Polina Bondur 2024-2025
De spelregels van de democratie:
kiesstelsels en politieke systemen in Europa
Stefaan Fiers & Steven Van Hecke
2024-2025
Vak: Vergelijkende Politiek
1
,Inhoudstafel
Hoofdstuk 0 - Vergelijking als discipline 7
Afbakening van politiek 7
Verschillende bouwstenen die “de politiek” helpen afbakenen 8
Vaststelling: variatie in Europa 8
Types en tradities 10
Vergelijkende politiek 10
Grondleggers VP 11
Grote evolutie door de jaren heen 11
Twee revoluties 12
Vier periodes 12
Conclusie 15
Wat wordt vergeleken? 15
Waarom vergelijkende politiek? 15
Hoe wordt vergeleken? 16
De logica van vergelijking 17
Twee methoden 17
Case selectie 18
Case selectie- oefening 19
Risico’s bij VP 19
Conclusie 20
Hoofdstuk 1 - Verkiezingen en verkiezingen is twee. De discipline van de vergelijkende politiek
biedt soelaas 22
Een plejade aan verschillende regels 22
Verkiezingen als basis voor onze vergelijking 22
Functies van kiesstelsels 24
Hoofdstuk 2 - Classificatie van kiesstelsels 25
Inleiding 25
Drie categorieën kiesstelsels 25
Meerderheidsstelsels 25
Proportionele stelsels 26
Gemengde stelsels 26
Andere stelsels 27
Variaties in de kiesstelsels 27
Kiesstelsels en alternatieve concepten van ‘vertegenwoordiging’ 28
Kunstmatige vertekeningsmechanismen 28
Hoofdstuk 3 - Het Britse politieke systeem o.b.v. het First Past The Post-meerderheidsstelsel 30
Het Britse kiesstelsel in een notendop 30
Gevolgen van het Britse kiesstelsel 31
Voor- en nadelen vh First-past-the-Post systeem 33
2
, Evolutie Britse politieke partijen 34
House of Lords 35
De relaties tussen de wetgevende en uitvoerende macht 36
Uitvoerende macht gedomineerd door de prime minister 36
Fixed term Act (2011 - 2022) 36
Beperkte controle van parlement op regering 37
De verkiezingen vh Congress en de president in de VS: de georganiseerde tweepartijenstaat 37
Federale staatsstructuur 38
Structuur staten 38
Tweepartijensysteem 38
Divided government? 39
Het VK en VS als typevoorbeeld van een Westminstermodel (Lijphart) 39
Vragen bij geldigheid vh Westminster model 40
Hoofdstuk 4 - Absolute meerderheidsstelsels 41
Alternative vote (of het stelsel vd overdraagbare stem) 41
Kenmerken 41
Voor- en nadelen Alternative-Vote 41
Tweerondenstelsel 42
Systeem voor presidentsverkiezingen 42
Systeem voor verkiezingen vh parlement (Assemblée nationale) 42
Multipartijcompetitie 44
Voor- en nadelen tweederondstelsel 44
Hoofdstuk 5 - De gevolgen van een tweerondesysteem: de werking van de Vijfde Franse Republiek
(1958-...) 45
Kenmerken 5de Republiek 46
Gevolgen vh semipresidentiele systeem . 47
Le président de la République 47
Parlementair vs. Presidentieel systeem 47
8 presidenten vd 5de Republiek 48
Bevoegdheden vd president 49
Defensie: potentieel conflictstof 50
Eerste minister en de regering 50
La cohabitation 51
Het parlement en de relaties tss de uitvoerende en wetgevende macht 51
Parlement verzwakt door de grondwet, de regering en de cumul van mandaten 51
Het Franse tweekamerstelsel - De Senaat 52
Le Congrès 52
Franse ‘parlementarisme rationalisé’
53
Hoofdstuk 6 - Stelsels van evenredige vertegenwoordiging en consensusdemocratieen 54
Inleiding 54
3
, Determinanten van proportionaliteit 54
De electorale formule 54
Kiesdelertechnieken 54
Delerreeksen 55
De grootte vd kieskringen 56
De formele kiesdrempel 56
Voor- en nadelen van lijstproportionele systemen 56
Het consensusmodel 57
10 kenmerken consensusmodel 57
Hoofdstuk 7 - Consensusmodel Democratie in de Lage Landen 59
Inleiding 59
Het Nederlandse politieke systeem 59
Evolutie 59
Stemverrichtingen 59
Zeteltoewijzing 60
