Management _ Recht
1. Onderscheid openbare orde – dwingend recht – aanvullend recht ................................................... 2
1.1. Belang van onderscheid.................................................................................................................... 2
2. Het juridische statuut ................................................................................................................................... 3
2.1. Geen bescherming van titel en beroep .......................................................................................... 3
2.2. Gevolg monopolie AR ....................................................................................................................... 3
2.3. Gevolg onverenigbaar AR – aannemer ........................................................................................... 4
2.4. Interieurarchitect = onderneming ................................................................................................... 4
2.5. Verzekeringsplicht interieurarchitect .............................................................................................. 5
3. Interieurarchitecten en contracten – algemene principes..................................................................... 6
3.1. Inleiding ............................................................................................................................................... 6
3.2. Contractuele verbintenissen ............................................................................................................. 7
3.2.1. Inleiding ...................................................................................................................................... 7
3.2.2. Soorten verbintenissen ............................................................................................................. 7
4. Overeenkomsten ......................................................................................................................................... 9
4.1. Aanbod en aanvaarding .................................................................................................................... 9
4.2. Geldigheidsvereisten en nietigheidsregeling ............................................................................. 10
4.2.1. Geldigheidsvereisten .............................................................................................................. 10
4.2.2. Nietigheidsregeling ................................................................................................................ 12
5. Gevolgen van overeenkomsten tussen partijen ................................................................................... 13
5.1. Algemene beginselen ..................................................................................................................... 13
5.2. Vrijwillige uitvoering van overeenkomsten .................................................................................. 13
, 1. Onderscheid openbare orde – dwingend recht – aanvullend recht
1.1. Belang van onderscheid
Van belang bij de contractvrijheid van partijen.
• Aanvullend recht laat contractvrijheid bestaan
• Contractvrijheid wordt beperkt door de regels van dwingend recht en openbare orde
→ Bij contractvrijheid mogen zelf regels en clausules opgelegd worden, tenzij deze
door de openbare orde of een dwingend recht opgelegd zijn. Dan mag dit niet.
• Als een afwijking van een regel van dwingend recht of openbare order omschreven staat in
het contract, wordt het contract of de clausule nietig verklaard.
Openbare orde
• Rechtsregels uitgevaardigd ter bescherming van de maatschappij en van het Algemeen
belang.
• Gevolg: van deze regels mag niet afgeweken worden in een contract
Dwingend recht
• Rechtsregels die niet strekken tot de maatschappij, maar de categorie van zwakkere
personen = bescherming private belangen (bv. handelshuurwet)
• Gevolg: van deze regels mag niet afgeweken worden in een contract
Verschil tussen openbare orde en dwingend recht
• Van een regel van openbare orde kan niet worden afgeweken bij het sluiten van het
contract, noch nadien.
• Van een regel van dwingend recht kan niet (definitief) worden afgeweken bij het sluiten van
het contract.
• Als er bij het sluiten van het contract wordt afgeweken van een regel van dwingend recht,
kan de beschermde persoon, wanneer de regel van dwingend recht toepassing vindt tijdens
uitvoering van het contract:
o Afstand doen van geboden bescherming
o De geboden bescherming inroepen
Aanvullend recht
• Er mag steeds geheel of gedeeltelijk worden afgeweken in een contract
• Komen partijen geen (andere) contractuele regeling overeen, dan vullen de rechtsregels het
contract aan. Vb. verborgen gebreken bij koopovereenkomsten
1. Onderscheid openbare orde – dwingend recht – aanvullend recht ................................................... 2
1.1. Belang van onderscheid.................................................................................................................... 2
2. Het juridische statuut ................................................................................................................................... 3
2.1. Geen bescherming van titel en beroep .......................................................................................... 3
2.2. Gevolg monopolie AR ....................................................................................................................... 3
2.3. Gevolg onverenigbaar AR – aannemer ........................................................................................... 4
2.4. Interieurarchitect = onderneming ................................................................................................... 4
2.5. Verzekeringsplicht interieurarchitect .............................................................................................. 5
3. Interieurarchitecten en contracten – algemene principes..................................................................... 6
3.1. Inleiding ............................................................................................................................................... 6
3.2. Contractuele verbintenissen ............................................................................................................. 7
3.2.1. Inleiding ...................................................................................................................................... 7
3.2.2. Soorten verbintenissen ............................................................................................................. 7
4. Overeenkomsten ......................................................................................................................................... 9
4.1. Aanbod en aanvaarding .................................................................................................................... 9
4.2. Geldigheidsvereisten en nietigheidsregeling ............................................................................. 10
4.2.1. Geldigheidsvereisten .............................................................................................................. 10
4.2.2. Nietigheidsregeling ................................................................................................................ 12
5. Gevolgen van overeenkomsten tussen partijen ................................................................................... 13
5.1. Algemene beginselen ..................................................................................................................... 13
5.2. Vrijwillige uitvoering van overeenkomsten .................................................................................. 13
, 1. Onderscheid openbare orde – dwingend recht – aanvullend recht
1.1. Belang van onderscheid
Van belang bij de contractvrijheid van partijen.
• Aanvullend recht laat contractvrijheid bestaan
• Contractvrijheid wordt beperkt door de regels van dwingend recht en openbare orde
→ Bij contractvrijheid mogen zelf regels en clausules opgelegd worden, tenzij deze
door de openbare orde of een dwingend recht opgelegd zijn. Dan mag dit niet.
• Als een afwijking van een regel van dwingend recht of openbare order omschreven staat in
het contract, wordt het contract of de clausule nietig verklaard.
Openbare orde
• Rechtsregels uitgevaardigd ter bescherming van de maatschappij en van het Algemeen
belang.
• Gevolg: van deze regels mag niet afgeweken worden in een contract
Dwingend recht
• Rechtsregels die niet strekken tot de maatschappij, maar de categorie van zwakkere
personen = bescherming private belangen (bv. handelshuurwet)
• Gevolg: van deze regels mag niet afgeweken worden in een contract
Verschil tussen openbare orde en dwingend recht
• Van een regel van openbare orde kan niet worden afgeweken bij het sluiten van het
contract, noch nadien.
• Van een regel van dwingend recht kan niet (definitief) worden afgeweken bij het sluiten van
het contract.
• Als er bij het sluiten van het contract wordt afgeweken van een regel van dwingend recht,
kan de beschermde persoon, wanneer de regel van dwingend recht toepassing vindt tijdens
uitvoering van het contract:
o Afstand doen van geboden bescherming
o De geboden bescherming inroepen
Aanvullend recht
• Er mag steeds geheel of gedeeltelijk worden afgeweken in een contract
• Komen partijen geen (andere) contractuele regeling overeen, dan vullen de rechtsregels het
contract aan. Vb. verborgen gebreken bij koopovereenkomsten