SAMENVATTING
MODERNE EN HEDENDAAGSE GESCHIEDENIS
Joachim Traest
1
, HOOFDSTUK 9
FRANSE REVOLUTIE
2
,1. BELANG FRANSE REVOLUTIE
Startpunt van veranderingsprocessen
1. Standenmaatschappij → Gelijke burgers
o in theorie (slavernij)
2. Soevereine vorsten → Soevereine naties
o volkssoevereiniteit
o einde goddelijke legitimiteit vorst
o opkomend nationalisme
3. Privilege systeem → Staatsbureaucratie
o feodale adel → geschoolde ambtenaren
De 3 ijkpunten corresponderen met de sociaaleconomische veranderingen
- Voor: maatschappij gebaseerd op grootgrondbezit en landbouw
- Na: geïndustrialiseerde maatschappij, landbouwsector krimpt
Verspreiding van de revolutionaire principes tijdens de Franse expansie (1793-1804)
- Liberalisme en nationalisme
Franse Revolutie als voorbeeld voor andere revoluties
- Succes in West-Europa
o Belgische Revolutie al in 1830
- Mislukt in Oost-Europa
o Russische Revolutie pas in 1917
Principes van de Franse Revolutie (met blijvende discussie)
- Volkssoevereiniteit
- Identiteit en natie
- Scheiding der machten
- Scheiding Kerk en Staat
- Rechtsstaat
- Sociale rechtvaardigheid
- Politiek radicalisme
➔ Radicale en snelle verandering
3
,2. OORZAKEN VAN DE FRANSE REVOLUTIE
2.1 Standenmaatschappij
Christelijke Ordo
1. Clerus (10% land)
2. Adel (20% land)
3. Derde Stand
Versleten
- Ongelijke verdeling van lasten en lusten
- Adel betaalt geen belastingen en kan belastingen heffen op hun feodale
gronden
- Burgerij is vaak zelfs rijker dan de adel
- Boeren moeten belastingen betalen aan plaatselijke adel én vorst
- Clerus en adel vormen samen 2% van de bevolking, 3e stand 98%
- Voornamelijk kleine boeren staan erg onder druk
- Rijke burgerij wil haar rijkdom verzilveren in politieke macht
2.2 Franse identiteit
Is er al een Franse natiestaat voor 1789?
- Discussie
- 3 standen voelden zich Fransman
- Door verlichtingsideeën ontstaan Jakobijnen
- Pleiten voor de eenheid en ondeelbaarheid van de Franse staat
- Stelling: nationalisme vloeit voort uit de Franse Revolutie
- Maar: zonder nationalisme nooit een opstand in de eerste plaats
2.3 Politieke en financiële crisis
Frankrijk is de rijkste staat van Europa, maar ging toch bankroet (~ Lockdown in California)
Inefficiënt regerings- en economisch systeem
- Winsten komen niet genoeg in het herverdelingsmechanisme
- Clerus en adel betaalde geen belastingen en weigeren belastinghervormingen
- Prijzige oorlogsvoering en steun aan Amerikaanse revolutionairen (boycot
Engeland)
Oplossing: adel en clerus toch belastingen laten betalen
➔ Staten-Generaal bijeenroepen in mei 1789 (niet meer gebeurd sinds 1617)
4
,3. VERLOOP VAN DE FRANSE REVOLUTIE
3.1 Staten-Generaal (mei 1789)
Parlement van Parijs (bestaande uit edelen) weigert gelijk stemrecht voor de 3e stand
Eed van de Kaatsbaan (20 juni)
- 3e stand bleef samen tot ze erkent wordt als nationale vergadering
- 1e revolutionaire daad
- 3e stand als vertegenwoordigers van het Franse volk en nieuwe soeverein
- Adel en clerus accepteren dit niet
- Koning steunt aristocratie omdat hij zich in zijn macht bedreigd voelt
Volksopstanden
- Opstand in Parijs → bestorming van de Bastille
- Boerenopstand op het platteland → La Grande Peur
o Misoogsten
o Onrechtvaardige behandeling (belastingen)
o Vallen kastelen van lokale adel aan en vernietigen feodale archieven
o Feodale adel vlucht uit brandende kastelen richting buitenland (juli 1789)
Burgercomité
- Erkenning van 3e stand als assemblée nationale
