Inleiding Burgerlijk Recht
Hoorcollege 1
Goederen: zaken en vermogensrechten
Definities
● Goederen (art. 3:1 BW): zijn alle zaken en alle vermogensrechten
● Zaken (art. 3:2 BW), zijn voor de menselijke beheersing vatbare stoffelijke objecten
○ Roerende zaken (art 3:3 lid 2 BW):
○ Onroerende zaken (art. 3:3 lid 1 BW)
● Vermogensrechten (3:6 BW)
○ Eigendom
○ Vorderingsrecht
Verbintenissenrecht vs. Goederenrecht
- Verbintenissenrecht: “regelt relatie van mens tot mens”
- Boek 3, 6, 7 BW
- Goederenrecht: “regelt relatie van mens tot goed”
- Boek 3, 5 BW
● Een verbintenis geldt in beginsel uitsluitend tussen de schuldeiser en de schuldenaar van die
verbintenis.
● Een verbintenis is een vermogensrechtelijke rechtsbetrekking tussen twee of meer personen
op grond waarvan de ene partij (de schuldenaar) een prestatie moet verrichten, waartoe de
andere partij (de schuldeiser) is gerechtigd.
Contractenrecht
Rechtshandeling: handeling gericht op rechtsgevolg, vereist een rechtsgevolg die daadwerkelijk zich
heeft geopenbaard. Interne wil is niet genoeg, het gaat om een verklaring. De rechtshandeling komt tot
stand op het moment dat
Eenzijdig rechtshandeling: wordt tot stand gebracht door de wilsverklaring van een persoon
Meerzijdig rechtshandeling: wordt tot stand gebracht door de wilsverklaringen van twee of meer
personen
Totstandkoming rechtshandeling
● Wilsvertrouwensleer
○ Geopenbaarde wil (art. 3:33 BW)
○ Gerechtvaardigd vertrouwen (art 3:35 BW)
■ Verklaring/gedraging van een ander
■ Die is opgevat als verklaring of gedraging van bepaalde strekking (subj.)
■ En in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs zo mocht worden opgevat
(obj.)
○ Art. 3:33 BW jo. Art 3:35 BW
● Geopenbaarde wil (art. 3:33 BW)
● Vorm van de verklaring (art. 3:37 lid 1 BW)
, ● Moment tot stand komen (art. 3:37 lid 3 BW), ontvangst theorie, op het moment dat het de
geadresseerde bereikt.
art. 3:37 lid 3 "Een tot een bepaalde persoon gerichte verklaring moet, om haar werking te hebben, die
persoon hebben bereikt…”
● Met de post, is het mogelijk om haar verklaring in te trekken, als de geadresseerde het aanbod
nog niet heeft ontvangen.
● Intrekken is anders dan herroeping, Een aanbod kan je herroepen omdat het al geldt
● Het intrekken van een verklaring is alleen bij een verklaring die nog geen werking heeft.
Grondslag II: gerechtvaardigd vertrouwen (art. 3:35 BW)
● Vertrouwen gerechtvaardigd?
○ Rol art. 3:11 BW →
○ Diverse omstandigheden
Discrepantie wil en verklaring
Verklaring kan door diverse oorzaken afwijken van wil zoals:
● Vergissing
● Verspreking
● Verschrijving
● Dubbelzinnig woordgebruik
Dit betekent dat er geen geopenbaarde wil is, dus er komt geen rechtshandeling tot stand.
Discrepantie door geestelijke stoornis
Discrepantie tussen wil en verklaring door een geestelijke stoornis
● art. 3:34 BW
● Begrip stoornis
● Verband tussen stoornis en verklaring
○ Als rechtshandeling nadelig voor handelende: weerlegbaar vermoeden dat verklaring
onder invloed van stoornis is gedaan
● Indien stoornis een verband vaststaan: onweerlegbaar vermoeden dat wil ontbrak
Hoe komt een overeenkomst tot stand?
