100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.2 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Jurisprudentie - ISR

Rating
-
Sold
-
Pages
16
Uploaded on
24-10-2025
Written in
2023/2024

Dit zijn de uitwerkingen van de jurisprudentie van het vak Inleiding Strafrecht. Voor dit vak heb ik een 8 gehaald. Uitwerkingen mogen niet doorverkocht worden!

Institution
Course










Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
October 24, 2025
Number of pages
16
Written in
2023/2024
Type
Summary

Subjects

Content preview

JURISPRUDENTIE STRAFRECHT
HR 12 april 1897, W1897, 6954 (Muilkorf)
Dit arrest dateert inmiddels uit 1897 en gaat over het legaliteitsbeginsel. De verdachte in casu had –
volgens de politie – een artikel uit de Algemene Politieverordening (APV) geschonden. De bepaling
uit de APV was echter in strijd met hogere regelgeving. De verdachte weigerde met de politie mee te
werken, omdat hij wist dat deze bepaling in strijd was met de nationale strafwetgeving. Hiervoor kreeg
de verdachte een boete opgelegd.

De rechtsvraag in deze zaak was: “Mocht de verdachte worden veroordeeld tot het betalen van een
boete voor het niet opvolgen van de aanwijzingen van de agenten?” Het antwoord luidt ontkennend.
De Hoge Raad gaf aan dat in art. 1 Sv de grondslag berust voor strafvordering. Er dient te worden
gesproken in de ruimste zin van het woord. Dit omvat derhalve ook de opsporing van strafbare feiten.
Aangezien een APV geen wet in formele zin is, is de plaatsing van een dergelijke regel in de APV in
strijd met formele wetgeving. In concreto overwoog de Hoge Raad dus dat regels met betrekking tot
strafvordering alleen mogen worden gegeven in formele wetgeving.


HR 19 juni 1911, W1911, 9203, m.nt. Simons (Hoornse taart)
Essentie
In het Hoornse taart-arrest staat het onderwerp voorwaardelijke opzet centraal. In casu draait het om
de vraag of verdachte – in het licht van de reikwijdte van voorwaardelijke opzet – voor moord kan
worden veroordeeld of niet.

Rechtsregel
Indien iemand bij de uitvoering van zijn misdrijf niet het oogmerk heeft om andere personen te raken,
maar deze kans wel aanvaard, is er sprake van voorwaardelijke opzet en kan er derhalve toch aan het
bestanddeel opzet worden voldaan.


HR 6 februari 1951, ECLI:NL:HR:1951:2, NJ 1951/475, m.nt. Rölling (Inrijden op
agent)
Essentie: Poging tot doodslag door in te rijden op een agent. Voorwaardelijk opzet?

Samenvatting
De Hoge Raad overweegt “dat toch de automobilist, die bewust een kans om een ander omver te rijden
en dan naar redelijke verwachting van het leven te beroven, zo hachelijk dat hem alleen een ijlings
opzij springen van dien ander zelf nog aan haar verwerkelijking kan onttrekken, in het leven roept en
blijkens zijn doorrijden blijft aanvaarden, handelt met het voor poging tot doodslag vereiste opzet”.

, HR 9 november 1954, ECLI:NL:HR:1954:1, NJ 1955/55, m.nt. Pompe (Cicero)
Essentie: Opzettelijke inbreuk op eens anders auteursrecht. Voorwaardelijk opzet.
Zich willens/en wetens blootstellen aan de geenszins als denkbeeldig te verwaarlozen kans
De Hoge Raad stelt dat er sprake is van voorwaardelijk opzet. Cicero heeft zich immers willens en
wetens blootgesteld aan de geenszins als denkbeeldig te verwaarlozen kans dat de tweede voorwaarde
van het IBVA terecht was gesteld.
Samenvatting
Hij die, zich ervan bewust dat de vertegenw. v.d. rechth. hem tot de opvoering slechts vergunning geeft
indien hij aan twee daartoe gestelde eisen voldoet (i.c. betaling van zeker bedrag voor iedere
opvoering en aankoop van zeker aantal tekstboekjes voor de eerste opvoering), daarop den enen eis
vervullende den anderen bepaaldelijk niet vervult, zonder te weten of deze ten onrechte werd gesteld,
en dan desalniettemin, in stede van vooraf daarnaar te informeren, tot de opvoering overgaat, stelt zich
willens en wetens bloot aan de geenszins als denkbeeldig te verwaarlozen kans, dat die vertegenw. ook
dergelijken tweeden eis niet zonder grond zal hebben gesteld.

Uit de gebezigde bewijsmiddelen kan voor ieder der requiranten worden afgeleid, dat hij of zij
voorwaardelijk zijn of haar opzet mede erop gericht heeft dat hij of zij gelijk telastegelegd heeft laten
opvoeren ‘zonder dat de voor die opvoering verschuldigde rechten waren voldaan, althans voor de
opvoering regeling van rechten had plaatsgevonden’.


HR 19 februari 1963, ECLI:NL:HR:1963:2, NJ 1963/512, m.nt. Rölling (Verpleegster)
Essentie: Dood door schuld van verpleegster, die flesje met verkeerde vloeistof voorhield aan andere
verpleegster, die daarmede een injectiespuit vulde.

