Probleem 8 – Sancties
Leerdoel I: Welke soorten sancties zijn er? (Straffen en maatregelen)
Nadat de rechter bij zijn beraadslaging tot de conclusie is gekomen dat de verdachte een strafbaar feit
heeft begaan, rest hem volgens artikel 350 SV nog te beraadslagen over de vraag of een straf of
maatregel moet worden opgelegd. Dit zijn twee soorten strafrechtelijke sancties.
Sancties zijn reacties op ongeoorloofd gedrag, meestal opgelegd door een rechter, maar soms ook door
een OVJ of opsporingsambtenaar wanneer er sprake is van een strafbeschikking.
Met de oplegging van een straf wordt in de eerste plaats voor gelding beoogd.
- Deze wordt gerealiseerd door de veroordeelde te treffen in een belang dat hem dierbaar is.
Tevens zal de straf preventie tot doel hebben;
- Speciale preventie: gericht tot de veroordeelde.
- Generale preventie: gericht naar anderen.
Maatregelen hebben tot doel de samenleving te beveiligen of rechtsherstel te bewerkstellingen.
- Terbeschikkingstelling (TBS) is een voorbeeld.
Maatregelen hebben niet meer alleen beveiliging als doel en straffen zijn niet alleen vergeldend.
Strafbare feiten mogen alleen worden bestraft met de in de wet bepaalde strafrechtelijke sancties.
Strafbedreiging: voor hem de op een strafbaar feit gestelde maximumstraf.
- Strafsoort: het type straf.
- Strafmaat: de zwaarte van de straf.
De wet moet aangeven welke soort straf is toegelaten voor een specifiek strafbaar feit en hoe hoog die
straf maximaal mag zijn punt de wet onderscheidt in ons weer kon 9 SR hoofdstraffen en bijkomende
straffen.
- Hoofdstraffen: gevangenisstraf, hechtenisstraf, taakstraf en geldboete.
- Bijkomende straffen: ontzetting van bepaalde rechten, verbeurdverklaring en openbaarmaking
van de rechterlijke uitspraak.
Bijkomende straffen kunnen ook afzonderlijk van een hoofdstraf worden opgelegd.
Hoofdstraffen zijn te vinden In de wetsbepaling waarin ook de delictomschrijving is opgenomen.
Strafbepalingen: de hoofdstraf en de delictsomschrijving.
De bijkomende straffen in het commune strafrecht, met uitzondering van verbeurdverklaring, en ik
herken ze ondanks dat ze worden gevonden als afsluitende bepaling van de titel waarbinnen het
desbetreffende delict is geplaatst.
De toepassing van maatregelen is geregeld in boek een van het wetboek van strafrecht. Deze regels
zijn gemeenschappelijk voor alle delicten.
In bijzondere wetten is de strafbedreiging lastiger te vinden dan in het wetboek van strafrecht. Deze
staan hier meestal aan het einde van de wet.
Proportionaliteitsbeginsel: het wettelijke straf minimum moet in redelijke verhouding staan tot het
delict (artikel 23 lid 2 SR).
, Hoofdstraffen
Het sanctiestelsel kent twee vrijheidsbenemende straffen:
- Gevangenisstraf: Alleen misdrijven worden met gevangenisstraf bedreigd.
- Hechtenis: voor overtredingen en enkele misdrijven.
Het algemene straf minimum bedraagt een dag (10, lid 2 en 18 lid 1 Sr). De maximaal op te leggen
vrijheidsstraf is in het wetboek van strafrecht bij het desbetreffende delict te vinden.
- Tijdelijke gevangenisstraf: maximaal 30 jaar (art. 10 lid 4 Sr).
- Hechtenis: maximaal een jaar (18, lid 1 Sr).
Alle vrijheidsstraffen worden in een gevangenis ten uitvoer gelegd. Voorlopige hechtenis wordt in een
Huis van bewaring ondergaan.
Voorwaardelijke invrijheidsstelling (6:2:11 Sv)
Wanneer de periode van de opgelegde vrijheidsstraf is verstreken, zal de veroordeelde in vrijheid
moeten worden gesteld.
Voorwaardelijke invrijheidstelling: wie tot een vrijheidsstraf van meer dan een jaar is veroordeeld,
wordt al in vrijheid gesteld op het moment waarop hij nog niet zijn gehele straf heeft uitgezeten.
- De veroordeelde moet geschikt zijn voor terugkeer in de samenleving (6:2:12 Sv)
Algemene voorwaarden: zij is in alle gevallen van voorwaardelijke invrijheidstelling van toepassing.
