Ontwikkelingspsychologie Bestudeerd de psychologische veranderingen bij toenemende leeftijd.
3 krachten van ontwikkeling Nature = factoren die aangeboren zijn (door aanleg/genen)
(nature, nurture en rijping) Nurture = factoren die aangeleerd zijn (door sociale omgeving, opvoeding)
Rijping = veranderingen die voor een groot deel genetisch geregeld worden en
waarop omgevingsinvloeden een kleine invloed hebben (zoals grijs haar krijgen,
verandering van stem, borstgroei etc.)
Discontinu en continu verloop Continue verandering = geleidelijke ontwikkeling waarbij prestaties op een
van ontwikkeling bepaald niveau voortvloeien uit die van de vorige niveaus. Continue verandering
is kwantitatief (bijvoorbeeld taalontwikkeling, of groei, vaardigheden worden
uitgebreid).
Discontinue verandering = ontwikkeling in aparte stappen of stadia. Elk stadium
levert gedrag op dat kwalitatief anders is dan gedrag in eerdere stadia (de
ontwikkelingstheorie van Erikson).
Psychosociale ontwikkeling Mensen doorlopen 8 levensfasen, van babytijd tot ouderdom.
volgens Erikson Iedere fase wordt afgesloten met een crisis (een opdracht/uitdaging),
een ontwikkelingstaak die typisch is voor díe fase. Deze taak is een
verwachting uit onze omgeving.
De crisis kan nooit helemaal opgelost worden of helemaal onopgelost
blijven. Het gaat om de mate waarop je succesvol met die uitdaging
omgaat.
- Als die taak negatief afgesloten wordt, loopt de ontwikkeling vast.
- Hoe je de taak oplost heeft invloed op de nog komende taken.
Ontwikkelingstaak babytijd Vertrouwen versus wantrouwen
Het ontwikkelen van een gevoel van vertrouwen in anderen. Veiligheid en
geborgenheid vinden.
Ontwikkelingstaak peutertijd Autonomie versus schaamte en twijfel
De ontwikkeling van zelfstandigheid, de wereld verkennen, dingen ‘zelf doen’.
Ontwikkelingstaak kleutertijd Initiatief versus schuldgevoel
De ontwikkeling van geweten, eigen initiatieven ontplooien, zelf dingen in gang
zetten.
Ontwikkelingstaak schoolkindtijd Vlijt versus minderwaardigheid
Gevoelens van competentie en zelfvertrouwen (=vlijt) ontwikkelen, door
successen en aanmoediging van anderen.
Ontwikkelingstaak adolescentie Identiteit versus rolverwarring
Een antwoord vinden op de vraag ‘wie ben ik?’
Ontwikkelingstaak jong- Intimiteit versus isolement
volwassenheid Het aangaan van een intieme relatie. Trouwen/samenwonen of een hechte
vriendschap.
Ontwikkelingstaak middelbare Generativiteit versus egocentrisme
leeftijd De zorg dragen voor anderen, bijdragen aan de maatschappij = generativiteit
Ontwikkelingstaak ouderdom Ik-integriteit versus wanhoop
Terugkijken op het leven met tevredenheid = ik-integriteit
Puberteit De puberteit is een onderdeel van de adolescentie. De puberteit gaat over
biologische veranderingen: hormonale turbulentie, groeispurt, lichamelijke
processen die leiden tot vruchtbaarheid, uiterlijk als bron van onzekerheid en
omgaan met seksuele verlangens en verliefdheid.
Autonomie en losmaken Adolescenten gaan zich afzetten tegen hun ouders. Er verandert veel in de
relatie tussen kind en ouders (ook wel tijd van transformatie genoemd). Alles
staat even op ‘losse schroeven’. Er moet gezocht worden naar nieuwe
verhoudingen. De adolescent wil meer autonomie. De adolescent wil loskomen