Nadere bespreking v.d. rechtsbronnen,
met inbegrip v.d. voornaamste
rechtsbeginstelen
- De ongeschreven bronnen v. recht -
INLEIDING TOT HET RECHT
,1. De gewoonte
A. Een begrip met 2 essentiële elementen
Het materieel element = usus
= Een gebruik dat enige tijd bestaat in de samenleving.
WANT: Het gewoonterecht ontstaat uit de samenleving.
rechten worden opgelegd door de overheid.
Vb. In de haven v. Antwerpen is een contract gesloten na het schudden v.d. handen
VOORWAARDEN:
1) Algemeenheid
= De meerderheid of de heersende groep in de samenleving moet de
gewoonte toepassen.
2) Gelijksoortigheid & bestendigheid
= De gewoonte moet zonder veel tegenstrijdigheden / afwisselingen gevolgd worden.
= De gewoonte moet een zekere continuïteit vertonen.
3) Duurzaamheid
= De gewoonte moet gedurende een lange periode onafgebroken voortbestaan.
=> “Une fois n’est pas coutume” = “Eenmaal is niet gebruikelijk”
4) Openbaarheid
= De gewoonte moet vrij algemeen bekend zijn, door een groot aantal mensen.
Het psychologische element = Opinio iurs, opinio necessitatis
= Er is pas sprake van een gewoonte wanneer het gebruik een juridische verplichting inhoudt.
Een gebruik is juridisch niet bindend
Vb. De verloving, het academisch kwartiertje
KENMERKEN V.D. GEWOONTE ALS FORMELE BRON:
1) Een niet-geschreven rechtsbron
= Er is geen op zichzelf staand instrument waarin je de gewoonten terug vindt.
!!! Er zijn wel documenten waarin de gewoonten besproken worden
Vb. Rechtspraak & rechtsleer
2) Een bindende karakter
= De rechter & de rechtsonderhorigen zijn erdoor gebonden.
1
,B. Het gewoonterecht historisch beschouwd
=> In de geschiedenis was de gewoonte de belangrijkste vorm v.h. recht.
NADELEN: - Rechtsonzekerheid
- Verscheidenheid
OPLOSSING: Codificatiebeweging (sinds 1800)
= De belangrijkste rechtsregels werden opgenomen in het geschreven recht.
GEVOLG: De rol v.h. gewoonterecht wordt teruggedrongen
=> Vandaag bestaat het gewoonterecht vooral binnen
- Het handelsrecht
- Het grondwettelijk recht
- Het internationaal recht
C. De gewoonte in de hiërarchie
1. De gewoonte in de wet
= De wetgever kan het bestaan v.d. gewoonte wettelijk bevestigen & bekrachtigen
door de gewoonte in de wet op te nemen.
vb. De aangifte van de geboorte v.e kind
- Vroeger art. 55 BW: verplicht vertonen v.h. kind aan de burgerlijke stand
- De gewoonte: Verklaring v.d. arts + geslachtsvermeldig + naam v.d. moeder
- 1984: art. 55 BW: aangepast aan de gewoonte
2. De gewoonte secundum legem (= de verklarende gewoonte)
= De gewoonte volgens de wet
= De wetgever regelt niet alles, maar verwijst dan verder naar het bestaan van algemene,
plaatselijke of sectoriële gebruiken (= gewoonten).
=> De rechter krijgt de opdracht de gewoonte vast te stellen & toe te passen
tijdens een conflict.
Vb. art. 1159 BW: “Hetgeen dubbelzinnig is, wordt uitgelegd volgens hetgeen
gebruikelijk is in het gewest waar het contract is aangegaan”
=> haven: contract gesloten bij handen schudden
2
, 3. De gewoonte praeter legem (= de aanvullende gewoonte)
= De gewoonte naast de wet
= Doordat de wetgever niet alles kan regelen ontstaan er leemten waarop de gewoonte
gehanteerd wordt.
=> De gewoonte vult de wet aan
=> Er bestaan ook grondwettelijke gewoonten die de Gw. aanvullen
- in de hiërarchie staan ze boven de wet & net onder de Gw.
- Niet-naleving = sanctionering
Vb. De benoeming v.e. formateur door de Koning die daarna ook premier wordt.
4. De gewoonte contra legem (= de tegenstrijdige gewoonte)
= De gewoonte tegen de wet
= Deze gewoonte is strijdig met de wettelijke bepalingen
Vb. art. 231 Sw.: Het is verboden een valse naam te dragen, terwijl geen enkele gehuwde
vrouw wordt vervolgd omdat zij de naam van haar man gebruikt.
GEVOLGEN: problematisch
OPLOSSING: onderscheid
1) De gewoonte strijdig met een supplectieve wet
=> Rechter moet voorrang verlenen aan de gewoonte
2) De gewoonte strijdig met een dwingende wet of een wet v. openbare orde
=> Rechter moet voorrang verlenen aan de wet
3