Probleem 6 – Onderzoek ter terechtzitting
Leerdoel I. Wat is een dagvaarding? Hoe wordt een verdachte opgeroepen om ter zitting
te verschijnen?
Dagvaarding: een schriftelijke mededeling aan de verdachte dat hij terecht moet staan voor de
strafrechter. Een dagvaarding heeft 4 functies:
1. Aanduiden van de persoon van de verdachte;
2. Oproepen van de verdachte om te verschijnen voor de rechter op de a gegeven plaats en op
het aangegeven tijdstip;
3. Beschuldigen van de verdachten;
4. Informeren van de verdachte omtrent een aantal straf processuele rechten die hem toekomen.
Tenlastelegging
Het hart van de dagvaarding wordt gevormd door de tenlastelegging; deze omschrijft de beschuldiging
die door de officier tegen de verdachte wordt ingebracht.
De officier van justitie zal naar aanleiding van de in het strafdossier neergelegde resultaten van het
voorbereidend onderzoek moet het beslissen wat hij aan de verdachte ten laste gaat leggen.
De officier anticipeert daarbij op de mogelijke veroordeling door de rechter.
Enkele feiten in tenlastelegging
Enkelvoudige tenlastelegging: en tenlastelegging waarop maar één feit is verzameld.
- Problematisch: veroordeling kan onmogelijk zijn en dan eindigt de zaak in vrijspraak.
Meerdere feiten in tenlastelegging
Primair-subsidiaire tenlastelegging:
- Primair: in eerste plaats zouden verdachte veroordeeld moeten worden voor…
- Subsidiair: de tweede mogelijkheid, mocht de rechter de eerste niet toewijzen.
Buiten primair en subsidiair, is ook de mogelijkheid ‘meer subsidiair’, ‘meest subsidiair’, etc.
Deze praktijk is een logisch uitvloeisel van het feit dat de rechter volgens artikel 350 SV niet
zelfstandig mag besluiten om een ander feit bewezen te verklaren dan er ten laste is gelegd.
Cumulatieve of meervoudige tenlastelegging:
Meerdere feiten zijn tot uitdrukking gekomen. Deze hoeven niet allemaal gelijksoortige feiten te zijn.
Alternatieve tenlastelegging:
De rechter heeft de vrije keuze om één van de twee feiten bewezen te verklaren zonder het andere ten
laste gelegde feit in onderzoek te nemen. De feiten hebben een gelijke status.
- Verschil primair-subsidiaire tenlastelegging: daar moet eerst gekeken worden naar het
primaire feit.
Combinaties van primair-subsidiaire, cumulatieve en alternatieve tenlasteleggingen zijn mogelijk.
, Leerdoel II. Hoe verloopt het onderzoek ter terechtzitting? (Chronologisch. Kijk ook
goed in de wet)
Opening van de zitting
De voorzitter begint het onderzoek door het doen uitroepen van de zaak tegen de verdachte (270 Sv).
Het onderzoek ter terechtzitting begint precies op het moment dat de voorzitter, de bode de opdracht
geeft om de zaak uit te roepen.
Het intrekken van de dagvaarding door de officier van justitie is vanaf dat moment ook niet meer
mogelijk (266 Sv). Als de zitting eenmaal is begonnen, kan deze Alleen eindigen met een rechterlijk
vonnis.
Identiteit, oplettendheid, cautie
De voorzitter, in wiens handen de leiding van de zitting ligt, vraagt als eerste naar de identiteit van de
verdachte en naar zijn feitelijke verblijfplaats.
De verdachte wordt erop gewezen dat hij op lenterit moet zijn en dat hij niet verplicht is om op vraag
antwoord te geven (art. 273 Sv).
Voordracht van de zaak
Na de vragen van artikel 273 Sv is het de beurt aan de OvJ om de zaak voor te dragen (284 Sv).
‘Staande magistratuur’: het OM, Omdat hij staand het woord voert.
Ondervraging door de rechter
op de voordracht van de zaak door de officier van justitie volgt de ondervraging van de verdachte door
de voorzitter (286 Sv). Dit is het begin van de inhoudelijke behandeling van de zaak.
