BEGRIPPENLIJST:
HOOFDSTUK 1:
● Platoonse rede vs. verlichte rede (Gellner): De eerste is geünificeerd en
hiërarchisch, de tweede rationeel, empirisch en gedifferentieerd.
● Platoonse codificatie van de rede: Systematische leer die orde gaf aan
een agrarische samenleving.
● Moderne filosofie: Filosofie van de 17e–19e eeuw, gebaseerd op rede
en wetenschap.
● David Hume – The Natural History of Religion: Werk waarin Hume religie
verklaart als bijgeloof, filosofie als verlichting.
● Moderniteit / moderne cultuur: Cultuur van de rede en wetenschap
sinds 17e eeuw.
● Conversation of mankind – Michael Oakeshott: Filosofie als deel van
een intergenerationele, culturele dialoog.
● Ernest Gellner: Antropoloog-filosoof die de evolutie van cultuur en
kennisstructuren beschreef (cf. Ploeg, Zwaard, Boek).
● Martin Heidegger / Ludwig Wittgenstein: 20e-eeuwse filosofen die
twijfelden aan fundering van de rede.
● Hans Blumenberg – De legitimiteit van de Moderniteit: Filosofie als
poging om de moderne rede te funderenna het verdwijnen van
religieuze zekerheden.
● Ploeg, Zwaard, Boek: Symbolen voor economie, macht en kennis – drie
fundamentele functies in elke cultuur.
HOOFDSTUK 2:
● Axiale periode
○ Periode van 800–300 v.Chr. waarin in verschillende beschavingen (China,
India, Griekenland, Midden-Oosten) grote spirituele en filosofische
doorbraken plaatsvinden. Volgens Karl Jaspers een keerpunt in de
mensheidsontwikkeling.
● Archè
○ Het eerste beginsel of de oerstof waaruit alles ontstaat. Bijv. Thales: water als
archè. Grondslag van de presocratische natuurfilosofie.
● Kosmos
○ De geordende wereld of het universum. De Grieken beschouwden de kosmos
als een gestructureerd geheel, dat via de rede (logos) kenbaar is.
● Sophia
HOOFDSTUK 1:
● Platoonse rede vs. verlichte rede (Gellner): De eerste is geünificeerd en
hiërarchisch, de tweede rationeel, empirisch en gedifferentieerd.
● Platoonse codificatie van de rede: Systematische leer die orde gaf aan
een agrarische samenleving.
● Moderne filosofie: Filosofie van de 17e–19e eeuw, gebaseerd op rede
en wetenschap.
● David Hume – The Natural History of Religion: Werk waarin Hume religie
verklaart als bijgeloof, filosofie als verlichting.
● Moderniteit / moderne cultuur: Cultuur van de rede en wetenschap
sinds 17e eeuw.
● Conversation of mankind – Michael Oakeshott: Filosofie als deel van
een intergenerationele, culturele dialoog.
● Ernest Gellner: Antropoloog-filosoof die de evolutie van cultuur en
kennisstructuren beschreef (cf. Ploeg, Zwaard, Boek).
● Martin Heidegger / Ludwig Wittgenstein: 20e-eeuwse filosofen die
twijfelden aan fundering van de rede.
● Hans Blumenberg – De legitimiteit van de Moderniteit: Filosofie als
poging om de moderne rede te funderenna het verdwijnen van
religieuze zekerheden.
● Ploeg, Zwaard, Boek: Symbolen voor economie, macht en kennis – drie
fundamentele functies in elke cultuur.
HOOFDSTUK 2:
● Axiale periode
○ Periode van 800–300 v.Chr. waarin in verschillende beschavingen (China,
India, Griekenland, Midden-Oosten) grote spirituele en filosofische
doorbraken plaatsvinden. Volgens Karl Jaspers een keerpunt in de
mensheidsontwikkeling.
● Archè
○ Het eerste beginsel of de oerstof waaruit alles ontstaat. Bijv. Thales: water als
archè. Grondslag van de presocratische natuurfilosofie.
● Kosmos
○ De geordende wereld of het universum. De Grieken beschouwden de kosmos
als een gestructureerd geheel, dat via de rede (logos) kenbaar is.
● Sophia