Instituties 61
Politieke partijen 61
Parlementair stelsel 62
Periodes in de Nederlandse politiek na 1967 62
Instabiliteit 62
Nederland bekeken vanuit België 63
Het Belgische politieke stelsel 63
5 belangrijke fasen 64
Eerste verkiezingen - 29 augustus 1831 65
Fase 1 : 1893 65
Fase 2 : 1919 65
Fase 3 tot 6 66
Het meerderheidsstelsel (1831-1900) 66
De provinciale apparentering 68
Het federale kiesstelsel sinds 2014 69
De Verschillende kiesstelsels in België 72
Verkiezing Kamer van Volksvertegenwoordigers 72
De zesde staatshervorming (2014) 73
De Senaat 73
Verkiezingen deelstaatparlementen 74
Verkiezingen gemeente-en provincieraden 74
Gemeenteverkiezingen 74
Provincieverkiezingen 75
Faciliteitengemeenten 75
Conclusies: te verwachten effecten 77
Federale Agenda – voorstellen kieswethervorming 77
4
, Het kiesstelsel en de particratie in België 78
Hoofdstuk 8 - Gemengde stelsels: Duitsland 79
Inleiding 79
Het Duitse Kiesstelsel 79
Oorsprong en algemene kenmerken 79
Stemverrichting en zetelberekening 81
Zetelverdeling en zetelallocatie (5 stappen) 82
2013 : Nieuw : Ausgleichmandate 83
Geen Überhangmandate meer. Integendeel, zetels kunnen niet worden toegekend 83
Voor- en nadelen 83
Invloed op vertegenwoordiging? 84
Effecten en gevolgen vh Duitse kiesstelsel 84
Stemmen splitsen 84
Effecten op de regeringsvorming 86
‘Kanseliersdemocratie’ 86
Het Duitse federalisme 87
Bicameraal parlementair systeem 88
Hoofdstuk 10 - effecten van kiesstelsels: Disproportionaliteit, opkomst en
vrouwenvertenegwoordiging 89
De Gallagherindex voor de graad van (dis)proportionaliteit 89
Invloed vh kiesstelsel op de opkomstplicht (electoral turnout) 89
De opkomstplicht 90
Afschaffen vd opkomstplicht 90
De opkomstplicht als remedie tegen dalende participatie? 91
Is dalende opkomst problematisch? 91
Hoe kwaliteitsvol is de stem vd kiezer? 92
Institutionele factoren die invloed hebben op de opkomst 92
Invloed vd kieswetgeving op de opkomst 92
Toevallige factoren die invloed hebben op de opkomst 93
Vrouwen en verkiezingen 93
De electorale participatie van vrouwen 93
Vrouwen in het parlement 93
Substantiële vs Descriptieve Representatie 94
Maatregelen ter bevordering van aantal vrouwen in parlement 94
College 1 - Parlementen 96
Parlementaire delegatie in het verleden 96
Parlementaire delegatie vandaag 96
Parlementen en congressen 96
Delegatie & verantwoordelijkheid : principal-agent theorie 97
3 rollen en taken van het parlement 97
Oorzaken van het functieverlies van het parlement? 99
5
, Functieverlies van het parlement, specifiek in België ? 99
Interne structuur parlementen 99
College 2 - Regeringen 102
Politieke regimes 102
Presidentiele stelsels 102
Parlementaire stelsels 103
Semi-presidentieel 104
Resultaat van regeringsvorming 104
Coalitietheorieën 104
Minderheidsregeringen vs oversized cabinets 105
Minderheidsregeringen: verklaringen 105
Oversized kabinetten: verklaringen 106
Interne werking regering 107
Interne werking coalitieregeringen 108
Politieke capaciteit regering 108
Divided government 109
Autonomie regering 110
Conclusie 111
College 3 - Politieke partijen 112
Omschrijving politieke partij 112
Modellen van partijorganisatie 112
Partijlidmaatschap 113
Politieke ideologieën 114
Over de oorsprong van politieke partijen 114
Partijstrategieën 116
Partijsystemen 116
Zijn alle partijen relevant? 117
Zijn partijen in verval? 117
Regering De Wever -> zeer weinig vrouwen <-> regering De Croo -> pariteit
2024 -> ultieme verkiezingsjaar -> 4 miljard mensen kregen de kans om te stemmen
6
,Hoofdstuk 0 - Vergelijking als discipline ………………...
