HOOFDSTUK 3: VERBINTENISSEN UIT RECHTSFEITEN
VERBINTENISSEN UIT ONEIGENLIJKE CONTRACTEN
HERHALING UIT HOOFDSTUK 1
Een oneigenlijk contract of een quasi contract: wanneer iemand vrijwillig een handeling
stelt die een andere persoon ten goede komt, zonder een overeenkomst is, maar de handeling
krijgt wel rechtsgevolgen.
! Oneigenlijke contracten zijn verbintenissen zonder dat er een overeenkomst, contract is
tussen de partijen.
Er zijn drie soorten quasi – contracten:
1. Zaakwaarneming: iemand verricht vrijwillig een handeling vr een ander, omdat die
persoon dat zelf niet kan of doet.
Bv. Je verzorgt de tuin van je buur terwijl hij op vakantie is.
Rechtsgevolgen: je kan een vergoeding vorderden voor de gemaakte kosten.
2. Onverschuldigde betaling: iemand betaalt per ongeluk een ander terwijl daar geen
verplichting toe staat.
Bv. Je loon wordt per ongeluk 2x wordt uitbetaald.
Rechtsgevolgen: je moet het extra geld terugbetalen.
3. Ongerechtvaardigde verrijking: iemand krijgt voordeel zonder geldige reden, iemand
anders heeft daardoor nadeel.
Bv. Je krijgt persongelijk het loon van je collega
Rechtsgevolgen: je moet het loon doorstorten naar je collega.
ZAAKWAARNEMING
Waarneming: wanneer een persoon (zaakwaarnemer) vrijwillig, maar niet uit
vrijgevigheid of eigenbelang, de zaken van een andere persoon (meester of meester van
de zaak) afhandelen.
Het is belangrijk dat de afhandeling van de zaakwaarnemer vrijwillig gebeurd en dat hij
niet door wet of contract verplicht wordt.
Kenmerken van zaakwaarneming:
- De zaakwaarnemer heeft informatieplicht: hij moet de meester op de hoogte brengen van
het initiatief dat hij heeft genomen.
- De meester van de zaak moet de zaalwaarnemer vergoede voor alle verbintenissen die de
zaakwaarnemer in eigen naam is aangegaan met derden.
- De zaakwaarnemer is verplicht zijn zaakwaarnemingen voor te zetten, zelfs als de meester
van de zaak overlijdt, failliet of onbekwaam (mag geen rechtshandelingen uitvoeren) wordt
verklaard.
ONVERSCHULDIGDE BETALING
Onverschuldigde betaling: wanneer iemand een betaling verricht, terwijl hij daar geen
schuld tot had, hij was er niet tot verplicht.
Er zijn drie varianten van onverschuldigde betaling:
1. Objectief onverschuldigd: wanneer een persoon, de betaler (de solvens) een betaling
doet, zonder dat die persoon een schuld had.
- Subjectief onverschuldigd: wanneer de betaling niet aan de juiste ontvanger (accipiens)
is gedaan.
2. Wanneer de schuldenaar een betaling doet aan een verkeerde persoon, een andere
persoon dan de schuldeiser.
3. Wanneer een derde, een andere persoon dan de schuldenaar, per ongeluk of onder
dwang een betaling doet aan de schuldeiser.
Er kan pas sprake zijn van onverschuldigde betaling als aan twee voorwaarden is voldaan:
1. Er is een betaling verricht.
2. De betaling is onverschuldigd:
> De betaler, solvens had geen schuld
> De betaling is gedaan aan een andere persoon, iemand die niet de werkelijke schuldeiser
is.
> Een derde heeft de betaling per ongeluk of onder dwang aan de schuldeiser gedaan.
,De gevolgen van onverschuldigde betaling:
= Degene die de prestatie onverschuldigd heeft ontvangen (de accipiens) is verplicht deze
terug te geven (restitueren). Maar ook Omgekeerd kan degene die de prestatie
onverschuldigd heeft betaald (de solvens) deze terugvorderen.
