Actuele criminologie
H1. Criminologie: een terreinverkenning
1.1 De opdracht van de criminologie
Ernstige misdrijven roepen doorgaans naast empathie met de slachtoffer en
gevoelens van angst ook gevoelens van afschuw en woede op. Men is moreel
verontwaardigd dat de dader een ander zoveel leed aandoet en lak heeft aan
elementaire normen. Veel mensen beweren dat de criminaliteit in Nederland
alsmaar blijft stijgen. Uit diverse onderzoeken komt dan ook naar voren dat 36%
van de Nederlanders zich weleens onveilig voelt.
De wens dat overtreders worden bestraft voor de door hen begane misdaden, ligt
diep verankerd in het rechtsgevoel van de meeste mensen. De door criminaliteit
opgewekte emoties kunnen ook een positieve sociaal opbouwende uitwerking
hebben. Door gevoelens van verontwaardiging met elkaar te delen, bevestigen
leden v/d gemeenschap elkaar in hun normbesef.
De gezamenlijke afwijzing v/d dader verhoogt dus de samenhorigheid.
Het zondebokmechanisme, het uitkiezen v/e persoon die beschuldigd wordt van
het begaan van daden die niet in overeenstemming zijn met de rechtsregels.
Hierbij valt te denken aan rituelen van inheemse volkeren maar ook de
verschillende lynchpartijen die hebben plaatsgevonden in de VS en Nederland.
Bij een deel v/d toeschouwers die zich juist met de dader identificeren, roept
deze identificatie vervolgens schuldgevoelens op. Het eigen geweten staat niet
toe dat men zich bewust in positieve zin identificeert met een misdadiger.
Dit schuldgevoel kan leiden tot een roep om strenge bestraffing van de
dader.
Deze identificatie met de daders kan ook gevoel van mededogen oproepen. Dit
komt bijvoorbeeld sterk naar voren uit de rooms katholieke geloofsleer omdat het
een van de zeven ‘werken van barmhartigheid’ is.
1.1.1 Het koele oog
Vanwege al de verschillende en vele identificatiemogelijkheden behoort
criminaliteit vaak tot de favoriete lees- en kijkonderwerpen van mediagebruikers.
Het spreekt alle leeftijden aan uit alle sociale milieus en zowel mannen als
vrouwen. Het komt dan ook weleens voor dat in spraakmakende strafzaken
achterliggende maatschappelijke conflicten tot uitdrukking komen en op het
scherpst van de snede worden uitgevochten.
Om te voorkomen dat er weer lynchpartijen en dergelijke ontstaan doordat
bijvoorbeeld het volk de straf mag bepalen, ligt deze macht nu bij de
onafhankelijke rechter. Dit is al sinds 1813.
1.2 Wat is criminologie?
1.2.1 Criminologie als praktijkgerichte wetenschap
Criminologen zijn het over de definitie van hun vak eens:
,‘Criminologie is de wetenschap die zich bezighoudt met de bestudering van de
aard en achtergronden van menselijke gedragingen die door de wetgever
strafbaar zijn gesteld en van de wijze waarop de overheid en de maatschappij
daarop reageren’ (Kaiser, 1988)
De criminologie is een ervaringswetenschap, empirische wetenschap. D.w.z. een
wetenschap die door het doen van waarnemingen kennis probeert te vergaren
over haar studieonderwerp. De criminoloog is gericht op het verzamelen van
kennis over een van de oudste en belangrijkste vormen van overheidsbeleid, het
tegengaan van criminaliteit. (binnenlands veiligheidsbeleid)
De inhoud van het vak wordt bepaald door zijn onderwerp: de misdaad en
beheersing daarvan.
Er zijn veel verschillende soorten theorieën in de criminologie. Sociologisch,
psychologisch, economisch etc. -> het is dan ook een multidisciplinair
vakgebied
1.2.2 What’s in a name?
Begrip misdaadkunde moet tot uitdrukking brengen dat criminologie bij uitstek
een praktijkgerichte tak van wetenschap is. De te bestuderen gedragingen
worden veelal omschreven als antisociaal, crimineel gedrag of delinquentie i.p.v.
misdaad. Men spreekt immers ook van criminelen of delinquenten en niet meer
van misdadigers. Men ziet dat reeds de aanduiding van het studieobject v/d
criminologie politiek zeer gevoelig ligt en daarom nauw luistert.
