Wat is pedagogiek?
1. Pedagogiek
Kinderen zijn van nature uit niet verantwoordelijk voor wat ze doen. Een kind heeft een extern
geweten nodig (de ouders), die hun bijsturen.
Kohnstamm vertrok vanuit de persoonlijkheid van het kind, je kan niet dezelfde opvoeding geven aan
het jongste kind dan aan het oudste kind.
Opvoeding is even oud als de mensheid zelf. De Spartaanse opvoeding is een strenge opvoeding. Dit
komt uit de tijd dat jongeren aan hun lot werden overgelaten. Als ze konden overleven, wilde dat
zeggen dat ze geschikt waren.
Rousseau: De samenleving heeft veel schadelijke invloeden. Hij heeft de jongen hieraan onttrokken
en blootgesteld aan de natuur. Je moet jongeren niet te veel beladen met die thema’s
Socrates: in dialoog gaan met de jongeren
Opvoeden verandert constant, daarom gaan we de opvoeding van vandaag vergelijken met die van
vroeger. De tijd waarin je bent opgevoed is vaak heel belangrijk. Je blijft er soms inzitten, daarom is
het soms moeilijk om mee te gaan met de recentere opvoeding. Je gaat vaak onbewust teruggrijpen
naar hoe je bent opgevoed, en die dingen ook toepassen in je eigen manier van opvoeden. Het is
generatiegerelateerd.
Ook sociale media speelt vandaag een grote rol. De moeilijkheid bij onze ouders en grootouders is
omdat ze soms de dingen niet begrijpen, ze hebben het zelf niet meegemaakt en hebben dus geen
referentiekader om naar terug te grijpen.
2. Wat is opvoeden/pedagogiek?
Opvoeden is grootbrengen adhv bepaalde waarden en normen. Je moet de ruimte geven om je kind
zelf dingen te laten ontdekken.
Er zijn vaak combinaties van opvoedingsstijlen. Je stemt je opvoeding af naargelang je een peuter of
adolescent opvoedt. Opvoeden is vooral ondersteunen en begeleiden (bv. leren omgaan met geld).
Pedagogiek: opvoeden (de wetenschap)
Pedagogie: begeleiden van mensen
3 niveau’s van pedagogisch handelen:
- Theorie: de wetenschap (bv. een boek)
- Praktijktheorie: gebaseerd op een theoretisch concept (iemand anders geeft advies)
- Praktijk: hoe handelen we? (geen achtergrond, we doen wat we denken dat goed is)
Opvoedingswetenschap: we weten dat de democratische opvoedingsstijl beter werkt dan de
autoritaire opvoedingsstijl.
, SOC.AGOGIE
K
3. Pedagogiek als wetenschap AGOGIEK
3.1. Deelwetenschappen
PSYCHOAGOGI
Kinderen en jongeren: pedagogie(k) EK
Volwassenen: andragogiek
ORTHOAGOGI
Ouderen: gerontagogiek PEDAGOGIEK EK
3.2 Deelwetenschappen van de agogiek volgens studieobject
Object van onderzoek Deelwetenschap
(wat wordt bestudeerd?)
Mens in nood Orthopedagogiek
Maatschappelijke problematiek van begeleiden Sociale agogiek
Mens in psychische nood Psychoagogiek
Kind en jongere begeleiden naar volwassenheid Pedagogiek
3.3 Hulpwetenschappen
Hulpwetenschap is een wetenschap waarvan de inzichten helpen voor de theorievorming van een
andere wetenschap, in dit geval de pedagogiek. Wetenschappen zijn met elkaar gerelateerd!
Bv. Wat gebruiken kleuterleidsters om jonge kinderen iets aan te leren? psychologische inzichten
Bv. Wat als je antibiotica krijgt, wat eet je het best? biologische inzichten
Psychologie Pedagogie
Historisch nastreven van waardenvrije Historisch gebonden aan levensbeschouwelijke
benadering stromingen
Wetenschap van het beschrijven Terrein van de praktijk
Handelingswetenschap (moeilijk te definiëren
als wetenschap omdat het waardegebonden is!)
3.4 Multidisciplinariteit en interdisciplinariteit
Multidisciplinariteit:
Mensen gebruiken kennis uit verschillende disciplines om diagnoses te stellen/behandelingen uit te
voeren, maar de eigenheid van de disciplines wordt wel bewaard.
Bv. Op school wil men een kind helpen met een logopedist, ergotherapeut, …
Een multidisciplinaire activiteit is een activiteit, zoals bepaalde vormen van wetenschap en kunst,
waarbij kennis vanuit meerdere disciplines gecombineerd wordt ingezet om de activiteit te voltooien.
,Interdisciplinariteit:
Samenwerking met verschillende disciplines
Overnemen van elkaars takenpakket met een algemeen doel
3.5 Denkkaders in de pedagogiek
Voorbeelden:
Behavioristische benadering
vb straffen en belonen als gekend thema
Cognitieve leertheoretische benadering
vb Piaget
Sociaal constructivistische benadering
zie hoofdstuk 2: Vygotsky
Denkkader/paradigma
= geheel van aannames, principes, uitgangspunten, overtuigingen aan de basis van de manier
waarop naar pedagogiek gekeken wordt.