= Een onverschuldigde betaling doet een nieuwe verbintenis ontstaan: de verbintenis tot
teruggave, restitutieverplichting.
= Bij de onverschuldigde betaling ontstaan er slechts verbintenissen voor de ontvanger van de
betaling (de accipiens), omdat hij na het ontvangen van het geld, verplicht is het terug te
geven, door de teruggaveverplichting.
ONGERECHTVAARDIGDE VERRIJKING
= verrijking zonder oorzaak, ongerechtvaardigde vermogensverschuiving,
vermogensverschuiving zonder oorzaak
Ongerechtvaardigde verrijking: Wanneer er geen rechtsgrond bestaat voor de verrijking
van de ene partij en de verarming van de andere, wanneer iemand voordeel heeft ten koste
van een ander zonder dat er een legale reden voor bestaat.
VERBINTENISSEN UIT TOT AANSPRAKELIJKHEID LEIDENDE FEITEN
HET BEGRIP EN DE SOORTEN AANSPRAKELIJKHEID
Aansprakelijkheid: een persoon wordt vergoedingsplichten, aansprakelijk zijn voor iets
leidt tot een verplichting van herstel van schade als gevolg v/e tekortkoming of fout die aan
een ander werd toegebracht.
Tekortkoming: het niet, niet volledig of niet tijdig nakomen van een contractuele
verplichting.
Een fout: de overtreding van een wettelijk regel die bepaald gedrag oplegt of verbied of
de schending van een algemene norm die geldt in de maatschappij.
! Een persoon kan zelf niet verantwoordelijk zijn voor bepaalde schade, maar toch
aansprakelijk worden gesteld en omgekeerd (bv. kwalitatieve aansprakelijkheid)
Aansprakelijkheid en aansprekelijkheid: dat een persoon aansprakelijk is, betekent nog niet dat
hij ook effectief aangesproken kan worden, niet iedereen kan voor zijn aansprakelijkheid
worden aangesproken.
Bv. wanneer de vordering tot aansprakelijkheid is verjaard, blijft de persoon wel aansprakelijk,
maar kan hij niet meer worden aangesproken voor die aansprakelijkheid.
- Love lies where it falls: bij een schadegeval moet de benadeelde zelf zijn schade dragen.
Burgerlijke en strafrechtelijke aansprakelijkheid
Burgerlijke aansprakelijkheid
Binnen het burgerlijk recht zijn er 2 soorten burgerlijke, burgerrechtelijke of civielrechtelijke
aansprakelijkheid:
- Contractuele aansprakelijkheid: de aansprakelijkheid van een contractpartij wanneer ze
tekortkomt bij de uitvoering van een contract, de uitvoering niet of niet goed doet.
- Buitencontractuele aansprakelijkheid (quasi-delictuele of aquiliaanse
aansprakelijkheid): wanneer een persoon, buiten een contractuele band, gehouden
(gehoudenheid) is tot schadeloosstelling (het vergoeden van schade) als gevolg van tot
aansprakelijkheid leidende feiten, handelingen die hem aansprakelijk maken voor de schade
die hij veroorzaakt, zonder dat daar een contract bestaat.
Aansprakelijkheid door een eigen fout of een eigen daad: foutaansprakelijkheid of
aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad
Strafrechtelijke aansprakelijkheid
Strafrechtelijke aansprakelijkheid: wanneer een persoon opzettelijk of onopzettelijk een
norm overtreedt die door de wetgevers als strafbaar is vastgelegd.
Het onderscheid tussen de verschillende vormen van aansprakelijkheid:
, Strafrechtelijke aansprakelijkheid situeert zich in het publiekrecht: wanneer iemand zich
schuldig maakt aan een misdrijf, wordt de persoon vervolgd door de overheid. Een sanctie
voor de overtreding is in de wet voorzien en wordt door de rechter uitgesproken.
Burgerlijke aansprakelijkheid situeert zich in het privaatrecht: de overheid zal zich niet
mengen in de sanctioneren van een burgerrechtelijke fout.
