Hoorcollege Kwalitatief Onderzoek
Week 1: Introductie
Kwantitatief = verschillen in aantallen. (getallen, percentages, feitelijk)
Kwalitatief = persoonlijke ervaringen (betekenis, motivaties en subjectief)
Het een is niet beter dan het andere, maar je doet echt iets verschillend. Wanneer kies je de
een of de ander en hoe vullen ze elkaar aan?
Subjectieve ervaringen van de kijker en de onderzoeker is ook subjectief
Om een kwalitatieve onderzoeker te worden… wat heb je nodig?
- Ogen en oren (goed kijken en luisteren)
Goed kijken naar mensen. Luisteren onder de oppervlakte = niet genoegen nemen
met het eerste antwoord en doorvragen
- Interesse moet hebben in het proces en de betekenissen van mensen
- Kritische benadering tot leven en kennis
Niet te snel iets aannemen, maar ook kritisch op de fenomenen die je onderzoekt
- Reflexiviteit
Reflectie op jezelf als onderzoeker, verschil met kwantitatief
- Goede interactie vaardigheden
Heeft met empathie te maken, kan ik proberen te begrijpen wat iemand anders zegt
Wat is kwalitatief onderzoek?
- Woorden als data
Non verbale communicatie kunnen analyseren
- Betekenissen
- Rijke data
Je hebt iemand nodig die goed kan uitleggen, je wilt diepgang
- Theorie ontwikkelen
Je toets een hypothese op een statistische manier bij kwantitatief, maar bij kwalitatief
ben je een theorie aan het ontwikkelt. Je weet bijvoorbeeld de motieven nog niet.
Maar je wil de theoretische dingen verder ontwikkelen i.p.v. dat je de theorie toetst.
,Big Q vs. Small Q
Big Q
Grote plaatsje is als je die wetenschappelijke filosofische ideeën… Er zit een bepaald
wereldbeeld achter
- Paradigma
- Coherent set of ideas
- Full research circle is qualitative
Small Q
Als je kleine onderdelen van een onderzoek. Kleine open vragen in een survey.
- technieken
- Sommige ideeën
- Gemixte methode
- Delen van kwantitatief
10 Fundamentals of Qualitative Research
1. QR is about meaning, not numbers
⇨ verstehen, in de diepte iets begrijpen
2. QR doesn’t provide a single answer
⇨ het gaat erom dat je niet maar een antwoord is er kunnen meer betekenissen zijn.
Variatie is belangrijk. Twee onderzoekers kunnen op andere resultaten komen
3. QR treats context as important
⇨ Context is belangrijk. Je moet de context begrijpen om het fenomeen te begrijpen.
4. QR can be experiential or critical
⇨ Experientail = experience = ervaring = ervaringsgericht onderzoek = ervaring van
de mensen die binchewachten = dit heeft te maken met kwalitatief onderzoek met als
doel om mensen een stem te geven. Luisteren naar de ervaring, geef je hun een
stem. ook letten op de woorden die mensen gebruiken.
⇨ Critical = kritisch en je gaat onder die ervaringen kijkt. Je kan maatschappelijke
structuren zien. Je kan kritisch kijken naar de structuren er onder en niet per se naar
wat mensen er zelf over zeggen.
Je hebt dus naar mensen keken. Experientail is wat mensen zelf zeggen en kritisch
is daar jij der naar kijkt. Dit is niet precies hoe mensen hetzelf zouden zeggen.
5. QR is underpinned by ontological assumptions
⇨ Ontologie = hoe wij als wetenschappers de werkelijkheid zien
Realisme zegt dat ik als wetenschapper dat er een werkelijkheid is buiten mij die ik
objectief kan leren kennen. Dat heeft
niks met mij als onderzoeker te maken.
Dit is meer kwantitatief onderzoek
, Relativism = alles is relatief, de werkelijkheid hangt af van hoe we die werkelijkheid
leren kennen. Hangt af van de onderzoeker. Er is niet een objectieve werkelijkheid.
We zijn onderdeel ervan en niet los vak komen.
Critism realisme = er is wel een werkelijkheid buiten ons, maar die kunnen we
alleen maar herkennen zonder onze eigen ideeën.
6. QR is underpinned by epistemological assumptions
Hoe kunnen wij die werkelijkheid leren kennen?
⇨ Positivisme = observeerbare feiten, we kunnen ze meten. Kwantitatief. Postiva
wat meetbare objecten vindt. Ik kan feiten objectief meten en vanuit die stroming is
dat het doel. Met getallen. Feiten herhalen. Objectief
⇨ Constructivisme = constructie = de kennis die wij als wetenschappers en de
kennis in ons artikel opschrijven dat deze geconstrueerd is. We hebben nooit
dezelfde resultaten. Dus dit is geconstrueerd. Dit ligt achter kwalitatief onderzoek. Je
neemt het achterliggende wereldbeeld mee
⇨ Contectlism = de context is belangrijk. Je hebt wel objectieve feiten die je kan
vinden, maar het is niet een werkelijkheid en die kan je allemaal anders
interpreteren.
7. QR involves a qualitative methodology
⇨ Het achterliggende idee wat betekent dat als jij voor onderzoeker.
Je hebt eerst een groot idee met een een bepaald wereldbeeld en dat vertaald
uiteindelijk naar wat je doet.