Afbakening van politiek …………………………………… ……………
Hoe definieert u politiek?
● Verkiezingen
● De stem vd bevolking
Wat is politiek?
● Geen echte/vaste definitie
● O.b.v. autoriteit, publieke beslissingen nemen, door tegengestelde meningen met elkaar te
verzoenen
● 4 elementen (Miller, 1990)
1. Collectieve activiteit: publiek, betrekking op een samenleving
2. Verschillende meningen
3. Verzoening: vereist communicatie
4. Autoritatief -> legitiem (incl. sanctierecht)
-> in autoritaire regimes: meer 4, in democratie -> meer 1,2&3
● Politiek = de macht verwerven, behouden en uitoefenen
Toepassing 1: waarom hier geen sprake van politiek? (huishouden en jeugdbewegingen)
● Collectiviteit daar is kleiner dan wat wij in de cursus behandelen
Noodzaak aan politiek vloeit voort uit het collectieve karakter v.h. Menselijk samenleven:
● We delen de natuurlijke rijkdommen, verhouden ons tot andere groepen en plannen de toekomst
Cf. Aristoteles (384-322 BC) “Mens is een politiek dier”
● Politiek = noodzakelijk maar ook een deugd!
Politiek = de meest rationele weg om tot een gezamenlijke oplossing te komen voor een gezamenlijk
probleem
● Steeds een element van conflict een coöperatie
Specifieke vragen voor de vergelijkende politiek?
“Politics is who gets what, when and how.” - Harold Laswell (1936)
1. Welke beslissingen? Welke invloed op het dagelijks leven?
2. Hoe worden beslissingen genomen?
● Conventionele acties vs. niet-conventionele
● Democratie <-> autoritaire regimes
7
, 3. Wie neemt de beslissing en hoe/door wie wordt hij/zij beïnvloed?
Verschillende bouwstenen die “de politiek” helpen afbakenen
Spraakverwarring vermijden tss ‘government’ & ‘politics’
● Government -> regering? Governance (= de manier waarop er aan beleid wordt gedaan)?
1. Overheid: instituties om collectieve beslissingen te nemen en uit te voeren
2. Governance: de activiteit, het proces en kwaliteit om collectieve beslissingen te nemen
3. Naties en nationalisme: een gemeenschap, een gevoel van samenhorigheid (je kan verschillende
naties in 1 staat hebben, maar niet omgekeerd), nationalisme = naties hebben recht op
zelfbeschikking
4. Autoriteit: het recht om te regeren, gelinkt aan een positie, Max Weber: traditioneel,
charismatisch, rationeel/wettelijk
5. Regering: het hoogst niveau om die beslissingen te nemen
6. Staten & soevereiniteit: organisaties, afgebakend op een kaart, op 1 territorium & onder 1
regering, soevereiniteit = hoogste bron v autoriteit
7. Macht: de ‘motor’ vd politiek (je kan ook macht zonder legitimiteit hebben)
8. Legitimiteit: systeem gebaseerd op autoriteit
Toepassing 2: Hoe het politieke stelsel georganiseerd is
1. Autoritaire, democratische & partijen systemen
2. EU-leden & niet-leden
3. Presidenten, koningen, eerste ministers
4. NAVO leden
5. 2- & 1-ronde verkiezingen
6. Federaties (België, Duitsland,..) & unitaire staten
7. 2- & meerpartijensysteem
8. Sterke en zwakke naties (bv. Catalonië in Spanje)
9. Verschillende kiessystemen (proportioneel en meerderheid)
Vaststelling: variatie in Europa
1. Staatshoofd:
● Monarchie vs presidentieel
● Monarchie in europa: NL, UK, BE, LUX, SP, NO, DK, SW, MON
2. Politiek systeem
● Parlementaire vs presidentiele systemen
-> Opgepast!! Landen met een president:
➔ Presidentiële systemen: verkozen staatshoofd = regeringshoofd (USA)
➔ Parlementaire systemen: aangesteld, ceremoniële positie (ITA, DUI,..)
➔ Semi-presidentiele systemen:
President + regering gebaseerd op meerderheid in parlement
Vb. FR, FIN, PT, IR, AT, UKR
8
, 3. Parlementen
● 1 kamer stelsels (NO,DK,SW,LU)
● Twee kamerstelsels
➔ Hoge vergadering: rechtstreeks verkozen?
