Vragen Socrative
1. Welke van de hieronder genoemde kosten zijn geen indirecte kosten?
Grondstofkosten hal/abricaat
2. Van welke veronderstelling gaat de opslagmethode uit?
Er is een relatie tussen omvang van de directe kosten en indirecte kosten?
3. Een onderhoudsfirma hanteert voor haar dienstverlening, volgens de primitieve
opslagmethode, een opslagpercentage van 30% van de totale directe materiaalkosten.
Welke uitspraak is in dit geval juist?
De totale kostprijs van het geleverde onderhoud is 30% hoger dan de directe kosten van dat
onderhoud.
4. Een onderhoudsfirma bepaalt het tarief van dienstverlening volgens de enkelvoudige
opslagmethode. Het bedrijf gebruikt een opslagpercentage van 30% op de directe
materiaalkosten. Dit percentage is gebaseerd op de normale productieomvang.
Wanneer verdient dit bedrijf de indirecte kosten terug?
Bij het bereiken van de normale productie
5. Een reproductie bedrijf hanteert voor haar dienstverlening, volgens de primitieve
opslagmethode, een opslagpercentage van 20% van de directe kosten. Welke uitspraak
is in dit geval juist?
De kostprijs van de leveringen is 20% hoger dan de directe kosten van de leveringen.
6. Hoe worden bij de enkelvoudige opslagmethode de indirecte kosten uitgedrukt?
Als percentage van de directe kosten
7. Een reproductiebedrijf hanteert voor haar dienstverlening, volgens de primitieve
opslagmethode, een opslagpercentage van 20% van de directe kosten. Bij elke dienst
wordt zowel materiaal als arbeid verbruikt. Uit welke onderdelen is de kostprijs van de
diensten opgebouwd?
Directe en indirecte kosten
8. Welke van de hieronder genoemde kosten van een drukkerij zijn directe kosten?
Kosten papier voor brochures
9. Waarom wordt een door te belasten uurloon berekend op basis van productieve uren?
Omdat hiermee ook de kosten van de niet productieve uren worden doorbelast.
10. Wat zijn indirecte kosten?
Kosten die niet direct kunnen worden toegerekend aan een product of dienst.
11. Welke kostensoort hoort niet bij duurzame productiemiddelen?
Scholingskosten
, 12. Op basis van welke bezetting dienen de constante kosten in de kostprijs opgenomen te
worden?
De normale bezetting
13. Een familiebedrijf met 100 werknemers heeft een gemiddelde jaaromzet van
€8.000.000. Hun huidige pand is net groot genoeg en wordt bijna te klein. Het bedrijf
heeft een nieuwe klant binnen gehaald die bestellingen zal plaatsen van ongeveer
€3.000.000 per jaar. Dit zal tot gevolg hebben dat er een nieuw pand gebouwd of gekocht
moeten worden den dat er ook 30 extra medewerkers aangenomen moeten worden. De
kosten zullen door deze uitbreiding toenemen. Van wat voor soort kosten is hier sprake?
Capaciteitskosten
14. Een installatiebedrijf heeft een lening, die in 6 jaar in gelijke delen wordt afgelost.
Bijzonder aan de lening is dat in de eerste periode een hoger rentepercentage geldt dan
in de tweede periode.
De rentekosten zijn in de eerste periode hoger dan in de tweede periode.
15. Waar is een balans een momentopname van?
Bezittingen, schulden en eigen vermogen.
16. Wat valt onder vreemd vermogen?
Leverancierskrediet
17. Wat geldt voor het begrip kosten in de bedrijfseconomie?
Niet alle kosten leiden tot uitgaven
18. Waarvan is er sprake bij inkoop op rekening?
Noch van kosten noch van een uitgave
19. Welke van de volgende posten komt wel op de resultatenrekening voor, maar niet op de
liquiditeitsbegroting?
Afschrijvingen
20. Wat is het doel van een liquiditeitsoverzicht?
Het saldo van de kas en bank bepalen
21. Onderneming Quelbrunn maakt voor de maand juni 2014 een liquiditeitsbegroting.
Welke van de volgende posten moet niet in de begroting worden opgenomen?
De afschrijvingen van juni 2014
22. Wat zijn de gevolgen voor de proportioneel variabele kosten als de productieomvang in
een periode toeneemt?
De totale variabele kosten stijgen. De variabele kosten per eenheid blijven gelijk.