● art. 6:213 BW
○ Meerzijdige rechtshandeling waarbij een of meer partijen jegens een of meer andere
een verbintenis aangaan
● art. 6:217 BW
○ Een overeenkomst komt tot stand door een aanbod en de aanvaarding daarvan
Voorwaarden van een aanbod
● Eenzijdige rechtshandeling
● Te onderscheiden van: uitnodiging om in onderhandeling te treden
○ ‘Ik wil jouw laptop kopen’ vs. ‘Ik zou jouw laptop wel willen kopen’
■ Dus het is nog onbepaald
○ ‘In beginsel,
● Vervalt door
○ Verwerping (art. 6:221 lid 2 BW)
, ○ Tijdsverloop (zie o.m. art 6:221 lid 1 BW)
■ Termijn voor aanvaarding
■ Een mondeling aanbod vervalt als het niet onmiddellijk wordt aanvaard
■ Schriftelijk: als het niet binnen redelijke tijd wordt aanvaard, vervalt het
aanbod. De ‘redelijke tijd’ hangt ervan af.
○ Herroeping (art. 6:219 lid 1 BW)
■ Een aanbod is in beginsel herroepelijk
■ Een aanbod kan worden herroepen, zolang het aanbod niet is aanvaard (art.
6:219 lid 2 BW)
● Onherroepelijk aanbod
○ Als je een onherroepelijk aanbod wilt herroepen, gebeurt er niks.
Voorwaarden van een aanvaarding
● Eenzijdige rechtshandeling
● In beginsel vormvrij (art. 3:37 lid 1 BW)
● Moet inhoudelijk overeenstemmen met aanbod
● Van het aanbod afwijkende ‘aanvaarding’
○ Dat wordt een nieuwe aanbod
○ art. 6:225 lid 1 BW → ‘Een aanvaarding die van het aanbod afwijkt, geldt als een
nieuw aanbod en als een verwerping van het oorspronkelijke’
Hoorcollege 2
1. Vertegenwoordiging
Het verrichten van een rechtshandeling in naam van een ander door iemand (de vertegenwoordiger)
die daartoe bevoegd is, met als gevolg dat de rechtsgevolgen intreden voor die ander (de
vertegenwoordigde)
Standaardsituatie: A en B handelen zelf
- Overeenkomst tussen A en B
- A doet aanbod, B aanvaardt → overeenkomst tussen A en B
- Maar wat als: A afwezig is, A het sluiten van een overeenkomst aan en ander wil overlaten?
- A is de vertegenwoordigde, T Tussenpersoon vertegenwoordiger, en B is de wederpartij
- T doet aanbod namens A
- B aanvaardt
Bevoegde vertegenwoordiger
A: vertegenwoordigde
T: vertegenwoordiger, gevolmachtigde
B: wederpartij
art. 3:66 lid 1 Bw
1. Gevolmachtigde T verricht een rechtshandeling
2. In naam van A
3. Binnen grenzen van zijn bevoegdheid
Rechtsgevolg (art. 3:66 lid 1 BW)
- Overeenkomst tussen A en B, T valt er tussenuit
, Bronnen van vertegewoordigsbevoegdheid
1. Volmacht
a. A verleent volmacht aan T om hem (A) te vertegenwoordigen (art. 3:60 lid 1 Bw)
2. Wettelijke vertegenwoordiging
a. Ouder vertegenwoordigt minderjarig kind (art. 1:245 lid 4 Bw)
b. Curator vertegenwoordigt onder curatele gestelde (1:386 jo. 337 BW)
3. Vertegenwoordiging van een rechtspersoon
4. Bevoegde zaakwaarneming
Volmacht
Bevoegdheid die de volmachtgever verleent aan de gevolmachtigde om in naam van de
volmachtgever rechtshandelingen te verrichten (art. 3:60 lid 1 Bw)
Voorbeeld: A wil een paard kopen. A is op die dag verhinderd. A geeft T volmacht om een paard te
kopen voor maximaal 50.000 euro.
- Bevoegdheid: T kan de merrie namens A kopen maar is daartoe niet verplicht
- Niet privatief: A houdt zelf ook de bevoegdheid om de merrie te gaan kopen
Onbevoegde vertegenwoordiging
Stel: A heeft geen volmacht verleend aan T, maar T doet jegens B alsof hij wel een volmacht heeft
Dus: geen volmacht.
Stel: koopt in naam van A merrie voor 60,000 euro
Dus: overschrijding volmacht
In beide gevallen: in beginsel geen overeenkomst tussen A en B
A wil geen overeenkomst met B
A wil niet voor 60,000 euro
In beide gevallen: ook geen overeenkomst tussen T en B
T verklaarde A te binden en niet zichzelf
Onbevoegde vertegenwoordiging
T moet instaan voor bevoegdheid
● Heeft T dat paard gekocht?