Hulpwetenschappen:
- Sociale pedagogiek
- Onderwijspedagogiek
- Klinische pedagogiek
- Gezinspedagogiek
- Theoretische pedagogiek
- Forensische pedagogiek
- Historische pedagogiek
, Theoretische pedagogiek
1. Driestromenland
Personalistische of geesteswetenschappelijke stroming
Het idee was van “We moeten onze kinderen beschermen”. Dit zal hen helpen om ze
zelfstandiger door het leven laten gaan (goed de sterktes en zwaktes weten).
Christelijke visie
Empirisch-analytische stroming
We willen onze kinderen veel kennis bijbrengen, de wetenschap zal hen hierbij helpen. Onze
kennis zal helpen.
Liberale visie
Kritisch-emancipatorische stroming
We moeten kinderen en jongeren leren wat onrecht is in de maatschappij, zodat ze beseffen
wat fout is en ze hiervoor kunnen opkomen. Ze moeten zich inzetten tegen ongelijkheid.
Socialistische visie
2. De personalistische of geesteswetenschappelijke pedagogiek (het kind mag in het midden
staan)
De grondlegger: W. Dilthey maakte voor het eerst een onderscheid tussen natuurwetenschap en
geesteswetenschap.
Natuurwetenschappen Geesteswetenschappen
Bestudeert de objectieve natuur Bestudeert de mens
Objectief waarneembare gegevens Geest bestudeert zichzelf
Rede, emotie, invoeling
2.1. Centraal staan…
- Uniciteiteit van het kind (wat vindt het kind belangrijk?, wat heeft hij nodig?)
- Opvoedingspraktijk
- Pedagogische relatie van opvoeder en kind
Ze verzetten zich tegen alles wat strikt wetenschappelijk is. De mens is niet te definiëren als een
machine.
2.2. Belangrijke begrippen
Het uitgangspunt is de opvoedingspraktijk (dagelijkse werkelijkheid). Men gaat geen vaste tips
voorstellen (dit bij dat probleem). De opvoeder is mee betrokken en verantwoordelijk, hij staat dus
niet aan de zijlijn toe te kijken.
Het doel is dat de kinderen later zelfstandig kunnen zijn. We gaan ze dus vaardigheden aanleren die
passen bij het kind. We vertrekken vanuit het individuele verhaal. Wat heeft het kind nodig om
zelfstandig te zijn?
1. Pedagogiek
Kinderen zijn van nature uit niet verantwoordelijk voor wat ze doen. Een kind heeft een extern
geweten nodig (de ouders), die hun bijsturen.
Kohnstamm vertrok vanuit de persoonlijkheid van het kind, je kan niet dezelfde opvoeding geven aan
het jongste kind dan aan het oudste kind.
Opvoeding is even oud als de mensheid zelf. De Spartaanse opvoeding is een strenge opvoeding. Dit
komt uit de tijd dat jongeren aan hun lot werden overgelaten. Als ze konden overleven, wilde dat
zeggen dat ze geschikt waren.
Rousseau: De samenleving heeft veel schadelijke invloeden. Hij heeft de jongen hieraan onttrokken
en blootgesteld aan de natuur. Je moet jongeren niet te veel beladen met die thema’s
Socrates: in dialoog gaan met de jongeren
Opvoeden verandert constant, daarom gaan we de opvoeding van vandaag vergelijken met die van
vroeger. De tijd waarin je bent opgevoed is vaak heel belangrijk. Je blijft er soms inzitten, daarom is
het soms moeilijk om mee te gaan met de recentere opvoeding. Je gaat vaak onbewust teruggrijpen
naar hoe je bent opgevoed, en die dingen ook toepassen in je eigen manier van opvoeden. Het is
generatiegerelateerd.
Ook sociale media speelt vandaag een grote rol. De moeilijkheid bij onze ouders en grootouders is
omdat ze soms de dingen niet begrijpen, ze hebben het zelf niet meegemaakt en hebben dus geen
referentiekader om naar terug te grijpen.
2. Wat is opvoeden/pedagogiek?
Opvoeden is grootbrengen adhv bepaalde waarden en normen. Je moet de ruimte geven om je kind
zelf dingen te laten ontdekken.
Er zijn vaak combinaties van opvoedingsstijlen. Je stemt je opvoeding af naargelang je een peuter of
adolescent opvoedt. Opvoeden is vooral ondersteunen en begeleiden (bv. leren omgaan met geld).
Pedagogiek: opvoeden (de wetenschap)
Pedagogie: begeleiden van mensen
3 niveau’s van pedagogisch handelen:
- Theorie: de wetenschap (bv. een boek)
- Praktijktheorie: gebaseerd op een theoretisch concept (iemand anders geeft advies)
- Praktijk: hoe handelen we? (geen achtergrond, we doen wat we denken dat goed is)
Opvoedingswetenschap: we weten dat de democratische opvoedingsstijl beter werkt dan de
autoritaire opvoedingsstijl.
