Gerechtelijk privaatrecht:
Inleiding
Burgerlijk recht = materieel privaatrecht = inhoudelijk
ó Privaatrechtelijk procesrecht = als er discussie is over de toepassing vh materieel privaatrecht
Illustratie – dia 13:
è Recht van verdediging komt onder druk te staan
è Beginsel van de partijautonomie/ beschikkingsbeginsel komt ook onder druk te staan
= partijen beslissen de procedure & waarvoor het zal gaan (in burgerlijke geschillen)
Gelijk hebben
ó Gelijk krijgen
Vb hiervan uit consumentenrecht:
Bart koopt nieuwe gsm bij mediamarkt, maar een week later werkt hij al niet meer. Hij kan beroep
doen op de wettelijke garantie (= goed aankopen en binnen de 2j werkt dat goed niet meer, dan zal
het bedrijf het goed moeten herstellen/ nieuwe geven/ vergoeding geven)
ð Garantie geldt enkel voor mankementen die buiten de controle vd eigenaar vallen (dus geen
schade door eigen handelingen)
! de ene partij mag het recht niet in eigen handen nemen vd andere partij
BEGRIPPEN KENNEN – dia 24
Verloop procedure:
- Inleiding geding
§ Dagvaarding: juridisch document dat uitgaat vd eisende partij met behulp van advocaat
met beschrijving vh probleem en wat de eisende partij verwacht (gebeurd via
gerechtsdeurwaarder adhv kennisgeving)
+ in de dagvaarding staat datum vd inleidende zitting
- Inleidende zitting
= de eerste ontmoeting met de rechter, dan start het echt
§ 2 opties: lange of korte procedure
è Bij kort is het direct duidelijk wie gelijk heeft
Vb: factuur vergeten betalen
- Conclusies
= schriftelijke standpunten, feitelijk en juridisch & ze vragen aan de rechter om iets concreet
- Pleitzitting
= zitting voor de rechter, de zaak wordt mondeling behandeling voor de rechtbank
§ Beide personen moeten aanwezig zijn
§ Rechters kunnen passief zijn, partijen moeten standpunten verdedigen
§ Rechters kunnen actief zijn, ze zijn duidelijk op de hoogte en de rechter stelt vooral nog
vragen
ð Hij sluit het debat en neemt de zaak in beraadt
- Uitspraak
= beslissing die wordt uitgegoten in een:
§ Vonnis (= van rechters)
, § Arrest (= van hoven/ hogere RC’s)
è Rechter duidt soms een deskundige aan, en onderbouwt zijn uitspraak
- Hoger beroep
= ingaan tegen de uitspraak van de rechter
BEGRIPPEN – dia 42!!
Les 2: (online)
Leerstuk 1: situering van het gerechtelijk privaatrecht
1. Vindplaats van het gerechtelijk privaatrecht
• Internationale verdragen
• De grondwet
• Specifieke wetten
• Algemene rechtsbeginselen
• Gebruiken
• RS & RL
2. Kenmerken van het gerechtelijk privaatrecht
- Formeel recht (=regelt hoe materiële rechten worden afgedwongen via de rechter)
! Het recht in eigen handen nemen is verboden
ó Materieel recht: de inhoudelijke rechten & plichten van (rechts) personen
- Ruimer dan procesregels, namelijk ook regels over rechtsvorderingen, rechterlijke
organisatie en bevoegdheden
- Dienende functie (= ondersteunt materieel recht)
- Autonome rechtstak (= eigen principes & regelgeving)
- Dynamisch karakter (= evolueert mee met de maatschappij)
- Nationaal karakter (= geldt enkel voor Belgische rechtscolleges)
Verschillende rechtsregels:
§ Openbare orde: ter bescherming vh algemeen belang
§ Dwingend recht: ter bescherming van specifieke private belangen
§ Aanvullend recht
! Het burgerlijk proces = van accusatoir aard (= het initiatief ligt bij de partijen, zij bepalen waarover
het geding zal gaan en zorgen voor het bewijs
ó het strafproces is inquisitoir (= actieve rol vd rechter, hij zoekt zelf naar bewijsmateriaal, stelt
vragen en bepaalt het verloop vd procedure)
3. Toepassingsgebied van het gerechtelijk privaatrecht
• Geschil: een betwisting over subjectieve rechten, ook zonder rechtszaak.