Samenvatting
De Rb. en dus ook het Hof hebben uit de gebezigde bewijsmiddelen, gelet met name op de opleiding
van requirante, den aard van de werkzaamheden die door haar werden verricht met het oog op
verdoving ter gelegenheid van een operatieven ingreep alsmede haar wetenschap omtrent het
vertrouwen dat in haar moest worden gesteld en omtrent het ontbreken van contrôle door de andere
zuster en door den chirurg, kunnen afleiden, dat requirante aanmerkelijk is te kort geschoten voor wat
betreft de op haar rustende plicht om de nodige oplettendheid te betrachten en dat de handelwijze van
requirante mitsdien getuigde van een mindere of meerdere mate van grove onoplettendheid,
opleverende schuld in den zin van art. 307 Sr.

De Rb. was niet gehouden omtrent het verweer, waarbij requirante ontkende onvoldoende oplettend
geweest te zijn, een afzonderlijke, met redenen omklede beslissing te geven.
Het vierde middel kan niet tot cassatie leiden, omdat daaraan kennelijk ten grondslag ligt de onjuiste
opvatting, dat voor de toepasselijkheid van art. 307 Sr. vereist is, dat de verwijtbare gedraging of het
verwijtbare verzuim van den dader de enige gedraging of het enige verzuim moet zijn, waaraan het
door de wet gewraakte gevolg is te wijten

, HR 19 februari 1985, ECLI:NL:HR:1985:AC8716, NJ1985/633 (Aanmerkelijke kans)
Essentie: Het in de nadere bewijsoverweging vervatte oordeel dat verdachte zich willens en wetens
heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat in de koffers heroïne zat, geeft geen blijk van een
verkeerde rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk; de eigen waarneming van de Rb. kan mede in
verband met de algemene ervaring redengevend zijn.

Samenvatting
Bewezenverklaring: Verdachte heeft opzettelijk 4,8 kg heroïne binnen het grondgebied van Nederland
gebracht.
Bewijsmiddelen: 1. verklaring van verdachte: Ik ontmoette een man die mij zijn 2 nieuwe koffers te
leen aanbood. Ik reisde slechts met een documentenkoffer en een tas. In die koffers zaten al enige
kledingstukken van hem en ik deed mijn eigendommen daarbij; daarna heb ik naar Amsterdam
gevlogen. 2. eigen waarneming Rb.: Ter terechtzitting zijn de koffers aanwezig. De Rb. neemt waar
dat deze zijn voorzien van dubbele deksels en bodems en dat er opvallend duidelijk afstand voelbaar is
tussen de binnenkant van de deksel of bodem en de buitenkant.
Bewijsoverweging: De verdachte heeft zich willens en wetens aan de geenszins te verwaarlozen kans
blootgesteld dat in de koffers een verdovend middel, met name heroïne, zat, nu hij klaarblijkelijk ieder
onderzoek waartoe de omstandigheden alle aanleiding gaven achterwege heeft gelaten. Reeds een
vluchtig onderzoek zou immers aan het licht hebben gebracht dat de koffers een abnormaal hoog ‘leeg
gewicht’ hadden alsmede dat deksels en bodems opvallend dik waren, zoals de Rb. zelf heeft
waargenomen.
Middel: De laatste overweging kan niet redengevend zijn voor het voorwaardelijk opzet, aangezien
Rb. en hof aldus het opzet afleiden uit omstandigheden die verdachte — juist vanwege het door de Rb.
gereleveerde achterwege laten van onderzoek — niet heeft kunnen kennen, hetgeen met betrekking tot
voorwaardelijk opzet vereist is; dat het ‘leeg gewicht’ der koffers abnormaal hoog was, kan niet
worden afgeleid uit de bewijsmiddelen.

HR: a. Kennelijk hebben Rb. en hof op grond van de waarnemingen van de Rb. met betrekking tot de
koffers in samenhang met verdachtes verklaring —in het bijzonder met de omstandigheden dat er al
enige kledingstukken in de koffers zaten en dat hijzelf slechts reisde met een documentenkoffer en een
tas —onaannemelijk geacht dat het verdachte niet zou zijn opgevallen dat de deksels en bodems van
die koffers opvallend dik waren en dat zij zwaarder waren dan van dergelijke koffers verwacht mocht
worden. b. De hierboven bedoelde bewijsoverweging moet aldus worden verstaan, dat daarin is
neergelegd het oordeel dat verdachte, door ondanks de aan het slot van a genoemde omstandigheden
de koffers niet nader te onderzoeken, zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke
kans dat in beide koffers verdovende middelen zaten, in aanmerking genomen dat, naar algemeen
bekend is, veelal in deksels en bodems van koffers verdovende middelen worden vervoerd. Dit oordeel
geeft geen blijk van een verkeerde rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Voor verdere toetsing
daarvan is in cassatie geen plaats. c. Hieruit volgt dat aan de waarneming van de Rb. redengevende
kracht niet kan worden ontzegd en dat de bewijsoverweging steunt op gebezigde bewijsmiddelen.
$9.23
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
fennekijne
5.0
(3)

Get to know the seller

Seller avatar
fennekijne Erasmus Universiteit Rotterdam
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
3
Member since
2 year
Number of followers
2
Documents
37
Last sold
2 months ago

5.0

3 reviews

5
3
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions