De ontwikkeling van kinderen (college 1)
Ontwikkeling is een proces met wederzijdse beïnvloeding (factoren)
- biologisch: groei, rijping van de geest
- psychologisch: aanleg, persoonlijkheid
- omgeving
Er zijn verschillende theorieën over de ontwikkeling van kinderen
1. rijpingstheorie: Nature
het lukt wanneer het kind eraan toe is
2. behaviorisme: Nurture
nadoen (modelleren)
aanmoediging (straffen en belonen)
een kind is als een ‘onbeschreven blad’
3. interactionisme: Vygotski
juist allebei: nature + nurture
kind + leerkracht reageren op elkaar
wisselwerking tussen aanleg en leren
zone van actuele ontwikkeling
zone van naaste ontwikkeling
Ontwikkelingsaspecten:
Motorische (lichamelijke) ontwikkeling (college 16)
Jongste kleuter Oudste kleuter
Mollig, dik buikje Meer uitgesproken zichtbaar spierstelsel
Relatief groot hoofd, korte beentje/armpjes Romp en hoofd relatief kleiner in verhouding tot
armen en benen
Veel bijbewegingen, sneller moe, snel weer Lateralisatie in bewegingen, groter
opgeladen uithoudingsvermogen
Leert vooral door ontdekken, uitproberen, herhalen, Idem, maar kan zichzelf een taak stelen, leert ook
imitere door instructie
Wedijver speelt niet of nauwelijks een rol Gaat eigen prestatie, meer vergelijken met die van
de ander
Ontvankelijk voor fantasievormen Ontvankelijk voor fantasievormen
Korte concentratie op het verbale Korte concentratie op het verbale
Fases in ontwikkeling
- Behendigheids fase: uitgeleerd, voor sporten
- Contextspecifieke fase: groep 3
- Bedrevenheidsdrempel / kritische drempel: ben je in de basis vaardig genoeg (voor bijv. een
sportvereniging) met de vaardigheden van de fundamentele fase?
- Fundamentele fase: tijd dat ze op school komen, 10 vaardigheden
o lopen en rennen
o springen en landen
o stoeien
o balanceren en vallen\rollen, duikelen en draaien
o gooien, vangen, slaan en mikken
o bewegen op en maken van muziek
o trappen, schieten en mikken, klimmen en klauteren
, o zwaaren en slingeren
- Rudimentarie fase: gaan ontdekken, kruipen
- Reflexieve fase: als baby, is aangeboren
Motorisch leren: een proces dat leidt tot relatief duurzame veranderingen in het gedragspotentieel als gevolg
van specifieke ervaringen met de omgeving.
Fase Kenmerken
Cognitieve Grote vooruitgang
Co-contractie – ziet er houteriger uit Inconsistentie in uitvoereing
associatieve Kleine vooruitgang
Bewust oefenen van vaardigheid
Onsamenhangende uitvoering
autonomie Manier van uitvoering is onbewust
Vaardigheid wordt automatisme
Cognitieve ontwikkeling (college 2)
is het mentale proces van opslaan, verwerken, terughalen en toepassen van kennis en informatie.
Levenslooppsychologie is de interactie tussen kinderen en omgeving en de impact daarvan op de verdere
levensloop
Invloedrijke stromingen:
Freud
● Grondlegger psycho-analyse
● Vroegere jeugdervaringen bepalen groot deel persoonlijkheid
● Drifttheorie
behoeften waarmee je bent geboren verder in je leven leer je hoe je ermee om moet gaan
● Id (voor jezelf!) EGO (je krijgt besef dat je moet delen) en superego (ik ga delen!)
