Samengevat pedagogiek periode 1.1
Hoofdstuk1.2
Pedagogische opdracht: waartoe willen wij de kinderen opvoeden? Het handelen waarbij de
leraar doelbewust werkt aan maatschappelijke en ontwikkelingsgerichte leerdoelen ronde
waardengerichte vorming, opvoeden, burgerschap en sociale competentie.
Pedagogie: pais (kind) en agogein (leiden). Padeid → het leiden of begeleiden van kinderen.
- De taak van de schaal, de leerlingen voor te bereiden op het leven in een democratische
samenleving.
- De relatie tussen onderwijs en levensbeschouwing
- De manier waarop volwassenen en kinderen in de school met elkaar om gaan.
wereld
Het geheel van de opvoeding
Hoofdstuk 1.3
School: pedagogische mens
Kind en de natuurlijke opdracht, onderwijs, kind
opvoeders (ouders) en professionele opvoeder doel:
menswording
Mens in ontwikkeling
Vertrekpunt … en … doel. Creator, keuzevrijheid, verantwoording dragen, betekenis geven, zin
zoeken en zin geven.
Kenmerken van het mens zijn:
- Creator: het zelf nieuwe dingen kunnen bedenken en maken. Het is onderdeel van de
wereld om hem heen.
- Keuzenvrijheid hebben: wat vinden wij belangrijk? We maken daar onderscheid in.
Prioriteiten en wat heeft invloed op keuzes (normen en waarden) zelf invloed hebben in
welke kant ons leven op gaat.
- Verantwoordelijkheid kunnen dragen: hoe ga je om met je omgeving, natuur en
medemens?
- Betekenissen geven: het ordenen van dingen, zoals talen. We geven iets een naam en
geven dat weer door.
- Zin zoeken en zin geven: wat is ons doel en waarom leven we? Waar en waarom?
“Capabilities” – benadering volgens Nussbaum
, 3 kernideeën
1. Ieder mens is uniek met eigen talenten en mogelijkheden een omgeving die zorg, hulp,
liefde en vriendschap bieden zijn onmisbaar voor de ontwikkelingen van deze
mogelijkheden en talenten.
2. Ieder mens is zelf verantwoordelijk voor dit proces.
3. Een goede samenleving is een samenleving die iedereen de kans geeft om zijn
capaciteiten te ontwikkelen.
De fundamentele ‘capabilities’ die een volwaardig menselijk bestaan maken.
1. Leven (normale duur)
2. Lichamelijke gezondheid
3. Lichamelijke onschendbaarheid (geen geweld en vrijheid met voortplanting en seksuele
acties)
4. Zintuigen, verbeeldingskracht en denken (educatie, lezen, schrijven, vrijheid van
meningsuiting)
5. Gevoelens
6. Praktisch inzicht
7. Sociale banden
8. In staat zijn om te leven met zorg en in relatie met dieren, planten en de wereld
9. Spel → lachen, spelen en genieten van reactieve activiteiten
10. Vormgeven van eigen omgeving
Volgens Nussbaum zijn emoties onmisbaar in het leven. Emoties geven aan wat voor ons
belangrijk zijn en wat ons kwetsbaar maakt. Door deze emoties te leren kennen, ontdekken we
wat voor ons belangrijk is.
Hoofdstuk1.6
Opvoeden: het ondersteunen van de leer om “een zelf” te worden. Een eigen relatie met de
wereld → met anderen, de natuur en cultuur. De opvoeder leert het kind om te gaan met
aangesproken te worden. Je bent er nooit alleen voor jezelf ook moet je het leren om met
verlangen om te gaan: is wat jij wilt alleen goed voor jezelf of ook voor anderen en de wereld om
jou heen?
“Onderwijs is niet het vullen van een emmer, maar het ontsteken van een vlam.”
Opvoeden: hoe een kind iets leert: ervaringen opdoen
Dit is afhankelijk van de aard van het kind, ontwikkelingsniveau en hoe gevoelig het is voor
invloed van volwassenen. Er zijn periodes in het leven van een kind waar deze invloed
tegenstrijdig werkt. Rond 2 á 3-jarige en adolescentiefase (pubertijd)
Opvoeden: de opvoeder die invloed uitoefent
Hoofdstuk1.2
Pedagogische opdracht: waartoe willen wij de kinderen opvoeden? Het handelen waarbij de
leraar doelbewust werkt aan maatschappelijke en ontwikkelingsgerichte leerdoelen ronde
waardengerichte vorming, opvoeden, burgerschap en sociale competentie.
