Samenvatting comfort
Comfort: Thermisch
KWALITATIEVE EISEN VOOR EEN GEBOUW
1. Gezondheidsnoden van de gebruiker
20% vd energieverliezen door ventilatie (koudere lucht van buiten)
20% is een comfortabele woonkamertemp → statische gegevens door testen (wordt ook gdn
voor akoestische isolatie)
Vanaf 2000 duurzamer bouwen → duurzaamheid!
2. Comfort van de gebruiker
Gebruiker staat centraal! Zo comfortabel mogelijk gebruik, ook rekening houden met
gezondheid.
Thermisch comfort (constante temperatuur zonder teveel energieverbruik)
Ventilatie belangrijk (pollutie = stoffen id lucht!) → ventileren is verplicht → = niet alleen
ventileren van vuile lucht naar buiten maar ook van verse lucht naar binnen.
3. Duurzaamheid van de bouwconstructies (economisch/ ecologisch/ sociologisch)
ecologisch → materialen die geen slechte impact hebben op milieu → geevolueerd naar
duurzaam bouwen, daarna kwam economisch en sociologisch erbij. Economisch, een
gebouw kan niet duurzaam zijn als het te duur is, moet kosten effectief zijn, onderhoud
gebouw → economisch plan op lange termijn berekenen hoeveel het gebouw gaat kosten.
Sociologie: betekend wat is de functie vh gebouw? Heeft het gebouw een impact op de
omgeving? Nieuwe interacties genereren, of mensen uit die zone tewerk stellen. Heeft het
een positieve of negatieve impact op sociaal vlak?
Structuur ve gebouw is een
materiaal die voldoende
draagkrachtig is, stabiel is, goeie
akoestiek heeft. DUS akoestiek en
structuur zijn vermengd samen, ze
zijn koppel.
Thermische isolatie is een extra
laagje dat we toepassen op de
gevel. Jasje dat men plaatst rond het gebouw. De densiteit moet hoog zijn, de dichtheid vd
akoestiek. Bij akoestiek moet de densiteit/ dichtheid (aantal moleculen per kg) hoog zijn.
Materialen met een hoge densiteit gaan meer kunnen dragen. Thermische isolatie is net het
omgekeerde, we hebben een lage densiteit nodig → de moleculen moeten ver van elkaar
zijn zodat de warmte niet gemakkelijk kunnen doorgeven, lage dichtheid is dus goed
thermisch isolerend.
,In zadeldak, lichte structuren = houten structuren
Minerale wol in de spouw, een wol die bestaat uit
vezeltjes die het geluid heel gemakkelijk gaat
absorberen.
Bij lichte dubbelwandige spouw: nooit een harde
isolatieplaat, altijd minerale wol hier.
Integrale toepassing gevelschil vanuit constructief
oogpunt:
1. (Stabiliteit): structurele integriteit onder verschillende belastingen
2. Akoestisch: Isolatie
3. Winddichting: Windscherm
4. Waterdichtheid: Waterscherm
5. Thermisch: Isolatie
6. Luchtdichtheid: Luchtscherm (dampscherm)
7. (Brandweerstand): Stabiliteit, vlamdichtheid en thermische isolatie
Er zijn dus verschillende principes id gevel.
Integrale aanpak: de gevel
Ventilatieroosters = zwakste punt vd gevel
Er zal altijd een balans zijn, het zal altijd +- zijn en nooit ++ of --
Het glas dat je gebruikt zal cruciaal zijn in de akoestische isolatie vh gebouw
Een windscherm is een folie, belangrijk op een zadeldak, die folie noemt dus ook een
onderdak, die folie fungeert als windscherm
Waterscherm op een dak is dezelfde folie als een windscherm, dus waterdichte functie en de
winddichte functie = onderdak
,Thermische isolatie = extra jasje, die is continu, als je de t i volgt is dat een lijntje en dat
noemen we de thermische lijn, dat is de grens tussen buiten en binnen.
Als er een onderbreking is id koude lijn, dan noemen we dat een koude brug/ bouwknoop, er
zijn daar 3 gradaties in: goed, middelmatig, slecht
Luchtscherm aan de binnenkant, maakt ook deel uit vh dampscherm. Dampscherm = dat alle
dampen van binnen tegenhoud, er mag geen waterdamp in de isolatie komen, er zit veel
waterdamp id lucht door oa te praten en dan kan die waterdamp condenseren.
Als waterdamp accumuleert dan kan dat schimmel worden.
Dit scherm moet niet altijd, als u steen dicht genoeg is dan hoef je geen te plaatsen, maar bij
hout enz wel; als je een pleisterlaag hebt hoef je dit scherm niet te plaatsen
De binnenkant is dampdicht, de buitenkant is dampopen zie verder…
Thermische isolatie, lijn = rode lijn, dit moet een continue lijn zijn, is er een onderbreking dan
is dat een koude brug/ bouwknoop.