! De verschillende vormen van aansprakelijkheid kunnen ook gelijktijdig voorkomen: een
samenloop (of cumul) van aansprakelijkheid.
Persoonlijke en kwalitatieve, foutloze, fout- en risicoaansprakelijkheid
Persoonlijke en kwalitatieve aansprakelijkheid
Persoonlijke aansprakelijkheid: aansprakelijkheid die ontstaat door een eigen fout van
een persoon, ook wel de schadeveroorzaker, schadeverwekker of dader genoemd.
Kwalitatieve aansprakelijkheid: wanneer iemand aansprakelijk is voor schade
veroorzaakt door een andere persoon, dier of gebrekkige zaak waarvoor hij verantwoordelijk
is door zijn hoedanigheid. Hoedanigheid staat voor de verantwoordelijkheid die iemand heeft
over een persoon, dier of zaak. Hij is dus niet aansprakelijk door een eigen fout, maar door
zijn hoedanigheid.
Foutaansprakelijkheid, foutloze aansprakelijkheid en risicoaansprakelijkheid
Foutaansprakelijkheid: een persoon kan alleen aansprakelijk worden gesteld als er sprake
is van een fout. Een fout kan bestaan uit een handeling die niet mag of iets niet doen wat
wel had moeten gebeuren.
Soms gaat de wet er al van uit dat de veroorzaker een fout heeft gemaakt: een vermoeden
van fout.
De wet gaat vooraf al uit van de veroorzaker, omdat het bewijzen dan makkelijker is voor
het slachtoffer, omdat het voor het slachtoffer vaak moeilijk is om precies aan te tonen
hoe de fout is ontstaan en om in gevaarlijke situaties zekerheid van vergoeding te
bieden.
Er zijn twee soorten vermoeden van fout:
- Weerlegbaar vermoeden van fout (relatief vermoeden): men gaat uit van fout, maar de
veroorzaker kan en mag aantonen dat hij geen fout heeft gemaakt.
- Onweerlegbaar vermoeden van fout (absoluut vermoeden): men gaat uit van fout en dit
kan niet betwist worden, ongeacht wat de veroorzaker doet. Dit wordt toegepast bij
gevaarlijke of risicovolle situaties waar de wetgever wil dat de schade altijd wordt
vergoed.
Foutloze of objectieve aansprakelijkheid: wanneer een persoon aansprakelijk wordt
gesteld zonder dat er sprake is van een fout, de aansprakelijkheid ontstaat op basis van
schade die is veroorzaakt
Onder foutloze aansprakelijkheid kunnen gevallen van risicoaansprakelijkheid vallen:
wanneer iemand aansprakelijk wordt gesteld niet door een begane fout, maar omdat hij
of zij een bepaald risico of gevaar met zich meebrengt.
Bv. een fabriek vervoert chemische stoffen en er ontstaat een lek dat schade
veroorzaakt, ook al hebben ze alle voorzorgsmaatregelen genomen om de lek te
voorkomen, kunnen ze alsnog risicoaansprakelijk zijn.
De historiek van het Belgische buitencontractuele aansprakelijkheidsrecht
> Het Belgische buitencontractuele aansprakelijkheidsrecht had eeuwenlang slechts 6
artikelen: artikels 1382–1386 oud BW, die zijn sinds 1804 onveranderd gebleven.
> Ondanks de weinige regels, werden rechterlijke beslissingen over buitencontractuele
aansprakelijkheid steeds belangrijker.
= De opstellers van de Franse Code Civil konden niet hadden voorzien dat
industrialisering, nieuwe transport- en communicatiemiddelen, digitalisering en
toenemende economische activiteit zouden leiden tot veel aansprakelijkheidsgevallen.
Ontwikkeling van het recht:
> Het contractuele aansprakelijkheidsrecht was rechtersrecht: gevormd door de uitspraken
van rechtbanken.
De rechtsleer hielp om dat recht systematischer te maken.
Door de systematisering werd het contractuele aansprakelijkheidsrecht vrij algemeen
geformuleerd.