➔ Hoge vergadering: delegaties van regionale of subnationale entiteiten
➢ NL Eerste Kamer: provincies
-> o.b.v. verkiezingen in de provincieraad vertegenwoordigers gestuurd
die de provincies gaan vertegenwoordigen
➢ DU Bunderstat: Lander
-> 69 leden, vertegenwoordigers v.d. Deelstaten, niet-proportionele
verdeling (3 - 6 zetels)
➢ FR Senat: regions
-> opgebouwd via een verkiezing vd deelstaten
➢ BE Senaat: gemeenschappen
-> samenstelling: vertegenwoordigers van vlaamse, waalse en duitse
gemeenschappen
Senaat in de VK: 100 leden (2 per staat) -> gelijke vertegenwoordiging
9
, Types en tradities ……………………………………………………… ..
1. Eenlandenstudies (substantie)
● “German politics” “Spanish politics” …
● Angelsaksische dominantie
● ‘Country chapters’ in ‘vergelijkende’ handboeken
● Nut? Impliciete vergelijking, deviante case, gedetailleerde info…
● Soms impliciete vergelijking, zie bv de Tocqueville (1835) “Democratie en Amerique”
2. Methodologisch: regels vastleggen (methode)
● Hoe vergelijkend onderzoek te voeren om te beschrijven, verklaren en voorspellen?
● Logisch en statisch
● Wet van Duverger: een meerpartijensysteem zal altijd leiden tot een tweepartijsysteen
3. Analystisch (combinatie)
● Vergelijking volgens welbepaalde systematiek
● Doel: te verklaren
● (beschrijven - verklaren - en met hypo’s voorspellen)
De grote theorieën:
Vergelijkende politiek …………………………………………………....
1 vd 3 subdisciplines van politieke wetenschappen:
1. Politieke theorie (normatief)
2. Internationale relaties (oorlog en vrede)
3. Vergelijkende politiek (werking staat)
● Vanaf eind 19de eeuw als aparte discipline
● Empirisch
● Niet : is participatie aan beleid goed of slecht?
10
De spelregels van de democratie:
kiesstelsels en politieke systemen in Europa
Stefaan Fiers & Steven Van Hecke
2024-2025
Vak: Vergelijkende Politiek
1
,Inhoudstafel
Hoofdstuk 0 - Vergelijking als discipline 7
Afbakening van politiek 7
Verschillende bouwstenen die “de politiek” helpen afbakenen 8
Vaststelling: variatie in Europa 8
Types en tradities 10
Vergelijkende politiek 10
Grondleggers VP 11
Grote evolutie door de jaren heen 11
Twee revoluties 12
Vier periodes 12
Conclusie 15
Wat wordt vergeleken? 15
Waarom vergelijkende politiek? 15
Hoe wordt vergeleken? 16
De logica van vergelijking 17
Twee methoden 17
Case selectie 18
Case selectie- oefening 19
Risico’s bij VP 19
Conclusie 20
Hoofdstuk 1 - Verkiezingen en verkiezingen is twee. De discipline van de vergelijkende politiek
biedt soelaas 22
Een plejade aan verschillende regels 22
Verkiezingen als basis voor onze vergelijking 22
Functies van kiesstelsels 24
Hoofdstuk 2 - Classificatie van kiesstelsels 25
Inleiding 25
Drie categorieën kiesstelsels 25
Meerderheidsstelsels 25
Proportionele stelsels 26
Gemengde stelsels 26
Andere stelsels 27
Variaties in de kiesstelsels 27
Kiesstelsels en alternatieve concepten van ‘vertegenwoordiging’ 28
Kunstmatige vertekeningsmechanismen 28
Hoofdstuk 3 - Het Britse politieke systeem o.b.v. het First Past The Post-meerderheidsstelsel 30
Het Britse kiesstelsel in een notendop 30
Gevolgen van het Britse kiesstelsel 31
Voor- en nadelen vh First-past-the-Post systeem 33
2
, Evolutie Britse politieke partijen 34
House of Lords 35
De relaties tussen de wetgevende en uitvoerende macht 36
Uitvoerende macht gedomineerd door de prime minister 36
Fixed term Act (2011 - 2022) 36
Beperkte controle van parlement op regering 37
De verkiezingen vh Congress en de president in de VS: de georganiseerde tweepartijenstaat 37
Federale staatsstructuur 38