We moeten dus al zorgen dat het water niet van buiten naar binnen kan, daarom wind en
waterscherm aan de buitenkant
Dampscherm binnenkant, luchtscherm
Integrale aanpak: de gevel – WATERDICHTING
- Waterdichting: langs de buitenkant
- Verhinderen vochtig worden constructie (inwendig) door regen en sijpelwater
(onderbouw) en opstijgend vocht.
- Dichte constructieschil (gevelmuur, dakbedekking-onderdak, polymeer folies (DPC))
- Zwakke plekken:
- verbindingen vloer-muur
- uitzettingsvoegen
- kieren/ naden
- kelders:
- cementeren + bestrijken met bitumenderivaten (hoog FO)
- cementeren + PE dubbele noppenfolies + drainagematten (laag FO)
- Geen conflict met winddichting / akoestiek / stabiliteit / brandweerstand
- Een gevelsteen is eig een
regenbarriere
- Stootvoegen in de stenen
zodoende dat het water eruit
kan
, Integrale aanpak: de gevel – WINDDICHTING
- Winddichting: tegen stroming van buiten naar binnen
- Verhindering vochtig worden en afkoeling van thermische isolatie van buitenaf
- Dichte constructieschil (gevelmuur, onderdak)
- Zwakke plekken:
- Samenkomen dakvlak en gevel
- Aansluitingen scheidingsconstructies – gevel
- Deuren
- Kieren / naden
- Thermische isolatie in spouw (waterdichting bij volle spouwvulling of luchtspouw bij
gedeeltelijke spouwvulling)
- Dampopen: ‘’ademend’’
- Geen conflict met akoestiek / stabiliteit / brandweerstand
Zadeldak – onderdak
- Onderdak = KORAFLEECE (folie)
- hoge DAMPdoorlatendheid
- winddicht
- waterafstotend
- Onderdak = Celit 4D (houtvezelplaat 22 mm)
- dampdoorlatend
- winddicht
- waterafstotend
- isolerend
*Word geplaatst onder de kepers en de gordingen
Winddichting: tegen stroming van buiten naar binnen
- Keperstructuur met die folie daarop, en daar nog
eens de tengellatten op
Integrale aanpak: de gevel – AKOESTIEK
- Akoestisch: parameter R (geluidsverzwakkingsindex)
- ‘’Harde’’ constructieschil (dubbele muur, enkele muur)
- Zwakke plekken:
- Vensters
- Deuren
- Kieren / naden
Comfort: Thermisch
KWALITATIEVE EISEN VOOR EEN GEBOUW
1. Gezondheidsnoden van de gebruiker
20% vd energieverliezen door ventilatie (koudere lucht van buiten)
20% is een comfortabele woonkamertemp → statische gegevens door testen (wordt ook gdn
voor akoestische isolatie)
Vanaf 2000 duurzamer bouwen → duurzaamheid!
2. Comfort van de gebruiker
Gebruiker staat centraal! Zo comfortabel mogelijk gebruik, ook rekening houden met
gezondheid.
Thermisch comfort (constante temperatuur zonder teveel energieverbruik)
Ventilatie belangrijk (pollutie = stoffen id lucht!) → ventileren is verplicht → = niet alleen
ventileren van vuile lucht naar buiten maar ook van verse lucht naar binnen.
3. Duurzaamheid van de bouwconstructies (economisch/ ecologisch/ sociologisch)
ecologisch → materialen die geen slechte impact hebben op milieu → geevolueerd naar
duurzaam bouwen, daarna kwam economisch en sociologisch erbij. Economisch, een
gebouw kan niet duurzaam zijn als het te duur is, moet kosten effectief zijn, onderhoud
gebouw → economisch plan op lange termijn berekenen hoeveel het gebouw gaat kosten.
Sociologie: betekend wat is de functie vh gebouw? Heeft het gebouw een impact op de
omgeving? Nieuwe interacties genereren, of mensen uit die zone tewerk stellen. Heeft het
een positieve of negatieve impact op sociaal vlak?
Structuur ve gebouw is een
materiaal die voldoende
draagkrachtig is, stabiel is, goeie
akoestiek heeft. DUS akoestiek en
structuur zijn vermengd samen, ze
zijn koppel.
Thermische isolatie is een extra
laagje dat we toepassen op de
gevel. Jasje dat men plaatst rond het gebouw. De densiteit moet hoog zijn, de dichtheid vd
akoestiek. Bij akoestiek moet de densiteit/ dichtheid (aantal moleculen per kg) hoog zijn.
Materialen met een hoge densiteit gaan meer kunnen dragen. Thermische isolatie is net het
omgekeerde, we hebben een lage densiteit nodig → de moleculen moeten ver van elkaar
zijn zodat de warmte niet gemakkelijk kunnen doorgeven, lage dichtheid is dus goed
thermisch isolerend.
