RADIOLOGIE
ACADEMIEJAAR 2024 – 2025
NIEUW CURRICULUM
UA GENEESKUNDE – MASTER 2 – SEMESTER 1
,INHOUDSTAFEL
1. Beeldvorming ...................................................................................................................................................... 3
1.1 RX ...................................................................................................................................................................... 3
1.2 ECHO.................................................................................................................................................................. 5
1.3 CT ....................................................................................................................................................................... 7
1.4 MRI .................................................................................................................................................................... 9
2. Contrastmiddelen .............................................................................................................................................. 11
3. Borst .................................................................................................................................................................. 19
4. Cardiovasculair .................................................................................................................................................. 24
4.1 Cardiaal............................................................................................................................................................ 24
4.2 Vasculair .......................................................................................................................................................... 28
5. Darmen .............................................................................................................................................................. 34
5.1 Dikke darm ...................................................................................................................................................... 34
5.2 Dunne darm..................................................................................................................................................... 39
6. Gastro-intestinale organen................................................................................................................................ 45
6.1 Lever ................................................................................................................................................................ 45
6.2 Galwegen ......................................................................................................................................................... 51
6.3 Pancreas en milt .............................................................................................................................................. 55
7. Vrouwelijke pelvis ............................................................................................................................................. 64
8. Hoofd en nek ..................................................................................................................................................... 70
9. Musculoskeletaal ............................................................................................................................................... 78
10. Centraal zenuwstelsel ..................................................................................................................................... 89
11. Pediatrische beeldvorming ............................................................................................................................ 103
12. Urogenitaal .................................................................................................................................................... 108
13. Endocrinologisch systeem ............................................................................................................................. 115
14. Urgentieradiologie......................................................................................................................................... 120
15. Wervelkolom ................................................................................................................................................. 129
16. Thorax............................................................................................................................................................ 133
Oefenvragen examen ......................................................................................................................................... 148
2
,1. BEELDVORMING
1.1 RX
PRODUCTIE VAN X-RAYS
RX BUIS
- Röntgenstralen
o Zijn elektromagnetische golven met een hoge frequentie die in een röntgenbuis worden
geproduceerd wanneer hoog-energetische elektronen interageren met materie
RADIOLOGISCHE BEELDVORMING
PROJECTIE
- Conventionele radiologische beeldvorming
o Is het resultaat van de projectie van de differentiële transmissie van de primaire
röntgenbundel door de verschillende anatomische weefsels
GROOTTE VAN HET OBJECT OP PROJECTIES
- Hangt sterk af van de oriëntatie van het object ten opzichte van het detectorvlak!
o Om een zo realistisch mogelijke weergave te krijgen van de grootte van het hart
® hart zo dicht mogelijk tegen detectorplaat zetten
® Door de divergerende eigenschap van de röntgenstralen worden de structuren die verder
van de plaat verwijderd zijn groter geprojecteerd
- Klinisch belang
o Bij een RX-thorax opname aan bed zal de hartschaduw groter zijn dan bij een opname aan
statief
- Afbeelding
o L: Klassieke RX thorax opname aan statief ® PA (posterior-anterior) opname
o R: RX-thorax opname bij een liggende patiënt (onderzoek aan bed uitgevoerd) ® AP opname
§ Hart wordt groter geprojecteerd dan bij PA-projectie
PA-opname AP-opname
3
,DOSIMETRISCHE HOEVEELHEDEN
DIAGNOSTISCHE REFERENTIENIVEAUS (DRL)
DEFINITIE
- Dosisreferentieniveau (DRL) van een radiologisch onderzoek
o = Het derde kwartiel van de dosisverdeling gerapporteerd in een steekproef van patiënten
§ Zie afb.
o Geven een indicatie van de verwachte stralingsdosis voor een patiënt van gemiddelde
grootte die een bepaalde beeldvormingsprocedure met röntgenstraling ondergaat
® DRL's zijn een hulpmiddel om medische beeldvormingsprocedures met ioniserende
straling te optimaliseren
o DRL's zijn GEEN dosislimieten
Afbeelding niet te kennen
VARIATIE AFH VAN
- BMI pt
- Type detector
- Type röntgensysteem
- Instellingen
NATIONALE DRL'S VASTGESTELD VOOR
- Standaard radiologie (RX)
- Computertomografie (CT)
- Beeldgeleide en interventionele procedures
4
, 1.2 ECHO
BASISPRINCIPES VAN ECHO
ð Sonografie = niet-invasieve pijnloze procedure waarbij ultrasone geluidsgolven worden gebruikt om
beelden van organen, bloedvaten of zachte weefsels te maken voor medische analyse
GELUIDSGOLVEN
- Frequenties van ultrasone golven
o Hoger dan de bovengrens van het menselijk gehoor
§ Frequenties van medisch ultrageluid: 1 tot 20 MHz
ó Bovengrens menselijk gehoor: rond de 20 kHz
- Het basisprincipe van ultrageluid
o 1) Een ultrasone transducer zendt een
ultrasoon signaal uit
o 2) De transducer luistert naar de echo die
wordt gegenereerd door de structuren die
de golf tegenkomt
o 3) De echo wordt omgezet in een beeld
op basis van de kenmerken van de echo,
zoals timing, amplitude en frequentie
Afbeelding niet te kennen
INTERACTIE VAN ULTRAGELUID MET WEEFSELS
OP VERSCHILLENDE MANIEREN
- Reflectie
o = Golven worden teruggekaatst naar de transducer
- Absorptie
o = Golven worden geabsorbeerd door het weefsel en de energie wordt omgezet in warmte
- Verstrooiing
o = Golven worden in verschillende richtingen weerkaatst
- Refractie
o = Richting van de golven wordt veranderd
IMPEDANTIE
- = weerstand tegen de voortplanting van geluid die afhangt van de weefseldichtheid en de snelheid
van het geluid in het weefsel
o Elk weefseltype heeft een bepaalde impedantie
ð Hoeveelheid weerkaatsing is afhankelijk van verschillen in impedantie tussen weefsels
5