BEGRIPPENLIJST
PSYCHOPATHOLOGIE
BEGRIPPEN HOOFDSTUK 1 BIOPSYCHOSOCIAAL MODEL:
inrichtingspsychiatrie –in de negentiende eeuw. Mensen waren een ‘nummer’ en werden
weggestopt van de maatschappij,
biologische psychiatrie-biologische invalshoek –een aandoening kan verwijzen naar afwijking in het
functioneren van het lichaam of erfelijkheid
psychoanalyse: Theorie van Freud, genezen van een storing door de inhoud van het onbewuste op
te sporen en de patiënt daarvan bewust te maken
sociologische invalshoek: de directe omgeving waarin iemand zich bevindt hebben invloed op het
psychisch welbevinden van een persoon.
Psychofarmaca: medicijnen om psychisch beter te laten voelen
mindfulness: vorm van meditatie/training waarin je bewust word van fysieke ervaringen,
stemmingen, gevoelens en gedachten.
psychotherapie: behandeling door psychotherapeut, helpt bij omgaan met emoties, anders denken
en het doel is psychische klachten te verminderen.
biopsychosociaal model: een instrument waarin wij naar psychiatrie en mensen kijken. Het is
ontstaan vanuit het verzet van eenzijdig model, nu vanuit 3 invalshoeken. Biomedisch, psychologisch
en sociale factoren.
voorlopige classificatiepoging: globaal vaststellen met welke stoornis er te maken is.
ziektegedrag: hoe er met de ziekte om wordt gaan
ziektewinst: secundaire voordelen aan ziek zijn (aandacht, extraatjes etc.)
de sociale context, hoe functioneerde iemand voor hij/zij ziek werd, gesprekken met eerdere
behandelaars.
structuur diagnose: naast de criteria van de DSM kijk je ook naar zijn/haar persoonlijke verhaal
(waardoor is de stoornis gekomen, omgeving, persoonlijkheid etc.)
diagnose: iets wat een arts of psycholoog kunnen stellen vanuit alles wat je kan opzoeken en hoe je
behandeld kan worden. verleden, heden, toekomst
classificatie: zoals de DSM, kijkt alleen naar het nu en heeft bijv. geen behandelmethode.
stressoren: iets wat stress veroorzaakt
BEGRIPPEN HOOFDSTUK 2 AUTISMESPECTRUMSTOORNIS
Lorna Wing
afzijdige groep: aloof, in eigen bubbel, afwezig, eigen wereld
passieve groep: passieve, geen contact met andere
actief maar bizarre groep: active but odd, weten niet aan te sluiten op gevoelens van mensen,
maken aparte ongepaste uitspraken
verklaringstheorieën
TOM: theorie of mind. richt zich op het moeilijk verplaatsen van anderen
CC – centrale coherentie richt zich op moeite met verwerken en integreren van informatie
EF – executieve functies moeite met plannen en uitvoeren van handelingen
PSYCHOPATHOLOGIE
BEGRIPPEN HOOFDSTUK 1 BIOPSYCHOSOCIAAL MODEL:
inrichtingspsychiatrie –in de negentiende eeuw. Mensen waren een ‘nummer’ en werden
weggestopt van de maatschappij,
biologische psychiatrie-biologische invalshoek –een aandoening kan verwijzen naar afwijking in het
functioneren van het lichaam of erfelijkheid
psychoanalyse: Theorie van Freud, genezen van een storing door de inhoud van het onbewuste op
te sporen en de patiënt daarvan bewust te maken
sociologische invalshoek: de directe omgeving waarin iemand zich bevindt hebben invloed op het
psychisch welbevinden van een persoon.
Psychofarmaca: medicijnen om psychisch beter te laten voelen
mindfulness: vorm van meditatie/training waarin je bewust word van fysieke ervaringen,
stemmingen, gevoelens en gedachten.
psychotherapie: behandeling door psychotherapeut, helpt bij omgaan met emoties, anders denken
en het doel is psychische klachten te verminderen.
biopsychosociaal model: een instrument waarin wij naar psychiatrie en mensen kijken. Het is
ontstaan vanuit het verzet van eenzijdig model, nu vanuit 3 invalshoeken. Biomedisch, psychologisch
en sociale factoren.
voorlopige classificatiepoging: globaal vaststellen met welke stoornis er te maken is.
ziektegedrag: hoe er met de ziekte om wordt gaan
ziektewinst: secundaire voordelen aan ziek zijn (aandacht, extraatjes etc.)
de sociale context, hoe functioneerde iemand voor hij/zij ziek werd, gesprekken met eerdere
behandelaars.
structuur diagnose: naast de criteria van de DSM kijk je ook naar zijn/haar persoonlijke verhaal
(waardoor is de stoornis gekomen, omgeving, persoonlijkheid etc.)
diagnose: iets wat een arts of psycholoog kunnen stellen vanuit alles wat je kan opzoeken en hoe je
behandeld kan worden. verleden, heden, toekomst
classificatie: zoals de DSM, kijkt alleen naar het nu en heeft bijv. geen behandelmethode.
stressoren: iets wat stress veroorzaakt
BEGRIPPEN HOOFDSTUK 2 AUTISMESPECTRUMSTOORNIS
Lorna Wing
afzijdige groep: aloof, in eigen bubbel, afwezig, eigen wereld
passieve groep: passieve, geen contact met andere
actief maar bizarre groep: active but odd, weten niet aan te sluiten op gevoelens van mensen,
maken aparte ongepaste uitspraken
verklaringstheorieën
TOM: theorie of mind. richt zich op het moeilijk verplaatsen van anderen
CC – centrale coherentie richt zich op moeite met verwerken en integreren van informatie
EF – executieve functies moeite met plannen en uitvoeren van handelingen