- Vb. De veroordeelde mag zich gedurende de proeftijd niet schuldig maken aan een nieuw
strafbaar feit.
Bijzondere voorwaarden: kunnen worden gesteld door de OVJ, die betrekking hebben op het gedrag
van de veroordeelde.
De OVJ is niet zelf bevoegd tot herroeping, hij moet een vordering indienen bij de rechtbank (6:6:1)
Of en op welk tijdstip een veroordeelde voorwaardelijk in vrijheid wordt gesteld, hangt af van de duur
van de opgelegde vrijheidsstraf (6:2:10 Sv).
Aftrek voorarrest
Wanneer een verdachte een periode in voorarrest heeft doorgebracht, moet deze periode volgens
artikel 27 SR in mindering worden gebracht op de duur van de ten uitvoer te leggen straf.
Het gaat onder andere om inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis.
De periode van ophouden voor onderzoek komt niet voor aftrek in aanmerking (art. 56a Sv).
Taakstraf (art. 9 lid 2 en 4 Sr)
Een taakstraf kan in beginsel worden opgelegd voor alle delicten, tenzij het een overtreding betreft
waarop naar wettelijke omschrijving als hoofdstraf slechts een geldboete is gesteld.
Een taakstraf mag niet worden opgelegd veroordeling wegens een ernstig zedenmisdrijf of
geweldmisdrijf (art. 22b Sr).
De taakstraf bestaat uit het verrichten van onbetaalde arbeid en is dus een werkstraf (22c, lid 1 Sr).
Zij mag ten hoogste 240 uur bedragen, eventueel aftrek van in voorarrest doorgebrachte tijd (27 Sr).
Bij bepaling van de inhoud van een taakstraf wordt gezocht naar werk dat een publiek doel dient.
In het vonnis moet benoemd worden dat vervangende hechtenis kan worden toegepast in het geval dat
de taakstraf niet of niet voldoende is verricht (art. 22d Sr).
- Het OM controleert dit.
Iedere twee uur taakstraf wordt omgezet in een dag vervangende hechtenis.
De OVJ mag een strafbeschikking uitvaardigen tegen de verdachte, waarin een taakstraf van maximaal
180 uur wordt opgelegd (257a lid 2 sub a Sv).
In geval van een transactie kan de OVJ maximaal 120 uur taakstraf opleggen (art. 74 lid 2 sub f Sr).
Leerdoel I: Welke soorten sancties zijn er? (Straffen en maatregelen)
Nadat de rechter bij zijn beraadslaging tot de conclusie is gekomen dat de verdachte een strafbaar feit
heeft begaan, rest hem volgens artikel 350 SV nog te beraadslagen over de vraag of een straf of
maatregel moet worden opgelegd. Dit zijn twee soorten strafrechtelijke sancties.
Sancties zijn reacties op ongeoorloofd gedrag, meestal opgelegd door een rechter, maar soms ook door
een OVJ of opsporingsambtenaar wanneer er sprake is van een strafbeschikking.
Met de oplegging van een straf wordt in de eerste plaats voor gelding beoogd.
- Deze wordt gerealiseerd door de veroordeelde te treffen in een belang dat hem dierbaar is.
Tevens zal de straf preventie tot doel hebben;
- Speciale preventie: gericht tot de veroordeelde.
- Generale preventie: gericht naar anderen.
Maatregelen hebben tot doel de samenleving te beveiligen of rechtsherstel te bewerkstellingen.
- Terbeschikkingstelling (TBS) is een voorbeeld.
Maatregelen hebben niet meer alleen beveiliging als doel en straffen zijn niet alleen vergeldend.
Strafbare feiten mogen alleen worden bestraft met de in de wet bepaalde strafrechtelijke sancties.
Strafbedreiging: voor hem de op een strafbaar feit gestelde maximumstraf.
- Strafsoort: het type straf.
- Strafmaat: de zwaarte van de straf.
De wet moet aangeven welke soort straf is toegelaten voor een specifiek strafbaar feit en hoe hoog die
straf maximaal mag zijn punt de wet onderscheidt in ons weer kon 9 SR hoofdstraffen en bijkomende
straffen.
- Hoofdstraffen: gevangenisstraf, hechtenisstraf, taakstraf en geldboete.
- Bijkomende straffen: ontzetting van bepaalde rechten, verbeurdverklaring en openbaarmaking
van de rechterlijke uitspraak.
Bijkomende straffen kunnen ook afzonderlijk van een hoofdstraf worden opgelegd.
Hoofdstraffen zijn te vinden In de wetsbepaling waarin ook de delictomschrijving is opgenomen.
Strafbepalingen: de hoofdstraf en de delictsomschrijving.
