Leren op school
W1, C1 – introductie, school als
pedagogische context
Vak introductie; hoe werkt het?
14 bijeenkomsten/ colleges
o Aanwezigheid aangeraden, niet verplicht
o Geen web colleges (beleid POW)
o Inhoudelijk:
School als pedagogische context (Colleges 1 en 2)
Blok 1: specifieke vaardigheden (taal, lezen, rekenen,
begrijpend lezen) en zorg op school
Blok 2: algemene vaardigheden (intelligentie en
executieve functies)
Schriftelijk tentamen over literatuur en collegestof: 6 open vragen
met ieder 3 sub vragen
Verplichte opdracht: testafname
o Reeks testen afnemen bij een kind van 11,12,13 en scores
invoeren via Qualtrics
o Wekelijke opdrachten/ deadlines
o Afronden uiterlijk 6 oktober voor 09:00
De school als pedagogische context
Funderend onderwijs alle kinderen gaan van ten minste 5 tot 16 jaar
naar school
- 5 dagen per week, 40 weken per jaar dominante context
- School als minimaatschappij (omdat het zoveel invloed heeft op de
kinderen)
Wat een rol speelt in het
onderwijs:
Plaatsing; blijven zitten,
klas overslaan
Relaties; leerkracht en
leeftijdgenootjes
o Wordt er gepest?
Transities; start kleuterklas,
voortgezet onderwijs
, Na en buitenschoolse activiteiten
Leren op School legt nadruk op basis onderwijs
Verschil tussen basis onderwijs en primair onderwijs:
- Basisonderwijs = regulier onderwijs op basisscholen
- Speciaal basisonderwijs
- Speciaal onderwijs
o Cluster 1: leerlingen met een visuele beperking
o Cluster 2: dove + slechthorende leerlingen en
leerlingen met een taalontwikkelingsstoornis (TOS) Primair
o Cluster 3: leerlingen met lichamelijke en/ of onderwij
verstandelijke handicap en langdurig zieke s
leerlingen
o Cluster 4: leerlingen met psychische stoornissen en
gedragsproblemen
Kerndoelen basisonderwijs
I. Landelijk gelden en wettelijk verplicht in funderend onderwijs
II. Geven aan wat leerlingen moeten kennen en kunnen op bepaalde
momenten in hun schoolloopbaan
III. Scholen mogen zelf beslissen hoe ze de kerndoelen gaan vormgeven
met leerdoelen, lesdoelen &
inhoudsitems
Referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen in het
basisonderwijs
- 1F = fundamenteel echt de basis. Zoveel mogelijk leerlingen
zouden dit moeten beheersen
- 1S = streef nodig voor deelname aan maatschappij
- 1S+ = hoger behaald dan het streef niveau
- Door te kijken naar deze referenties kan er een
ontwikkelingsperspectief opgesteld worden:
o Eigen leerlijn
o Passende doelstellingen en
perspectieven
o Talenten en mogelijkheden leerling
Wet passend onderwijs (1 augustus
2014)
, - Toewerken naar dat we het optimale uit een leerling kunnen halen
- Zo veel mogelijk leerlingen naar het basisonderwijs krijgen, maar
waar nodig is pedagogische ondersteuning bieden
- Denken in ‘wat kan het kind wel, en hoe kunnen we het kind
optimaal laten ontwikkelen’
Meer aandacht voor zorgleerlingen: kinderen die meer ondersteuning
nodig hebben
wie heeft het moeilijk, maar ook wie heeft het te makkelijk
- Sociale acceptatie van verschillen
- Maatschappelijk belang van schoolse vaardigheden
o Hoge verwachtingen
- Speciaal (basis) onderwijs is duur
- Vraagt om (meer) kennis over leer- en gedragsproblemen
Resultaten van passend onderwijs:
Leerkrachten helaas nog te weinig ervaring
Ouders moeten veel zelf regelen
Maar ook stapjes vooruit: ‘er zit beweging in maar we zijn er nog
lang niet’
Welke leerlingen hebben zorg nodig?
Voorheen: discrepantiecriterium:
- Kindgericht kijken: is er een significant verschil tussen de potentie
(IQ) en specifieke vaardigheid (bijv. lezen, rekenen)?
