macht van de wetenschappen en het ontstaan van twee culturen
Wetenschap en macht
De 2 culturen
Enerzijds de klassieke, humanistische cultuur (alfawetenschappen, geesteswetenschappen.
Anderzijds de natuurwetenschappelijke cultuur (bètawetenschappen, natuurwetenschappen)
1
, SAMENVATTING ALGEMENE PSYCHOLOGIE
2019-2020
1.2.4 De toepassing van de wetenschappelijke methode op het menselijk functioneren
De persoonlijke fout
De ene persoon heeft meer tijd nodig om zelfde te verwerken dan de andere.
Snelheid van informatietransmissie in zenuwen
Helmholtz: mat snelheid zenuwimpulsen in zenuwvezels
Onderzoek van Donders
Mat hoeveel tijd mens nodig had om eenvoudige taak op te lossen.
1ste conditie: zelfde stimulus (telkens ki)leidde tot a-reactie
2de conditie: vijf lettergrepen door elkaar en ze moesten herhalenb-reactie (er moet zowel
een discriminatie van stimulus als keuze van antwoord gemaakt worden)
3de conditie: vijf lettergrepen maar enkel ki herhalenc-reactie (reactie met alleen
discriminatie van stimulus)
Mentale chronometrie: techniek waar psychologische processen in informatieverwerking
probeert te achterhalen door nr tijd te kijken die mensen nodig hebben om taken uit te voeren.
1.2.5 De evolutietheorie
Charles Darwin: aanpassen aan omstandigheden. Eigenschappen die goed aansluiten bij
omgeven, zorgen ervoor dat individu veel nakomelingen heeft. =natuurlijke selectie.
Struggle for life/ survival of the fittest: dieren en planten veranderen continu o.b.v de locale
omgeving.
Mens uit dieren geëvolueerd?
1.3 ONTSTAAN VAN PSYCHOLOGIE
1.3.1 Het ontstaan van psychologie
Ontwikkelingen binnen filosofie
Descartes
Dualisme: overtuiging dat mensen uit twee onafhankelijke elementen bestaan: lichaam en
geest. Geest heeft vrije wil. Lichaam is omhulsel van geest en heeft daar geen invloed op.
=Plato en katholieke kerk
Rationalisme: ware kennis is gebaseerd op rede
Nativisme: overtuiging dat mens aangeboren kennis heeft. =Plato, Aristoteles en kerk
Mechanische visie: universum vormt machine die wiskundig beschreven kan worden.
Menselijk lichaam is onderdeel van die machine. Menselijk lichaam kan dus in tegenstelling tot
geest, wetenschappelijk bestudeerd worden.
Empirisme i.p.v. rationalisme/nativisme
Aangeboren kennis van aarde als centrum van heelal is illusie
Empirisme: inhoud van geest wordt niet gevormd door aangeboren ideeën maar via
zintuigelijke ervaringen die met elkaar geassocieerd worden.
Grondlegger: Locke (tabula rasa) associaties van ideeën (hogere-ordekennis komt tot stand
door combinaties van eenvoudigere ideeën). Als twee dingen tegelijk ervaren worde,, is er
grote kans dat ze mentaal met elkaar geassocieerd worden.
Psychologie belangrijk in filosofie
Succes van onafhankelijk denken in de filosofie grotere aandacht voor mens dan voor
universum.
1.3.2 Psychologie als nieuwe wetenschap
2
, SAMENVATTING ALGEMENE PSYCHOLOGIE
2019-2020
Wundt en labo voor psychologie
Def: wetenschappelijke psychologie is alliantie tussen enerzijds fysiologie die informeert over
levensfenomenen die we met zintuigen waarnemen en anderzijds de psychologie waarbij
persoon van binnenuit nr zichzelf kijkt (introspectie)
Innere warnehmung: introspectie van filosofen waarbij men vanuit leunstoel nadacht over
eigen psychische functioneren.
Experimentelle sebstbeobachtung: proefopzet waarbij proefpersoon in gestandaardiseerde
situatie geplaatst werd, eenzelfde proef herhaaldelijk uitvoerde en diende te reageren met
eenvoudige, kwantificeerbare antwoorden. Dit was laatste en enige toelaatbare vorm van
introspectie.
TitchenerStructuralisme: stroming in psychologie die o.b.v. introspectie de structuur van het
bewustzijn probeerde te ontdekken. Hij zegt dat elk complex proces gereduceerd kon worden
tot combinatie van elementaire componenten (atomisme): een bewuste ervaring is een
associatie van sensaties, beelden en gevoelens.
Binet en geboorte toegepaste psychologie
Zijn onderzoek (intelligentie meten) leidde tot bruikbare intellegentietest.
Vertaling naar Amerikaanse context
Functionalisme: mentale toestanden kan je opvatten als functionele toestanden. dit is ster
beïnvloed door Darwin (aanpassen).
