Shockbehandeling: farmaca
Inleiding farmaca
Vraag 1: sympathicus en parasympathicus zijn delen van het autonoom zenuwstelsel
NO is de belangrijkste endogene vasodilatator
Receptoren sympathicus:
Hart: β1, β2 en α1 receptoren
Arteries:
o Huid α1 vasoconstrictie
o Spieren β2 vasodilatatie
Darm: β2 en dopamine receptoren vasodilatatie
Coronairen: β2 en dopamine receptoren
vasodil., α1 vasoconstrictie
Nierarteriën: β1 en dopamine receptoren
vasodilatatie
Luchtwegen: β2 bronchodilatatie
Inotropie (contractie) opdrijven in een zo gunstig mogelijke manier (dus min. myocardiaal O2-
verbruik) en zodat de vitale (belangrijkste) organen worden geperfundeerd (hart, hersenen, lever,
nieren, darm)
A. Preventie
Oorzaak wegnemen
Septische shock (infectie) voorkomen strikte hygiëne (alcohol ipv handen wassen)
Insteekplaats katheters steriel en dagelijks checken! (want ingangsplaats voor path)
SDD = selectieve darm decontaminatie antiboitica gegevn om darmflora te veranderen
met de hoop dat de patiënt beter wordt voorkomen dat bacteriën lekken en door gap
junctions gaan helpt niet
B. Antimicrobiele therapie
Gebruik van antibiotica: keuze van soort wordt bepaald door vele factoren
Minder gebruik van AB
Aanpassen aan nier- en leverfunctie (antibiotica verwerken en uitscheiden)
Elk uur dat we bij een bacteriële infectie of septische shock de antibiotica later geven,
stijgt de mortaliteit met 10% (!)
Belangrijk van WELKE AB geven en SNEL
C. Voeding
Katabool (lichaam breekt veel af) en hypermetabool (metabolisme op volle toeren)
Stikstofbalans meestal negatief
Enterale weg: patiënt moet eten krijgen, liefst langs de darm
Voeding is dé bescherming voor het GI-stelsel, voedsel aan de darm geven is nl.
de beste protectie tegen bacteriële flora die doorheen de wand willen gaan
Niet echt belangrijk in eerste uren maar wel de dagen die volgen
, D. Hemodynamische stabilisatie
Verminderen zuurstofverbruik (sedatie coma, verminderen van koorts, pijn en angst)
Verhogen zuurstofaanbod (hartdebiet verhogen, zuurstofsaturatie, hematocriet
optimaal maken)
Cardiovasculaire behandeling (druk, hartdebiet,)
Vraag 2: toedienen van calcium stimuleert de contractie van spieren
Farmaca gebruikt bij hemodynamische toestand
Farmaca gebruikt bij kritisch hemodynamische toestanden (contractiliteit verhogen):
1. Sympatho-adrenerge farmaca (via alfa en beta receptoren)
a. Dominerende b-receptor agonisten (dopamine, dobutamine)
b. Dominerende a-receptor agonisten ((nor)adrenaline)
c. Dopamine agonisten (dopexamine)
2. Indirecte sympathische amines (sympathicomimetica)
3. Digitalis
4. Calciumionen
5. Fosfodiesterase inhibitoren
6. Vasodilatoren
1. Sympatho-adrenerge farmaca
Dominerend β-receptor agonisten
Dopamine (neurotransmitter in hypofyse, vrijstelling hormonen)
Verbetert circulatie in splanchnische systeem door vasodilatatie in darmen en
nieren
Natuurlijke antagonist, precursor van noradrenaline
Heeft wel als neveneffect een verstoorde hormoonwerking
In hoge dosis ook α-agonist
Dobutamine
Synthetische vasodilatator (hart wordt opgejaagd want werkt in op β2
maar zorgt voor voldoende zuurstofaanbon voor myocard) van coronairen
en periferen met mogelijke bloeddrukverlaging tot gevolg
Chronotroop effect, versnellen hartritme (stijging hartdebiet)
Mengsel van β1, zwak β2, α1-agonist
Dominerend α-receptor agonisten
Adrenaline (aangemaakt in bijniermerg)
Vasoconstrictie en verhoging bloeddruk hart wordt enorm opgejaagd
Tachycardie & BD stijging omdat de bloedvaten dichtgaan
Sterke β1, α1 (en β2) agonist
Noradrenaline
Vasoconstrictor, verhogen myocard zuurstof verbruik
α1, α2 en krachtige β1 agonist
Komt vrij bij shock
Ook in bijnier gemaakt
Noradrenaline en adrenaline samen geven om hart op te jagen. Dobutamine
erbij geven om de coronairen voldoende doorbloed te laten (met zuurstof)
