Week 1 Nothing is as practical as a good theory
Hoorcollege 1
Theorieën zijn belangrijk voor:
- Losse feiten en observaties koppelen
o De oorsprong van ziekte begrijpen
o Instandhoudende factoren begrijpen
- Begeleidt verdere vragen
Cognitive restructuring: correct dysfunctional appraisals
Imagery modification: create effective competing memory representations
Criteria van goede theorie:
- Externe criteria (CTP):
o Consistent met al bekende feiten
o Is testable/falsifiable
o Is getest en laat predictieve validiteit zien
- Interne criteria (IPA)
o Interne consistentie
o Zo simple mogelijk (parsimony)
o Hoe minder aannames hoe beter
Veel verschillende theorieën in psychopathologie:
- Complementary: voegt toe
- Convertible: veranderlijk
- Incompatible: onverenigbaar; een kan maar de beste zijn
Theorie testen: If A leads to B Induce/heighten A and examine if B occurs/increases
Voorbeeld over panic disorder:
- Verlaagd CO2 hyperventilatie paniek
o Oplossing: blazen in zakje
- Verhoogd CO2 paniek
o Oplossing: interventie via clonidine = LC inhibition
Trigger fysieke sensaties catastrofisch misinterpretatie perceived threat angst
fysieke sensaties
Interventies: modify dysfunctional expectancies
- Interoceptive exposure
- Cognitive behavioural therapy
Little Hans’ fear of horses: Hans op 4 jarige leeftijd angst voor beet van paarden
└> Freud dacht dat paard symbolisch was voor vader en de angst voor bijten (hem castreren)
omdat hij incest verlangens had naar zijn moeder (Oedipus complex)
,Aannames:
- Intelligente onbewustheid
- Aangeleerde incest neigingen
- Predictive value
o Fear verdween nadat vader het besprak met Hans
Depressie als ziekte:
Gebeurtenis: rumination insomnia fatigue irritable sad pessimistic
Optimale interventies zijn technieken uit optimale theorieën
, Artikel 1 A cognitive approach to panic
Paniekaanval: intens gevoel van angst, plotseling begin, fysieke sensaties
Paniekaanvallen en angst vaak aangenomen, maar komt door verkeerde interpretatie van
lichamelijke activiteit
David Klein: paniek-angst disorder is kwalitatief anders dan niet-paniek-angst
└> Panic disorders reageren op medicijn voor depressie, niet paniek angst dus niet
Centrale voorspellingen van het model:
1. Mensen met paniekstoornis interpreteren lichaamssensaties eerder als catastrofaal
2. Farmacologische middelen die paniek oproepen, doen dat alleen als ze als catastrofaal
ervaren worden en de paniek inducerende effecten geblokkeerd kunnen worden
3. Behandelingen die geen catastrofale interpretatie ombuigen hebben hogere kans op
terugval dan behandelingen die wel slagen in het veranderen van interpretaties
Goede behandeling voor paniek/angst stoornissen: CBT -> voorkomen van angst neemt
paniekaanvallen weg + agorafobie
└> Cognitive restructuring: correct disfunctional appraisals
└> Imagery modification: creëren van nieuwe effectieve representaties van herinneringen
Hoorcollege 1
Theorieën zijn belangrijk voor:
- Losse feiten en observaties koppelen
o De oorsprong van ziekte begrijpen
o Instandhoudende factoren begrijpen
- Begeleidt verdere vragen
Cognitive restructuring: correct dysfunctional appraisals
Imagery modification: create effective competing memory representations
Criteria van goede theorie:
- Externe criteria (CTP):
o Consistent met al bekende feiten
o Is testable/falsifiable
o Is getest en laat predictieve validiteit zien
- Interne criteria (IPA)
o Interne consistentie
o Zo simple mogelijk (parsimony)
o Hoe minder aannames hoe beter
Veel verschillende theorieën in psychopathologie:
- Complementary: voegt toe
- Convertible: veranderlijk
- Incompatible: onverenigbaar; een kan maar de beste zijn
Theorie testen: If A leads to B Induce/heighten A and examine if B occurs/increases
Voorbeeld over panic disorder:
- Verlaagd CO2 hyperventilatie paniek
o Oplossing: blazen in zakje
- Verhoogd CO2 paniek
o Oplossing: interventie via clonidine = LC inhibition
Trigger fysieke sensaties catastrofisch misinterpretatie perceived threat angst
fysieke sensaties
Interventies: modify dysfunctional expectancies
- Interoceptive exposure
- Cognitive behavioural therapy
Little Hans’ fear of horses: Hans op 4 jarige leeftijd angst voor beet van paarden
└> Freud dacht dat paard symbolisch was voor vader en de angst voor bijten (hem castreren)
omdat hij incest verlangens had naar zijn moeder (Oedipus complex)
,Aannames:
- Intelligente onbewustheid
- Aangeleerde incest neigingen
- Predictive value
o Fear verdween nadat vader het besprak met Hans
Depressie als ziekte:
Gebeurtenis: rumination insomnia fatigue irritable sad pessimistic
Optimale interventies zijn technieken uit optimale theorieën
, Artikel 1 A cognitive approach to panic
Paniekaanval: intens gevoel van angst, plotseling begin, fysieke sensaties
Paniekaanvallen en angst vaak aangenomen, maar komt door verkeerde interpretatie van
lichamelijke activiteit
David Klein: paniek-angst disorder is kwalitatief anders dan niet-paniek-angst
└> Panic disorders reageren op medicijn voor depressie, niet paniek angst dus niet
Centrale voorspellingen van het model:
1. Mensen met paniekstoornis interpreteren lichaamssensaties eerder als catastrofaal
2. Farmacologische middelen die paniek oproepen, doen dat alleen als ze als catastrofaal
ervaren worden en de paniek inducerende effecten geblokkeerd kunnen worden
3. Behandelingen die geen catastrofale interpretatie ombuigen hebben hogere kans op
terugval dan behandelingen die wel slagen in het veranderen van interpretaties
Goede behandeling voor paniek/angst stoornissen: CBT -> voorkomen van angst neemt
paniekaanvallen weg + agorafobie
└> Cognitive restructuring: correct disfunctional appraisals
└> Imagery modification: creëren van nieuwe effectieve representaties van herinneringen