VERBINTENISSEN UIT ONEIGENLIJKE CONTRACTEN
HERHALING UIT HOOFDSTUK 1
Een oneigenlijk contract of een quasi contract: wanneer iemand vrijwillig een handeling
stelt die een andere persoon ten goede komt, zonder een overeenkomst is, maar de handeling
krijgt wel rechtsgevolgen.
! Oneigenlijke contracten zijn verbintenissen zonder dat er een overeenkomst, contract is
tussen de partijen.
Er zijn drie soorten quasi – contracten:
1. Zaakwaarneming: iemand verricht vrijwillig een handeling vr een ander, omdat die
persoon dat zelf niet kan of doet.
Bv. Je verzorgt de tuin van je buur terwijl hij op vakantie is.
Rechtsgevolgen: je kan een vergoeding vorderden voor de gemaakte kosten.
2. Onverschuldigde betaling: iemand betaalt per ongeluk een ander terwijl daar geen
verplichting toe staat.
Bv. Je loon wordt per ongeluk 2x wordt uitbetaald.
Rechtsgevolgen: je moet het extra geld terugbetalen.
3. Ongerechtvaardigde verrijking: iemand krijgt voordeel zonder geldige reden, iemand
anders heeft daardoor nadeel.
Bv. Je krijgt persongelijk het loon van je collega
Rechtsgevolgen: je moet het loon doorstorten naar je collega.
ZAAKWAARNEMING
Waarneming: wanneer een persoon (zaakwaarnemer) vrijwillig, maar niet uit
vrijgevigheid of eigenbelang, de zaken van een andere persoon (meester of meester van
de zaak) afhandelen.
Het is belangrijk dat de afhandeling van de zaakwaarnemer vrijwillig gebeurd en dat hij
niet door wet of contract verplicht wordt.
Kenmerken van zaakwaarneming:
- De zaakwaarnemer heeft informatieplicht: hij moet de meester op de hoogte brengen van
het initiatief dat hij heeft genomen.
- De meester van de zaak moet de zaalwaarnemer vergoede voor alle verbintenissen die de
zaakwaarnemer in eigen naam is aangegaan met derden.
- De zaakwaarnemer is verplicht zijn zaakwaarnemingen voor te zetten, zelfs als de meester
van de zaak overlijdt, failliet of onbekwaam (mag geen rechtshandelingen uitvoeren) wordt
verklaard.
ONVERSCHULDIGDE BETALING
Onverschuldigde betaling: wanneer iemand een betaling verricht, terwijl hij daar geen
schuld tot had, hij was er niet tot verplicht.
Er zijn drie varianten van onverschuldigde betaling:
1. Objectief onverschuldigd: wanneer een persoon, de betaler (de solvens) een betaling
doet, zonder dat die persoon een schuld had.
- Subjectief onverschuldigd: wanneer de betaling niet aan de juiste ontvanger (accipiens)
is gedaan.
2. Wanneer de schuldenaar een betaling doet aan een verkeerde persoon, een andere
persoon dan de schuldeiser.
3. Wanneer een derde, een andere persoon dan de schuldenaar, per ongeluk of onder
dwang een betaling doet aan de schuldeiser.
Er kan pas sprake zijn van onverschuldigde betaling als aan twee voorwaarden is voldaan:
1. Er is een betaling verricht.
2. De betaling is onverschuldigd:
> De betaler, solvens had geen schuld
> De betaling is gedaan aan een andere persoon, iemand die niet de werkelijke schuldeiser
is.
> Een derde heeft de betaling per ongeluk of onder dwang aan de schuldeiser gedaan.
,De gevolgen van onverschuldigde betaling:
= Degene die de prestatie onverschuldigd heeft ontvangen (de accipiens) is verplicht deze
terug te geven (restitueren). Maar ook Omgekeerd kan degene die de prestatie
onverschuldigd heeft betaald (de solvens) deze terugvorderen.
= Een onverschuldigde betaling doet een nieuwe verbintenis ontstaan: de verbintenis tot
teruggave, restitutieverplichting.
= Bij de onverschuldigde betaling ontstaan er slechts verbintenissen voor de ontvanger van de
betaling (de accipiens), omdat hij na het ontvangen van het geld, verplicht is het terug te
geven, door de teruggaveverplichting.
ONGERECHTVAARDIGDE VERRIJKING
= verrijking zonder oorzaak, ongerechtvaardigde vermogensverschuiving,
vermogensverschuiving zonder oorzaak
Ongerechtvaardigde verrijking: Wanneer er geen rechtsgrond bestaat voor de verrijking
van de ene partij en de verarming van de andere, wanneer iemand voordeel heeft ten koste
van een ander zonder dat er een legale reden voor bestaat.
VERBINTENISSEN UIT TOT AANSPRAKELIJKHEID LEIDENDE FEITEN
HET BEGRIP EN DE SOORTEN AANSPRAKELIJKHEID
Aansprakelijkheid: een persoon wordt vergoedingsplichten, aansprakelijk zijn voor iets
leidt tot een verplichting van herstel van schade als gevolg v/e tekortkoming of fout die aan
een ander werd toegebracht.
Tekortkoming: het niet, niet volledig of niet tijdig nakomen van een contractuele
verplichting.
Een fout: de overtreding van een wettelijk regel die bepaald gedrag oplegt of verbied of
de schending van een algemene norm die geldt in de maatschappij.
! Een persoon kan zelf niet verantwoordelijk zijn voor bepaalde schade, maar toch
aansprakelijk worden gesteld en omgekeerd (bv. kwalitatieve aansprakelijkheid)
Aansprakelijkheid en aansprekelijkheid: dat een persoon aansprakelijk is, betekent nog niet dat
hij ook effectief aangesproken kan worden, niet iedereen kan voor zijn aansprakelijkheid
worden aangesproken.
Bv. wanneer de vordering tot aansprakelijkheid is verjaard, blijft de persoon wel aansprakelijk,
maar kan hij niet meer worden aangesproken voor die aansprakelijkheid.
- Love lies where it falls: bij een schadegeval moet de benadeelde zelf zijn schade dragen.
Burgerlijke en strafrechtelijke aansprakelijkheid
Burgerlijke aansprakelijkheid
Binnen het burgerlijk recht zijn er 2 soorten burgerlijke, burgerrechtelijke of civielrechtelijke
aansprakelijkheid:
- Contractuele aansprakelijkheid: de aansprakelijkheid van een contractpartij wanneer ze
tekortkomt bij de uitvoering van een contract, de uitvoering niet of niet goed doet.
- Buitencontractuele aansprakelijkheid (quasi-delictuele of aquiliaanse
aansprakelijkheid): wanneer een persoon, buiten een contractuele band, gehouden
(gehoudenheid) is tot schadeloosstelling (het vergoeden van schade) als gevolg van tot
aansprakelijkheid leidende feiten, handelingen die hem aansprakelijk maken voor de schade
die hij veroorzaakt, zonder dat daar een contract bestaat.
Aansprakelijkheid door een eigen fout of een eigen daad: foutaansprakelijkheid of
aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad
Strafrechtelijke aansprakelijkheid
Strafrechtelijke aansprakelijkheid: wanneer een persoon opzettelijk of onopzettelijk een
norm overtreedt die door de wetgevers als strafbaar is vastgelegd.
Het onderscheid tussen de verschillende vormen van aansprakelijkheid:
, Strafrechtelijke aansprakelijkheid situeert zich in het publiekrecht: wanneer iemand zich
schuldig maakt aan een misdrijf, wordt de persoon vervolgd door de overheid. Een sanctie
voor de overtreding is in de wet voorzien en wordt door de rechter uitgesproken.
Burgerlijke aansprakelijkheid situeert zich in het privaatrecht: de overheid zal zich niet
mengen in de sanctioneren van een burgerrechtelijke fout.
