Je kent het Ons gedrag hangt samen met onze leeftijd; gedrag ontwikkelt zich. De
ontwikkelingsperspectief op ontwikkelingspsychologie heeft die ontwikkeling als studieobject. Psychologen
de mens en weet hoe en willen weten wat de krachten zijn achter een ontwikkeling. Komt het van binnenuit
waarom sociaal werkers of door de invloed van de omgeving?
ontwikkelingspsychologie en
pedagogiek gebruiken Het gedrag van mensen is altijd een mix van wat je van nature hebt meegekregen en
dat wat je door levenservaring geleerd hebt. Soms kun je door ingrijpen de
ontwikkeling sturen en soms niet. Een gevoel voor humor hebben is vaak aanleg,
maar je omgeving kan daar een remmende werking op hebben. Intelligentie is deels
erfelijk bepaald. Als een kind in een niet stimulerende omgeving opgroeit, kan de
intelligentie zich minder goed ontwikkelen.
De kwestie aangeboren of aangeleerd heet het ‘nature-nurture’ probleem: het
onderzoeken van het effect van de omgeving op gedrag.
Het is ook belangrijk om te weten of de ontwikkeling continue verloopt of
discontinue. Continue betekent, dat alles wat erin zat, eruit komt (aangeboren). De
dingen die komen, komen toch wel. Discontinue wil zeggen dat er typische stadia
zijn waarop de ontwikkeling met iets heel nieuws aan de gang gaat (puberteit).
Je weet hoe de sociaal- Psychosociale ontwikkeling volgens Erikson (1963)
emotionele ontwikkeling van Mensen doorlopen 8 levensfasen, van babytijd tot ouderdom.
kinderen en volwassenen Iedere fase wordt afgesloten met een crisis (een opdracht/uitdaging), een
verloopt volgens de ontwikkelingstaak die typisch is voor díe fase. Deze taak is een verwachting
levenslooptheorie van Erikson uit onze omgeving.
en kunt dit toepassen op een De crisis kan nooit helemaal opgelost worden of helemaal onopgelost
sociaalwerksituatie blijven. Het gaat om de mate waarop je succesvol met die uitdaging omgaat.
- Als die taak negatief afgesloten wordt, loopt de ontwikkeling vast.
- Hoe je de taak oplost heeft invloed op de nog komende taken.
Babytijd (0 – 1,5 jaar)
Vertrouwen versus wantrouwen
Taak = ontwikkelen van een gevoel van vertrouwen in anderen. Veiligheid en
geborgenheid vinden.
Dit groeit wanneer een baby geknuffeld wordt als huilt is of wanneer hij
wordt verschoond als zijn luier vol zit.
Zijn verzorgers bieden hem een veilige basis, dit helpt bij het verkennen van de
wereld. Als een kind in deze situatie opgroeit, voelt hij zich in nieuwe situaties
sneller op zijn gemak.
Wanneer het kind de taak niet of niet goed kan volbrengen, zal hij geen vertrouwen
krijgen in de sociale wereld.
Onveiligheid ervaren en een gevoel van wantrouwen ontwikkelen
Problemen ondervinden bij het oplossen van de komende
ontwikkelingstaken