• Geding: de rechtsprocedure voor de rechtbank, vanaf dagvaarding tot vonnis/arrest.
• Procedure (rechtspleging): het geheel van regels en stappen binnen een geding.
• Hangend/aanhangig: status van een geding tijdens de procedure.
, • Geding inleidende akte: document waarmee een geding wordt gestart (bv. dagvaarding,
verzoekschrift).
• Einde van het geding: de rechter beslecht het geschil met een uitspraak.
3.1 Toepassingsgebied ratione personae (= persoonlijk toepassingsgebied)
Van toepassing op elke rechtsbekwame rechtssubject
- Natuurlijke/ rechtspersoon die kan genieten van zijn rechten of plichten
3.2 Toepassingsgebied ratione materiae (=materieel toepassingsgebied)
Contentieux: geschillen
1) Subjectief contentieux: geschillen over subjectieve rechten, de concrete geschillen die een
persoon kan inroepen
Vb: burgerlijk procesrecht (= burgerlijke geschillen)
ð Taak van de hoven en RB, ook recht om een schadevergoeding te eisen van de overheid is
hun taak
Art 2 Ger. w. -> Ger. w. is van toepassing op alle rechtsplegingen maar als zou blijken dat er andere/
specifiekere wetgeving afwijkt daarover dan krijgt deze voorrang
2) Objectief contentieux: wettelijkheid van handelingen die door de overheid zijn gesteld, men
vindt dat een handeling die door de overheid is gesteld niet wettelijk is
ð Men wil de handeling vernietigen
3.3 Toepassingsgebied ratione temporis (= op welk moment van toepassing, de werking in de
tijd)
a) Het principe van de onmiddellijke toepassing van nieuwe wetgeving
- Dynamisch recht -> de wetgeving evolueert mee met de maatschappij
Vanaf wanneer moeten we de nieuwe regel gaan toepassen?
Art 3 Ger. w.: de nieuwe wetten over de rechterlijke organisatie/ bevoegdheid/ rechtspleging
ð Nieuwe wetgeving is onmiddellijk van toepassing op het hangend rechtsgeding
ð Geen invloed op eerdere RH die op een geldige manier werden gesteld
! TENZIJ overgangsbepalingen zouden vastgesteld zijn
b) Wat is een hangend rechtsgeding?
Hangend: vanaf de gedinginleidende akte (bvb dagvaarding, verzoekschrift) tot de uitspraak vd
rechter (vonnis of arrest
Rechtsgeding: procedure die voor de rechtbank wordt gevoerd en waarover nog uitspraak moet
worden gedaan door de rechter
ð Blijft hangend tot het eindvonnis is uitgesproken
Procedureverloop (in 1e aanleg)
1) Geschil
2) Betekening vd dagvaarding aan de verweerder
3) Zaak wordt ingeschreven op de rol van de RB (de zaak is vanaf nu aanhangig)
Rol: openbare lijst met zaken die aanhangig zijn bij een bepaald RC
4) Inleidende zitting bij de RB
è Conclusies worden uitgewisseld (verweerder moet starten en eindigen)
5) Rechtsdag: zaak wordt gepleit
6) Eindvonnis
, ð Zaak is hangend vanaf de betekening tot dat het eindvonnis is uitgesproken
ð Hangend komt vd middeleeuwen, tijdens een proces werd er een zak opgehangen en zolang
die zak daar ging was het proces bezig
3.4 Toepassingsgebied ratione loci (= plaats van toepassing)
- Nationaal karakter (= binnen de landsgrenzen)
MAAR grensoverschrijdende rechtsprocedures zijn soms mogelijk
4. Basisbeginselen van het gerechtelijk privaatrecht
De volgende rechten zijn subjectieve rechten die essentieel zijn, als ze geschonden worden moeten
ze gesanctioneerd worden (= fundamentele grondrechten)
4.1 De rechten van verdediging
= fundamenteel grondrecht en algemeen rechtsbeginsel in het gerechtelijk recht.
