Er is sprake van een vergrijzing in Nederland. Men wordt steeds ouder en er zijn meer
mensen op leeftijd dan er geboren worden. Dit kost geld en een ‘zwitsersleven’ is
onbetaalbaar voor de staat. Daarom volgt Europa het advies van het WHO met een beleid
gericht op active ageing. Dit is een proces van optimaliseren van omstandigheden door
fysiek, mentaal en sociaal welzijn en participatie in sociale, economisch, culturele, spirituele
en burgerlijke activiteiten en veiligheid. Actief ouder worden en vindt zijn werking in de
huidige wet maatschappelijke ondersteuning en de participatiewet.
Disengagement theorie vs active ageing
Deze denkwijze staat haaks op de disengagement theorie welke predikt om jezelf juist
vroegtijdig uit maatschappelijke rollen en activiteiten terug te trekken zodat de samenleving
zich kan voorbereiden op het onherroepelijke levenseinde van ouderen zonder uit evenwicht
te raken. Dit wordt echter weerlegd in verschillende studies. Deze tonen aan dat het
vervullen van maatschappelijke rollen zoals vrijwilligerswerk het welbevinden en fysieke
gezondheid verbetert.
Als men ouder wordt neemt het verlies van maatschappelijke rollen toe zoals verlies van een
baan, kinderen die het huis verlaten of een partner die overlijdt. Verlies van rollen leidt tot
verlies van identiteit, verlies van zelfvertrouwen en verlies van mentale gezondheid. Door
vrijwilligerswerk, zorgen voor naasten en buren of actief deelnemen in clubs of organisaties
kan het verlies van rollen worden gecompenseerd en het welbevinden versterkt.