Hoorcollege 5 : Vrij verkeer van goederen II
______________________________________________________________________________________
Literatuur : Kern van het Europees recht
- H.7
Jurisprudentie :
- Dassonville
- Rewe Zentral (Cassis de Dijon)
- Keck en Mithouard
______________________________________________________________________________________
Inleiding
______________________________________________________________________________________
Volgens artikel 3 lid 3 VEU brengt de Unie een interne markt tot stand.
Artikel 26 VWEU definitie voor interne markt : Een ruimte zonder binnengrenzen
waarin het vrije verkeer van goederen, personen, diensten en kapitaal is gewaarborgd
volgens de bepalingen van de Verdragen.
Deze ruimte zonder binnengrenzen wordt gevormd voor het grondgebied van de 28
lidstaten van de EU.
Vier fundamentele vrijheden : Vrije verkeer van…
- Goederen
- Personen
- Diensten
- Kapitaal
Deze moeten vrij kunnen circuleren, zonder belemmeringen.
De nationale wetgeving mag geen bepalingen bevatten of handhaven die de interne
markt belemmeren.
Toepasselijkheid van de Verdragsbepalingen inzake de vier fundamentele
vrijheiden
______________________________________________________________________________________
Grensoverschrijdend element
De bepalingen in het VWEU betreffende alle vier de fundamentele vrijheden zijn
slechts van toepassing in situaties waarin een grensoverschrijdend element aanwezig
is.
- Iets of iemand moet de grens overgaan van lidstaat naar lidstaat om de
toepasselijkheid van vrijverkeerbepalingen te activeren.
- Zuiver interne situaties vallen niet onder het EU-recht : alle relevante aspecten
spelen zich in één lidstaat af.
Omgekeerde discriminatie
Zuiver interne situaties vallen niet onder de Verdragsbepalingen van het vrij verkeer
en dat kan leiden tot : omgekeerde discriminatie (een lidstaat mag zijn eigen
producten of onderdanen minder gunstig of slechter mag behandelen dan die van
andere lidstaten, omdat het EU-recht in een dergelijke situatie n.v.t. is)
, Het begrip ‘goed’ in de zin van het VWEU
______________________________________________________________________________________
De bepalingen in het VWEU betreffende het vrije verkeer van goederen zijn slechts
van toepassing in situaties waarin een goed aanwezig is.
- Goed : de waren die op geld waardeerbaar zijn en als zodanig het voorwerp van
handelstransacties kunnen vormen (=alle zaken met een commerciële waarde).
‣ HvJ Waalse afvalstoffen : ruime uitleg begrip ‘goed’.
Voorwerpen die in het kader van handelstransacties over een grens worden
vervoerd vallen binnen art. 34 WWEU, ongeacht de aard van die transacties.
‣ HvJ PreussenElektra : elektriciteit is een goed.
Hoofdregel : Het Verdragsregime vrije verkeer van goederen is van toepassing op alle
zaken die het voorwerp van handelstransacties kunnen vormen.
Uitzondering (voorbeelden) :
- Art. 346 VWEU
- HvJ-uitspraken
- Transacties die onder de drie andere fundamentele vrijheden vallen
Belemmeringen
______________________________________________________________________________________
Oorzaken van belemmeringen
- Protectionistische overwegingen : Lidstaten maken soms wetten en regels om de
eigen markt te beschermen tegen concurrentie.
- Dispariteiten (verschillen) : Lidstaten stellen verschillende regels vast (dual burden)
en dat belemmert het vrije verkeer.
Bijvoorbeeld : Een Nederlandse fabrikant van speelgoed die zijn speelgoed in andere
lidstaten wil verkopen, wordt telkens met nieuwe regels geconfronteerd. Hij moet
steeds zijn speelgoed aanpassen om aan de regels van de lidstaat van invoer te
voldoen.
Het probleem van verschillende regels in de lidstaten wordt opgelost door middel van
harmonisatie op EU-niveau (positieve integratie).
- De EU-wetgever stelt regels in de vorm van een richtlijn vast.
- Richtlijn komt in de plaats van de verschillende nationale regels van de lidstaten.
Geharmoniseerd, en dan ?
De verenigbaarheid van een nationale regel met het EU-recht moet worden
beoordeeld aan de hand van de toepasselijke richtlijn of verordening, niet aan de hand
van een VWEU-bepaling.