- Leden van de adel en clerus sluiten zich aan
- Afschaffing feodaliteit
- 26 augustus 1789: La Déclaration des droits de l’homme et du citoyen
5
, 3.2 Assemblée Constituante
Assemblée Nationale → Assemblée Constituante
- Principes uitwerken en vastleggen in wetten
- Grondwet in 1791 (eerste Europese grondwet)
Assemblée Législative als politiek zwaartepunt
- 1-kamerstelsel
- Wetgevende macht
Koning als zwakke uitvoerende macht
- Blijft in Parijs en heeft geen vetorecht
- Heeft ministeriële handtekening nodig bij beslissingen
- → Constitutionele monarchie (monarchie bedekt door de grondwet)
Samenstelling Assemblée Constituante
- Cijnskiesrecht voor ‘actieve’ burgers (>25 jaar en betaalt voldoende belastingen)
- Armen niet vertegenwoordigd
- Systeem van kiesmannen (bv. VS)
Hervormingen
- Scheiding der machten: onafhankelijke rechters (volksjury, benoemd door staat)
- Afschaffingen privileges en pachtbelastingen
- Administratieve uniformeringen
o departementen, arrondissementen, kantons, gemeentes
o Rechtstreekse belastingen
Rol katholieke kerk
- Verliest privileges
- Goederen worden geconfisqueerd in ruil voor bezoldiging aan de priesters
- Blijft staatsgodsdienst, maar toch was er vrijheid van godsdienstbeleving
Oprichting Garde Nationale
- Burgermilitie als tegengewicht aan koninklijke leger (adelmilitie)
Afschaffing van de gilden
- Wet Le Chapelier 1791 zorgde voor vrije beroepsbeoefening
Verbod op vakbonden en stakingen
- Negatief voor armen
➔ Systeem was ten gunste van rijke burgers, ontgoocheling voor boeren en armen
➔ Adel, Clerus, Koning en ontgoochelde 3e stand worden gezworen tegenstanders FR
6
MODERNE EN HEDENDAAGSE GESCHIEDENIS
Joachim Traest
1
, HOOFDSTUK 9
FRANSE REVOLUTIE
2
,1. BELANG FRANSE REVOLUTIE
Startpunt van veranderingsprocessen
1. Standenmaatschappij → Gelijke burgers
o in theorie (slavernij)
2. Soevereine vorsten → Soevereine naties
o volkssoevereiniteit
o einde goddelijke legitimiteit vorst
o opkomend nationalisme
3. Privilege systeem → Staatsbureaucratie
o feodale adel → geschoolde ambtenaren
De 3 ijkpunten corresponderen met de sociaaleconomische veranderingen
- Voor: maatschappij gebaseerd op grootgrondbezit en landbouw
- Na: geïndustrialiseerde maatschappij, landbouwsector krimpt
Verspreiding van de revolutionaire principes tijdens de Franse expansie (1793-1804)
- Liberalisme en nationalisme
Franse Revolutie als voorbeeld voor andere revoluties
- Succes in West-Europa
o Belgische Revolutie al in 1830
- Mislukt in Oost-Europa
o Russische Revolutie pas in 1917
Principes van de Franse Revolutie (met blijvende discussie)
- Volkssoevereiniteit
- Identiteit en natie
- Scheiding der machten
- Scheiding Kerk en Staat
- Rechtsstaat
- Sociale rechtvaardigheid
- Politiek radicalisme
➔ Radicale en snelle verandering
3
,2. OORZAKEN VAN DE FRANSE REVOLUTIE
2.1 Standenmaatschappij
Christelijke Ordo
1. Clerus (10% land)
2. Adel (20% land)
3. Derde Stand
Versleten
- Ongelijke verdeling van lasten en lusten
- Adel betaalt geen belastingen en kan belastingen heffen op hun feodale
gronden
- Burgerij is vaak zelfs rijker dan de adel
- Boeren moeten belastingen betalen aan plaatselijke adel én vorst
- Clerus en adel vormen samen 2% van de bevolking, 3e stand 98%
- Voornamelijk kleine boeren staan erg onder druk
- Rijke burgerij wil haar rijkdom verzilveren in politieke macht
2.2 Franse identiteit
Is er al een Franse natiestaat voor 1789?
