Hoorcollege 2 : Besluitvorming in de Europese unie, bronnen van het
Europese recht
______________________________________________________________________________________
Literatuur : Kern van het Europees recht
- H3
______________________________________________________________________________________
Rechtsinstrumenten en rechtsbronnen
_______________________________________________________________________________________
Rechtsbronnen I : primair EU-recht (de verdragen)
1. Basisverdragen
- EU-verdrag, VWEU en Euratomverdrag
2. Wijzigingsverdragen
- Bijv. Europese Akte, Verdrag van Amsterdam, Verdrag van Nice, Verdrag van
Lissabon
3. Toetredingsverdragen
4. Protocollen (zie art. 51 VEU)
- Protocol 3 betreffende het Statuut van het Hof van Justitie van de EU (meer
procedurele zaken).
- Protocol 2 betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en
evenredigheid.
5. Algemene beginselen van Unierecht & Handvest voor de Grondrechten
- Ongeschreven rechtersrecht, later gecodificeerd in het Handvest.
Rechtsbronnen II : secundair EU-recht (de besluiten van de instellingen (art. 288
VWEU)
De secundaire bronnen werken de normen van het primaire recht verder uit.
Uitwerking van brede en open verdragsnormen —> op grond van het verdrag worden
specifieke regels gecreëerd.
- Verordeningen
- Richtlijnen
- Besluiten
- Aanbevelingen en adviezen
Verordeningen
- Art. 288 lid 2 VWEU
- Algemene strekking (vgl. wet, algemeen verbindend voorschrift)
- Verbindend in al haar onderdelen’ : Je mag er niet van afwijken, lidstaten mogen dus
ook geen dingen doen die anders zijn dan de verordening.
Rechtstreeks toepasselijk
- Legt direct rechten en verplichtingen aan de burger, ondernemingen en nationale
overheden op.
, - De normen die hier in staan gelden meteen.
- Geen omzetting nodig/ toegestaan (bij een richtlijn moet dit wel !).
Waarom/Wanneer een verordening maken ?
- Er is een precieze regulering nodig dus ook details liggen vast.
- Uniformiteit : overal geldt de zelfde wet (bij een richtlijn mag een staat zelf bepalen
hoe en wat)
- Sterk verplichtend
Een burger kan rechten ontlenen aan de verordening.
Je beroept je rechtstreeks op de verordening, omdat er geen nationale wet nodig is.
Richtlijnen
- Art. 288 lid 3 VWEU
- Gericht aan lidstaten
- Een richtlijn moet worden omgezet (termijn) : lidstaten moeten zorgen dat wat er in
de richtlijn staat, ook in het nationale recht staat.
- Verbindend ten aanzien van het resultaat : lidstaten hebben vrijheid ten aanzien van
‘vorm en middelen’ om het resultaat te bereiken.
Waarom/wanneer
- Inpassing in nationale regelgeving is belangrijk
- Nationale keuzevrijheid respecteren
- Let op: soms zijn richtlijnen nog steeds erg gedetailleerd
Sanctie
Wat gebeurt er als lidstaten de richtlijn niet omzetten in het nationale recht ?
- Beroep bij rechter (rechtstreekse werking) (HC 3)
- Commissie inbreukprocedure (258 VWEU) (HC 10)
Voorbeeld : De Burgerschapsrichtlijn
Art. 4 —> Vreemdelingenbesluit
Gevolg van deze omzetting, is dat je niet herkent dat het een onderliggende Europese
Richtlijn betreft.
Besluiten
- Art. 288 lid 4 VWEU
- Vgl. nationaal besluitbegrip; geen wetgevingshandeling, maar eerder een
bestuurshandeling.
- Verbindend in al haar onderdelen: legt rechtstreeks rechten of verplichtingen op.
- Veelal concreet: vaak alleen verbindend ten aanzien van een specifiek adressant of
groep adressanten (individueel).