De bijkomende straffen in het commune strafrecht, met uitzondering van verbeurdverklaring, en ik
herken ze ondanks dat ze worden gevonden als afsluitende bepaling van de titel waarbinnen het
desbetreffende delict is geplaatst.
De toepassing van maatregelen is geregeld in boek een van het wetboek van strafrecht. Deze regels
zijn gemeenschappelijk voor alle delicten.
In bijzondere wetten is de strafbedreiging lastiger te vinden dan in het wetboek van strafrecht. Deze
staan hier meestal aan het einde van de wet.
Proportionaliteitsbeginsel: het wettelijke straf minimum moet in redelijke verhouding staan tot het
delict (artikel 23 lid 2 SR).
, Hoofdstraffen
Het sanctiestelsel kent twee vrijheidsbenemende straffen:
- Gevangenisstraf: Alleen misdrijven worden met gevangenisstraf bedreigd.
- Hechtenis: voor overtredingen en enkele misdrijven.
Het algemene straf minimum bedraagt een dag (10, lid 2 en 18 lid 1 Sr). De maximaal op te leggen
vrijheidsstraf is in het wetboek van strafrecht bij het desbetreffende delict te vinden.
- Tijdelijke gevangenisstraf: maximaal 30 jaar (art. 10 lid 4 Sr).
- Hechtenis: maximaal een jaar (18, lid 1 Sr).
Alle vrijheidsstraffen worden in een gevangenis ten uitvoer gelegd. Voorlopige hechtenis wordt in een
Huis van bewaring ondergaan.
Voorwaardelijke invrijheidsstelling (6:2:11 Sv)
Wanneer de periode van de opgelegde vrijheidsstraf is verstreken, zal de veroordeelde in vrijheid
moeten worden gesteld.
Voorwaardelijke invrijheidstelling: wie tot een vrijheidsstraf van meer dan een jaar is veroordeeld,
wordt al in vrijheid gesteld op het moment waarop hij nog niet zijn gehele straf heeft uitgezeten.
- De veroordeelde moet geschikt zijn voor terugkeer in de samenleving (6:2:12 Sv)
Algemene voorwaarden: zij is in alle gevallen van voorwaardelijke invrijheidstelling van toepassing.
- Vb. De veroordeelde mag zich gedurende de proeftijd niet schuldig maken aan een nieuw
strafbaar feit.
Bijzondere voorwaarden: kunnen worden gesteld door de OVJ, die betrekking hebben op het gedrag
van de veroordeelde.
De OVJ is niet zelf bevoegd tot herroeping, hij moet een vordering indienen bij de rechtbank (6:6:1)
Of en op welk tijdstip een veroordeelde voorwaardelijk in vrijheid wordt gesteld, hangt af van de duur
van de opgelegde vrijheidsstraf (6:2:10 Sv).
Aftrek voorarrest
Wanneer een verdachte een periode in voorarrest heeft doorgebracht, moet deze periode volgens
artikel 27 SR in mindering worden gebracht op de duur van de ten uitvoer te leggen straf.
Het gaat onder andere om inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis.
De periode van ophouden voor onderzoek komt niet voor aftrek in aanmerking (art. 56a Sv).
Taakstraf (art. 9 lid 2 en 4 Sr)
Een taakstraf kan in beginsel worden opgelegd voor alle delicten, tenzij het een overtreding betreft
waarop naar wettelijke omschrijving als hoofdstraf slechts een geldboete is gesteld.
Een taakstraf mag niet worden opgelegd veroordeling wegens een ernstig zedenmisdrijf of
geweldmisdrijf (art. 22b Sr).
De taakstraf bestaat uit het verrichten van onbetaalde arbeid en is dus een werkstraf (22c, lid 1 Sr).
Zij mag ten hoogste 240 uur bedragen, eventueel aftrek van in voorarrest doorgebrachte tijd (27 Sr).
Bij bepaling van de inhoud van een taakstraf wordt gezocht naar werk dat een publiek doel dient.
In het vonnis moet benoemd worden dat vervangende hechtenis kan worden toegepast in het geval dat
de taakstraf niet of niet voldoende is verricht (art. 22d Sr).
- Het OM controleert dit.
Iedere twee uur taakstraf wordt omgezet in een dag vervangende hechtenis.
De OVJ mag een strafbeschikking uitvaardigen tegen de verdachte, waarin een taakstraf van maximaal
180 uur wordt opgelegd (257a lid 2 sub a Sv).
In geval van een transactie kan de OVJ maximaal 120 uur taakstraf opleggen (art. 74 lid 2 sub f Sr).