• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 96 pages
Summary

Samenvatting GPR

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 96 pages

Dit document biedt een duidelijk overzicht van de studiedoelstellingen bij ieder hoofdstuk van het vak geschiedenis van het publiekrecht. Door deze lijst te leren, behaalde ik een 15/20 in eerste zit. Succes! Ook handig voor eventueel een proefexamen.

Content preview

Studiedoelstellingen hoofdstuk 1

1939-1945 Tweede Wereldoorlog in Europa
Februari 1945 Top van Jalta
Juli-augustus 1945 Top van Potsdam
1949 Oprichting van de NAVO en Raad van Europa
1949 Stichting van BRD en DDR
1951 Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS)
1957 Oprichting van de Europese Gemeenschappen (EEG en Euratom)
1975 Conferentie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa in Helsinki
9 november 1989 Val van de Berlijnse Muur
3 oktober 1990 Eenmaking van Duitsland
21 november 1990 Charter voor een Nieuw Europa getekend in Parijs


Thomas Buergenthal (geboren 1934) werd geboren in een joodse familie in wat vandaag Slovakije is.
Hij overleefde vier jaren in het getto van Kielce en een jaar in de concentratiekampen van Auschwitz
en Sachsenhausen. Na de Tweede Wereldoorlog emigreerde hij naar de VS, waar hij rechten
studeerde en uitgroeide tot een van de leidende mensenrechtenspecialisten. In juni 1990 nam hij als
expert in de Amerikaanse delegatie deel aan de Conference on the Human Dimension waar hij de
pen hield van het slotdocument over democratie, rechtsstaat en mensenrechten dat de basis werd
voor het Charter voor een Nieuw Europa. Van 2000 tot 2010 was hij rechter in het Internationaal
Gerechtshof in Den Haag.

George H.W. Bush (1924-2018) vocht als gevechtspiloot tegen Japan in de Tweede Wereldoorlog. Na
een carrière in de olie-industrie in Texas stapte hij in de politiek als lid van de Republikeinse Partij.
Hij was achtereenvolgens lid van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden, ambassadeur bij de
Verenigde Naties (VN) en in China, directeur van de CIA en acht jaar lang de vicepresident van
Ronald Reagan. Van 1989 tot 1993 was hij president van de VS. Hij was de vader van de latere
president George W. Bush (president 2001-2009).

Michaël Gorbatsjov (geboren 1931) studeerde rechten in Moskou en maakte carrière binnen de
Communistische Partij in zijn geboorteregio in de Kaukasus. Als beschermeling van de latere
Sovjetleider Yuri Andropov (1982-1984) werd hij naar Moskou geroepen, waar hij zich opwerkte tot
de tweede man onder het regime van de zieke Konstantin Tsjernenko (1984-1985). In maart 1985
werd hij verkozen tot secretaris-generaal van de CPSU en begon aan een traject van steeds
verdergaande economische en politieke liberalisering. In 1988 werd hij ook voorzitter van de
Opperste Sovjet, het feitelijke staatshoofd van de USSR. In december 1991, na de feitelijke
ontbinding van de USSR, legde hij het presidentschap neer en droeg de macht over aan de Russische
president, Boris Yeltsin.

François Mitterrand (1916-1996) was de eerste socialistische president van de Vijfde Republiek in
Frankrijk, van 1981 tot 1994.

,Helmut Kohl (1930-2017) leidde een coalitie van zijn christendemocratische CDU/CSU met de
liberale FDP van 1982 tot 1997 als kanselier van de Bondsrepubliek Duitsland (BRD). Met de Duitse
eenmaking, waarvan hij samen met Bush de grote architect was, breidde de BRD zich uit van West-
Duitsland over het grondgebied van de voormalige, socialistische Duitse Democratische Republiek
(DDR) en Berlijn.

Margaret Thatcher (1925-2013) werd leider van de Conservatieve Partij in het Verenigd Koninkrijk in
1975 en was premier van haar land van 1979 tot haar plotse val, tijdens de CVSE-bijeenkomst in
Parijs, in 1990.

1. De pijlers van het westers constitutioneel model en de betekenis van democratie,
rechtsstaat en mensenrechten.
Pijlers:
 Pluralistische democratie ( de legitimatie vd
machthebbers vd overheid en staat is de de wil vh
volk)
 De rechtsstaat
 Respect voor de mensenrechten
 Vrije markteconomie
Democratie: Volkssoevereiniteit. Er zijn twee soorten democratieën: directe en indirecte.
Bij indirecte democratie duidt het volk via verkiezingen volksvertegenwoordigers aan, zoals in
België. Bij directe democratie oefenen de burgers rechtstreeks hun macht uit op de
wetgevingsprocedure, meestal via referendum. (Zwitserland)

Rechtsstaat: De staat is gebaseerd op het recht, zowel burgers als OH onderworpen. De burger zijn
rechten en vrijheden worden beschermd tegen de overheid.