● Nee, want geen overeenkomst tussen T en B
Hoorcollege 1
Goederen: zaken en vermogensrechten
Definities
● Goederen (art. 3:1 BW): zijn alle zaken en alle vermogensrechten
● Zaken (art. 3:2 BW), zijn voor de menselijke beheersing vatbare stoffelijke objecten
○ Roerende zaken (art 3:3 lid 2 BW):
○ Onroerende zaken (art. 3:3 lid 1 BW)
● Vermogensrechten (3:6 BW)
○ Eigendom
○ Vorderingsrecht
Verbintenissenrecht vs. Goederenrecht
- Verbintenissenrecht: “regelt relatie van mens tot mens”
- Boek 3, 6, 7 BW
- Goederenrecht: “regelt relatie van mens tot goed”
- Boek 3, 5 BW
● Een verbintenis geldt in beginsel uitsluitend tussen de schuldeiser en de schuldenaar van die
verbintenis.
● Een verbintenis is een vermogensrechtelijke rechtsbetrekking tussen twee of meer personen
op grond waarvan de ene partij (de schuldenaar) een prestatie moet verrichten, waartoe de
andere partij (de schuldeiser) is gerechtigd.
Contractenrecht
Rechtshandeling: handeling gericht op rechtsgevolg, vereist een rechtsgevolg die daadwerkelijk zich
heeft geopenbaard. Interne wil is niet genoeg, het gaat om een verklaring. De rechtshandeling komt tot
stand op het moment dat
Eenzijdig rechtshandeling: wordt tot stand gebracht door de wilsverklaring van een persoon
Meerzijdig rechtshandeling: wordt tot stand gebracht door de wilsverklaringen van twee of meer
personen
Totstandkoming rechtshandeling
● Wilsvertrouwensleer
○ Geopenbaarde wil (art. 3:33 BW)
○ Gerechtvaardigd vertrouwen (art 3:35 BW)
■ Verklaring/gedraging van een ander
■ Die is opgevat als verklaring of gedraging van bepaalde strekking (subj.)
■ En in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs zo mocht worden opgevat
(obj.)
○ Art. 3:33 BW jo. Art 3:35 BW
● Geopenbaarde wil (art. 3:33 BW)
● Vorm van de verklaring (art. 3:37 lid 1 BW)
, ● Moment tot stand komen (art. 3:37 lid 3 BW), ontvangst theorie, op het moment dat het de
geadresseerde bereikt.
art. 3:37 lid 3 "Een tot een bepaalde persoon gerichte verklaring moet, om haar werking te hebben, die
persoon hebben bereikt…”
● Met de post, is het mogelijk om haar verklaring in te trekken, als de geadresseerde het aanbod
nog niet heeft ontvangen.
● Intrekken is anders dan herroeping, Een aanbod kan je herroepen omdat het al geldt
● Het intrekken van een verklaring is alleen bij een verklaring die nog geen werking heeft.
Grondslag II: gerechtvaardigd vertrouwen (art. 3:35 BW)
● Vertrouwen gerechtvaardigd?
○ Rol art. 3:11 BW →
○ Diverse omstandigheden
Discrepantie wil en verklaring
Verklaring kan door diverse oorzaken afwijken van wil zoals:
● Vergissing
● Verspreking
● Verschrijving
● Dubbelzinnig woordgebruik
Dit betekent dat er geen geopenbaarde wil is, dus er komt geen rechtshandeling tot stand.
Discrepantie door geestelijke stoornis
Discrepantie tussen wil en verklaring door een geestelijke stoornis
● art. 3:34 BW
● Begrip stoornis
● Verband tussen stoornis en verklaring
○ Als rechtshandeling nadelig voor handelende: weerlegbaar vermoeden dat verklaring
onder invloed van stoornis is gedaan
● Indien stoornis een verband vaststaan: onweerlegbaar vermoeden dat wil ontbrak
Hoe komt een overeenkomst tot stand?