De Nederlandse strafrechtspraak kent actieve rechters die door het stellen van vragen zicht proberen te
krijgen op wat er daadwerkelijk is gebeurd met betrekking tot het ten laste gelegde.
Het is gebruikelijk dat eerst de feiten met betrekking tot het ten laste gelegde worden doorgenomen.
Daarna vindt meestal een bespreking van de persoonlijke omstandigheden van de verdachte plaats.
- De verdachte is vrij in zijn processuele opstelling, de raadsman komt pas later aan het woord.
Als de voorzitter alle vragen heeft gesteld die hij dienstig acht, worden achtereenvolgend de bijzitters,
de officieren van Justitie en de raadsman In de gelegenheid gesteld vragen te stellen aan de verdachte.
Requisitoir
Dit is het moment waarop de OVJ zijn visie op de zaak geeft en zijn strafeis uitspreekt (311 Sv).
In het requisitoir verwerkt de officier de redenen Waarom hij van mening is dat het ten laste gelegde
feit bewezen kan worden en wat hij in zijn algemeenheid van de zaak vindt.
Bovendien geeft hij redenen Waarom de door hem geëiste straf aan een verdachte opgelegd zou
moeten worden.
Ondanks het verificatie karakter van het onderzoek ter terechtzitting, gebeurt het wel eens dat door de
verdachte of de raadsman zaken naar voren worden gebracht die een ander licht op de zaak werpen.
De officier kan op grond daarvan iets anders eisen dan hij van plan was.
Pleidooi
Direct na het requisitoir komt de verdediging aan bod (311 lid 2 Sv).
Bij pleidooi kan de raadsman van de verdachte alles naar voren brengen wat in het belang van de
verdediging is.
- Een goed pleidooi is gemodelleerd naar de opbouw van het rechterlijke beslissingsschema dat
is neergelegd in de artikelen 448 en 350 Sv.
Als de raadsman een verweer heeft ten aanzien van één van de formele vragen, begint hij daarmee.
- De formele vragen worden ook wel de voorvragen genoemd.
Vervolgens kan de raadsman zijn standpunt naar voren brengen over de bewijsvraag (materiele
vragen).
Leerdoel I. Wat is een dagvaarding? Hoe wordt een verdachte opgeroepen om ter zitting
te verschijnen?
Dagvaarding: een schriftelijke mededeling aan de verdachte dat hij terecht moet staan voor de
strafrechter. Een dagvaarding heeft 4 functies:
1. Aanduiden van de persoon van de verdachte;
2. Oproepen van de verdachte om te verschijnen voor de rechter op de a gegeven plaats en op
het aangegeven tijdstip;
3. Beschuldigen van de verdachten;
4. Informeren van de verdachte omtrent een aantal straf processuele rechten die hem toekomen.
Tenlastelegging
Het hart van de dagvaarding wordt gevormd door de tenlastelegging; deze omschrijft de beschuldiging
die door de officier tegen de verdachte wordt ingebracht.
De officier van justitie zal naar aanleiding van de in het strafdossier neergelegde resultaten van het
voorbereidend onderzoek moet het beslissen wat hij aan de verdachte ten laste gaat leggen.
De officier anticipeert daarbij op de mogelijke veroordeling door de rechter.
Enkele feiten in tenlastelegging
Enkelvoudige tenlastelegging: en tenlastelegging waarop maar één feit is verzameld.
- Problematisch: veroordeling kan onmogelijk zijn en dan eindigt de zaak in vrijspraak.
Meerdere feiten in tenlastelegging
Primair-subsidiaire tenlastelegging:
- Primair: in eerste plaats zouden verdachte veroordeeld moeten worden voor…
- Subsidiair: de tweede mogelijkheid, mocht de rechter de eerste niet toewijzen.
Buiten primair en subsidiair, is ook de mogelijkheid ‘meer subsidiair’, ‘meest subsidiair’, etc.
Deze praktijk is een logisch uitvloeisel van het feit dat de rechter volgens artikel 350 SV niet
zelfstandig mag besluiten om een ander feit bewezen te verklaren dan er ten laste is gelegd.
Cumulatieve of meervoudige tenlastelegging:
Meerdere feiten zijn tot uitdrukking gekomen. Deze hoeven niet allemaal gelijksoortige feiten te zijn.