Structuur staten 38
Tweepartijensysteem 38
Divided government? 39
Het VK en VS als typevoorbeeld van een Westminstermodel (Lijphart) 39
Vragen bij geldigheid vh Westminster model 40
Hoofdstuk 4 - Absolute meerderheidsstelsels 41
Alternative vote (of het stelsel vd overdraagbare stem) 41
Kenmerken 41
Voor- en nadelen Alternative-Vote 41
Tweerondenstelsel 42
Systeem voor presidentsverkiezingen 42
Systeem voor verkiezingen vh parlement (Assemblée nationale) 42
Multipartijcompetitie 44
Voor- en nadelen tweederondstelsel 44
Hoofdstuk 5 - De gevolgen van een tweerondesysteem: de werking van de Vijfde Franse Republiek
(1958-...) 45
Kenmerken 5de Republiek 46
Gevolgen vh semipresidentiele systeem . 47
Le président de la République 47
Parlementair vs. Presidentieel systeem 47
8 presidenten vd 5de Republiek 48
Bevoegdheden vd president 49
Defensie: potentieel conflictstof 50
Eerste minister en de regering 50
La cohabitation 51
Het parlement en de relaties tss de uitvoerende en wetgevende macht 51
Parlement verzwakt door de grondwet, de regering en de cumul van mandaten 51
Het Franse tweekamerstelsel - De Senaat 52
Le Congrès 52
Franse ‘parlementarisme rationalisé’
53
Hoofdstuk 6 - Stelsels van evenredige vertegenwoordiging en consensusdemocratieen 54
Inleiding 54
3
, Determinanten van proportionaliteit 54
De electorale formule 54
Kiesdelertechnieken 54
Delerreeksen 55
De grootte vd kieskringen 56
De formele kiesdrempel 56
Voor- en nadelen van lijstproportionele systemen 56
Het consensusmodel 57
10 kenmerken consensusmodel 57
Hoofdstuk 7 - Consensusmodel Democratie in de Lage Landen 59
Inleiding 59
Het Nederlandse politieke systeem 59
Evolutie 59
Stemverrichtingen 59
Zeteltoewijzing 60
Instituties 61
Politieke partijen 61
Parlementair stelsel 62
Periodes in de Nederlandse politiek na 1967 62
Instabiliteit 62
Nederland bekeken vanuit België 63
Het Belgische politieke stelsel 63
5 belangrijke fasen 64
Eerste verkiezingen - 29 augustus 1831 65
Fase 1 : 1893 65
Fase 2 : 1919 65
Fase 3 tot 6 66
Het meerderheidsstelsel (1831-1900) 66
De provinciale apparentering 68
Het federale kiesstelsel sinds 2014 69
De Verschillende kiesstelsels in België 72
Verkiezing Kamer van Volksvertegenwoordigers 72
De zesde staatshervorming (2014) 73
De Senaat 73
Verkiezingen deelstaatparlementen 74
Verkiezingen gemeente-en provincieraden 74
Gemeenteverkiezingen 74
Provincieverkiezingen 75
Faciliteitengemeenten 75
Conclusies: te verwachten effecten 77
Federale Agenda – voorstellen kieswethervorming 77
4
, Het kiesstelsel en de particratie in België 78
Hoofdstuk 8 - Gemengde stelsels: Duitsland 79
Inleiding 79
Het Duitse Kiesstelsel 79
Oorsprong en algemene kenmerken 79
Stemverrichting en zetelberekening 81
Zetelverdeling en zetelallocatie (5 stappen) 82
2013 : Nieuw : Ausgleichmandate 83
Geen Überhangmandate meer. Integendeel, zetels kunnen niet worden toegekend 83
Voor- en nadelen 83
Invloed op vertegenwoordiging? 84
Effecten en gevolgen vh Duitse kiesstelsel 84
Stemmen splitsen 84
Effecten op de regeringsvorming 86
‘Kanseliersdemocratie’ 86
Het Duitse federalisme 87
Bicameraal parlementair systeem 88
Hoofdstuk 10 - effecten van kiesstelsels: Disproportionaliteit, opkomst en
vrouwenvertenegwoordiging 89
De Gallagherindex voor de graad van (dis)proportionaliteit 89
Invloed vh kiesstelsel op de opkomstplicht (electoral turnout) 89
De opkomstplicht 90
Afschaffen vd opkomstplicht 90
De opkomstplicht als remedie tegen dalende participatie? 91
Is dalende opkomst problematisch? 91