Inleiding farmaca
Vraag 1: sympathicus en parasympathicus zijn delen van het autonoom zenuwstelsel
NO is de belangrijkste endogene vasodilatator
Receptoren sympathicus:
Hart: β1, β2 en α1 receptoren
Arteries:
o Huid α1 vasoconstrictie
o Spieren β2 vasodilatatie
Darm: β2 en dopamine receptoren vasodilatatie
Coronairen: β2 en dopamine receptoren
vasodil., α1 vasoconstrictie
Nierarteriën: β1 en dopamine receptoren
vasodilatatie
Luchtwegen: β2 bronchodilatatie
Inotropie (contractie) opdrijven in een zo gunstig mogelijke manier (dus min. myocardiaal O2-
verbruik) en zodat de vitale (belangrijkste) organen worden geperfundeerd (hart, hersenen, lever,
nieren, darm)
A. Preventie
Oorzaak wegnemen
Septische shock (infectie) voorkomen strikte hygiëne (alcohol ipv handen wassen)
Insteekplaats katheters steriel en dagelijks checken! (want ingangsplaats voor path)
SDD = selectieve darm decontaminatie antiboitica gegevn om darmflora te veranderen
met de hoop dat de patiënt beter wordt voorkomen dat bacteriën lekken en door gap
junctions gaan helpt niet
B. Antimicrobiele therapie
Gebruik van antibiotica: keuze van soort wordt bepaald door vele factoren
Minder gebruik van AB
Aanpassen aan nier- en leverfunctie (antibiotica verwerken en uitscheiden)
Elk uur dat we bij een bacteriële infectie of septische shock de antibiotica later geven,
stijgt de mortaliteit met 10% (!)
Belangrijk van WELKE AB geven en SNEL
C. Voeding
Katabool (lichaam breekt veel af) en hypermetabool (metabolisme op volle toeren)
Stikstofbalans meestal negatief
Enterale weg: patiënt moet eten krijgen, liefst langs de darm
Voeding is dé bescherming voor het GI-stelsel, voedsel aan de darm geven is nl.
de beste protectie tegen bacteriële flora die doorheen de wand willen gaan
Niet echt belangrijk in eerste uren maar wel de dagen die volgen
, D. Hemodynamische stabilisatie
Verminderen zuurstofverbruik (sedatie coma, verminderen van koorts, pijn en angst)
Verhogen zuurstofaanbod (hartdebiet verhogen, zuurstofsaturatie, hematocriet
optimaal maken)
Cardiovasculaire behandeling (druk, hartdebiet,)
Vraag 2: toedienen van calcium stimuleert de contractie van spieren
Farmaca gebruikt bij hemodynamische toestand
Farmaca gebruikt bij kritisch hemodynamische toestanden (contractiliteit verhogen):
1. Sympatho-adrenerge farmaca (via alfa en beta receptoren)
a. Dominerende b-receptor agonisten (dopamine, dobutamine)
b. Dominerende a-receptor agonisten ((nor)adrenaline)
c. Dopamine agonisten (dopexamine)
2. Indirecte sympathische amines (sympathicomimetica)
3. Digitalis
4. Calciumionen
5. Fosfodiesterase inhibitoren
6. Vasodilatoren
1. Sympatho-adrenerge farmaca
Dominerend β-receptor agonisten
Dopamine (neurotransmitter in hypofyse, vrijstelling hormonen)
Verbetert circulatie in splanchnische systeem door vasodilatatie in darmen en
nieren
Natuurlijke antagonist, precursor van noradrenaline
Heeft wel als neveneffect een verstoorde hormoonwerking
In hoge dosis ook α-agonist
Dobutamine
Synthetische vasodilatator (hart wordt opgejaagd want werkt in op β2
maar zorgt voor voldoende zuurstofaanbon voor myocard) van coronairen
en periferen met mogelijke bloeddrukverlaging tot gevolg
Chronotroop effect, versnellen hartritme (stijging hartdebiet)
Mengsel van β1, zwak β2, α1-agonist
Dominerend α-receptor agonisten
Adrenaline (aangemaakt in bijniermerg)
Vasoconstrictie en verhoging bloeddruk hart wordt enorm opgejaagd
Tachycardie & BD stijging omdat de bloedvaten dichtgaan
Sterke β1, α1 (en β2) agonist
Noradrenaline
Vasoconstrictor, verhogen myocard zuurstof verbruik
α1, α2 en krachtige β1 agonist
Komt vrij bij shock
Ook in bijnier gemaakt
Noradrenaline en adrenaline samen geven om hart op te jagen. Dobutamine
erbij geven om de coronairen voldoende doorbloed te laten (met zuurstof)