______________________________________________________________________________________
Literatuur : Kern van het Europees recht
- H.7
Jurisprudentie :
- Dassonville
- Rewe Zentral (Cassis de Dijon)
- Keck en Mithouard
______________________________________________________________________________________
Inleiding
______________________________________________________________________________________
Volgens artikel 3 lid 3 VEU brengt de Unie een interne markt tot stand.
Artikel 26 VWEU definitie voor interne markt : Een ruimte zonder binnengrenzen
waarin het vrije verkeer van goederen, personen, diensten en kapitaal is gewaarborgd
volgens de bepalingen van de Verdragen.
Deze ruimte zonder binnengrenzen wordt gevormd voor het grondgebied van de 28
lidstaten van de EU.
Vier fundamentele vrijheden : Vrije verkeer van…
- Goederen
- Personen
- Diensten
- Kapitaal
Deze moeten vrij kunnen circuleren, zonder belemmeringen.
De nationale wetgeving mag geen bepalingen bevatten of handhaven die de interne
markt belemmeren.
Toepasselijkheid van de Verdragsbepalingen inzake de vier fundamentele
vrijheiden
______________________________________________________________________________________
Grensoverschrijdend element
De bepalingen in het VWEU betreffende alle vier de fundamentele vrijheden zijn
slechts van toepassing in situaties waarin een grensoverschrijdend element aanwezig
is.
- Iets of iemand moet de grens overgaan van lidstaat naar lidstaat om de
toepasselijkheid van vrijverkeerbepalingen te activeren.
- Zuiver interne situaties vallen niet onder het EU-recht : alle relevante aspecten
spelen zich in één lidstaat af.
Omgekeerde discriminatie
Zuiver interne situaties vallen niet onder de Verdragsbepalingen van het vrij verkeer
en dat kan leiden tot : omgekeerde discriminatie (een lidstaat mag zijn eigen
producten of onderdanen minder gunstig of slechter mag behandelen dan die van
andere lidstaten, omdat het EU-recht in een dergelijke situatie n.v.t. is)
, Het begrip ‘goed’ in de zin van het VWEU
______________________________________________________________________________________
De bepalingen in het VWEU betreffende het vrije verkeer van goederen zijn slechts
van toepassing in situaties waarin een goed aanwezig is.
- Goed : de waren die op geld waardeerbaar zijn en als zodanig het voorwerp van
handelstransacties kunnen vormen (=alle zaken met een commerciële waarde).
‣ HvJ Waalse afvalstoffen : ruime uitleg begrip ‘goed’.
Voorwerpen die in het kader van handelstransacties over een grens worden
vervoerd vallen binnen art. 34 WWEU, ongeacht de aard van die transacties.
‣ HvJ PreussenElektra : elektriciteit is een goed.
Hoofdregel : Het Verdragsregime vrije verkeer van goederen is van toepassing op alle
zaken die het voorwerp van handelstransacties kunnen vormen.
Uitzondering (voorbeelden) :
- Art. 346 VWEU
- HvJ-uitspraken
- Transacties die onder de drie andere fundamentele vrijheden vallen
Belemmeringen
______________________________________________________________________________________
Oorzaken van belemmeringen
- Protectionistische overwegingen : Lidstaten maken soms wetten en regels om de
eigen markt te beschermen tegen concurrentie.
- Dispariteiten (verschillen) : Lidstaten stellen verschillende regels vast (dual burden)
en dat belemmert het vrije verkeer.
Bijvoorbeeld : Een Nederlandse fabrikant van speelgoed die zijn speelgoed in andere
lidstaten wil verkopen, wordt telkens met nieuwe regels geconfronteerd. Hij moet
steeds zijn speelgoed aanpassen om aan de regels van de lidstaat van invoer te
voldoen.
Het probleem van verschillende regels in de lidstaten wordt opgelost door middel van
harmonisatie op EU-niveau (positieve integratie).
- De EU-wetgever stelt regels in de vorm van een richtlijn vast.
- Richtlijn komt in de plaats van de verschillende nationale regels van de lidstaten.
Geharmoniseerd, en dan ?
De verenigbaarheid van een nationale regel met het EU-recht moet worden
beoordeeld aan de hand van de toepasselijke richtlijn of verordening, niet aan de hand
van een VWEU-bepaling.