Enkel door het gebruik v/e bepaalde aanduiding geeft men aan welke
ideologische opvattingen men koestert over het onderwerp misdaad en
straf.
o Bijv. ‘straatterroristen’ of ‘deviante jongeren’.
1.2.3 De relativiteit van het begrip criminaliteit
Aard v/h strafbaar gestelde gedrag wordt bepaald door de wetgever en verschilt
dus sterk per land. De opvattingen over welke gedragingen als moreel
verwerpelijk gezien worden, zijn voortdurend aan verandering onderhevig.
Verschilt van tijd tot tijd. Zo verdwijnen er strafbepalingen maar komen er ook
ieder jaar weer een strafbepalingen bij.
Vb. is legalisering softdrugs, legalisering homohuwelijk, prostitutie.
(Decriminalisering)
Vb. strafbaarstelling straatintimidatie, slavenhandel, vrouwenhandel.
(Criminalisering)
Vb. Abortus staat nog steeds in de strafwet.
De focus van het strafrecht is continu in beweging. Indien nieuwe wettelijke
bepalingen gedragingen strafbaar stellen, wordt er gesproken van
‘criminalisering’. Bij het schrappen noemen we dit ‘decriminalisering’.
Niet alle landen hanteren dezelfde strafbepaling waardoor het voortkomt dat
dingen in Duitsland gelegaliseerd zijn maar in Nederland niet. Door de relativiteit
van het criminaliteitsbegrip is het dan ook van belang om zowel bij historisch als
internationaal vergelijkende criminologische onderzoeken de nodige
voorzichtigheid te betrachten.
,1.3 De geschiedenis van de criminologie
Lastig is om exact te bepalen waar de criminologie is gestart. Het vermoeden is
dat criminologie net zo oud is als de menselijke beschavingen aangezien destijds
al gewerkt werd met straffen om bepaalde gedragingen te voorkomen. Af en toe
kan het wel lijken alsof hedendaagse theorieën rechtstreeks uit de oudheid
komen. Hier liggen dan ook de wortels van de criminologie
1.3.1 Van de klassieke oudheid tot de middeleeuwen
Een van de oudste en bekendste geschriften over misdaad en straf betreft de
wetten opgesteld in Mesopotamië omstreeks 1750 vr. Chr. De Codex Hammurabi.
Ook zijn wetten en regels terug te vinden bij de oude Grieken, het geschrift De
Staat (380 vr. Chr.) geschreven door Plato. Hier werd onderscheid gemaakt
tussen 3 soorten mensen o.b.v. hun ‘zielsdeel’.
Het huidige recht in Europa is voor grote delen gebaseerd op dit geschrift
en de andere wetten en regels van de oude Grieken.
o Dit is ten tijde van het kolonialisme verder over de wereld verspreid.
o De Grieken waren van mening dat strafrechtelijke gedragingen
tussen burgers onderling moesten worden afgehandeld wat betreft
straffen en schadevergoeding.
Accusatoir -> misdrijven worden beschouwd als particuliere
aangelegenheden waarvan de oplossing door overheidsbemiddeling tot
stand komt.
Inquisitoir -> misdrijven worden beschouwd als schendingen v/h vorstelijk
vredesgebod waartegen de overheid met inzet van alle middelen dient op
te treden.
1.3.2 Van de Renaissance naar de Verlichting
In de Renaissance ontstond ook hernieuwde aandacht voor denkbeelden vanuit
het humanistisch denken over misdaad en straf. In het humanisme was
levensbeschouwing niet gebaseerd op het goddelijke en wat de kerk daarover
bepaalde, maar op de ratio en universele waarden zoals de menselijke
waardigheid.