,In zadeldak, lichte structuren = houten structuren
Minerale wol in de spouw, een wol die bestaat uit
vezeltjes die het geluid heel gemakkelijk gaat
absorberen.
Bij lichte dubbelwandige spouw: nooit een harde
isolatieplaat, altijd minerale wol hier.
Integrale toepassing gevelschil vanuit constructief
oogpunt:
1. (Stabiliteit): structurele integriteit onder verschillende belastingen
2. Akoestisch: Isolatie
3. Winddichting: Windscherm
4. Waterdichtheid: Waterscherm
5. Thermisch: Isolatie
6. Luchtdichtheid: Luchtscherm (dampscherm)
7. (Brandweerstand): Stabiliteit, vlamdichtheid en thermische isolatie
Er zijn dus verschillende principes id gevel.
Integrale aanpak: de gevel
Ventilatieroosters = zwakste punt vd gevel
Er zal altijd een balans zijn, het zal altijd +- zijn en nooit ++ of --
Het glas dat je gebruikt zal cruciaal zijn in de akoestische isolatie vh gebouw
Een windscherm is een folie, belangrijk op een zadeldak, die folie noemt dus ook een
onderdak, die folie fungeert als windscherm
Waterscherm op een dak is dezelfde folie als een windscherm, dus waterdichte functie en de
winddichte functie = onderdak
,Thermische isolatie = extra jasje, die is continu, als je de t i volgt is dat een lijntje en dat
noemen we de thermische lijn, dat is de grens tussen buiten en binnen.
Als er een onderbreking is id koude lijn, dan noemen we dat een koude brug/ bouwknoop, er
zijn daar 3 gradaties in: goed, middelmatig, slecht
Luchtscherm aan de binnenkant, maakt ook deel uit vh dampscherm. Dampscherm = dat alle
dampen van binnen tegenhoud, er mag geen waterdamp in de isolatie komen, er zit veel
waterdamp id lucht door oa te praten en dan kan die waterdamp condenseren.
Als waterdamp accumuleert dan kan dat schimmel worden.
Dit scherm moet niet altijd, als u steen dicht genoeg is dan hoef je geen te plaatsen, maar bij
hout enz wel; als je een pleisterlaag hebt hoef je dit scherm niet te plaatsen
De binnenkant is dampdicht, de buitenkant is dampopen zie verder…
Thermische isolatie, lijn = rode lijn, dit moet een continue lijn zijn, is er een onderbreking dan
is dat een koude brug/ bouwknoop.
We moeten dus al zorgen dat het water niet van buiten naar binnen kan, daarom wind en
waterscherm aan de buitenkant
Dampscherm binnenkant, luchtscherm
Integrale aanpak: de gevel – WATERDICHTING
- Waterdichting: langs de buitenkant
- Verhinderen vochtig worden constructie (inwendig) door regen en sijpelwater
(onderbouw) en opstijgend vocht.
- Dichte constructieschil (gevelmuur, dakbedekking-onderdak, polymeer folies (DPC))
- Zwakke plekken:
- verbindingen vloer-muur
- uitzettingsvoegen
- kieren/ naden
- kelders:
- cementeren + bestrijken met bitumenderivaten (hoog FO)
- cementeren + PE dubbele noppenfolies + drainagematten (laag FO)
- Geen conflict met winddichting / akoestiek / stabiliteit / brandweerstand
- Een gevelsteen is eig een
regenbarriere
- Stootvoegen in de stenen
zodoende dat het water eruit
kan
, Integrale aanpak: de gevel – WINDDICHTING
- Winddichting: tegen stroming van buiten naar binnen
- Verhindering vochtig worden en afkoeling van thermische isolatie van buitenaf
- Dichte constructieschil (gevelmuur, onderdak)
- Zwakke plekken:
- Samenkomen dakvlak en gevel
- Aansluitingen scheidingsconstructies – gevel
- Deuren
- Kieren / naden
- Thermische isolatie in spouw (waterdichting bij volle spouwvulling of luchtspouw bij
gedeeltelijke spouwvulling)
- Dampopen: ‘’ademend’’
- Geen conflict met akoestiek / stabiliteit / brandweerstand
Zadeldak – onderdak
- Onderdak = KORAFLEECE (folie)
- hoge DAMPdoorlatendheid
- winddicht
- waterafstotend
- Onderdak = Celit 4D (houtvezelplaat 22 mm)
- dampdoorlatend
- winddicht
- waterafstotend
- isolerend
*Word geplaatst onder de kepers en de gordingen
Winddichting: tegen stroming van buiten naar binnen
- Keperstructuur met die folie daarop, en daar nog
eens de tengellatten op
Integrale aanpak: de gevel – AKOESTIEK
- Akoestisch: parameter R (geluidsverzwakkingsindex)
- ‘’Harde’’ constructieschil (dubbele muur, enkele muur)
- Zwakke plekken:
- Vensters
- Deuren
- Kieren / naden