- Als er een verschil met gemiddelde is, is er een discrepantie en dan
wordt er hulp aangeboden
- Discrepantiecriterium wordt niet ondersteund door onderzoek
o Intelligentie niet van belang voor:
Ernst en aard van problemen met specifieke vaardigheid
Aanpak en effect van de problemen met specifieke
vaardigheid
o Intelligentiemeting is niet de logische eerste stap
Nu gebruiken we het Response to instruction model (Fuchs & Fuchs, 2006,
zie Vernooy)
- Contextgericht kijken: is er sprake van onvoldoende vooruitgang op
een specifieke vaardigheid bij een leerling ondanks goed
onderwijsaanbod?
, o Verantwoordelijkheid in eerste instantie bij het onderwijs
o Pas na goed onderwijsaanbod en onvoldoende vooruitgang
nagaan of sprake is van leerproblemen
Response to instruction (RTI) model
laag 1
Voortgang van alle leerlingen bijhouden
Nagaan of algemene onderwijsaanbod voldoende is
Leerlingen identificeren die achterblijven
Laag 2
Leeromgeving aanpassen: remediëren en intensief oefenen in
groepjes
Testen of aanpassingen effect hebben (in de klas)
Laag 3
Leeromgeving verder aanpassen: remediëren, in nog kleinere
groepjes oefenen. Aanpak meer op maat
Testen of aanpassingen effect hebben
In conclusie: continu onderwijs aanpassen om te kijken of het de
vooruitgang kan genereren die nodig is.
Voordelen:
- Preventief: vroeg identificeren en gelijk ingrijpen
- Nadruk op risico en behoeften i.p.v. stoornis/ label
- Minder bias in selecteren ‘zorgleerlingen’
- Resultaat-en oplossingsgericht (monitoren vooruitgang, stapelen van
aanbod)
- Kan samenwerking faciliteren tussen verschillende
onderwijsprofessionals
Problemen/ uitdagingen:
- Pas laat gekeken naar kenmerken kind, focus lang op omgeving
- Wat is de grens voor ‘problemen’?
- Wanneer kan kind een ondersteuningsniveau terug? Hoe stabiel
moet voortuiggang zijn?
W1, C1 – introductie, school als
pedagogische context
Vak introductie; hoe werkt het?
14 bijeenkomsten/ colleges
o Aanwezigheid aangeraden, niet verplicht
o Geen web colleges (beleid POW)
o Inhoudelijk:
School als pedagogische context (Colleges 1 en 2)
Blok 1: specifieke vaardigheden (taal, lezen, rekenen,
begrijpend lezen) en zorg op school
Blok 2: algemene vaardigheden (intelligentie en
executieve functies)
Schriftelijk tentamen over literatuur en collegestof: 6 open vragen
met ieder 3 sub vragen
Verplichte opdracht: testafname
o Reeks testen afnemen bij een kind van 11,12,13 en scores
invoeren via Qualtrics
o Wekelijke opdrachten/ deadlines
o Afronden uiterlijk 6 oktober voor 09:00
De school als pedagogische context
Funderend onderwijs alle kinderen gaan van ten minste 5 tot 16 jaar
naar school
- 5 dagen per week, 40 weken per jaar dominante context
- School als minimaatschappij (omdat het zoveel invloed heeft op de
kinderen)
Wat een rol speelt in het
onderwijs:
Plaatsing; blijven zitten,
klas overslaan
Relaties; leerkracht en
leeftijdgenootjes
o Wordt er gepest?