Mensenrechten: vinden hun wortels in het natuurrecht, dat stelt dat elk individu natuurlijke en
onvervreemdbare rechten heeft die stoelen op het mens zijn zelf, deze worden niet gecreërd door
de staat en overstijgen het positieve recht van de staat. Na de Amerikaanse en Franse revolutie
worden deze rechten verankerd in de grondwet (=> grondrechten). O.a. door de Holocaust kiezen de
overwinnaars van WOII voor de internationale bescherming van de mensenrechten. (UVRM, EVRM,
Europees Hof voor de Rechten van de Mens)

2. De historische betekenis van het Charter voor een nieuw Europa aan het einde van de
koude oorlog
Het Charter voor een Nieuw Europa = grondslag voor de politieke en juridische orde van Europa na
de Koude Oorlog
= feitelijke overwinning van het westers constitutioneel model
o Expliciet einde van de Koude Oorlog: zet voorwaarden uiteen voor een Nieuw Europa
o De pijlers: rechtstaat, pluralistische democratie, vrijemarkteconomie en respect voor de
mensenrechten
o pijlers zijn cumulatief: kunnen niet afzonderlijk gebruikt worden
o Legt de verbinding tss de verspreiding vh westers constitutioneel model en de vrijheid en
veiligheid van Europa: gevolg hiervan is dat het respect voor dit model verheven wordt tot
een zaak van alle Europese landen + VS + Canada en dat alle landen een moreel recht
hebben om elkaar op de naleving van dat model aan te spreken.
 Betekent de overwinning van het Westers constitutionele model op het communistische
model als enige werkzame model

, 3. De rol van de Duitse eenmaking in de transformatie van de Europese politieke en
juridische orde
Na de verkiezingen in de DDR werd duidelijk dat Kohl zijn zin kreeg voor een snelle eenmaking van
DU. Het ‘Kohl-blok” stond voor de opname vd DDR in de BRD (Bondsrepubliek Duitsland). Dit zorgde
ervoor dat ze het economisch model vd BRD zouden overnemen: de vrije markt economie.
Door de Duitse eenmaking begon de expansie van Westerse Koude Oorlog organisaties al door het
opnemen van de DDR(Duitse Democratische republiek) in het Westen. Hierdoor was de precedent al
gezet om later de expansie van andere Oostblok landen toe te laten. Ook werd door de eenmaking
de monetaire eenheid in versnelling mogelijk gemaakt door de afspraak tussen Mitterrand en Kohl
over een monetaire unie.

Eind november 1989: opende Kohl strijd voor Duitse eenmaking en zo ook strijd voor Europa.
o Binnenlands : tegenstanders ve snelle eenmaking overtuigen
o Buitenlands : diplomatieke strijd : andere regeringen overtuigen (uiteindelijk hadden 4
bezettingsmogendheden juridisch het laatste woord)

3 factoren droegen bij tot een snelle oplossing vh Duitse vraagstuk:
1) Alliantie Bush (Europe whole and free) en Kohl
2) Compromis Kohl en Mitterand over verbining Duitse eenmaking en Europese integratie
3) Toenemde zwakte van Gorbatsjov
 Eindoel westerse Koude Oorlogstrategie = uitbreding westers model naar Oost-Europa


4. Constitutionalisme en de mechanismen tot inperking van de macht van de overheid
Constitutionalisme= het inperken van de macht van de overheid om de rechten en vrijheden van de
burgers te beschermen en te verdedigen
Middelen:
o Rechtsstaat
o Mensenrechten
o Scheiding der machten
De kern van de moderne rechtsstaat en het constitutionalisme is dat de constitutionele regels een
contract zijn tussen overheid en burgers, waarin vastligt op welke manier de rechtsmacht van de
overheid beperkt is om de burgers te beschermen.