- In principe ongeschreven
Uitzondering: vb: art 6 EVRM.
4.2 Het recht op een toegang tot de rechter
= recht op vrije en kosteloze toegang tot het gerecht.
ð Burger moet altijd een rechtsgeding kunnen starten om zijn subjectieve rechten te kunnen
laten handhaven omdat ‘eigenrichting’ verboden is
Bij mensen die in een financieel moeilijkere situatie zitten lost de overheid dit op door rechtsbijstand
of door de juridische bijstand
Rechtsbijstand: tegemoetkomen in de kosten van de procedure
Zie art 559ter & 664 Ger. w.
ó Juridische bijstand: eerste (=advies) en tweedelijns (=prodeo advocaat) bijstand
Zie art 508/1 - /23 Ger w.
Elke rechter is uitdrukkelijk verplicht om ‘recht te spreken’
Zie art 5 Ger. w.
ð Verhaal op de rechter is mogelijk als hij dit niet doet (= schadevergoeding op de rechter)
! Als de rechtsgeschillen moeten worden beslecht dan is de toegang nodig en de garantie van
uitspraak is zeker ook van belang
è Als dit niet gebeurt komt het materieel recht in gedrang
Beperkingen door de wetgever zijn mogelijk
- Voorwaarden om naar de rechter te gaan
Vb: termijn, belang aantonen,...
maar de kern mag niet in gedrang komen
! Beperkingen door partijen zijn NOOIT mogelijk, het is van openbare orde
4.3 Het recht op een onpartijdige rechte
= geen (schijn van) vooringenomenheid
- Het heeft betrekking op de rechtsmacht
Inleiding
Burgerlijk recht = materieel privaatrecht = inhoudelijk
ó Privaatrechtelijk procesrecht = als er discussie is over de toepassing vh materieel privaatrecht
Illustratie – dia 13:
è Recht van verdediging komt onder druk te staan
è Beginsel van de partijautonomie/ beschikkingsbeginsel komt ook onder druk te staan
= partijen beslissen de procedure & waarvoor het zal gaan (in burgerlijke geschillen)
Gelijk hebben
ó Gelijk krijgen
Vb hiervan uit consumentenrecht:
Bart koopt nieuwe gsm bij mediamarkt, maar een week later werkt hij al niet meer. Hij kan beroep
doen op de wettelijke garantie (= goed aankopen en binnen de 2j werkt dat goed niet meer, dan zal
het bedrijf het goed moeten herstellen/ nieuwe geven/ vergoeding geven)
ð Garantie geldt enkel voor mankementen die buiten de controle vd eigenaar vallen (dus geen
schade door eigen handelingen)
! de ene partij mag het recht niet in eigen handen nemen vd andere partij
BEGRIPPEN KENNEN – dia 24
Verloop procedure:
- Inleiding geding
§ Dagvaarding: juridisch document dat uitgaat vd eisende partij met behulp van advocaat
met beschrijving vh probleem en wat de eisende partij verwacht (gebeurd via
gerechtsdeurwaarder adhv kennisgeving)
+ in de dagvaarding staat datum vd inleidende zitting
- Inleidende zitting
= de eerste ontmoeting met de rechter, dan start het echt
§ 2 opties: lange of korte procedure
è Bij kort is het direct duidelijk wie gelijk heeft
Vb: factuur vergeten betalen
- Conclusies
= schriftelijke standpunten, feitelijk en juridisch & ze vragen aan de rechter om iets concreet
- Pleitzitting
= zitting voor de rechter, de zaak wordt mondeling behandeling voor de rechtbank
§ Beide personen moeten aanwezig zijn
§ Rechters kunnen passief zijn, partijen moeten standpunten verdedigen
§ Rechters kunnen actief zijn, ze zijn duidelijk op de hoogte en de rechter stelt vooral nog
vragen
ð Hij sluit het debat en neemt de zaak in beraadt
- Uitspraak
= beslissing die wordt uitgegoten in een:
§ Vonnis (= van rechters)
, § Arrest (= van hoven/ hogere RC’s)
è Rechter duidt soms een deskundige aan, en onderbouwt zijn uitspraak
- Hoger beroep
= ingaan tegen de uitspraak van de rechter
BEGRIPPEN – dia 42!!
Les 2: (online)
Leerstuk 1: situering van het gerechtelijk privaatrecht
1. Vindplaats van het gerechtelijk privaatrecht
• Internationale verdragen
• De grondwet
• Specifieke wetten
• Algemene rechtsbeginselen
• Gebruiken
• RS & RL
2. Kenmerken van het gerechtelijk privaatrecht
- Formeel recht (=regelt hoe materiële rechten worden afgedwongen via de rechter)
! Het recht in eigen handen nemen is verboden
ó Materieel recht: de inhoudelijke rechten & plichten van (rechts) personen
- Ruimer dan procesregels, namelijk ook regels over rechtsvorderingen, rechterlijke
organisatie en bevoegdheden
- Dienende functie (= ondersteunt materieel recht)
- Autonome rechtstak (= eigen principes & regelgeving)
- Dynamisch karakter (= evolueert mee met de maatschappij)
- Nationaal karakter (= geldt enkel voor Belgische rechtscolleges)
Verschillende rechtsregels:
§ Openbare orde: ter bescherming vh algemeen belang
§ Dwingend recht: ter bescherming van specifieke private belangen
§ Aanvullend recht
! Het burgerlijk proces = van accusatoir aard (= het initiatief ligt bij de partijen, zij bepalen waarover
het geding zal gaan en zorgen voor het bewijs
ó het strafproces is inquisitoir (= actieve rol vd rechter, hij zoekt zelf naar bewijsmateriaal, stelt
vragen en bepaalt het verloop vd procedure)
3. Toepassingsgebied van het gerechtelijk privaatrecht
• Geschil: een betwisting over subjectieve rechten, ook zonder rechtszaak.
• Geding: de rechtsprocedure voor de rechtbank, vanaf dagvaarding tot vonnis/arrest.
• Procedure (rechtspleging): het geheel van regels en stappen binnen een geding.
• Hangend/aanhangig: status van een geding tijdens de procedure.
, • Geding inleidende akte: document waarmee een geding wordt gestart (bv. dagvaarding,
verzoekschrift).
• Einde van het geding: de rechter beslecht het geschil met een uitspraak.
3.1 Toepassingsgebied ratione personae (= persoonlijk toepassingsgebied)
Van toepassing op elke rechtsbekwame rechtssubject
- Natuurlijke/ rechtspersoon die kan genieten van zijn rechten of plichten
3.2 Toepassingsgebied ratione materiae (=materieel toepassingsgebied)
Contentieux: geschillen
1) Subjectief contentieux: geschillen over subjectieve rechten, de concrete geschillen die een
persoon kan inroepen
Vb: burgerlijk procesrecht (= burgerlijke geschillen)
ð Taak van de hoven en RB, ook recht om een schadevergoeding te eisen van de overheid is
hun taak
Art 2 Ger. w. -> Ger. w. is van toepassing op alle rechtsplegingen maar als zou blijken dat er andere/
specifiekere wetgeving afwijkt daarover dan krijgt deze voorrang
2) Objectief contentieux: wettelijkheid van handelingen die door de overheid zijn gesteld, men
vindt dat een handeling die door de overheid is gesteld niet wettelijk is
ð Men wil de handeling vernietigen
3.3 Toepassingsgebied ratione temporis (= op welk moment van toepassing, de werking in de
tijd)
a) Het principe van de onmiddellijke toepassing van nieuwe wetgeving
- Dynamisch recht -> de wetgeving evolueert mee met de maatschappij
Vanaf wanneer moeten we de nieuwe regel gaan toepassen?