- Discussie
- 3 standen voelden zich Fransman
- Door verlichtingsideeën ontstaan Jakobijnen
- Pleiten voor de eenheid en ondeelbaarheid van de Franse staat
- Stelling: nationalisme vloeit voort uit de Franse Revolutie
- Maar: zonder nationalisme nooit een opstand in de eerste plaats
2.3 Politieke en financiële crisis
Frankrijk is de rijkste staat van Europa, maar ging toch bankroet (~ Lockdown in California)
Inefficiënt regerings- en economisch systeem
- Winsten komen niet genoeg in het herverdelingsmechanisme
- Clerus en adel betaalde geen belastingen en weigeren belastinghervormingen
- Prijzige oorlogsvoering en steun aan Amerikaanse revolutionairen (boycot
Engeland)
Oplossing: adel en clerus toch belastingen laten betalen
➔ Staten-Generaal bijeenroepen in mei 1789 (niet meer gebeurd sinds 1617)
4
,3. VERLOOP VAN DE FRANSE REVOLUTIE
3.1 Staten-Generaal (mei 1789)
Parlement van Parijs (bestaande uit edelen) weigert gelijk stemrecht voor de 3e stand
Eed van de Kaatsbaan (20 juni)
- 3e stand bleef samen tot ze erkent wordt als nationale vergadering
- 1e revolutionaire daad
- 3e stand als vertegenwoordigers van het Franse volk en nieuwe soeverein
- Adel en clerus accepteren dit niet
- Koning steunt aristocratie omdat hij zich in zijn macht bedreigd voelt
Volksopstanden
- Opstand in Parijs → bestorming van de Bastille
- Boerenopstand op het platteland → La Grande Peur
o Misoogsten
o Onrechtvaardige behandeling (belastingen)
o Vallen kastelen van lokale adel aan en vernietigen feodale archieven
o Feodale adel vlucht uit brandende kastelen richting buitenland (juli 1789)
Burgercomité
- Erkenning van 3e stand als assemblée nationale
- Leden van de adel en clerus sluiten zich aan
- Afschaffing feodaliteit
- 26 augustus 1789: La Déclaration des droits de l’homme et du citoyen
5
, 3.2 Assemblée Constituante
Assemblée Nationale → Assemblée Constituante
- Principes uitwerken en vastleggen in wetten
- Grondwet in 1791 (eerste Europese grondwet)
Assemblée Législative als politiek zwaartepunt
- 1-kamerstelsel
- Wetgevende macht
Koning als zwakke uitvoerende macht
- Blijft in Parijs en heeft geen vetorecht
- Heeft ministeriële handtekening nodig bij beslissingen
- → Constitutionele monarchie (monarchie bedekt door de grondwet)
Samenstelling Assemblée Constituante
- Cijnskiesrecht voor ‘actieve’ burgers (>25 jaar en betaalt voldoende belastingen)
- Armen niet vertegenwoordigd
- Systeem van kiesmannen (bv. VS)
Hervormingen
- Scheiding der machten: onafhankelijke rechters (volksjury, benoemd door staat)
- Afschaffingen privileges en pachtbelastingen
- Administratieve uniformeringen
o departementen, arrondissementen, kantons, gemeentes
o Rechtstreekse belastingen
Rol katholieke kerk
- Verliest privileges
- Goederen worden geconfisqueerd in ruil voor bezoldiging aan de priesters
- Blijft staatsgodsdienst, maar toch was er vrijheid van godsdienstbeleving
Oprichting Garde Nationale
- Burgermilitie als tegengewicht aan koninklijke leger (adelmilitie)
Afschaffing van de gilden
- Wet Le Chapelier 1791 zorgde voor vrije beroepsbeoefening
Verbod op vakbonden en stakingen
- Negatief voor armen
➔ Systeem was ten gunste van rijke burgers, ontgoocheling voor boeren en armen
➔ Adel, Clerus, Koning en ontgoochelde 3e stand worden gezworen tegenstanders FR
6