Transities; start kleuterklas,
voortgezet onderwijs
, Na en buitenschoolse activiteiten
Leren op School legt nadruk op basis onderwijs
Verschil tussen basis onderwijs en primair onderwijs:
- Basisonderwijs = regulier onderwijs op basisscholen
- Speciaal basisonderwijs
- Speciaal onderwijs
o Cluster 1: leerlingen met een visuele beperking
o Cluster 2: dove + slechthorende leerlingen en
leerlingen met een taalontwikkelingsstoornis (TOS) Primair
o Cluster 3: leerlingen met lichamelijke en/ of onderwij
verstandelijke handicap en langdurig zieke s
leerlingen
o Cluster 4: leerlingen met psychische stoornissen en
gedragsproblemen
Kerndoelen basisonderwijs
I. Landelijk gelden en wettelijk verplicht in funderend onderwijs
II. Geven aan wat leerlingen moeten kennen en kunnen op bepaalde
momenten in hun schoolloopbaan
III. Scholen mogen zelf beslissen hoe ze de kerndoelen gaan vormgeven
met leerdoelen, lesdoelen &
inhoudsitems
Referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen in het
basisonderwijs
- 1F = fundamenteel echt de basis. Zoveel mogelijk leerlingen
zouden dit moeten beheersen
- 1S = streef nodig voor deelname aan maatschappij
- 1S+ = hoger behaald dan het streef niveau
- Door te kijken naar deze referenties kan er een
ontwikkelingsperspectief opgesteld worden:
o Eigen leerlijn
o Passende doelstellingen en
perspectieven
o Talenten en mogelijkheden leerling
Wet passend onderwijs (1 augustus
2014)
, - Toewerken naar dat we het optimale uit een leerling kunnen halen
- Zo veel mogelijk leerlingen naar het basisonderwijs krijgen, maar
waar nodig is pedagogische ondersteuning bieden
- Denken in ‘wat kan het kind wel, en hoe kunnen we het kind
optimaal laten ontwikkelen’
Meer aandacht voor zorgleerlingen: kinderen die meer ondersteuning
nodig hebben
wie heeft het moeilijk, maar ook wie heeft het te makkelijk
- Sociale acceptatie van verschillen
- Maatschappelijk belang van schoolse vaardigheden
o Hoge verwachtingen
- Speciaal (basis) onderwijs is duur
- Vraagt om (meer) kennis over leer- en gedragsproblemen
Resultaten van passend onderwijs:
Leerkrachten helaas nog te weinig ervaring
Ouders moeten veel zelf regelen
Maar ook stapjes vooruit: ‘er zit beweging in maar we zijn er nog
lang niet’
Welke leerlingen hebben zorg nodig?
Voorheen: discrepantiecriterium:
- Kindgericht kijken: is er een significant verschil tussen de potentie
(IQ) en specifieke vaardigheid (bijv. lezen, rekenen)?
- Als er een verschil met gemiddelde is, is er een discrepantie en dan
wordt er hulp aangeboden
- Discrepantiecriterium wordt niet ondersteund door onderzoek
o Intelligentie niet van belang voor:
Ernst en aard van problemen met specifieke vaardigheid
Aanpak en effect van de problemen met specifieke
vaardigheid
o Intelligentiemeting is niet de logische eerste stap
Nu gebruiken we het Response to instruction model (Fuchs & Fuchs, 2006,
zie Vernooy)
- Contextgericht kijken: is er sprake van onvoldoende vooruitgang op
een specifieke vaardigheid bij een leerling ondanks goed
onderwijsaanbod?
, o Verantwoordelijkheid in eerste instantie bij het onderwijs
o Pas na goed onderwijsaanbod en onvoldoende vooruitgang
nagaan of sprake is van leerproblemen
Response to instruction (RTI) model
laag 1
Voortgang van alle leerlingen bijhouden
Nagaan of algemene onderwijsaanbod voldoende is
Leerlingen identificeren die achterblijven
Laag 2
Leeromgeving aanpassen: remediëren en intensief oefenen in
groepjes
Testen of aanpassingen effect hebben (in de klas)
Laag 3
Leeromgeving verder aanpassen: remediëren, in nog kleinere
groepjes oefenen. Aanpak meer op maat
Testen of aanpassingen effect hebben
In conclusie: continu onderwijs aanpassen om te kijken of het de
vooruitgang kan genereren die nodig is.
Voordelen:
- Preventief: vroeg identificeren en gelijk ingrijpen
- Nadruk op risico en behoeften i.p.v. stoornis/ label
- Minder bias in selecteren ‘zorgleerlingen’
- Resultaat-en oplossingsgericht (monitoren vooruitgang, stapelen van
aanbod)
- Kan samenwerking faciliteren tussen verschillende
onderwijsprofessionals
Problemen/ uitdagingen:
- Pas laat gekeken naar kenmerken kind, focus lang op omgeving
- Wat is de grens voor ‘problemen’?
- Wanneer kan kind een ondersteuningsniveau terug? Hoe stabiel
moet voortuiggang zijn?