Hoe kwaliteitsvol is de stem vd kiezer? 92
Institutionele factoren die invloed hebben op de opkomst 92
Invloed vd kieswetgeving op de opkomst 92
Toevallige factoren die invloed hebben op de opkomst 93
Vrouwen en verkiezingen 93
De electorale participatie van vrouwen 93
Vrouwen in het parlement 93
Substantiële vs Descriptieve Representatie 94
Maatregelen ter bevordering van aantal vrouwen in parlement 94
College 1 - Parlementen 96
Parlementaire delegatie in het verleden 96
Parlementaire delegatie vandaag 96
Parlementen en congressen 96
Delegatie & verantwoordelijkheid : principal-agent theorie 97
3 rollen en taken van het parlement 97
Oorzaken van het functieverlies van het parlement? 99
5
, Functieverlies van het parlement, specifiek in België ? 99
Interne structuur parlementen 99
College 2 - Regeringen 102
Politieke regimes 102
Presidentiele stelsels 102
Parlementaire stelsels 103
Semi-presidentieel 104
Resultaat van regeringsvorming 104
Coalitietheorieën 104
Minderheidsregeringen vs oversized cabinets 105
Minderheidsregeringen: verklaringen 105
Oversized kabinetten: verklaringen 106
Interne werking regering 107
Interne werking coalitieregeringen 108
Politieke capaciteit regering 108
Divided government 109
Autonomie regering 110
Conclusie 111
College 3 - Politieke partijen 112
Omschrijving politieke partij 112
Modellen van partijorganisatie 112
Partijlidmaatschap 113
Politieke ideologieën 114
Over de oorsprong van politieke partijen 114
Partijstrategieën 116
Partijsystemen 116
Zijn alle partijen relevant? 117
Zijn partijen in verval? 117
Regering De Wever -> zeer weinig vrouwen <-> regering De Croo -> pariteit
2024 -> ultieme verkiezingsjaar -> 4 miljard mensen kregen de kans om te stemmen
6
,Hoofdstuk 0 - Vergelijking als discipline ………………...
Afbakening van politiek …………………………………… ……………
Hoe definieert u politiek?
● Verkiezingen
● De stem vd bevolking
Wat is politiek?
● Geen echte/vaste definitie
● O.b.v. autoriteit, publieke beslissingen nemen, door tegengestelde meningen met elkaar te
verzoenen
● 4 elementen (Miller, 1990)
1. Collectieve activiteit: publiek, betrekking op een samenleving
2. Verschillende meningen
3. Verzoening: vereist communicatie
4. Autoritatief -> legitiem (incl. sanctierecht)
-> in autoritaire regimes: meer 4, in democratie -> meer 1,2&3
● Politiek = de macht verwerven, behouden en uitoefenen
Toepassing 1: waarom hier geen sprake van politiek? (huishouden en jeugdbewegingen)
● Collectiviteit daar is kleiner dan wat wij in de cursus behandelen
Noodzaak aan politiek vloeit voort uit het collectieve karakter v.h. Menselijk samenleven:
● We delen de natuurlijke rijkdommen, verhouden ons tot andere groepen en plannen de toekomst
Cf. Aristoteles (384-322 BC) “Mens is een politiek dier”
● Politiek = noodzakelijk maar ook een deugd!
Politiek = de meest rationele weg om tot een gezamenlijke oplossing te komen voor een gezamenlijk
probleem
● Steeds een element van conflict een coöperatie
Specifieke vragen voor de vergelijkende politiek?
“Politics is who gets what, when and how.” - Harold Laswell (1936)
1. Welke beslissingen? Welke invloed op het dagelijks leven?
2. Hoe worden beslissingen genomen?
● Conventionele acties vs. niet-conventionele
● Democratie <-> autoritaire regimes
7
, 3. Wie neemt de beslissing en hoe/door wie wordt hij/zij beïnvloed?
Verschillende bouwstenen die “de politiek” helpen afbakenen
Spraakverwarring vermijden tss ‘government’ & ‘politics’
● Government -> regering? Governance (= de manier waarop er aan beleid wordt gedaan)?