Mechanismen voor inperking van de macht:
o Wijzigen van de grondwet is heel complexe procedure
o Grondwettigheidscontrole van het recht door bevoegde rechtbanken
o Grondwettelijke en verdragsrechtelijke bescherming van grond en mensenrechten
o Scheiding der machten: (Montesquieu = grondlegger) functionele taakverdeling + checks and
balances
o Pluralistische democratie

, 5. De traditionele en moderne opvatting over de verhouding tussen overheid en recht
Traditioneel: de heerser maakt geen nieuw recht, maar handhaaft enkel het bestaande: hij heerst
over de rechtbanken niet in de rechtbanken (dus zelf geen oordeel)
Bronnen: goddelijk recht, natuurrecht en gewoonterecht

Modern: overheid maakt ook wetten, gebruikt dit als instrument om beleid te maken. (de overheid
is zelf ook gebonden aan het recht)
binnen de moderne opvatting bestaan er rechtspositivisten: deze verwierpen de kenbaarheid vh
natuurrecht : het kan geen voorwerp zijn van afdwingbare rechten en plichten; ze reduceerden de
rechtsopvatting tot overheidsgezag
in continentaal Europa werd het gereduceerd tot wetgeving: dat is wetspositivisme

Table of contents

  1. 01 1. De pijlers van het westers constitutioneel model en de betekenis van democratie, rechtsstaat en mensenrechten. 2
  2. 02 2. De historische betekenis van het Charter voor een nieuw Europa aan het einde van de koude oorlog 2
  3. 03 3. De rol van de Duitse eenmaking in de transformatie van de Europese politieke en juridische orde 3
  4. 04 Personen en data: 5
  5. 05 1. de feodaliteit, het heerlijk stelsel en hun onderling verband 6
  6. 06 3. de rechtsmacht van de kerk en de rol van het canoniek recht 7
  7. 07 4. De verschillende betekenissen van het middeleeuwse keizerschap en de rol van het Romeins recht 8
  8. 08 5. De rol van de reformatie in de ineenstorting van de respublica christiana 8
  9. 09 6. De impact van de veroveringen van Amerika op de juridische ordening van Europa 9
  10. 10 7. De rol van militaire revolutie in het ontstaan van de soevereine staat in de 16de eeuw en de 17de eeuw 9
  11. 11 8. Het verschil tussen de pauselijke bullen Romanus pontifex en inter caetera 9
  12. 12 9. De dilatatio theorie van Innocentius IV tegen de achtergrond van de verhouding tussen spirituele en wereldlijke macht 10
  13. 13 10. De gelijkenissen en verschillen tussen de dilatatio theorie van Innocentius IV en de leer van Vitoria 10
  14. 14 Studiedoelstellingen hoofdstuk 3 11
  15. 15 1. De basiskenmerken van de dynastieke staat van Lodewijk XIV versus deze van de moderne staat: 11
  16. 16 3. De orde van de samenleving onder het ancien régime: de plaats van hiërarchie, familie en eer 12
  17. 17 3.2. Hiërarchie binnen de familie: 13
  18. 18 3.3. Eer: 13
  19. 19 4. De structuur van controle over land 13
  20. 20 5. De legitimatie en de functie van het koningschap 13
  21. 21 6. De wisselwerking tussen patrimoniale en publiekrechtelijke elementen in de uitbouw van het leger onder Lodewijk XIV 15
  22. 22 7. De wisselwerking tussen patrimoniale en publiekrechtelijke elementen in de uitbouw van het centrale en lokale bestuur onder Lodewijk XIV 15
  23. 23 8. De organisatie van de rechtspraak en de rol van de koning en de parlementen in Frankrijk 16
  24. 24 9. De rol van het hof van Versailles 16
  25. 25 Studiedoelstellingen hoofdstuk 4 17
  26. 26 1. De politieke en juridische leer van Luther tegen de achtergrond van de algemene theologie van Luther, in het bijzonder over de relatie tussen het interne een externe forum 18
  27. 27 2. De protestantse en katholieke verzetsleer 18
  28. 28 3. De leer van de soevereiniteit volgens Bodin 19
  29. 29 4. De absolutistische doctrine van Bossuet en Domat, in het bijzonder over de oorsprong en de rol van koninklijke macht en de rol van het recht 20
  30. 30 5. De doctrine van het vorstelijke absolutisme inzake de wetgeving onder Lodewijk XIV, en de relatie tot de ideologie van orde 21
  31. 31 6. De wetgevende activiteit van Lodewijk XIV in vergelijking met zijn voorgangers van de 15e tot de 17e eeuw (codificatie en homologatie, hervorming, codificatieordonnanties) 21
