Hoofdstuk 3: pro sociaal gedrag
1 Onderliggende motieven van pro sociaal gedrag
Pro sociaal gedrag = handelingen die bijdragen aan het welzijn of het
welbevinden van een ander of anderen.
Altruïsme = het verrichten van een handeling ten gunste van een ander,
zonder daar zelf enig belang of voordeel bij te hebben.
Prosociaal gedrag kan gesteld worden, om zelf er iets uit te halen. Denk
bijvoorbeeld aan het helpen van een leuke medestudent in de hoop
zijn/haar nummer te krijgen. Altruïsme daarentegen is net het stellen van
prosociaal gedrag zonder daar zelf baat bij te hebben.
Genetische verwantschap:
- Bevoordelen van individuen met wie een groot deel genen gemeen
hebben = verwantschapselectie: hoe meer genen hulpverlener en
hulpontvanger gemeen hebben, hoe sneller er hulp geboden wordt.
- Geen dwingende kracht: bv adoptiekinderen: geen verschil met
eigen biologische kinderen => sociale correctie.
Dienst en wederdienst:
- Wederzijds altruïsme: samenwerken op basis van wederzijds
eigenbelang: iets voor een ander doen als vergoeding wat die
andere ooit voor jou gedaan heeft.
- Sociale uitwisselingstheorie: binnen relatie de verhouding tussen
baten en kosten bijhouden: materieel en immaterieel.
o Evenwicht afhankelijk van persoon tot persoon = individuele
vergelijkingsniveau = de norm die aangeeft waar voor een
bepaald individu het evenwicht ligt tussen kosten en baten.
o John Thibaut en Harold Kelley: mensen zijn rationele wezens
die een voorkeur hebben voor beloningen en baten, terwijl
kosten zoveel mogelijk gemeden worden. Volgens hun wordt in
iedere relatie continu de verhouding bijgehouden.
- Niet steeds een rationeel afwegingsproces: nood om te kunnen
rekenen op de medewerking van soortgenoten.
, Onberekende dienstbaarheid:
- Bij mensen heel wat hulpgedrag waar geen tegenprestatie wordt
verwacht => geld geven aan armen landen of doneren aan artsen
zonder grenzen.
- Waarom: empathie:
o Aanwezigheid van spiegelneuronen = zenuwcellen die niet
enkel vuren wanneer jezelf een emotie ervaart maar ook
wanneer je hetzelfde merkt bij anderen.
o Empathisch altruïsme = zich inleven in de situatie van een
ander.
o Empathie-altruïsme hypothese = Als empathie ontbreekt is het
verlenen van hulp het resultaat van een spontane afweging
van kosten en baten, maar naarmate je je meer gaat inleven in
de situatie van de ander, komt het belang van de
hulpontvanger op de eerste plaats en speelt het eigenbelang
hoogstens nog een ondergeschikte rol.
o Indien we iemand helpen omwille van een onaangename
waarneming bij onszelf = egoïstische reactie.
o Eigen ongemakkelijk gevoel willen wegnemen =
schijnempathie.
2 hulp bieden in noodsituaties
Vijf stappen naar het bieden van hulp:
Aanleiding voor heel wat onderzoek => moord op Kitty Genovese in 1964
- Op 13 maart 1964 keerde Kitty Genovese in de vroege ochtend
terug van haar werk. Bij het verlaten van haar wagen werd ze
aangevallen door een man, die haar meteen enkele mes- steken
toediende.
- Iemand riep door het raam: ‘Laat dat meisje met rust.’ De aanvaller
liep naar zijn wagen en deed alsof hij wegreed. Kitty Genovese
probeerde snikkend overeind te komen. Enkele minuten later keerde
de man terug en viel haar opnieuw aan.
- Niemand belde de politie of hielp het meisje. Nadat ze zich met veel
moeite tot bij haar flat gesleept had, daagde de aanvaller een derde
keer op. Toen verkrachtte hij haar en stak haar opnieuw met het
mes, tot ze dood achterbleef.
- Het hele gebeuren had ruim een halfuur geduurd. Vanaf de eerste
minuut had het slachtoffer om hulp geroepen. Achtendertig
volwassenen bekenden achteraf dat ze van bij het begin getuige
geweest waren van de gebeurtenissen.