1. Overheid: instituties om collectieve beslissingen te nemen en uit te voeren
2. Governance: de activiteit, het proces en kwaliteit om collectieve beslissingen te nemen
3. Naties en nationalisme: een gemeenschap, een gevoel van samenhorigheid (je kan verschillende
naties in 1 staat hebben, maar niet omgekeerd), nationalisme = naties hebben recht op
zelfbeschikking
4. Autoriteit: het recht om te regeren, gelinkt aan een positie, Max Weber: traditioneel,
charismatisch, rationeel/wettelijk
5. Regering: het hoogst niveau om die beslissingen te nemen
6. Staten & soevereiniteit: organisaties, afgebakend op een kaart, op 1 territorium & onder 1
regering, soevereiniteit = hoogste bron v autoriteit
7. Macht: de ‘motor’ vd politiek (je kan ook macht zonder legitimiteit hebben)
8. Legitimiteit: systeem gebaseerd op autoriteit
Toepassing 2: Hoe het politieke stelsel georganiseerd is
1. Autoritaire, democratische & partijen systemen
2. EU-leden & niet-leden
3. Presidenten, koningen, eerste ministers
4. NAVO leden
5. 2- & 1-ronde verkiezingen
6. Federaties (België, Duitsland,..) & unitaire staten
7. 2- & meerpartijensysteem
8. Sterke en zwakke naties (bv. Catalonië in Spanje)
9. Verschillende kiessystemen (proportioneel en meerderheid)
Vaststelling: variatie in Europa
1. Staatshoofd:
● Monarchie vs presidentieel
● Monarchie in europa: NL, UK, BE, LUX, SP, NO, DK, SW, MON
2. Politiek systeem
● Parlementaire vs presidentiele systemen
-> Opgepast!! Landen met een president:
➔ Presidentiële systemen: verkozen staatshoofd = regeringshoofd (USA)
➔ Parlementaire systemen: aangesteld, ceremoniële positie (ITA, DUI,..)
➔ Semi-presidentiele systemen:
President + regering gebaseerd op meerderheid in parlement
Vb. FR, FIN, PT, IR, AT, UKR
8
, 3. Parlementen
● 1 kamer stelsels (NO,DK,SW,LU)
● Twee kamerstelsels
➔ Hoge vergadering: rechtstreeks verkozen?
➔ Hoge vergadering: delegaties van regionale of subnationale entiteiten
➢ NL Eerste Kamer: provincies
-> o.b.v. verkiezingen in de provincieraad vertegenwoordigers gestuurd
die de provincies gaan vertegenwoordigen
➢ DU Bunderstat: Lander
-> 69 leden, vertegenwoordigers v.d. Deelstaten, niet-proportionele
verdeling (3 - 6 zetels)
➢ FR Senat: regions
-> opgebouwd via een verkiezing vd deelstaten
➢ BE Senaat: gemeenschappen
-> samenstelling: vertegenwoordigers van vlaamse, waalse en duitse
gemeenschappen
Senaat in de VK: 100 leden (2 per staat) -> gelijke vertegenwoordiging
9
, Types en tradities ……………………………………………………… ..
1. Eenlandenstudies (substantie)
● “German politics” “Spanish politics” …
● Angelsaksische dominantie
● ‘Country chapters’ in ‘vergelijkende’ handboeken
● Nut? Impliciete vergelijking, deviante case, gedetailleerde info…
● Soms impliciete vergelijking, zie bv de Tocqueville (1835) “Democratie en Amerique”
2. Methodologisch: regels vastleggen (methode)
● Hoe vergelijkend onderzoek te voeren om te beschrijven, verklaren en voorspellen?
● Logisch en statisch
● Wet van Duverger: een meerpartijensysteem zal altijd leiden tot een tweepartijsysteen
3. Analystisch (combinatie)
● Vergelijking volgens welbepaalde systematiek
● Doel: te verklaren
● (beschrijven - verklaren - en met hypo’s voorspellen)
De grote theorieën:
Vergelijkende politiek …………………………………………………....
1 vd 3 subdisciplines van politieke wetenschappen:
1. Politieke theorie (normatief)
2. Internationale relaties (oorlog en vrede)
3. Vergelijkende politiek (werking staat)
● Vanaf eind 19de eeuw als aparte discipline
● Empirisch
● Niet : is participatie aan beleid goed of slecht?
10