  32. 32 7. Het beleid inzake de relatie tussen koning en parlement en de maatregelen van Lodewijk XIV in de periode 1667-1673 22
  33. 33 8. De revocatie van het Edict van Nantes door Lodewijk XIV als logische vervolgstap van de religiepolitiek van Hendrik IV 23
  34. 34 9. De Gallicaanse doctrine onder Lodewijk XIV 24
  35. 35 Doelstellingen hoofdstuk 5 25
  36. 36 1. De rol van de koningen, common law rechtbanken, en parlementen tijdens de late middeleeuwen en onder de Tudors 27
  37. 37 2. De maatschappelijke breuklijnen en diverse standpunten en belangen die de Britse politiek in de 17de eeuw bepaalden 28
  38. 38 3. De theoretische opvatting van Jacobus I over de koninklijke macht 29
  39. 39 4. De diverse lijnen van conflict tussen koning en parlementen onder de twee eerste Stuarts 29
  40. 40 5. De historische jurisprudentie van Coke, Selden en Hale, en de constitutionele betekenis ervan volgens Coke 30
  41. 41 6. De blijvende betekenis van de commonwealth en de juridische weerslag ervan uit de periode 1649-1667 31
  42. 42 7. De oorzaken van de glorious revolution 32
  43. 43 8. Het constitutioneel regime na de Glorius Revolution 32
  44. 44 9. De absolutistische theorie van Hobbes 33
  45. 45 10. De liberale theorie van Locke 34
  46. 46 11. De leer van de scheiding der machten van Locke 34
  47. 47 Studiedoelstellingen hoofdstuk 6 35
  48. 48 2. De standpunten v/d partijen in het constitutionele debat n.a.v. de Stamp Act-crisis 36
  49. 49 3. Het standpunt van het eerste continentale congres over de positie v/d kolonies binnen het Britse rijk en de Britse constitutie 36
  50. 50 4. De stellingen van Thomas Paine in het debat over de onafhankelijkheidsverklaring 36
  51. 51 6. De beginselen en krachtlijnen van de grondwetten v/d staten (1776-1780) 37
  52. 52 7. De krachtlijnen van de articles of confederation 38
  53. 53 en bevoegdheden 38
  54. 54 1791: tien amendementen toegevoegd aan grondwet (= bill of rights) 39
  55. 55 10. De betekenis van Marbury v. Madison binnen de Amerikaanse constitutie 39
  56. 56 Studiedoelstellingen hoofdstuk 7 40
  57. 57 1. De oorzaken van het conflict tussen Lodewijk XV en de parlementen en het verloop van de crisis van 1770-1771 40
  58. 58 2. De idealen van de verlichting 41
  59. 59 3. De theorie van de volkssoevereiniteit van Rousseau 41
  60. 60 4. De institutionele pogingen van Lodewijk XVI om de impasse rond de fiscale hervorming te doorbreken 42
  61. 61 5. Het verloop van de Staten-Generaal mei-juli 1789 en de analyse van de constitutionele stellingen van de derde stand 42
  62. 62 6. De inhoud van het decreet van 11 augustus 1789 43
  63. 63 7. De constitutionele betekenis van déclaration des droits de l’homme in het licht van de 44
  64. 64 8. De constitutionele betekenis van de beslissing rond het vetorecht van de koning in het licht van de doctrine van de volkssoevereiniteit 44
  65. 65 9. De grondwetten van 1791, het jaar I, III en VIII in hun onderlinge vergelijking 45
  66. 66 10. De ideologie en juridische uitwerking van de terreur 46
  67. 67 11. De pijlers van de vredesordening van Wenen 46
  68. 68 12. Het congres van Europa v. de Heilige Alliantie 47
  69. 69 1. De constitutie van Frankrijk onder de Restauratie en na de Julirevolutie 50
  70. 70 2. De transformatie van de natiestaat in de negentiende eeuw 53
  71. 71 3. De politieke theorie van Benjamin Constant 54
  72. 72 4. De economische theorie van Smith 54
  73. 73 5. De constitutie van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden 55
  74. 74 7. Het verloop van de Belgische revolutie in haar radicale fase 56
  75. 75 9. De rol van de conferentie van Londen en de vorming vh internationaal statuut v België 57
  76. 76 10. De langzame opmars van de democratie in België 57
  77. 77 1. De oorzaken van de eerste opiumoorlog en de inhoud van de vrede van Nanking als ongelijk verdrag 59
  78. 78 2. Het verschil tussen de eerste fase (1500-1800) en de tweede fase (1800-1920) van de Europese expansie. 61
  79. 79 Tweede fase: 61
  80. 80 3. De grote drijfveren van het Europese imperialisme en kolonisatie en de rol van private ondernemers en overheden tijdens de tweede fase van het imperialisme. 61