1 Onderliggende motieven van pro sociaal gedrag
Pro sociaal gedrag = handelingen die bijdragen aan het welzijn of het
welbevinden van een ander of anderen.
Altruïsme = het verrichten van een handeling ten gunste van een ander,
zonder daar zelf enig belang of voordeel bij te hebben.
Prosociaal gedrag kan gesteld worden, om zelf er iets uit te halen. Denk
bijvoorbeeld aan het helpen van een leuke medestudent in de hoop
zijn/haar nummer te krijgen. Altruïsme daarentegen is net het stellen van
prosociaal gedrag zonder daar zelf baat bij te hebben.
Genetische verwantschap:
- Bevoordelen van individuen met wie een groot deel genen gemeen
hebben = verwantschapselectie: hoe meer genen hulpverlener en
hulpontvanger gemeen hebben, hoe sneller er hulp geboden wordt.
- Geen dwingende kracht: bv adoptiekinderen: geen verschil met
eigen biologische kinderen => sociale correctie.
Dienst en wederdienst:
- Wederzijds altruïsme: samenwerken op basis van wederzijds
eigenbelang: iets voor een ander doen als vergoeding wat die
andere ooit voor jou gedaan heeft.
- Sociale uitwisselingstheorie: binnen relatie de verhouding tussen
baten en kosten bijhouden: materieel en immaterieel.
o Evenwicht afhankelijk van persoon tot persoon = individuele
vergelijkingsniveau = de norm die aangeeft waar voor een
bepaald individu het evenwicht ligt tussen kosten en baten.
o John Thibaut en Harold Kelley: mensen zijn rationele wezens
die een voorkeur hebben voor beloningen en baten, terwijl
kosten zoveel mogelijk gemeden worden. Volgens hun wordt in
iedere relatie continu de verhouding bijgehouden.
- Niet steeds een rationeel afwegingsproces: nood om te kunnen
rekenen op de medewerking van soortgenoten.
, Onberekende dienstbaarheid:
- Bij mensen heel wat hulpgedrag waar geen tegenprestatie wordt
verwacht => geld geven aan armen landen of doneren aan artsen
zonder grenzen.
- Waarom: empathie:
o Aanwezigheid van spiegelneuronen = zenuwcellen die niet
enkel vuren wanneer jezelf een emotie ervaart maar ook
wanneer je hetzelfde merkt bij anderen.
o Empathisch altruïsme = zich inleven in de situatie van een
ander.
o Empathie-altruïsme hypothese = Als empathie ontbreekt is het
verlenen van hulp het resultaat van een spontane afweging
van kosten en baten, maar naarmate je je meer gaat inleven in
de situatie van de ander, komt het belang van de
hulpontvanger op de eerste plaats en speelt het eigenbelang
hoogstens nog een ondergeschikte rol.
o Indien we iemand helpen omwille van een onaangename
waarneming bij onszelf = egoïstische reactie.
o Eigen ongemakkelijk gevoel willen wegnemen =
schijnempathie.
2 hulp bieden in noodsituaties
Vijf stappen naar het bieden van hulp:
Aanleiding voor heel wat onderzoek => moord op Kitty Genovese in 1964
- Op 13 maart 1964 keerde Kitty Genovese in de vroege ochtend
terug van haar werk. Bij het verlaten van haar wagen werd ze
aangevallen door een man, die haar meteen enkele mes- steken
toediende.
- Iemand riep door het raam: ‘Laat dat meisje met rust.’ De aanvaller
liep naar zijn wagen en deed alsof hij wegreed. Kitty Genovese
probeerde snikkend overeind te komen. Enkele minuten later keerde
de man terug en viel haar opnieuw aan.
- Niemand belde de politie of hielp het meisje. Nadat ze zich met veel
moeite tot bij haar flat gesleept had, daagde de aanvaller een derde
keer op. Toen verkrachtte hij haar en stak haar opnieuw met het
mes, tot ze dood achterbleef.
- Het hele gebeuren had ruim een halfuur geduurd. Vanaf de eerste
minuut had het slachtoffer om hulp geroepen. Achtendertig
volwassenen bekenden achteraf dat ze van bij het begin getuige
geweest waren van de gebeurtenissen.