Alternatieve tenlastelegging:
De rechter heeft de vrije keuze om één van de twee feiten bewezen te verklaren zonder het andere ten
laste gelegde feit in onderzoek te nemen. De feiten hebben een gelijke status.
- Verschil primair-subsidiaire tenlastelegging: daar moet eerst gekeken worden naar het
primaire feit.
Combinaties van primair-subsidiaire, cumulatieve en alternatieve tenlasteleggingen zijn mogelijk.
, Leerdoel II. Hoe verloopt het onderzoek ter terechtzitting? (Chronologisch. Kijk ook
goed in de wet)
Opening van de zitting
De voorzitter begint het onderzoek door het doen uitroepen van de zaak tegen de verdachte (270 Sv).
Het onderzoek ter terechtzitting begint precies op het moment dat de voorzitter, de bode de opdracht
geeft om de zaak uit te roepen.
Het intrekken van de dagvaarding door de officier van justitie is vanaf dat moment ook niet meer
mogelijk (266 Sv). Als de zitting eenmaal is begonnen, kan deze Alleen eindigen met een rechterlijk
vonnis.
Identiteit, oplettendheid, cautie
De voorzitter, in wiens handen de leiding van de zitting ligt, vraagt als eerste naar de identiteit van de
verdachte en naar zijn feitelijke verblijfplaats.
De verdachte wordt erop gewezen dat hij op lenterit moet zijn en dat hij niet verplicht is om op vraag
antwoord te geven (art. 273 Sv).
Voordracht van de zaak
Na de vragen van artikel 273 Sv is het de beurt aan de OvJ om de zaak voor te dragen (284 Sv).
‘Staande magistratuur’: het OM, Omdat hij staand het woord voert.
Ondervraging door de rechter
op de voordracht van de zaak door de officier van justitie volgt de ondervraging van de verdachte door
de voorzitter (286 Sv). Dit is het begin van de inhoudelijke behandeling van de zaak.
De Nederlandse strafrechtspraak kent actieve rechters die door het stellen van vragen zicht proberen te
krijgen op wat er daadwerkelijk is gebeurd met betrekking tot het ten laste gelegde.
Het is gebruikelijk dat eerst de feiten met betrekking tot het ten laste gelegde worden doorgenomen.
Daarna vindt meestal een bespreking van de persoonlijke omstandigheden van de verdachte plaats.
- De verdachte is vrij in zijn processuele opstelling, de raadsman komt pas later aan het woord.
Als de voorzitter alle vragen heeft gesteld die hij dienstig acht, worden achtereenvolgend de bijzitters,
de officieren van Justitie en de raadsman In de gelegenheid gesteld vragen te stellen aan de verdachte.
Requisitoir
Dit is het moment waarop de OVJ zijn visie op de zaak geeft en zijn strafeis uitspreekt (311 Sv).
In het requisitoir verwerkt de officier de redenen Waarom hij van mening is dat het ten laste gelegde
feit bewezen kan worden en wat hij in zijn algemeenheid van de zaak vindt.
Bovendien geeft hij redenen Waarom de door hem geëiste straf aan een verdachte opgelegd zou
moeten worden.
Ondanks het verificatie karakter van het onderzoek ter terechtzitting, gebeurt het wel eens dat door de
verdachte of de raadsman zaken naar voren worden gebracht die een ander licht op de zaak werpen.
De officier kan op grond daarvan iets anders eisen dan hij van plan was.
Pleidooi
Direct na het requisitoir komt de verdediging aan bod (311 lid 2 Sv).
Bij pleidooi kan de raadsman van de verdachte alles naar voren brengen wat in het belang van de
verdediging is.
- Een goed pleidooi is gemodelleerd naar de opbouw van het rechterlijke beslissingsschema dat
is neergelegd in de artikelen 448 en 350 Sv.
Als de raadsman een verweer heeft ten aanzien van één van de formele vragen, begint hij daarmee.
- De formele vragen worden ook wel de voorvragen genoemd.
Vervolgens kan de raadsman zijn standpunt naar voren brengen over de bewijsvraag (materiele
vragen).