  81. 81 4. De ideologische grondslagen onder het moderne internationaal recht. 62
  82. 82 5. De debatten over de globale expansie van het internationaal recht met de theorie van de driedeling tussen volkeren. (vanaf p. 343 3de alinea) 63
  83. 83 7. De geschiedenis, inhoud en betekenis van extraterritoriale jurisdictie in de context van het westers imperialisme, met name in China 64
  84. 84 8. De confucianistische ideologie over wereldorde, staat en recht 64
  85. 85 9. De onderdelen van het imperialistische regime van het internationaal recht 65
  86. 86 10. Het recht van de territoriale acquisitie (verwervingen) tijdens en na het Congres van Berlijn; doctrine en praktijk 65
  87. 87 11. De geschiedenis van de oprichting van Congo vrijstaat 66
  88. 88 12. De organisatie van bestuur en de exploitatie van Congo vrijstaat en Belgisch Congo, met aandacht voor de verschillende theoretische modellen van koloniaal bestuur 67
  89. 89 13. Het mandaatsysteem van de Volkenbond. 68
  90. 90 Studiedoelstellingen hoofdstuk 10 69
  91. 91 1. De constitutionele discussie over de ontbinding van de USSR en het verloop ervan. 70
  92. 92 2. Het politieke denken van Marx 71
  93. 93 3. Het politieke denken van Lenin tot aan de Oktoberrevolutie 72
  94. 94 4. De Februarirevolutie en het tweevoudig bewind onder de voorlopige regering 74
  95. 95 5. De voorfase (juli-september) van de Oktoberrevolutie en het verloop ervan tot 26 oktober 1917 74
  96. 96 6. De constitutionele consolidatie (=samenvoegen v nauw verwante delen) van de Oktoberrevolutie tot en met de grondwet van 1918: ideologie, instellingen en algemene beginselen 75
  97. 97 7. De grondwetten van 1924 en 1936; ideologie, instellingen en algemene beginselen 77
  98. 98 4. De doctrine van het internationaal recht van Tunkin 78
  99. 99 De Brezjnevdoctrine vanuit ideologisch perspectief 79
  100. 100 1. De betekenis van de Atlantische revolutie in de visie van Roosevelt. 82
  101. 101 2. De visie van Wilson op een nieuwe wereldorde 83
  102. 102 3. De betekenis van het Farewell Adress 83
  103. 103 4. De Monroedoctrine 83
  104. 104 5. De vrede van Versailles en het internationaal recht 84
  105. 105 6. Collectieve veiligheid onder het convenant van de Volkenbond 84
  106. 106 7. Dualisme, monisme 84
  107. 107 8. De theorie van het internationaal recht van Kelsen en haar gevolgen voor de bronnentheorie (jus cogens) 85
  108. 108 9. Het briand-kellogpact 85
  109. 109 10. De visie van Roosevelt op een nieuwe wereldorde, in het bijzonder op collectieve veiligheid 85
  110. 110 11. De diplomatie van de grote drie aan het einde van de tweede wereldoorlog (Teheran, Jalta, Potsdam) 86
  111. 111 12. Collectieve veiligheid onder het Handvest van de Verenigde Naties 86
  112. 112 13. De Trumandoctrine 87
  113. 113 in praktijk enkel strijd tegen communisme 87
  114. 114 14. De tweedeling van Europa en Duitsland en de Koude Oorlog: institutionele stappen en internationaalrechtelijke strategie 87
  115. 115 15. De internationale bescherming van de mensenrechten binnen de VN en de Raad van Europa 87
  116. 116 1. Het paradigma van de sociaal gecorrigeerde vrijemarkteconomie en de sociale welvaarstaat versus het paradigma van de liberale natiestaat. 90
  117. 117 2. De factoren voor de verklaring van de doorbraak van de sociale welvaarstaat binnen de Atlantische wereld. 90
  118. 118 3. Het systeem van sociale zekerheid in Duitsland tot de Eerste wereldoorlog 91
  119. 119 4. De kernpunten van Roosevelts New Deal politiek 91
  120. 120 5. Het constitutionele debat rond de New Deal en de rol van het Amerikaanse hooggerechtshof 92
  121. 121 6. De constitutionele theorie van Kelsen in het kader van zijn reine Rechtslehre 93
  122. 122 7. De rol van het Bundesverfassungsgericht en de constitutionele theorie van de sociale welvaarstaat (Lüth arrest) 94

Document information

Study
Uploaded on
October 18, 2025
Number of pages
96
Written in
2024/2025
Type
Summary
$10.92

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
8
Followers
0
Items
13
Last sold
1 week ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions