Introductie psychologie samenvatting (NL)
2025
Topic 1. Genes and evolution
Lecture 1. 04/09/2025
Psychologie: de studie van de geest en hersenen om gedrag te verklaren.
Forer effect: de neiging dat mensen vage, algemene
persoonlijkheidsomschrijvingen als zeer accuraat en betekenisvol zien.
“violent behavior comes from a certain type of behavior”
Jaren 70: gewelddadig gedrag komt door de omgeving van een persoon.
Jaren 80: gewelddadig gedrag komt door “gewelddadige genen”
Nu: genen <-> omgeving <-> (gewelddadig) gedrag.
Genen: belangrijkste secties van een DNA-molecuul.
produceert eiwitten (= proteins).
De aanwezigheid van een specifiek gen op een specifiek tijdstip betekent niet dat
een eiwit niet geproduceerd wordt.
Genexpressie: of een gen “aan” of: uit” staat; de mate waarin een gen wordt
getranscribeerd in een sequentie van aminozuren (eiwitten).
In elke cel worden genen op sommige momenten geuit en anderen niet.
o Dit wordt gecontroleerd door de biochemische omgeving in de cel
wordt beïnvloed door o.a. timing in de ontwikkeling en de
ontwikkeling buiten de cel.
, De omgeving bepaalt of een cel wel/ niet tot uiting komt.
Genotype: specifieke set genen van een organisme.
Fenotype (= fenotype): uiterlijke kenmerken en gedragingen van een
organisme.
Fenotype wordt bepaald door genotype * omgeving (ervaringen, heden en
verleden).
Monozygote (= eeneiige tweeling) hebben dezelfde genotype, maar andere
omgevingen wat hun fenotype beïnvloed.
Genen komen van onze ouders. Elke ouder geeft 23 genen door, waardoor we er
46 hebben (waarvan 23 paren).
de paren bevinden zich op een overeenkomstige positie op chromosoomparen.
door die paren bestaat ons DNA uit een dubbele helix.
Chromosoom: structuur in de celkern die uit DNA bestaat en genen bevat.
Allel: specifieke variant van een gen.
1. Dominante allel: toont een effect, zelf als iemand één kopie van die allel
heeft.
zoals bruine ogen.
2. Recessieve allel: zie je alleen bij 2 kopieën van die allel.
zoals blauwe ogen.
Je hebt 2 combinaties van allelen:
1. Homozygote: allelen op de locus
zijn hetzelfde.
2. Heterozygote: allelen op de
locus zijn verschillend van elkaar.
Een kenmerk of gedrag wordt bepaald
door de omgeving en:
Eén genpaar;
Meerdere genparen polygenetic inheritance.
Genomen: genetische informatie specifiek voor een soort.
geëvolueerd door de jaren heen.
Evolutie door natuurlijke selectie: Darwin stelde dat alle moderne
mechanismen…
Afstammen van een kleine set gedeelde voorouders
Over de tijd heen veranderen door evolutie.
,Belangrijkste mechanisme van evolutie is natuurlijke selectie
Overleving en voortplanting.
3 voorwaarden van natuurlijke selectie:
1. Variatie tussen individuen;
2. Individuen met bepaalde kenmerken overleven en planten zich met hogere
kansen voort.
3. Het kenmerk dat dit voordeel geeft, wordt doorgegeven.
Specifieke kenmerken worden zo beter vertegenwoordigd in volgende
generaties zodat organismen beter aan de leefomgeving aangepast zijn.
Survival of the genes.
Bronnen van bewijs voor de moderne evolutietheorie
1. Fossielenbestand: veranderingen in erfelijke lijnen.
2. Overeenkomsten van genomen van verschillende organismen.
3. Pseudogenen: inactieve genen die geen eiwitten meer maken.
a. De bekendste is glow (vitamine c) codeerde de productie van
vitamine c uit glucose. Ons lichaam bevat informatie over 3 van de
4 stappen voor het produceren hiervan.
4. Verspreiding van soorten over de wereld.
a. Continentale eilanden: eilanden die van oorsprong verbonden
waren met het continent.
i. Vb.: Japan; bevat veel diersoorten (die we over de rest van de
wereld ook terugzien).
b. Oceanische eilanden: waren nooit verbonden met het continent.
i. Vb.: Hawaï: weinig veelvoorkomende diersoorten door de
slechte bereikbaarheid.
Antropoïde apen zijn onze naaste
verwanten met 24
chromosoomparen. Het lijkt dat ons
2e chromosoompaar een combinatie
is van 2 chromosoom paren van de
apen. De telomeres (rode gedeelte)
liggen aan beide uiteinden en
komen bij het chromosoom van de
mens samen.
