Nadere bespreking v.d. rechtsbronnen,
met inbegrip v.d. voornaamste
rechtsbeginstelen
- De wet sensu lato -
INLEIDING TOT HET RECHT
,Hoofdstuk 3
1. Historische beschouwingen
A. 17e eeuw: ontstaan v.d. moderne staat
B. Rechtszekerheid door…
C. 18e – 19e eeuw: codificatiebeweging
D. Afbrokkeling v.d. unitaire, centraal bestuurde staat
E. Stijgende complexiteit & juridisering v.d. maatschappelijke verhouding
2. Hiërarchie v.d. rechtsnormen
A. Normenconflicten
B. Oplossingen in de Gw.
C. Oplossingen door de hiërarchische verhoudingen
D. De waarde v.d. hiërarchie binnen de rechtspraak
3. Materiële wet
4. Formele wet
5. Beginselen v. behoorlijke regelgeving
A. Materiële beginselen v. behoorlijke regelgeving
B. formele beginselen v. behoorlijke regelgeving
6. Internationale & Supranationale normen
A. Internationale bronnen
B. Kenmerken v. internationale verdragen
C. Onderscheid tussen internationale verdragen
D. Verhouding tussen internationaal en nationaal recht
7. De grondwet
A. Verlang v.d. grondwet
B. Oorsprong v.d. grondwet
C. De formele/ ongeschreven grondwet
D. De materiële grondwet
E. Kenmerken v.d. grondwet
F. De grondwet in verhouding met het internationaal recht
1
, G. De procedure voor een grondwetsherziening
H. Staatshervormingen en de grondwet
I. De grondwetsherzieningen sinds 1831
J. Coördinatie v.d. grondwet
K. De gecoördineerde grondwet v. 1994
8. De federale wet
A. Gemaakt door…
B. Taakverdeling tussen Kamer en Senaat
9. De wetgevende procedure
A. Initiatiefrecht
B. Raadgeving v.d. afdeling wetgeving v.d. Raad v. State
C. De monocamerale procedure
D. De verplichte bicamerale procedure
E. De optionele bicamerale procedure
F. Voorkomen & regelen v. belangenconflicten
G. Grondwettelijke procedure
10. Stemmen in 3 wijzen
A. Bij volstrekte meerderheid
B. Bij dubbele tweederdemeerderheid
C. Bij bijzondere volstrekte meerderheid
11. Speciale soorten wetten
A. Interpretatieve wetten
B. Wetten aangenomen met een bijzondere meerderheid
C. Programmawetten
D. Opdrachtwetten
E. Besluitwetten
2
, 3