Week 1
Je kunt de veranderende arbeidsmarkt in Nederland schetsen
Wat wordt er bedoeld met de arbeidsmarkt?
- de markt waar vraag (vacatures) en aanbod (sollicitanten) bij elkaar komen
Wat is er veranderd?
Vroeger -> kwamen arbeiders heel vroeg bij een bij een poort om zich aan te bieden
als arbeider
Complexer ->
Neoklassiek arbeidsmarktbenadering
- beste toepasbaar op eenvoudige werkzaamheden
- markt -> arbeid gewoon product
- prijs verandert elke dag en heeft te maken met de schaarste
- loon staat niet vast
- arbeid is homogeen -> iedereen voert ongeveer dezelfde werkzaamheden uit
- iedereen verwisselbaar, kwaliteiten dus niet van belang
- over het algemeen is het werk goed vindbaar
,Zoektheorie
- arbeider kan arbeidsmarkt niet overzien
- werknemer blijft zoeken totdat hij ziet wat hij waard is
- werkgever heeft risico dat werknemer binnen afzienbare tijd weer weg is
wegens beter salaris bij een andere werkgever
- werkgever terughoudend -> geen vast contract of scholing
Matching Theorie
- niet alleen werknemers vertonen zoek gedrag maar ook werkgevers
- imperfecte informatie -> werkgever weet nog niet te kwaliteiten van de
werknemer & werknemer weet nog niet of er ergens anders een betere baan
is
- informatie wordt perfecter als het dienstverband langer duurt
- hoe beter de match, hoe hoger het salaris
Human- capitaltheorie
- juist niet gekeken naar uitwisselbaarheid van mens
- uitgangspunt : kennis en vaardigheden verschillen per mens
- investeringen verschillen in personeel
- arbeid geen homogeen product maar heterogeen
- mensen maken juist verschil
- er wordt uitgegaan van verschil in productiviteit op basis van kennis en
vaardigheden
- productiviteit kan worden beïnvloed worden door hier meer of minder in te
investeren
- neveneffect -> bedrijven durven niet meer te investeren aangezien ze bang
zijn dat de werknemers de organisatie verlaten
Waardenmodel
- past het beste bij moderne en complexe werkzaamheden
- niet alleen salaris is meer belangrijk maar ook werk waar toegevoegde is
- bijv meer groeimogelijkheden, dicht bij huis of leuke collega's
- hoe meer aansluiting hoe meer gedeelde waarden
- vooral bij hoog opgeleiden
- weegschaal is van belang- > staat voor voldoening
, Interne arbeidsmarkt
wat wordt er bedoeld met de interne arbeidsmarkt?
overgang van niet steeds losse arbeidskrachten aannemen maar het in dienst
nemen van vaste werknemers en daarin te investeren
- werknemers gaan intern doorgroeien -> lifetime employment
- werkgevers zoeken vaste kern medewerkers met daaromheen een flexibele
schil van werknemers
Flexibele schil zorgt ervoor dat de organisatie wendbaarder is
Interne flex-> contract binnen de organisatie
Externe flex -> ingehuurd
Transitionele arbeidsmarkt theorie
- er wordt uitgegaan van verschillende keuzes die men maakt in zijn leven of
tijdens zijn loopbaan
- regelingen om een overstap eenvoudiger te maken
- geen sprake van lifetime employment
- wel sprake van lifetime employability -> een leven lang leren
- past goed bij trend van
flexibel werken en
flexicurity
- inkomenszekerheid
aan de ene kant en
flexibiliteit aan de
andere kant
Je kunt het Flexicurity-model
toelichten
Waar gaat flexicurity over?
Je kunt de veranderende arbeidsmarkt in Nederland schetsen
Wat wordt er bedoeld met de arbeidsmarkt?
- de markt waar vraag (vacatures) en aanbod (sollicitanten) bij elkaar komen
Wat is er veranderd?
Vroeger -> kwamen arbeiders heel vroeg bij een bij een poort om zich aan te bieden
als arbeider
Complexer ->
Neoklassiek arbeidsmarktbenadering
- beste toepasbaar op eenvoudige werkzaamheden
- markt -> arbeid gewoon product
- prijs verandert elke dag en heeft te maken met de schaarste
- loon staat niet vast
- arbeid is homogeen -> iedereen voert ongeveer dezelfde werkzaamheden uit
- iedereen verwisselbaar, kwaliteiten dus niet van belang
- over het algemeen is het werk goed vindbaar
,Zoektheorie
- arbeider kan arbeidsmarkt niet overzien
- werknemer blijft zoeken totdat hij ziet wat hij waard is
- werkgever heeft risico dat werknemer binnen afzienbare tijd weer weg is
wegens beter salaris bij een andere werkgever
- werkgever terughoudend -> geen vast contract of scholing
Matching Theorie
- niet alleen werknemers vertonen zoek gedrag maar ook werkgevers
- imperfecte informatie -> werkgever weet nog niet te kwaliteiten van de
werknemer & werknemer weet nog niet of er ergens anders een betere baan
is
- informatie wordt perfecter als het dienstverband langer duurt
- hoe beter de match, hoe hoger het salaris
Human- capitaltheorie
- juist niet gekeken naar uitwisselbaarheid van mens
- uitgangspunt : kennis en vaardigheden verschillen per mens
- investeringen verschillen in personeel
- arbeid geen homogeen product maar heterogeen
- mensen maken juist verschil
- er wordt uitgegaan van verschil in productiviteit op basis van kennis en
vaardigheden
- productiviteit kan worden beïnvloed worden door hier meer of minder in te
investeren
- neveneffect -> bedrijven durven niet meer te investeren aangezien ze bang
zijn dat de werknemers de organisatie verlaten
Waardenmodel
- past het beste bij moderne en complexe werkzaamheden
- niet alleen salaris is meer belangrijk maar ook werk waar toegevoegde is
- bijv meer groeimogelijkheden, dicht bij huis of leuke collega's
- hoe meer aansluiting hoe meer gedeelde waarden
- vooral bij hoog opgeleiden
- weegschaal is van belang- > staat voor voldoening
, Interne arbeidsmarkt
wat wordt er bedoeld met de interne arbeidsmarkt?
overgang van niet steeds losse arbeidskrachten aannemen maar het in dienst
nemen van vaste werknemers en daarin te investeren
- werknemers gaan intern doorgroeien -> lifetime employment
- werkgevers zoeken vaste kern medewerkers met daaromheen een flexibele
schil van werknemers
Flexibele schil zorgt ervoor dat de organisatie wendbaarder is
Interne flex-> contract binnen de organisatie
Externe flex -> ingehuurd
Transitionele arbeidsmarkt theorie
- er wordt uitgegaan van verschillende keuzes die men maakt in zijn leven of
tijdens zijn loopbaan
- regelingen om een overstap eenvoudiger te maken
- geen sprake van lifetime employment
- wel sprake van lifetime employability -> een leven lang leren
- past goed bij trend van
flexibel werken en
flexicurity
- inkomenszekerheid
aan de ene kant en
flexibiliteit aan de
andere kant
Je kunt het Flexicurity-model
toelichten
Waar gaat flexicurity over?