Verdere rechtsbronnen
- Internationale overeenkomsten
Europese recht
______________________________________________________________________________________
Literatuur : Kern van het Europees recht
- H3
______________________________________________________________________________________
Rechtsinstrumenten en rechtsbronnen
_______________________________________________________________________________________
Rechtsbronnen I : primair EU-recht (de verdragen)
1. Basisverdragen
- EU-verdrag, VWEU en Euratomverdrag
2. Wijzigingsverdragen
- Bijv. Europese Akte, Verdrag van Amsterdam, Verdrag van Nice, Verdrag van
Lissabon
3. Toetredingsverdragen
4. Protocollen (zie art. 51 VEU)
- Protocol 3 betreffende het Statuut van het Hof van Justitie van de EU (meer
procedurele zaken).
- Protocol 2 betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en
evenredigheid.
5. Algemene beginselen van Unierecht & Handvest voor de Grondrechten
- Ongeschreven rechtersrecht, later gecodificeerd in het Handvest.
Rechtsbronnen II : secundair EU-recht (de besluiten van de instellingen (art. 288
VWEU)
De secundaire bronnen werken de normen van het primaire recht verder uit.
Uitwerking van brede en open verdragsnormen —> op grond van het verdrag worden
specifieke regels gecreëerd.
- Verordeningen
- Richtlijnen
- Besluiten
- Aanbevelingen en adviezen
Verordeningen
- Art. 288 lid 2 VWEU
- Algemene strekking (vgl. wet, algemeen verbindend voorschrift)
- Verbindend in al haar onderdelen’ : Je mag er niet van afwijken, lidstaten mogen dus
ook geen dingen doen die anders zijn dan de verordening.
Rechtstreeks toepasselijk
- Legt direct rechten en verplichtingen aan de burger, ondernemingen en nationale
overheden op.
, - De normen die hier in staan gelden meteen.
- Geen omzetting nodig/ toegestaan (bij een richtlijn moet dit wel !).
Waarom/Wanneer een verordening maken ?
- Er is een precieze regulering nodig dus ook details liggen vast.
- Uniformiteit : overal geldt de zelfde wet (bij een richtlijn mag een staat zelf bepalen
hoe en wat)
- Sterk verplichtend
Een burger kan rechten ontlenen aan de verordening.
Je beroept je rechtstreeks op de verordening, omdat er geen nationale wet nodig is.
Richtlijnen
- Art. 288 lid 3 VWEU
- Gericht aan lidstaten
- Een richtlijn moet worden omgezet (termijn) : lidstaten moeten zorgen dat wat er in
de richtlijn staat, ook in het nationale recht staat.
- Verbindend ten aanzien van het resultaat : lidstaten hebben vrijheid ten aanzien van
‘vorm en middelen’ om het resultaat te bereiken.
Waarom/wanneer
- Inpassing in nationale regelgeving is belangrijk
- Nationale keuzevrijheid respecteren
- Let op: soms zijn richtlijnen nog steeds erg gedetailleerd
Sanctie
Wat gebeurt er als lidstaten de richtlijn niet omzetten in het nationale recht ?
- Beroep bij rechter (rechtstreekse werking) (HC 3)
- Commissie inbreukprocedure (258 VWEU) (HC 10)
Voorbeeld : De Burgerschapsrichtlijn
Art. 4 —> Vreemdelingenbesluit
Gevolg van deze omzetting, is dat je niet herkent dat het een onderliggende Europese
Richtlijn betreft.
Besluiten
- Art. 288 lid 4 VWEU
- Vgl. nationaal besluitbegrip; geen wetgevingshandeling, maar eerder een
bestuurshandeling.
- Verbindend in al haar onderdelen: legt rechtstreeks rechten of verplichtingen op.
- Veelal concreet: vaak alleen verbindend ten aanzien van een specifiek adressant of
groep adressanten (individueel).
Verdere rechtsbronnen
- Internationale overeenkomsten