Het bio-analytisch practicum combineert drie onderzoeksdomeinen:
toxicologie, bromatologie en medische biochemie. Ze delen
gemeenschappelijke technieken zoals staalopzuivering en analytische
methoden, maar verschillen in hun specifieke toepassingen.
Het werk van een toxicoloog, levensmiddelenchemist,
kwaliteitsverantwoordelijke of klinisch bioloog omvat vier fasen:
1. Screening – nagaan of relevante stoffen aanwezig zijn in een staal.
2. Identificatie en confirmatie – vaststellen welke stoffen aanwezig
zijn, onderscheidend van lichaamseigen componenten.
3. Kwantificatie – bepalen van de concentratie van de
geïdentificeerde stoffen.
4. Interpretatie – beoordelen van de resultaten in hun context.
Hiervoor worden diverse analytische technieken gebruikt, waaronder
immunoassays, chromatografische methoden (DLC, HPLC, GC) en
detectoren zoals MS, DAD en FTIR.
Daarnaast winnen moderne technieken zoals capillaire elektroforese
(CE/CZE) en LC-MS aan belang in de bio-analytische analyse.
1. Screening:
De screening is de eerste stap in een systematische bio-analyse
Doel: snel bepalen of stof aanwezig is (=drugs, GM, contaminanten,
residuen,..)
Spottesten en kleurreacties: bestaat, maar minder betrouwbaar
dr mogelijke
interferenties (→ vals-positieven of vals-
negatieven)
Immunoassay: - Eerste keuze
- gevoelig, snel en gemakkelijk te automatiseren
(= eenvoudige extractieprocedure)
- kleine hoeveelheid staal nodig
Matrix: => Urine: eerste keuze, gebruik bij screening
=> Bloed: gebruikt bij analyse van methanol of
acetonitril
Kenmerken immunoassays:
o Hoge gevoeligheid
, o Matige specificiteit
=> geschikt voor opsporen v groepen verwante stoffen (bv.
amfetamines)
Belangrijkste immunoassay-technieken:
o EMIT (Enzyme Multiplied Immunoassay Technique)
o ELISA (Enzyme-Linked Immunosorbent Assay)
o RIA (Radioimmunoassay)
o FPIA (Fluorescence Polarization Immunoassay)
2. Identificatie en confirmatie:
Bevestiging van het positieve resultaat
Exacte identificatie van verantwoordelijke stof
Aantonen dat geen andere relevante componenten aanwezig
zijn
2.1Extractie
Extractie- en opzuiveringsstap nodig doordat
biologische stalen vaak lage concentraties v
stof bevatten & veel storende stoffen bevatten
Vloeistof-vloeistofextractie (LLE):
o Klassieke methode, nog veel gebruikt in toxicologische labo’s.
o Eénstapsextractie geeft vaak een goed rendement, maar
terugextractie kan nodig zijn voor zuiverheid.
o Optimalisatie door: pH-aanpassing, keuze van solvent, en
hydrolysestap (om bindingen te verbreken)
Vaste-fase-extractie (SPE):
o Wordt steeds populairder wegens gemakkelijk gebruik en
automatisering.
o Gebruikt kolommen met silica of gebonden fasen,
vergelijkbaar met HPLC (= vloeistofchromatografie; silica of
gevonden fasen)
toxicologie, bromatologie en medische biochemie. Ze delen
gemeenschappelijke technieken zoals staalopzuivering en analytische
methoden, maar verschillen in hun specifieke toepassingen.
Het werk van een toxicoloog, levensmiddelenchemist,
kwaliteitsverantwoordelijke of klinisch bioloog omvat vier fasen:
1. Screening – nagaan of relevante stoffen aanwezig zijn in een staal.
2. Identificatie en confirmatie – vaststellen welke stoffen aanwezig
zijn, onderscheidend van lichaamseigen componenten.
3. Kwantificatie – bepalen van de concentratie van de
geïdentificeerde stoffen.
4. Interpretatie – beoordelen van de resultaten in hun context.
Hiervoor worden diverse analytische technieken gebruikt, waaronder
immunoassays, chromatografische methoden (DLC, HPLC, GC) en
detectoren zoals MS, DAD en FTIR.
Daarnaast winnen moderne technieken zoals capillaire elektroforese
(CE/CZE) en LC-MS aan belang in de bio-analytische analyse.
1. Screening:
De screening is de eerste stap in een systematische bio-analyse
Doel: snel bepalen of stof aanwezig is (=drugs, GM, contaminanten,
residuen,..)
Spottesten en kleurreacties: bestaat, maar minder betrouwbaar
dr mogelijke
interferenties (→ vals-positieven of vals-
negatieven)
Immunoassay: - Eerste keuze
- gevoelig, snel en gemakkelijk te automatiseren
(= eenvoudige extractieprocedure)
- kleine hoeveelheid staal nodig
Matrix: => Urine: eerste keuze, gebruik bij screening
=> Bloed: gebruikt bij analyse van methanol of
acetonitril
Kenmerken immunoassays:
o Hoge gevoeligheid
, o Matige specificiteit
=> geschikt voor opsporen v groepen verwante stoffen (bv.
amfetamines)
Belangrijkste immunoassay-technieken:
o EMIT (Enzyme Multiplied Immunoassay Technique)
o ELISA (Enzyme-Linked Immunosorbent Assay)
o RIA (Radioimmunoassay)
o FPIA (Fluorescence Polarization Immunoassay)
2. Identificatie en confirmatie:
Bevestiging van het positieve resultaat
Exacte identificatie van verantwoordelijke stof
Aantonen dat geen andere relevante componenten aanwezig
zijn
2.1Extractie
Extractie- en opzuiveringsstap nodig doordat
biologische stalen vaak lage concentraties v
stof bevatten & veel storende stoffen bevatten
Vloeistof-vloeistofextractie (LLE):
o Klassieke methode, nog veel gebruikt in toxicologische labo’s.
o Eénstapsextractie geeft vaak een goed rendement, maar
terugextractie kan nodig zijn voor zuiverheid.
o Optimalisatie door: pH-aanpassing, keuze van solvent, en
hydrolysestap (om bindingen te verbreken)
Vaste-fase-extractie (SPE):
o Wordt steeds populairder wegens gemakkelijk gebruik en
automatisering.
o Gebruikt kolommen met silica of gebonden fasen,
vergelijkbaar met HPLC (= vloeistofchromatografie; silica of
gevonden fasen)