23. Welk antwoord is juist?
Loonkosten van uitzendkrachten zijn een voorbeeld van variabele kosten
24. Waardoor daalt de break even omzet?
Een stijging van het dekkingsbijdragepercentage
1. Welke van de hieronder genoemde kosten zijn geen indirecte kosten?
Grondstofkosten hal/abricaat
2. Van welke veronderstelling gaat de opslagmethode uit?
Er is een relatie tussen omvang van de directe kosten en indirecte kosten?
3. Een onderhoudsfirma hanteert voor haar dienstverlening, volgens de primitieve
opslagmethode, een opslagpercentage van 30% van de totale directe materiaalkosten.
Welke uitspraak is in dit geval juist?
De totale kostprijs van het geleverde onderhoud is 30% hoger dan de directe kosten van dat
onderhoud.
4. Een onderhoudsfirma bepaalt het tarief van dienstverlening volgens de enkelvoudige
opslagmethode. Het bedrijf gebruikt een opslagpercentage van 30% op de directe
materiaalkosten. Dit percentage is gebaseerd op de normale productieomvang.
Wanneer verdient dit bedrijf de indirecte kosten terug?
Bij het bereiken van de normale productie
5. Een reproductie bedrijf hanteert voor haar dienstverlening, volgens de primitieve
opslagmethode, een opslagpercentage van 20% van de directe kosten. Welke uitspraak
is in dit geval juist?
De kostprijs van de leveringen is 20% hoger dan de directe kosten van de leveringen.
6. Hoe worden bij de enkelvoudige opslagmethode de indirecte kosten uitgedrukt?
Als percentage van de directe kosten
7. Een reproductiebedrijf hanteert voor haar dienstverlening, volgens de primitieve
opslagmethode, een opslagpercentage van 20% van de directe kosten. Bij elke dienst
wordt zowel materiaal als arbeid verbruikt. Uit welke onderdelen is de kostprijs van de
diensten opgebouwd?
Directe en indirecte kosten
8. Welke van de hieronder genoemde kosten van een drukkerij zijn directe kosten?
Kosten papier voor brochures
9. Waarom wordt een door te belasten uurloon berekend op basis van productieve uren?
Omdat hiermee ook de kosten van de niet productieve uren worden doorbelast.
10. Wat zijn indirecte kosten?
Kosten die niet direct kunnen worden toegerekend aan een product of dienst.
11. Welke kostensoort hoort niet bij duurzame productiemiddelen?
Scholingskosten
, 12. Op basis van welke bezetting dienen de constante kosten in de kostprijs opgenomen te
worden?
De normale bezetting
13. Een familiebedrijf met 100 werknemers heeft een gemiddelde jaaromzet van
€8.000.000. Hun huidige pand is net groot genoeg en wordt bijna te klein. Het bedrijf
heeft een nieuwe klant binnen gehaald die bestellingen zal plaatsen van ongeveer
€3.000.000 per jaar. Dit zal tot gevolg hebben dat er een nieuw pand gebouwd of gekocht
moeten worden den dat er ook 30 extra medewerkers aangenomen moeten worden. De
kosten zullen door deze uitbreiding toenemen. Van wat voor soort kosten is hier sprake?
Capaciteitskosten
14. Een installatiebedrijf heeft een lening, die in 6 jaar in gelijke delen wordt afgelost.
Bijzonder aan de lening is dat in de eerste periode een hoger rentepercentage geldt dan
in de tweede periode.
De rentekosten zijn in de eerste periode hoger dan in de tweede periode.
15. Waar is een balans een momentopname van?
Bezittingen, schulden en eigen vermogen.
16. Wat valt onder vreemd vermogen?
Leverancierskrediet
17. Wat geldt voor het begrip kosten in de bedrijfseconomie?
Niet alle kosten leiden tot uitgaven
18. Waarvan is er sprake bij inkoop op rekening?
Noch van kosten noch van een uitgave
19. Welke van de volgende posten komt wel op de resultatenrekening voor, maar niet op de
liquiditeitsbegroting?
Afschrijvingen
20. Wat is het doel van een liquiditeitsoverzicht?
Het saldo van de kas en bank bepalen
21. Onderneming Quelbrunn maakt voor de maand juni 2014 een liquiditeitsbegroting.
Welke van de volgende posten moet niet in de begroting worden opgenomen?
De afschrijvingen van juni 2014
22. Wat zijn de gevolgen voor de proportioneel variabele kosten als de productieomvang in
een periode toeneemt?
De totale variabele kosten stijgen. De variabele kosten per eenheid blijven gelijk.
23. Welk antwoord is juist?
Loonkosten van uitzendkrachten zijn een voorbeeld van variabele kosten
24. Waardoor daalt de break even omzet?
Een stijging van het dekkingsbijdragepercentage