Pedagogie: pais (kind) en agogein (leiden). Padeid → het leiden of begeleiden van kinderen.
- De taak van de schaal, de leerlingen voor te bereiden op het leven in een democratische
samenleving.
- De relatie tussen onderwijs en levensbeschouwing
- De manier waarop volwassenen en kinderen in de school met elkaar om gaan.
wereld
Het geheel van de opvoeding
Hoofdstuk 1.3
School: pedagogische mens
Kind en de natuurlijke opdracht, onderwijs, kind
opvoeders (ouders) en professionele opvoeder doel:
menswording
Mens in ontwikkeling
Vertrekpunt … en … doel. Creator, keuzevrijheid, verantwoording dragen, betekenis geven, zin
zoeken en zin geven.
Kenmerken van het mens zijn:
- Creator: het zelf nieuwe dingen kunnen bedenken en maken. Het is onderdeel van de
wereld om hem heen.
- Keuzenvrijheid hebben: wat vinden wij belangrijk? We maken daar onderscheid in.
Prioriteiten en wat heeft invloed op keuzes (normen en waarden) zelf invloed hebben in
welke kant ons leven op gaat.
- Verantwoordelijkheid kunnen dragen: hoe ga je om met je omgeving, natuur en
medemens?
- Betekenissen geven: het ordenen van dingen, zoals talen. We geven iets een naam en
geven dat weer door.
- Zin zoeken en zin geven: wat is ons doel en waarom leven we? Waar en waarom?
“Capabilities” – benadering volgens Nussbaum
, 3 kernideeën
1. Ieder mens is uniek met eigen talenten en mogelijkheden een omgeving die zorg, hulp,
liefde en vriendschap bieden zijn onmisbaar voor de ontwikkelingen van deze
mogelijkheden en talenten.
2. Ieder mens is zelf verantwoordelijk voor dit proces.
3. Een goede samenleving is een samenleving die iedereen de kans geeft om zijn
capaciteiten te ontwikkelen.
De fundamentele ‘capabilities’ die een volwaardig menselijk bestaan maken.
1. Leven (normale duur)
2. Lichamelijke gezondheid
3. Lichamelijke onschendbaarheid (geen geweld en vrijheid met voortplanting en seksuele
acties)
4. Zintuigen, verbeeldingskracht en denken (educatie, lezen, schrijven, vrijheid van
meningsuiting)
5. Gevoelens
6. Praktisch inzicht
7. Sociale banden
8. In staat zijn om te leven met zorg en in relatie met dieren, planten en de wereld
9. Spel → lachen, spelen en genieten van reactieve activiteiten
10. Vormgeven van eigen omgeving
Volgens Nussbaum zijn emoties onmisbaar in het leven. Emoties geven aan wat voor ons
belangrijk zijn en wat ons kwetsbaar maakt. Door deze emoties te leren kennen, ontdekken we
wat voor ons belangrijk is.
Hoofdstuk1.6
Opvoeden: het ondersteunen van de leer om “een zelf” te worden. Een eigen relatie met de
wereld → met anderen, de natuur en cultuur. De opvoeder leert het kind om te gaan met
aangesproken te worden. Je bent er nooit alleen voor jezelf ook moet je het leren om met
verlangen om te gaan: is wat jij wilt alleen goed voor jezelf of ook voor anderen en de wereld om
jou heen?
“Onderwijs is niet het vullen van een emmer, maar het ontsteken van een vlam.”
Opvoeden: hoe een kind iets leert: ervaringen opdoen
Dit is afhankelijk van de aard van het kind, ontwikkelingsniveau en hoe gevoelig het is voor
invloed van volwassenen. Er zijn periodes in het leven van een kind waar deze invloed
tegenstrijdig werkt. Rond 2 á 3-jarige en adolescentiefase (pubertijd)
Opvoeden: de opvoeder die invloed uitoefent