Week 1: Introductie
Kwantitatief = verschillen in aantallen. (getallen, percentages, feitelijk)
Kwalitatief = persoonlijke ervaringen (betekenis, motivaties en subjectief)
Het een is niet beter dan het andere, maar je doet echt iets verschillend. Wanneer kies je de
een of de ander en hoe vullen ze elkaar aan?
Subjectieve ervaringen van de kijker en de onderzoeker is ook subjectief
Om een kwalitatieve onderzoeker te worden… wat heb je nodig?
- Ogen en oren (goed kijken en luisteren)
Goed kijken naar mensen. Luisteren onder de oppervlakte = niet genoegen nemen
met het eerste antwoord en doorvragen
- Interesse moet hebben in het proces en de betekenissen van mensen
- Kritische benadering tot leven en kennis
Niet te snel iets aannemen, maar ook kritisch op de fenomenen die je onderzoekt
- Reflexiviteit
Reflectie op jezelf als onderzoeker, verschil met kwantitatief
- Goede interactie vaardigheden
Heeft met empathie te maken, kan ik proberen te begrijpen wat iemand anders zegt
Wat is kwalitatief onderzoek?
- Woorden als data
Non verbale communicatie kunnen analyseren
- Betekenissen
- Rijke data
Je hebt iemand nodig die goed kan uitleggen, je wilt diepgang
- Theorie ontwikkelen
Je toets een hypothese op een statistische manier bij kwantitatief, maar bij kwalitatief
ben je een theorie aan het ontwikkelt. Je weet bijvoorbeeld de motieven nog niet.
Maar je wil de theoretische dingen verder ontwikkelen i.p.v. dat je de theorie toetst.
,Big Q vs. Small Q
Big Q
Grote plaatsje is als je die wetenschappelijke filosofische ideeën… Er zit een bepaald
wereldbeeld achter
- Paradigma
- Coherent set of ideas
- Full research circle is qualitative
Small Q
Als je kleine onderdelen van een onderzoek. Kleine open vragen in een survey.
- technieken
- Sommige ideeën
- Gemixte methode
- Delen van kwantitatief
10 Fundamentals of Qualitative Research
1. QR is about meaning, not numbers
⇨ verstehen, in de diepte iets begrijpen
2. QR doesn’t provide a single answer
⇨ het gaat erom dat je niet maar een antwoord is er kunnen meer betekenissen zijn.
Variatie is belangrijk. Twee onderzoekers kunnen op andere resultaten komen
3. QR treats context as important
⇨ Context is belangrijk. Je moet de context begrijpen om het fenomeen te begrijpen.
4. QR can be experiential or critical
⇨ Experientail = experience = ervaring = ervaringsgericht onderzoek = ervaring van
de mensen die binchewachten = dit heeft te maken met kwalitatief onderzoek met als
doel om mensen een stem te geven. Luisteren naar de ervaring, geef je hun een
stem. ook letten op de woorden die mensen gebruiken.
⇨ Critical = kritisch en je gaat onder die ervaringen kijkt. Je kan maatschappelijke
structuren zien. Je kan kritisch kijken naar de structuren er onder en niet per se naar
wat mensen er zelf over zeggen.
Je hebt dus naar mensen keken. Experientail is wat mensen zelf zeggen en kritisch
is daar jij der naar kijkt. Dit is niet precies hoe mensen hetzelf zouden zeggen.
5. QR is underpinned by ontological assumptions
⇨ Ontologie = hoe wij als wetenschappers de werkelijkheid zien
Realisme zegt dat ik als wetenschapper dat er een werkelijkheid is buiten mij die ik
objectief kan leren kennen. Dat heeft
niks met mij als onderzoeker te maken.
Dit is meer kwantitatief onderzoek
, Relativism = alles is relatief, de werkelijkheid hangt af van hoe we die werkelijkheid
leren kennen. Hangt af van de onderzoeker. Er is niet een objectieve werkelijkheid.
We zijn onderdeel ervan en niet los vak komen.
Critism realisme = er is wel een werkelijkheid buiten ons, maar die kunnen we
alleen maar herkennen zonder onze eigen ideeën.
6. QR is underpinned by epistemological assumptions
Hoe kunnen wij die werkelijkheid leren kennen?
⇨ Positivisme = observeerbare feiten, we kunnen ze meten. Kwantitatief. Postiva
wat meetbare objecten vindt. Ik kan feiten objectief meten en vanuit die stroming is
dat het doel. Met getallen. Feiten herhalen. Objectief
⇨ Constructivisme = constructie = de kennis die wij als wetenschappers en de
kennis in ons artikel opschrijven dat deze geconstrueerd is. We hebben nooit
dezelfde resultaten. Dus dit is geconstrueerd. Dit ligt achter kwalitatief onderzoek. Je
neemt het achterliggende wereldbeeld mee
⇨ Contectlism = de context is belangrijk. Je hebt wel objectieve feiten die je kan
vinden, maar het is niet een werkelijkheid en die kan je allemaal anders
interpreteren.
7. QR involves a qualitative methodology
⇨ Het achterliggende idee wat betekent dat als jij voor onderzoeker.
Je hebt eerst een groot idee met een een bepaald wereldbeeld en dat vertaald
uiteindelijk naar wat je doet.