Men blijft sceptisch over de
evolutie: uit een studie over 7
landen bleek dat religieuze mensen
vaak geloven dat soorten altijd in
hun huidige vorm hebben bestaan.
De meeste mensen geloven echter wel in de evolutie van soorten.
Nature (genen) vs. Nurture (omgeving) wordt steeds irrelevanter gedrag is
namelijk een product van beiden.
Wie we zijn wordt bepaald door het tot uiting komen van onze genen in
verschillende omgevingen:
, Lage MAOA vs. hoge MAOA in combinatie met hoe je bent opgegroeid kan
conventie van geweldsdelicten beoordelen.
o MAOA-allel voor lage MAOA-activiteit <-> hele slechte behandeling
<-> hogere kans om schuldig bevonden te worden aan
gewelddadige misdaden.
Phelps et al. (2022) – PP 3-4; 67; 101-112
Gedrag: totaliteit van observeerbare menselijke acties.
Human genome project (2001): bracht het volledig menselijke DNA in kaart en
constateerde dat men < 30.000 genen heeft.
Gen-definitie: een stuk DNA dat de instructie bevat voor de productie van
eiwitten.
Een genome geeft opties van een menselijk kenmerk en de omgeving bepaalt
welke opties van de genome tot uiting komt.
Topic 2. The brain and the nervous system
Lecture 2. 05/09/2025
Ons zenuwstelsel bestaat uit 2 basistypen cellen:
1. Gila: heeft een voornamelijk ondersteunende rol.
2. Neuronen: zenuwcellen; ontvangen informatie en geven dit door aan
andere cellen via elektrische signalen.
hierdoor kunnen we alles.
Soorten neuronen:
1. Sensory receptors (= sensorische receptoren): huidcellen; vertalen
energie in elektrische signalen.
2. Sensory (afferent) neuronen: informatie van sensorische receptoren
gaan naar zenuwstelsel.
3. Motorische (efferente) neuronen: brengen informatie van zenuwstelsel
naar buiten.
4. Interneuronen: zenuwcellen tussen efferente en afferente neuronen;
hebben veel verbinding in het zenuwstelsel en zijn het grootste deel van
onze hersenen.
Neuronen bestaan uit:
1. Cellichaam: nucleus met alle cel informatie
2. Dendrieten: zijn gespecialiseerd in het ontvangen
van informatie en het naar andere neuronen
signaleren.
3. : geeft signalen door aan andere neuronen; zit bij de
“eindknoppen”.
2025
Topic 1. Genes and evolution
Lecture 1. 04/09/2025
Psychologie: de studie van de geest en hersenen om gedrag te verklaren.
Forer effect: de neiging dat mensen vage, algemene
persoonlijkheidsomschrijvingen als zeer accuraat en betekenisvol zien.
“violent behavior comes from a certain type of behavior”
Jaren 70: gewelddadig gedrag komt door de omgeving van een persoon.
Jaren 80: gewelddadig gedrag komt door “gewelddadige genen”
Nu: genen <-> omgeving <-> (gewelddadig) gedrag.
Genen: belangrijkste secties van een DNA-molecuul.
produceert eiwitten (= proteins).
De aanwezigheid van een specifiek gen op een specifiek tijdstip betekent niet dat
een eiwit niet geproduceerd wordt.
Genexpressie: of een gen “aan” of: uit” staat; de mate waarin een gen wordt
getranscribeerd in een sequentie van aminozuren (eiwitten).
In elke cel worden genen op sommige momenten geuit en anderen niet.
o Dit wordt gecontroleerd door de biochemische omgeving in de cel
wordt beïnvloed door o.a. timing in de ontwikkeling en de
ontwikkeling buiten de cel.
, De omgeving bepaalt of een cel wel/ niet tot uiting komt.
Genotype: specifieke set genen van een organisme.
Fenotype (= fenotype): uiterlijke kenmerken en gedragingen van een
organisme.
Fenotype wordt bepaald door genotype * omgeving (ervaringen, heden en
verleden).
Monozygote (= eeneiige tweeling) hebben dezelfde genotype, maar andere
omgevingen wat hun fenotype beïnvloed.
Genen komen van onze ouders. Elke ouder geeft 23 genen door, waardoor we er
46 hebben (waarvan 23 paren).
de paren bevinden zich op een overeenkomstige positie op chromosoomparen.
door die paren bestaat ons DNA uit een dubbele helix.
Chromosoom: structuur in de celkern die uit DNA bestaat en genen bevat.
Allel: specifieke variant van een gen.
1. Dominante allel: toont een effect, zelf als iemand één kopie van die allel
heeft.
zoals bruine ogen.
2. Recessieve allel: zie je alleen bij 2 kopieën van die allel.
zoals blauwe ogen.
Je hebt 2 combinaties van allelen:
1. Homozygote: allelen op de locus
zijn hetzelfde.