Een belangrijke Nederlandse schrijver hierover was Coornhert (1567). Hij
maakte zich zorgen over het hoge niveau v/d criminaliteit dat hij in zijn
samenleving waarnam. Volgens hem nam de criminaliteit toe door de
relatief lage pakkans.
o Hij was dan ook van mening (zoals meerdere mensen in die tijd) dat
de doodstraf niet genoeg was, omdat het leven na de dood er veel
beter uit zou zien. Hij pleitte voor werkstraffen zodat de misdadigers
op een of andere manier nuttig konden zijn en iets terug konden
leveren aan de maatschappij.
o Tevens pleite Coornhert voor de bouw van gevangenissen, wat voor
die tijd revolutionair was. Zo konden misdadigers ambachten leren
en nuttig werk doen.
1.3.3 De klassieke school
De Verlichting. Nog sterker dan in de Renaissance ontstond hier het idee dat de
mens in staat is door de rede – het gezond menselijk verstand – de wereld te
begrijpen en te verbeteren. Dit had dus ook betrekking op misdaad en strafrecht.
Verlichters wilden de absolute macht van de vorst inperken.
De mens werd gezien als homo economicus: een op grond van deze vrije
wilsbeschikking – de ratio – handelende mens die een afweging maakt
tussen de voor- en nadelen van gedragsalternatieven.
, Cesare Beccaria -> een Italiaanse filosoof, zeer belangrijk. Hij schreef Dei delitti
e delle pene (‘Over misdaad en straf’) 1764. Beccaria was een volgeling van
Rousseau.
Beccaria stelde dat criminaliteit een overtreding is van het
maatschappelijk contract (Rousseau) en zou ook alleen in de mate van
inbreuk op dat contract moeten worden bestraft.
Extreem zwaar straffen zou ook in strijd zijn met het utilitaristisch principe
van die tijd: er zou minder geluk zijn. Er moest dus sprake zijn van
evenredigheid tussen misdaad en straf, o.b.v. wetten en regels
(legaliteitsbeginsel).
1.3.4 De positivistische school
19e eeuw wordt gekenmerkt door sterke ontwikkelingen in de technologie en
wetenschap waaronder de sociale wetenschappen en statistiek. Dit leidde tot een
ander wereldbeeld: de rationeel handelende mens werd gezien als fictie. Het
denken over misdaad en straf werd sterk beïnvloed door natuurwetenschappen.
Dit leidde tot een meer deterministisch mensbeeld: de vrijheid van
handelen v/d mensen wordt beperkt door mogelijkheden en
omstandigheden.
o Menselijk gedrag wordt dus eigenlijk beïnvloed door factoren waar
zij zelf weinig invloed op heeft.
Het woord positief in deze stroming wordt hier gebruikt in de zin van gericht op
de bestudering van waarneembare feiten; dit is het tegenovergestelde van de
klassieke school en Plato met de wijsgeren. De positivistische school had een
empirisch ideaal, dat de werkelijkheid door wetenschappelijk onderzoek valt
waar te nemen en te verklaren.
Het gevangenzetten van misdadigers zou volgens positivisten herhaling
moeten voorkomen en niet gezien moeten worden als leedtoevoeging.
1.3.5 De Italiaanse antropologieschool
Antropologie is de studie van de mens. Deze stroming wordt gekenmerkt door het
zoeken van de oorzaken van crimineel gedrag in de individuele mens en was
sterk beïnvloed door de medische wetenschap.
Men probeerde door systematische observatie de medische factoren te
vinden die crimineel gedrag veroorzaakten.
Cesare Lombroso
Gevangenisarts 1870.
Hij bestuurde het uiterlijk van delinquenten om zo te kijken of bepaalde
kenmerken vaak bij delinquenten voorkomen. Hij heeft daarvoor
verschillende hoofdafdrukken laten maken.
In Nederland was Lombroso ook erg populair en werden zelfs
schedelinhouden met elkaar vergeleken. Arnold Aletrino (1902).
In de loop van de 20e eeuw raakte het gedachtegoed van Lombroso en de school
in diskrediet. Aan de vage theorie van ‘atavisme’ konden geen duidelijke
hypothesen worden ontleend en werd deze door antropologen en biologen
verworpen. De onderzoeksmethoden voldeden niet aan de huidige maatstaven.
1.3.6 De Franse milieuschool
De Franse milieuschool richtte zich vooral op de statistiek, wat zeer goed te doen
was door de heerschappij van Napoleon in die tijd die wilde dat de overheid