● art. 6:213 BW
○ Meerzijdige rechtshandeling waarbij een of meer partijen jegens een of meer andere
een verbintenis aangaan
● art. 6:217 BW
○ Een overeenkomst komt tot stand door een aanbod en de aanvaarding daarvan
Voorwaarden van een aanbod
● Eenzijdige rechtshandeling
● Te onderscheiden van: uitnodiging om in onderhandeling te treden
○ ‘Ik wil jouw laptop kopen’ vs. ‘Ik zou jouw laptop wel willen kopen’
■ Dus het is nog onbepaald
○ ‘In beginsel,
● Vervalt door
○ Verwerping (art. 6:221 lid 2 BW)
, ○ Tijdsverloop (zie o.m. art 6:221 lid 1 BW)
■ Termijn voor aanvaarding
■ Een mondeling aanbod vervalt als het niet onmiddellijk wordt aanvaard
■ Schriftelijk: als het niet binnen redelijke tijd wordt aanvaard, vervalt het
aanbod. De ‘redelijke tijd’ hangt ervan af.
○ Herroeping (art. 6:219 lid 1 BW)
■ Een aanbod is in beginsel herroepelijk
■ Een aanbod kan worden herroepen, zolang het aanbod niet is aanvaard (art.
6:219 lid 2 BW)
● Onherroepelijk aanbod
○ Als je een onherroepelijk aanbod wilt herroepen, gebeurt er niks.
Voorwaarden van een aanvaarding
● Eenzijdige rechtshandeling
● In beginsel vormvrij (art. 3:37 lid 1 BW)
● Moet inhoudelijk overeenstemmen met aanbod
● Van het aanbod afwijkende ‘aanvaarding’
○ Dat wordt een nieuwe aanbod
○ art. 6:225 lid 1 BW → ‘Een aanvaarding die van het aanbod afwijkt, geldt als een
nieuw aanbod en als een verwerping van het oorspronkelijke’
Hoorcollege 2
1. Vertegenwoordiging
Het verrichten van een rechtshandeling in naam van een ander door iemand (de vertegenwoordiger)
die daartoe bevoegd is, met als gevolg dat de rechtsgevolgen intreden voor die ander (de
vertegenwoordigde)
Standaardsituatie: A en B handelen zelf
- Overeenkomst tussen A en B
- A doet aanbod, B aanvaardt → overeenkomst tussen A en B
- Maar wat als: A afwezig is, A het sluiten van een overeenkomst aan en ander wil overlaten?
- A is de vertegenwoordigde, T Tussenpersoon vertegenwoordiger, en B is de wederpartij
- T doet aanbod namens A
- B aanvaardt
Bevoegde vertegenwoordiger
A: vertegenwoordigde
T: vertegenwoordiger, gevolmachtigde
B: wederpartij
art. 3:66 lid 1 Bw
1. Gevolmachtigde T verricht een rechtshandeling
2. In naam van A
3. Binnen grenzen van zijn bevoegdheid
Rechtsgevolg (art. 3:66 lid 1 BW)
- Overeenkomst tussen A en B, T valt er tussenuit
, Bronnen van vertegewoordigsbevoegdheid
1. Volmacht
a. A verleent volmacht aan T om hem (A) te vertegenwoordigen (art. 3:60 lid 1 Bw)
2. Wettelijke vertegenwoordiging
a. Ouder vertegenwoordigt minderjarig kind (art. 1:245 lid 4 Bw)
b. Curator vertegenwoordigt onder curatele gestelde (1:386 jo. 337 BW)
3. Vertegenwoordiging van een rechtspersoon
4. Bevoegde zaakwaarneming
Volmacht
Bevoegdheid die de volmachtgever verleent aan de gevolmachtigde om in naam van de
volmachtgever rechtshandelingen te verrichten (art. 3:60 lid 1 Bw)
Voorbeeld: A wil een paard kopen. A is op die dag verhinderd. A geeft T volmacht om een paard te
kopen voor maximaal 50.000 euro.
- Bevoegdheid: T kan de merrie namens A kopen maar is daartoe niet verplicht
- Niet privatief: A houdt zelf ook de bevoegdheid om de merrie te gaan kopen
Onbevoegde vertegenwoordiging
Stel: A heeft geen volmacht verleend aan T, maar T doet jegens B alsof hij wel een volmacht heeft
Dus: geen volmacht.
Stel: koopt in naam van A merrie voor 60,000 euro
Dus: overschrijding volmacht
In beide gevallen: in beginsel geen overeenkomst tussen A en B
A wil geen overeenkomst met B
A wil niet voor 60,000 euro
In beide gevallen: ook geen overeenkomst tussen T en B
T verklaarde A te binden en niet zichzelf
Onbevoegde vertegenwoordiging
T moet instaan voor bevoegdheid
● Heeft T dat paard gekocht?
● Nee, want geen overeenkomst tussen T en B