Tips examen:
Voor personen kijk in de ppt
Voor voorbeelden kijk in de ppt
Studeer met ppt ernaast, want veel tips in ppt
Bij axioma’s filmpje waarbij je moet kunnen uithalen welk axioma
het is zie notities Séphora
Hoofdstuk 1: de communicatietheorie van
Paul Watzlawick
1. Wat is communicatie
1.1. wat is communicatie? definitie
Communicatie= de uitwisseling van symbolische informatie (signalen
die je niet altijd in woorden kunt omzetten) tussen mensen die zich van
elkaars onmiddellijke of gemedieerde aanwezigheid bewust zijn. Deze
informatie wordt deels bewust, deels onbewust (Bv. Onbewuste
lichaamstaal) gegeven, ontvangen en geïnterpreteerd.
symbolische informatie=
informatie moet een bepaalde
betekenis hebben voor je, om
de communicatie over te
brengen (Bv. Wanneer je een
wegbord ziet met sporthal,
maar niet naar daar moet, is
dit informatie zoals een ander)
Aanwezigheid= er moeten
minstens twee mensen aanwezig zijn.
Bewuste en onbewust= communicatie is bewust of onbewust.
1.2. Communicatieschema en begrippen
Zender en ontvanger hebben
beide een binnen en
buitenkant: wat er binnenin
gebeurd, kunnen mensen niet
zien. Alles wat mensen zien e
wat we uitdrukken is onze
buitenkant.
Coderen= de vorm die de
boodschap heeft
1
, Decoderen= het ontcijferen van een boodschap
Bliksemschicht= de ruis
Golfjes= referentiekader speelt mee in onze opvattingen
Stippellijnen= de context waarbinnen iets gezegd wordt (Bv.
Lesgeven binnen een school is makkelijker omdat we allemaal weten
wat de verwachtingen zijn)
2. communicatietheorie van Paul Watzlawick
2.1. Axioma 1: Men kan niet niet communiceren
Communicatie = alleen woorden? NEEN, het is ook je uiterlijk,
lichaamstaal, je reacties,…
Alle gedrag = communicatie
Er is altijd beïnvloeding
Er is altijd een effect
Anti-gedrag bestaat niet (ook wanneer je niets doet, stel je gedrag)
DUS: Er is altijd gedrag/communicatie!!
Voorbeeld:
Wanneer iemand stil is in een groep, communiceren zij ook. Dit kan zijn
dat ze met rust gelaten willen worden, maar kan ook aangeven dat ze zich
niet goed voelen.
Inzetshypothese:
Vertrekt vanuit het idee dat gedrag altijd meerdere betekenissen kan
hebben. Wanneer iemand zich op een bepaalde manier gedraagt, wordt dit
gezien als iets dat voortkomt uit een onderliggende inzet/ de redenen
waarom iemand iets doet.
Mogelijke vormen van inzet
Betrokkenheid: iemand doet iets omdat hij om iets geeft of erbij wil
horen.
Goede bedoelingen: gedrag komt voort uit iets positiefs, ook als het
op het eerste gezicht negatief lijkt (zoals streng spreken om iemand
te beschermen).
Pedagogische houding
2
, De hypothese vraagt van de begeleider of leerkracht een open,
onderzoekende houding: telkens opnieuw nagaan wat de bedoeling is
achter gedrag, ook bij negatief gedrag. Het doel is begrip en verbinding,
niet het goedkeuren van ongewenst gedrag.
Risico
Het risico van de inzetshypothese is dat begrip niet gelijkstaat aan
goedkeuring: het zoeken naar een reden voor gedrag betekent niet dat het
gedrag aanvaardbaar wordt.
Communicatiestoringen= het mis interpreteren van een
gedraging/handeling
Bv. Je zwaait naar iemand, die zwaait terug maar je zwaaide eigenlijk
naar iemand anders
2.2. Axioma 2: Elke boodschap bevat een inhouds- en
een betrekkingsniveau
Er zijn drie niveaus in communicatie
1. Betrekking/relatie niveau
Zelfomschrijving:
bv. De docent ziet ZICHZELF als
iemand die kan verwachten dat
leerlingen doen wat ze zetten
Relatieomschrijving:
Bv. Wanneer gezegd wordt dat er
een papiertje ligt, leggen wij de
link met de vraag om het op te
rapen.
Dit zijn manieren om op de
relatieboodschap te reageren
2. Context niveau:
3