! De verschillende vormen van aansprakelijkheid kunnen ook gelijktijdig voorkomen: een
samenloop (of cumul) van aansprakelijkheid.
Persoonlijke en kwalitatieve, foutloze, fout- en risicoaansprakelijkheid
Persoonlijke en kwalitatieve aansprakelijkheid
Persoonlijke aansprakelijkheid: aansprakelijkheid die ontstaat door een eigen fout van
een persoon, ook wel de schadeveroorzaker, schadeverwekker of dader genoemd.
Kwalitatieve aansprakelijkheid: wanneer iemand aansprakelijk is voor schade
veroorzaakt door een andere persoon, dier of gebrekkige zaak waarvoor hij verantwoordelijk
is door zijn hoedanigheid. Hoedanigheid staat voor de verantwoordelijkheid die iemand heeft
over een persoon, dier of zaak. Hij is dus niet aansprakelijk door een eigen fout, maar door
zijn hoedanigheid.
Foutaansprakelijkheid, foutloze aansprakelijkheid en risicoaansprakelijkheid
Foutaansprakelijkheid: een persoon kan alleen aansprakelijk worden gesteld als er sprake
is van een fout. Een fout kan bestaan uit een handeling die niet mag of iets niet doen wat
wel had moeten gebeuren.
Soms gaat de wet er al van uit dat de veroorzaker een fout heeft gemaakt: een vermoeden
van fout.
De wet gaat vooraf al uit van de veroorzaker, omdat het bewijzen dan makkelijker is voor
het slachtoffer, omdat het voor het slachtoffer vaak moeilijk is om precies aan te tonen
hoe de fout is ontstaan en om in gevaarlijke situaties zekerheid van vergoeding te
bieden.
Er zijn twee soorten vermoeden van fout:
- Weerlegbaar vermoeden van fout (relatief vermoeden): men gaat uit van fout, maar de
veroorzaker kan en mag aantonen dat hij geen fout heeft gemaakt.
- Onweerlegbaar vermoeden van fout (absoluut vermoeden): men gaat uit van fout en dit
kan niet betwist worden, ongeacht wat de veroorzaker doet. Dit wordt toegepast bij
gevaarlijke of risicovolle situaties waar de wetgever wil dat de schade altijd wordt
vergoed.
Foutloze of objectieve aansprakelijkheid: wanneer een persoon aansprakelijk wordt
gesteld zonder dat er sprake is van een fout, de aansprakelijkheid ontstaat op basis van
schade die is veroorzaakt
Onder foutloze aansprakelijkheid kunnen gevallen van risicoaansprakelijkheid vallen:
wanneer iemand aansprakelijk wordt gesteld niet door een begane fout, maar omdat hij
of zij een bepaald risico of gevaar met zich meebrengt.
Bv. een fabriek vervoert chemische stoffen en er ontstaat een lek dat schade
veroorzaakt, ook al hebben ze alle voorzorgsmaatregelen genomen om de lek te
voorkomen, kunnen ze alsnog risicoaansprakelijk zijn.
De historiek van het Belgische buitencontractuele aansprakelijkheidsrecht
> Het Belgische buitencontractuele aansprakelijkheidsrecht had eeuwenlang slechts 6
artikelen: artikels 1382–1386 oud BW, die zijn sinds 1804 onveranderd gebleven.
> Ondanks de weinige regels, werden rechterlijke beslissingen over buitencontractuele
aansprakelijkheid steeds belangrijker.
= De opstellers van de Franse Code Civil konden niet hadden voorzien dat
industrialisering, nieuwe transport- en communicatiemiddelen, digitalisering en
toenemende economische activiteit zouden leiden tot veel aansprakelijkheidsgevallen.
Ontwikkeling van het recht:
> Het contractuele aansprakelijkheidsrecht was rechtersrecht: gevormd door de uitspraken
van rechtbanken.
De rechtsleer hielp om dat recht systematischer te maken.
Door de systematisering werd het contractuele aansprakelijkheidsrecht vrij algemeen
geformuleerd.