Piaget
● Theorie over opeenvolgende manier van denken - cognitieve ontwikkeling
● Bestudeerde de ontwikkeling bij ‘normale’ kinderen
● Strak vasthouden aan leeftijdsgrens
● Adaptie
- Assimilatie: Uitbreiden, nieuwe ervaringen worden ingevoerd in bestaande denkstructuren
- Accommodatie: verfijnt, denkstructuur aanpassen
- Equilibratie: denken aanpassen aan eisen van de omgeving, evenwicht bereiken
4 leeftijd fases:
0-2 jaar: senso-motorische fase
- het denken van een baby is eigenlijk het doen
- gebruikt zintuigen om de wereld te ontdekken
- objectpermanentie
2-7 jaar: pre-operationele fase
- onsystematische en onlogisch denken
- leren + magisch denken
- afnemend ego-centrisme door samenwerken met andere kinderen
- stimuleren taalontwikkeling, cognitie en sociaal-emotionele ontwikkeling
- gaan onderzoeken, stellen vragen en vragen naar uitdaging
Ontwikkeling is een proces met wederzijdse beïnvloeding (factoren)
- biologisch: groei, rijping van de geest
- psychologisch: aanleg, persoonlijkheid
- omgeving
Er zijn verschillende theorieën over de ontwikkeling van kinderen
1. rijpingstheorie: Nature
het lukt wanneer het kind eraan toe is
2. behaviorisme: Nurture
nadoen (modelleren)
aanmoediging (straffen en belonen)
een kind is als een ‘onbeschreven blad’
3. interactionisme: Vygotski
juist allebei: nature + nurture
kind + leerkracht reageren op elkaar
wisselwerking tussen aanleg en leren
zone van actuele ontwikkeling
zone van naaste ontwikkeling
Ontwikkelingsaspecten:
Motorische (lichamelijke) ontwikkeling (college 16)
Jongste kleuter Oudste kleuter
Mollig, dik buikje Meer uitgesproken zichtbaar spierstelsel
Relatief groot hoofd, korte beentje/armpjes Romp en hoofd relatief kleiner in verhouding tot
armen en benen
Veel bijbewegingen, sneller moe, snel weer Lateralisatie in bewegingen, groter
opgeladen uithoudingsvermogen
Leert vooral door ontdekken, uitproberen, herhalen, Idem, maar kan zichzelf een taak stelen, leert ook
imitere door instructie
Wedijver speelt niet of nauwelijks een rol Gaat eigen prestatie, meer vergelijken met die van
de ander
Ontvankelijk voor fantasievormen Ontvankelijk voor fantasievormen
Korte concentratie op het verbale Korte concentratie op het verbale
Fases in ontwikkeling
- Behendigheids fase: uitgeleerd, voor sporten
- Contextspecifieke fase: groep 3
- Bedrevenheidsdrempel / kritische drempel: ben je in de basis vaardig genoeg (voor bijv. een
sportvereniging) met de vaardigheden van de fundamentele fase?
- Fundamentele fase: tijd dat ze op school komen, 10 vaardigheden
o lopen en rennen
o springen en landen
o stoeien
o balanceren en vallen\rollen, duikelen en draaien
o gooien, vangen, slaan en mikken
o bewegen op en maken van muziek
o trappen, schieten en mikken, klimmen en klauteren
, o zwaaren en slingeren
- Rudimentarie fase: gaan ontdekken, kruipen
- Reflexieve fase: als baby, is aangeboren
Motorisch leren: een proces dat leidt tot relatief duurzame veranderingen in het gedragspotentieel als gevolg
van specifieke ervaringen met de omgeving.
Fase Kenmerken
Cognitieve Grote vooruitgang
Co-contractie – ziet er houteriger uit Inconsistentie in uitvoereing
associatieve Kleine vooruitgang
Bewust oefenen van vaardigheid
Onsamenhangende uitvoering
autonomie Manier van uitvoering is onbewust
Vaardigheid wordt automatisme
Cognitieve ontwikkeling (college 2)
is het mentale proces van opslaan, verwerken, terughalen en toepassen van kennis en informatie.
Levenslooppsychologie is de interactie tussen kinderen en omgeving en de impact daarvan op de verdere
levensloop
Invloedrijke stromingen:
Freud
● Grondlegger psycho-analyse
● Vroegere jeugdervaringen bepalen groot deel persoonlijkheid
● Drifttheorie
behoeften waarmee je bent geboren verder in je leven leer je hoe je ermee om moet gaan
● Id (voor jezelf!) EGO (je krijgt besef dat je moet delen) en superego (ik ga delen!)
Piaget
● Theorie over opeenvolgende manier van denken - cognitieve ontwikkeling
● Bestudeerde de ontwikkeling bij ‘normale’ kinderen
● Strak vasthouden aan leeftijdsgrens
● Adaptie
- Assimilatie: Uitbreiden, nieuwe ervaringen worden ingevoerd in bestaande denkstructuren
- Accommodatie: verfijnt, denkstructuur aanpassen
- Equilibratie: denken aanpassen aan eisen van de omgeving, evenwicht bereiken
4 leeftijd fases:
0-2 jaar: senso-motorische fase
- het denken van een baby is eigenlijk het doen
- gebruikt zintuigen om de wereld te ontdekken
- objectpermanentie
2-7 jaar: pre-operationele fase
- onsystematische en onlogisch denken
- leren + magisch denken
- afnemend ego-centrisme door samenwerken met andere kinderen
- stimuleren taalontwikkeling, cognitie en sociaal-emotionele ontwikkeling
- gaan onderzoeken, stellen vragen en vragen naar uitdaging