Methodisch handelen
Wat is methodisch handelen?
Definitie: gestructureerd, doelgericht en bewust werken om
verandering te realiseren bij de cliënt.
Het is meer dan intuïtief helpen – er zit een plan, doel en reflectie
achter.
Helpt om professioneel, verantwoord en overdraagbaar te werken.
Voorbeeld:
Een maatschappelijk werker helpt een jongere met schulden. Ze maakt
samen een stappenplan (overzicht maken, afbetalingsplan, opvolging). Dit
is methodisch werken.
Kenmerken van methodisch werken
1. Doelgericht handelen
Altijd werken met een concreet doel: welzijn verhogen en
functioneren verbeteren.
Doelen worden samen met de cliënt opgesteld SMART: Specifiek,
Meetbaar, Acceptabel, Realistisch, Tijdsgebonden.
Helpt om te evalueren of de hulp werkt.
Voorbeeld:
Doel: “Binnen 3 maanden zelfstandig alle rekeningen kunnen beheren.”
2. Bewust handelen
Reflecteer op je eigen handelen, waarden, gevoelens en invloed.
Niet zomaar doen wat “goed voelt”, maar nadenken over effect.
Reflectie = leren uit ervaringen.
Voorbeeld:
Na een moeilijk gesprek vraagt de hulpverlener zich af: “Heb ik voldoende
ruimte gelaten voor de cliënt om zelf te spreken?”
3. Systematisch handelen
Planmatig, stap voor stap werken.
Alle stappen hangen logisch samen en worden verantwoord.
Geen toeval of chaos.
4. Procesmatig handelen
Hulpverlening verloopt in fasen: verkennen doelen actie
evaluatie.
Flexibel: soms terugkeren naar vorige stappen als iets verandert.
, Fasen in het hulpverleningsproces
De fasen vormen een cyclisch proces – niet altijd in vaste volgorde.
1. Aanmelding
Cliënt neemt contact op (zelf of via doorverwijzing).
Vaak gemengde gevoelens: schaamte, twijfel, hoop.
Belangrijk: eerste indruk bepaalt vertrouwen.
Voorbeeld:
Een alleenstaande moeder komt voor schuldenhulp – ze voelt zich
schuldig. De hulpverlener stelt gerust en legt rustig uit wat er zal
gebeuren.
2. Intake
Eerste gesprek om de situatie te verkennen.
Informatie verzamelen, verwachtingen bespreken, motivatie nagaan.
Belangrijk om samen te bepalen of hulpverlening passend is.
3. Probleemanalyse
Wat is precies het probleem, en wat zijn de oorzaken?
Analyse op verschillende niveaus: individueel, relationeel,
maatschappelijk.
Hulpverlener en cliënt formuleren samen en probleemdefinitie.
Voorbeeld:
Niet enkel “geen werk”, maar “gebrek aan zelfvertrouwen na ontslag”.
4. Doelformulering
Wat willen we bereiken? ( concreet en haalbaar)
Cliënt bepaalt zoveel mogelijk zelf mee de doelen.
Gebruik van doelenschema’s kan structuur brengen.
5. Strategie bepalen
Samen een plan van aanpak maken.
Kiezen van methodieken (gesprekken, thuisbezoek, verwijzing,
groepswerk …)
Prioriteiten stellen en timing bepalen.
6. Uitvoering
Uitvoering van het plan: gesprekken, acties, contacten met
instanties …
Regelmatig checken of er vooruitgang is.
Bijsturen indien nodig.
7. Evaluatie en afronding
Evaluatie is continu én aan het einde.
o Formatief: tussentijds bijsturen.
o Summatief: eindresultaat beoordelen.
Wat is methodisch handelen?
Definitie: gestructureerd, doelgericht en bewust werken om
verandering te realiseren bij de cliënt.
Het is meer dan intuïtief helpen – er zit een plan, doel en reflectie
achter.
Helpt om professioneel, verantwoord en overdraagbaar te werken.
Voorbeeld:
Een maatschappelijk werker helpt een jongere met schulden. Ze maakt
samen een stappenplan (overzicht maken, afbetalingsplan, opvolging). Dit
is methodisch werken.
Kenmerken van methodisch werken
1. Doelgericht handelen
Altijd werken met een concreet doel: welzijn verhogen en
functioneren verbeteren.
Doelen worden samen met de cliënt opgesteld SMART: Specifiek,
Meetbaar, Acceptabel, Realistisch, Tijdsgebonden.
Helpt om te evalueren of de hulp werkt.
Voorbeeld:
Doel: “Binnen 3 maanden zelfstandig alle rekeningen kunnen beheren.”
2. Bewust handelen
Reflecteer op je eigen handelen, waarden, gevoelens en invloed.
Niet zomaar doen wat “goed voelt”, maar nadenken over effect.
Reflectie = leren uit ervaringen.
Voorbeeld:
Na een moeilijk gesprek vraagt de hulpverlener zich af: “Heb ik voldoende
ruimte gelaten voor de cliënt om zelf te spreken?”
3. Systematisch handelen
Planmatig, stap voor stap werken.
Alle stappen hangen logisch samen en worden verantwoord.
Geen toeval of chaos.
4. Procesmatig handelen
Hulpverlening verloopt in fasen: verkennen doelen actie
evaluatie.
Flexibel: soms terugkeren naar vorige stappen als iets verandert.
, Fasen in het hulpverleningsproces
De fasen vormen een cyclisch proces – niet altijd in vaste volgorde.
1. Aanmelding
Cliënt neemt contact op (zelf of via doorverwijzing).
Vaak gemengde gevoelens: schaamte, twijfel, hoop.
Belangrijk: eerste indruk bepaalt vertrouwen.
Voorbeeld:
Een alleenstaande moeder komt voor schuldenhulp – ze voelt zich
schuldig. De hulpverlener stelt gerust en legt rustig uit wat er zal
gebeuren.
2. Intake
Eerste gesprek om de situatie te verkennen.
Informatie verzamelen, verwachtingen bespreken, motivatie nagaan.
Belangrijk om samen te bepalen of hulpverlening passend is.
3. Probleemanalyse
Wat is precies het probleem, en wat zijn de oorzaken?
Analyse op verschillende niveaus: individueel, relationeel,
maatschappelijk.
Hulpverlener en cliënt formuleren samen en probleemdefinitie.
Voorbeeld:
Niet enkel “geen werk”, maar “gebrek aan zelfvertrouwen na ontslag”.
4. Doelformulering
Wat willen we bereiken? ( concreet en haalbaar)
Cliënt bepaalt zoveel mogelijk zelf mee de doelen.
Gebruik van doelenschema’s kan structuur brengen.
5. Strategie bepalen
Samen een plan van aanpak maken.
Kiezen van methodieken (gesprekken, thuisbezoek, verwijzing,
groepswerk …)
Prioriteiten stellen en timing bepalen.
6. Uitvoering
Uitvoering van het plan: gesprekken, acties, contacten met
instanties …
Regelmatig checken of er vooruitgang is.
Bijsturen indien nodig.
7. Evaluatie en afronding
Evaluatie is continu én aan het einde.
o Formatief: tussentijds bijsturen.
o Summatief: eindresultaat beoordelen.