2. Heterozygote: allelen op de
locus zijn verschillend van elkaar.
Een kenmerk of gedrag wordt bepaald
door de omgeving en:
Eén genpaar;
Meerdere genparen polygenetic inheritance.
Genomen: genetische informatie specifiek voor een soort.
geëvolueerd door de jaren heen.
Evolutie door natuurlijke selectie: Darwin stelde dat alle moderne
mechanismen…
Afstammen van een kleine set gedeelde voorouders
Over de tijd heen veranderen door evolutie.
,Belangrijkste mechanisme van evolutie is natuurlijke selectie
Overleving en voortplanting.
3 voorwaarden van natuurlijke selectie:
1. Variatie tussen individuen;
2. Individuen met bepaalde kenmerken overleven en planten zich met hogere
kansen voort.
3. Het kenmerk dat dit voordeel geeft, wordt doorgegeven.
Specifieke kenmerken worden zo beter vertegenwoordigd in volgende
generaties zodat organismen beter aan de leefomgeving aangepast zijn.
Survival of the genes.
Bronnen van bewijs voor de moderne evolutietheorie
1. Fossielenbestand: veranderingen in erfelijke lijnen.
2. Overeenkomsten van genomen van verschillende organismen.
3. Pseudogenen: inactieve genen die geen eiwitten meer maken.
a. De bekendste is glow (vitamine c) codeerde de productie van
vitamine c uit glucose. Ons lichaam bevat informatie over 3 van de
4 stappen voor het produceren hiervan.
4. Verspreiding van soorten over de wereld.
a. Continentale eilanden: eilanden die van oorsprong verbonden
waren met het continent.
i. Vb.: Japan; bevat veel diersoorten (die we over de rest van de
wereld ook terugzien).
b. Oceanische eilanden: waren nooit verbonden met het continent.
i. Vb.: Hawaï: weinig veelvoorkomende diersoorten door de
slechte bereikbaarheid.
Antropoïde apen zijn onze naaste
verwanten met 24
chromosoomparen. Het lijkt dat ons
2e chromosoompaar een combinatie
is van 2 chromosoom paren van de
apen. De telomeres (rode gedeelte)
liggen aan beide uiteinden en
komen bij het chromosoom van de
mens samen.
Men blijft sceptisch over de
evolutie: uit een studie over 7
landen bleek dat religieuze mensen
vaak geloven dat soorten altijd in
hun huidige vorm hebben bestaan.
De meeste mensen geloven echter wel in de evolutie van soorten.
Nature (genen) vs. Nurture (omgeving) wordt steeds irrelevanter gedrag is
namelijk een product van beiden.
Wie we zijn wordt bepaald door het tot uiting komen van onze genen in
verschillende omgevingen:
, Lage MAOA vs. hoge MAOA in combinatie met hoe je bent opgegroeid kan
conventie van geweldsdelicten beoordelen.
o MAOA-allel voor lage MAOA-activiteit <-> hele slechte behandeling
<-> hogere kans om schuldig bevonden te worden aan
gewelddadige misdaden.
Phelps et al. (2022) – PP 3-4; 67; 101-112
Gedrag: totaliteit van observeerbare menselijke acties.
Human genome project (2001): bracht het volledig menselijke DNA in kaart en
constateerde dat men < 30.000 genen heeft.
Gen-definitie: een stuk DNA dat de instructie bevat voor de productie van
eiwitten.
Een genome geeft opties van een menselijk kenmerk en de omgeving bepaalt
welke opties van de genome tot uiting komt.
Topic 2. The brain and the nervous system
Lecture 2. 05/09/2025
Ons zenuwstelsel bestaat uit 2 basistypen cellen:
1. Gila: heeft een voornamelijk ondersteunende rol.
2. Neuronen: zenuwcellen; ontvangen informatie en geven dit door aan
andere cellen via elektrische signalen.
hierdoor kunnen we alles.
Soorten neuronen:
1. Sensory receptors (= sensorische receptoren): huidcellen; vertalen
energie in elektrische signalen.
2. Sensory (afferent) neuronen: informatie van sensorische receptoren
gaan naar zenuwstelsel.
3. Motorische (efferente) neuronen: brengen informatie van zenuwstelsel
naar buiten.
4. Interneuronen: zenuwcellen tussen efferente en afferente neuronen;
hebben veel verbinding in het zenuwstelsel en zijn het grootste deel van
onze hersenen.
Neuronen bestaan uit:
1. Cellichaam: nucleus met alle cel informatie
2. Dendrieten: zijn gespecialiseerd in het ontvangen
van informatie en het naar andere neuronen
signaleren.
3. : geeft signalen door aan andere neuronen; zit bij de
“eindknoppen”.