, SOC.AGOGIE
K
3. Pedagogiek als wetenschap AGOGIEK
3.1. Deelwetenschappen
PSYCHOAGOGI
Kinderen en jongeren: pedagogie(k) EK
Volwassenen: andragogiek
ORTHOAGOGI
Ouderen: gerontagogiek PEDAGOGIEK EK
3.2 Deelwetenschappen van de agogiek volgens studieobject
Object van onderzoek Deelwetenschap
(wat wordt bestudeerd?)
Mens in nood Orthopedagogiek
Maatschappelijke problematiek van begeleiden Sociale agogiek
Mens in psychische nood Psychoagogiek
Kind en jongere begeleiden naar volwassenheid Pedagogiek
3.3 Hulpwetenschappen
Hulpwetenschap is een wetenschap waarvan de inzichten helpen voor de theorievorming van een
andere wetenschap, in dit geval de pedagogiek. Wetenschappen zijn met elkaar gerelateerd!
Bv. Wat gebruiken kleuterleidsters om jonge kinderen iets aan te leren? psychologische inzichten
Bv. Wat als je antibiotica krijgt, wat eet je het best? biologische inzichten
Psychologie Pedagogie
Historisch nastreven van waardenvrije Historisch gebonden aan levensbeschouwelijke
benadering stromingen
Wetenschap van het beschrijven Terrein van de praktijk
Handelingswetenschap (moeilijk te definiëren
als wetenschap omdat het waardegebonden is!)
3.4 Multidisciplinariteit en interdisciplinariteit
Multidisciplinariteit:
Mensen gebruiken kennis uit verschillende disciplines om diagnoses te stellen/behandelingen uit te
voeren, maar de eigenheid van de disciplines wordt wel bewaard.
Bv. Op school wil men een kind helpen met een logopedist, ergotherapeut, …
Een multidisciplinaire activiteit is een activiteit, zoals bepaalde vormen van wetenschap en kunst,
waarbij kennis vanuit meerdere disciplines gecombineerd wordt ingezet om de activiteit te voltooien.
,Interdisciplinariteit:
Samenwerking met verschillende disciplines
Overnemen van elkaars takenpakket met een algemeen doel
3.5 Denkkaders in de pedagogiek
Voorbeelden:
Behavioristische benadering
vb straffen en belonen als gekend thema
Cognitieve leertheoretische benadering
vb Piaget
Sociaal constructivistische benadering
zie hoofdstuk 2: Vygotsky
Denkkader/paradigma
= geheel van aannames, principes, uitgangspunten, overtuigingen aan de basis van de manier
waarop naar pedagogiek gekeken wordt.
Hulpwetenschappen:
- Sociale pedagogiek
- Onderwijspedagogiek
- Klinische pedagogiek
- Gezinspedagogiek
- Theoretische pedagogiek
- Forensische pedagogiek
- Historische pedagogiek
, Theoretische pedagogiek
1. Driestromenland
Personalistische of geesteswetenschappelijke stroming
Het idee was van “We moeten onze kinderen beschermen”. Dit zal hen helpen om ze
zelfstandiger door het leven laten gaan (goed de sterktes en zwaktes weten).
Christelijke visie
Empirisch-analytische stroming
We willen onze kinderen veel kennis bijbrengen, de wetenschap zal hen hierbij helpen. Onze
kennis zal helpen.
Liberale visie
Kritisch-emancipatorische stroming
We moeten kinderen en jongeren leren wat onrecht is in de maatschappij, zodat ze beseffen
wat fout is en ze hiervoor kunnen opkomen. Ze moeten zich inzetten tegen ongelijkheid.
Socialistische visie
2. De personalistische of geesteswetenschappelijke pedagogiek (het kind mag in het midden
staan)
De grondlegger: W. Dilthey maakte voor het eerst een onderscheid tussen natuurwetenschap en
geesteswetenschap.
Natuurwetenschappen Geesteswetenschappen
Bestudeert de objectieve natuur Bestudeert de mens
Objectief waarneembare gegevens Geest bestudeert zichzelf
Rede, emotie, invoeling
2.1. Centraal staan…
- Uniciteiteit van het kind (wat vindt het kind belangrijk?, wat heeft hij nodig?)
- Opvoedingspraktijk
- Pedagogische relatie van opvoeder en kind
Ze verzetten zich tegen alles wat strikt wetenschappelijk is. De mens is niet te definiëren als een
machine.
2.2. Belangrijke begrippen
Het uitgangspunt is de opvoedingspraktijk (dagelijkse werkelijkheid). Men gaat geen vaste tips
voorstellen (dit bij dat probleem). De opvoeder is mee betrokken en verantwoordelijk, hij staat dus
niet aan de zijlijn toe te kijken.
Het doel is dat de kinderen later zelfstandig kunnen zijn. We gaan ze dus vaardigheden aanleren die
passen bij het kind. We vertrekken vanuit het individuele verhaal. Wat heeft het kind nodig om
zelfstandig te zijn?