Art 3 Ger. w.: de nieuwe wetten over de rechterlijke organisatie/ bevoegdheid/ rechtspleging
ð Nieuwe wetgeving is onmiddellijk van toepassing op het hangend rechtsgeding
ð Geen invloed op eerdere RH die op een geldige manier werden gesteld
! TENZIJ overgangsbepalingen zouden vastgesteld zijn
b) Wat is een hangend rechtsgeding?
Hangend: vanaf de gedinginleidende akte (bvb dagvaarding, verzoekschrift) tot de uitspraak vd
rechter (vonnis of arrest
Rechtsgeding: procedure die voor de rechtbank wordt gevoerd en waarover nog uitspraak moet
worden gedaan door de rechter
ð Blijft hangend tot het eindvonnis is uitgesproken
Procedureverloop (in 1e aanleg)
1) Geschil
2) Betekening vd dagvaarding aan de verweerder
3) Zaak wordt ingeschreven op de rol van de RB (de zaak is vanaf nu aanhangig)
Rol: openbare lijst met zaken die aanhangig zijn bij een bepaald RC
4) Inleidende zitting bij de RB
è Conclusies worden uitgewisseld (verweerder moet starten en eindigen)
5) Rechtsdag: zaak wordt gepleit
6) Eindvonnis
, ð Zaak is hangend vanaf de betekening tot dat het eindvonnis is uitgesproken
ð Hangend komt vd middeleeuwen, tijdens een proces werd er een zak opgehangen en zolang
die zak daar ging was het proces bezig
3.4 Toepassingsgebied ratione loci (= plaats van toepassing)
- Nationaal karakter (= binnen de landsgrenzen)
MAAR grensoverschrijdende rechtsprocedures zijn soms mogelijk
4. Basisbeginselen van het gerechtelijk privaatrecht
De volgende rechten zijn subjectieve rechten die essentieel zijn, als ze geschonden worden moeten
ze gesanctioneerd worden (= fundamentele grondrechten)
4.1 De rechten van verdediging
= fundamenteel grondrecht en algemeen rechtsbeginsel in het gerechtelijk recht.
- In principe ongeschreven
Uitzondering: vb: art 6 EVRM.
4.2 Het recht op een toegang tot de rechter
= recht op vrije en kosteloze toegang tot het gerecht.
ð Burger moet altijd een rechtsgeding kunnen starten om zijn subjectieve rechten te kunnen
laten handhaven omdat ‘eigenrichting’ verboden is
Bij mensen die in een financieel moeilijkere situatie zitten lost de overheid dit op door rechtsbijstand
of door de juridische bijstand
Rechtsbijstand: tegemoetkomen in de kosten van de procedure
Zie art 559ter & 664 Ger. w.
ó Juridische bijstand: eerste (=advies) en tweedelijns (=prodeo advocaat) bijstand
Zie art 508/1 - /23 Ger w.
Elke rechter is uitdrukkelijk verplicht om ‘recht te spreken’
Zie art 5 Ger. w.
ð Verhaal op de rechter is mogelijk als hij dit niet doet (= schadevergoeding op de rechter)
! Als de rechtsgeschillen moeten worden beslecht dan is de toegang nodig en de garantie van
uitspraak is zeker ook van belang
è Als dit niet gebeurt komt het materieel recht in gedrang
Beperkingen door de wetgever zijn mogelijk
- Voorwaarden om naar de rechter te gaan
Vb: termijn, belang aantonen,...
maar de kern mag niet in gedrang komen
! Beperkingen door partijen zijn NOOIT mogelijk, het is van openbare orde
4.3 Het recht op een onpartijdige rechte
= geen (schijn van) vooringenomenheid
- Het heeft betrekking op de rechtsmacht