William James: mentale processen zijn stream of consciousness, een voortdurend
veranderende stroom van gedachten en gevoelens. Hij zei dat succes van de psychologie te
danken is aan de mate waarin het oplossingen kan bieden aan de mens.
Behaviorisme
Psychologische stroming waarin men standpunt huldigt dat enkel observeerbaar, meetbaar
gedrag het onderwerp kan vormen van psychologisch onderzoek en theorievorming. Enkel
observeerbaar en meetbaar gedrag.
Positivisme: natuurwetenschappen zijn meest succesvolle manier gebleken om wereld te
begrijpen en kennis te genereren.
Ze namen 3 ideeën over van positivisten.
1ste idee: theorieën baseren op directe observaties die door anderen herhaald kunnen worden.
Operationele definitie: gebruikte meetprocessen en concrete begrippen nauw beschrijven
zodat wetenschapper dezelfde proef exact kan herhalen.
2de idee: onderscheid tussen afhankelijke (gedragingen van persoon of dier) en onafhankelijke
variabelen (karakteristieken van situatie).
S-R-Psychologie: stimulus lokt respons uit.
3de idee: precieze relatie tussen afhankelijke en onafhankelijke variabelen beschrijven.
De mentale processen zijn minder belangrijk dan gedragingen.
Skinner!
Freud en hermeneutische alternatief
Psychoanalyse: bewustzijn en gedrag zijn oppervlakkige fenomenen, ware oorsprong van
persoonlijkheidsverschillen en mentale stoornissen zijn onbewuste krachten.
Sigmund Freud: stoornis is te wijten aan verdringen van problemen uit bewustzijn door angst.
Hermeneutiek: interpretatiewerk van therapeut lijkt meer op begrijpen van het verleden i.p.v.
onderzoekswerk van natuurwetenschapper.
Trauma’s uit kindertijd verwerken door ze terug in bewustzijn te laten komen
1.4 ONDERZOEKSMETHODEN
Observatie ipv intuïtie en opinie
3
, SAMENVATTING ALGEMENE PSYCHOLOGIE
2019-2020
Intuïtie is niet betrouwbaar.
Literatuurstudie
Theorie: samenhangend geheel van ideeën om fenomeen te verklaren.
Literatuurstudie: grondig onderzoek over onderwerp die je wil onderzoeken.
1.4.1 Beschrijvend onderzoek
Naturalistische observatie
Onderzoekstechniek waarbij gedrag systematisch geobserveerd wordt in natuurlijke context.
Ecologisch valide: kennis moet iets zeggen over realiteit. (realiteitsgehalte).
Evidentiegebaseerd: wordt vaak gebruikt bij maatschappelijk relevante onderwerpen.
Voordeel: context zegt meer dan labo-situaties, het is een startpunt voor gerichter onderzoek
Nadeel: sociale wenselijkheid (reactieve gedragingen), keuze scoringscriteria is heel
subjectief en uitgebreid, data kan heel complex worden
Vragenlijsten
Reeks vragen die in eigen tempo beantwoord kunnen worden zonder dat onderzoeker
aanwezig is.
Kan ter aanvulling van observatie
Individuele vragen combineren tot schalen
Nadelen: subjectief en sociale wenselijkheid.
Interviews
Mondeling vragen stellen en antwoorden registreren, de interviewer kan de geïnterviewde
motiveren om in detail te gaan.
Gestructureerd interview: vaste lijst van vragen in zelfde volgorde
Ongestructureerd interview: vragen liggen niet van tevoren vast (soms de eerste wel). Er
wordt ingespeeld op wat ondervraagde zegt.
Voordeel: meer detail dan vragenlijst want je kan doorvragen, identificatie van variabelen bij
nieuwe onderwerpen.
Nadeel: generaliseerbaarheid, vooroordelen kunnen onderzoeker beïnvloeden. Perceptie is
verschillend van realiteit. Sociale wenselijkheid. Vergelijkbaarheid (ongestructureerde
interviews)handig bij personeelsselectie
Opiniepeilingen
Inventaris van opinies over onderwerp.
Korte vragen met brede steekproef van bevolking.
Nadeel: niet generaliseerbaar omdat sommige bevolkingsgroepen makkelijker te bereiken zijn
dan andere (representativiteit). Sociale wenselijkheid. Nonrespons bias (sommige mensen
antwoorden niet). Vaak misleidend dus
Psychologische tests
Gestandaardiseerde tests: meten van menselijke vaardigheden of eigenschappen die aan
vooronderzoek onderworpen werden. Het is het uitdrukken in cijfers van menselijke
eigenschappen.
Archiefdata
Het analyseren van bestaande datasets
Gevalsstudies
Intensief, gedetailleerd onderzoek over 1 persoon, gebeurtenis, geval met als doel algemeen
geldende principes te identificeren.
Nadeel: generaliseerbaarheid is laag omdat je maar 1 iemand onderzoekt
4