DEEL 5: MARKTVORMEN ECONOMIE
Inleiding
- De markt van een goed is het ruilsysteem waarbij vragers en aanbieders negotiëren
over P, Q, voorwaarden…
- Producenten streven max resultaat na: winstmaximalisatie = producenten streven
ernaar het verschil tss hun totale opbrengsten en totale kosten, incl oppkosten, zo
groott mogelijk te maken zo maximaliseren ze hun econ winst
Totale opbrengsten – totale kosten (incl oppkost) = econ winst/verlies
- Econ winst/verlies:
o Begrip bij prijstheorieën en marktvormen
o Veronderstelt dat een normale vergoeding voor het ter beschikking stellen
van PF, dus ook kapitaal, als oppkost is inbegrepen in (marginale) kosten
= eigenaars/aandeelhouders “verdienen” aan hun investering
o “overwinst” = extra winst bovenop normale vergoeding
- <> (Boekhoudkundige) winst:
o Zuiver boekhoudkundig begrip/berekening
o Opbrengsten – kosten (7-6) = winst/verlies
- Mate v competitie/concurrentie
o Wanneer de koper keuze heeft meerdere verkopers
Gelijke goederen Er is keuze om invulling te
Gelijkaardige goederen/substituten geven aan de behoeften
- Determinanten v marktvormen
o Zijn er veel kopers & verkopers? PERFECTE
JA
o Zijn de goederen identiek? CONCURRENTIE
JA
o Is de producent prijsnemer (kan de prijs nt beïnvloeden)?
o Kan de producent de markt vrij betreden en verlaten? JA
- Indien niet volledig voldaan aan voorwaarden Perfecte Concurrentie JA
= imperfecte concurrentie
- Afwezigheid v concurrentie (dus maar 1 aanbieder) = monopolie Economisch
H13: Perfecte concurrentie theoretisch
ideaalbeeld
13.1 Eigenschappen
Basiskenmerken perfecte concurrentie als marktvorm:
- Veel kopers & verkopers in markt
- Identiek product verkopen
- Vrij opstarten/stopzetten bedrijf
- Producent kan prijs niet beïnvloeden, hij is prijsnemer vd marktprijs (GEEN
marktmacht)
- Alle info beschikbaar voor (ver)kopers
Prijsnemer moet prijs vd markt aanvaarden en heeft al individuele producent
geen impact op marktprijs
Inleiding
- De markt van een goed is het ruilsysteem waarbij vragers en aanbieders negotiëren
over P, Q, voorwaarden…
- Producenten streven max resultaat na: winstmaximalisatie = producenten streven
ernaar het verschil tss hun totale opbrengsten en totale kosten, incl oppkosten, zo
groott mogelijk te maken zo maximaliseren ze hun econ winst
Totale opbrengsten – totale kosten (incl oppkost) = econ winst/verlies
- Econ winst/verlies:
o Begrip bij prijstheorieën en marktvormen
o Veronderstelt dat een normale vergoeding voor het ter beschikking stellen
van PF, dus ook kapitaal, als oppkost is inbegrepen in (marginale) kosten
= eigenaars/aandeelhouders “verdienen” aan hun investering
o “overwinst” = extra winst bovenop normale vergoeding
- <> (Boekhoudkundige) winst:
o Zuiver boekhoudkundig begrip/berekening
o Opbrengsten – kosten (7-6) = winst/verlies
- Mate v competitie/concurrentie
o Wanneer de koper keuze heeft meerdere verkopers
Gelijke goederen Er is keuze om invulling te
Gelijkaardige goederen/substituten geven aan de behoeften
- Determinanten v marktvormen
o Zijn er veel kopers & verkopers? PERFECTE
JA
o Zijn de goederen identiek? CONCURRENTIE
JA
o Is de producent prijsnemer (kan de prijs nt beïnvloeden)?
o Kan de producent de markt vrij betreden en verlaten? JA
- Indien niet volledig voldaan aan voorwaarden Perfecte Concurrentie JA
= imperfecte concurrentie
- Afwezigheid v concurrentie (dus maar 1 aanbieder) = monopolie Economisch
H13: Perfecte concurrentie theoretisch
ideaalbeeld
13.1 Eigenschappen
Basiskenmerken perfecte concurrentie als marktvorm:
- Veel kopers & verkopers in markt
- Identiek product verkopen
- Vrij opstarten/stopzetten bedrijf
- Producent kan prijs niet beïnvloeden, hij is prijsnemer vd marktprijs (GEEN
marktmacht)
- Alle info beschikbaar voor (ver)kopers
Prijsnemer moet prijs vd markt aanvaarden en heeft al individuele producent
geen impact op marktprijs