2020-2021
Leidraad bij Deel 1
DEEL I: HERHALING VAN ALGEMENE PRINCIPES
Recht is een wetenschap en kan omschreven worden als een geordend geheel van begrippen en
normen met als doel, een ordening in de maatschappij te bekomen. De reglementering moet
afdwingbaar zijn, en sancties kunnen opgelegd worden.
Elementen die steeds terugkomen in verschillende definities zijn de volgende:
• een geheel van gedragsregels
De juridische regels schrijven een bepaald gedrag voor. Zij formuleren een bevel of een verbod. Deze
rechtsregels hebben een algemene draagwijdte en zijn van toepassing op iedereen die zich in die
bepaalde situatie bevindt.
De regels zijn dan ook meestal abstract geformuleerd.
• rechtsregels worden opgelegd door het gezag van de gemeenschap
Er zijn verschillende soorten gedragsregels, bijv. morele, religieuze, sportieve, enz. maar deze gelden
alleen voor die bepaalde groepering.
Rechtsregels onderscheiden zich hiervan omdat de gehele gemeenschap dergelijke gedragsregels tot
rechtsnorm heeft gemaakt.
• doel is de ordening van de maatschappij
Door middel van de opgelegde gedragsregels wil men de maatschappij laten functioneren zoals het
hoort, zodat iedereen kan samenleven.
• de rechtsregels worden gehandhaafd door het maatschappelijk gezag
In onze maatschappij zijn er bepaalde overheidsinstellingen die de rechtsregels moeten uitvoeren
(uitvoerende macht) en de overtreding kunnen sanctioneren (rechterlijke macht)
Vermits elk individu in zijn dagelijks leven, professioneel en privé, in aanraking komt met deze
rechtsregels, is het belangrijk de basis van ons rechtssysteem te begrijpen.
Publiek recht
Het publiekrecht heeft betrekking op de uitoefening van het staatsgezag, meer bepaald de inrichting
van de staat, de verhoudingen bij het uitoefenen van het staatsgezag tussen de staat en de burgers,
tussen de staat en zijn organen, tussen de staatsorganen onderling en tussen de Belgische staat en
vreemde staten.
Het publiekrecht wordt hoofdzakelijk onderverdeeld in het grondwettelijk recht en het administratief
recht, het strafrecht en het strafprocesrecht, het fiscaal recht, het sociaal zekerheidsrecht en het
economisch recht.
,
,Het grondwettelijk recht en administratief recht, algemeen
Het grondwettelijk recht, ook wel staatsrecht genoemd, regelt de inrichting van de staat (het
grondgebied, de staatsvorm, de uitoefening der machten) en de fundamentele rechtsbescherming
van de burgers tegenover de staat (grondwettelijke rechten en vrijheden zoals gelijkheid en
nondiscriminatie, vrijheid van onderwijs, persvrijheid, vrijheid van meningsuiting maar ook
sociaaleconomische grondrechten zoals recht op behoorlijke huisvesting, recht op juridische bijstand
enz.).
Deze materie is vooral geregeld in de grondwet en in de bijzondere wetten (d.w.z. wetten die met
een bijzondere meerderheid worden aangenomen en die bepaalde algemene beginselen uit de
grondwet verder uitwerken). Het administratief recht of bestuursrecht regelt de organisatie (o.a. de
territoriale en functionele decentralisatie) en de structuren (personeel, goederen, handelingen) van
de uitvoerende macht, in casu de administratie. Daar deze twee takken van het recht onderling veel
raakpunten hebben, worden ze hier samen behandeld. We zullen enkel de belangrijke principes
bespreken. Het is echter wel van belang doorheen de bespreking de bovenstaande definities goed
voor ogen te houden.
Kenmerken van de Belgische staat
België is een rechtsstaat
Elke overheidshandeling is gebaseerd op de wet. De overheid kan niet willekeurig optreden om haar
wetten te doen gelden. Belgen hebben grondrechten: zoals hiervoor aangegeven o.a. vrijheid van
meningsuiting, godsdienstvrijheid, vrijheid om eigendom te verwerven enz. Zo garandeert de wet
ook dat men eigendom mag bezitten, dat de burger een zekere vrijheid kan genieten en burgerlijke
en politieke rechten heeft. De burger kan beroep doen op de rechtbank als zijn rechten niet worden
geëerbiedigd. Als hij niet akkoord gaat met een beslissing van de overheid, kan hij deze beslissing
aanvechten bij een vastgelegde beroepsinstantie (d.i. bestuurlijk procesrecht).
België is een democratie
Medezeggenschap van de burger betekent het mee participeren van de bevolking aan het beleid van
het land. De burger heeft stemrecht en kan aldus zijn vertegenwoordigers kiezen in het parlement.
De scheiding der machten
In België is er een scheiding der machten. De wetgevende, de uitvoerende en de rechterlijke macht
zijn gescheiden wat betekent dat elke macht onafhankelijk werkt en de ene macht zich in principe
niet kan mengen in zaken van de andere. België is een federale staat België is van een
gedecentraliseerde eenheidsstaat geëvolueerd naar een federale staat. Dit betekent dat de
soevereiniteit verdeeld is tussen het geheel (= federatie) en de deelgebieden (= deelstaten) maar dit
enkel op het vlak van de wetgevende en de uitvoerende macht. De rechterlijke macht blijft een
nationale aangelegenheid.
België is een monarchie
Het Koningschap is erfelijk volgens het eerstgeboorterecht (sinds 1991 ook voor de vrouwelijke
erfopvolging)
, De indeling van het grondgebied
De klassieke indeling van het grondgebied in provincies en gemeenten wordt sinds het begin van de
federalisering doorkruist door de taalgebieden, de gemeenschappen en de gewesten.
Er zijn in België 10 provincies en 581 gemeenten. De grenzen ervan worden bij wet bepaald.
Volgens de grondwet zijn er in België 4 taalgebieden: het Nederlandse taalgebied, het Franse
taalgebied, het Duitse taalgebied en het tweetalige gebied Brussel Hoofdstad. De taalgebieden
bepalen de taal die er door de officiële instanties moet worden gesproken. Met uitzondering van de
faciliteitengemeenten, behoort elke gemeente tot één taalgebied.
Vervolgens bepaalt de grondwet dat België wordt ingedeeld in 3 gemeenschappen zijnde de Vlaamse
Gemeenschap, de Franse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap. De Gemeenschappen zijn
bevoegd op gebied van cultuur, taal, onderwijs en persoon (bvb gezondheidsbeleid, maatschappelijk
welzijn).
Tenslotte bepaalt de grondwet dat er 3 gewesten zijn: het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en
het Brussels Gewest.. De Gewesten zijn bevoegd op het gebied van territoriaal gebonden materies
zoals o.a. ruimtelijke ordening, economisch beleid, leefmilieu, huisvesting, openbare werken,
energie, economie, vervoer, tewerkstelling en zelf voor een groot deel buitenlandse handel.
En tenslotte is de federale staat België nog steeds bevoegd voor zaken die het land aanbelangen
zoals o.a. justitie, defensie, financiën, economie.
De controlerende instellingen
Naast de politieke instellingen, zijn er ook controlerende instellingen.
De Raad van State
(www.raadvst-consetat.be)
De Raad van State bestaat uit twee afdelingen, nl. de afdeling wetgeving en de afdeling
bestuursrechtspraak.
De functie van de afdeling Wetgeving is belangrijk bij de totstandkoming van de wetten, omdat ze
advies geeft over ontwerpen/voorstellen van wetten en decreten. De adviezen zijn niet bindend
maar hebben een belangrijke impact.
De functie van de afdeling Bestuursrechtspraak is van beslechtende aard, want in die functie treedt
de Raad van State op als hoogste administratief rechtscollege. In die hoedanigheid kan zij
reglementaire en individuele administratieve rechtshandelingen, uitgaande van administratieve
overheden, vernietigen. Er is ook nog een bevoegdheid van cassatierechter en rechter in hoger
beroep zoals o.a. bij betwisting inzake gemeenteraadsverkiezingen.
Ze kan administratieve rechtshandelingen van een administratieve overheid slechts vernietigen
wanneer er sprake is van rechtstreekse schending van de grondwet of wet, overschrijding van
bevoegdheden, niet naleving van essentiële vormvereisten en/of machtsafwending. De klager moet
een belang hebben.
Bij vernietiging van een administratieve beslissing, stelt de Raad van State geen nieuwe beslissing in
de plaats maar moet een nieuwe beslissing genomen worden door de bevoegde overheid.