Deel 1: fundamentele elementen van het
economisch recht
Hoofdstuk 1: De bronnen van het economisch recht
Klassieke rechtsbronnen:
- Wetgeving
- Rechtspraak
- Gewoonte
- rechtsleer
1. Wetgeving
1.2 Het traditionele internationale recht
Verdragen tussen soevereine staten
= afspraken over werking en bevoegdheden van de EU
Komen tot stand door onderhandelingen
Van kracht als en wanneer de nationale parlementen ze goedkeuren
1.3 De Europese Unie
= supranationale politieke instelling => EU heeft politieke organen en
procedures om wetgeving uit te vaardigen
Recht ontstaan in EU
- Europees parlement
- Europese commissie
- De Raad (van de Europese Unie)
- Het hof van Justitie van de Europese Unie
- De Rekenkamer
Vormen van Europese wetgeving die instellingen kunnen uitvaardigen
- Verdragen
= afspraken over werking en bevoegdheden van de EU
- richtlijnen
= nationale overheden van lidstaten zijn verplicht om richtlijnen op te
nemen en te verwerken in hun eigen wetgeving
Richtlijnen van EU zijn streng -> laten lidstaten weinig/geen vrijheid over
hoe ze om te zetten = ‘harmonisatierichtlijnen
Bv. richtlijn wat betreft handhaving en modernisering van regels voor
consumentenbescherming in de Unie
- verordeningen
= bevatten algemene en volledige reglementering die rechtstreeks van
toepassing is in alle lidstaten
Bv. vorderingen betreffende de bescherming van natuurlijke personen in
verband met de verwerking van persoonsgegevens
1
, - besluiten/beschikkingen
= bevatten bijzondere besluiten die alleen op uitdrukkelijk aangeduide
bestemmeling (staten, ondernemingen of personen) van toepassing zijn
Bv. Overheid besluit dat onderneming teveel afvalwater loost -> vraagt
vermindering/aanpassing van hun lozing aan
1.4 Nationale wetgeving
Nationale wetgeving: wetten, koninklijke besluiten, ministerieel besluit
Regionale wetgeving: decreten, ordonnanties (= gewesten en
gemeenschappen)
Economisch recht meest federale wetten
Specifieke domeinen zijn gewesten bevoegd (zie burgerlijk recht)
2. Rechtspraak
= geheel van beslissingen uitgesproken door diverse rechtscolleges
- Juridisch niet bindend
Kader van economisch recht:
- Vooral uitspraken van ondernemingsrechtbank en van hoven van
beroep en Hof van Cassatie
3. Gewoonte
= gewoonterechtelijke regels zijn gebaseerd op welbepaalde en herhaalde
handelswijzen die als algemeen verbindend worden aanvaard
Bv. Vermoeden van passieve hoofdelijkheid tussen meerdere ondernemers
die contractueel verbonden zijn tegenover hun schuldeiser
4. Rechtsleer
= geheel van studies geschreven door rechtsgeleerden
- Rechters zijn niet gebonden door deze studie
- Rechtspraak wordt er wel door beïnvloed
Rechtsleer = Indirecte rechtsbron
Hoofdstuk 2: De ondernemingsrechtbank
Ondernemingsrechtbank in elk ambtsgebied van het hof van beroep
Binnen elke afdeling telt deze meerdere kamers (afhankelijk vd grootte vd
afdeling)
- Elke kamer: 1 voorzitter = beroepsmagistraat & 2 lekenrechters
- Bijgestaan door griffier
- In sommige gevallen advies horen van magistraat van het Openbaar
Ministerie (bv. Bij faillissement)
Lekenrechters = bijzitters komen uit het bedrijfsleven, moeten geen
juridische opleiding hebben, hebben meer voeling met de ondernemingen
en het economisch leven
2
,Bevoegdheden ondernemingsrechtbank
- alle geschillen tussen ondernemingen
o niet-onderneming die vordering tegen onderneming instelt ->
keuze: kan voor ondernemingsrechtbank gebracht worden
o onderneming die vordering tegen niet-onderneming instelt ->
zaak komt voor de vrederechter (tot €5000) of rechtbank van
eerste aanleg (burgerlijke rechtbank)
- specifieke geschillen, ongeacht het bedrag, zelfs als de partijen geen
ondernemingen zijn -> ondernemingsrechtbank
o geschil tussen vennoten en vennootschap
o geschillen die ontstaan vanuit faillissement
o geschillen met betrekking tot intellectuele eigendomsrecht en
marktpraktijken
o geschillen met betrekking tot wisselbrieven
- voorzitter bevoegd voor opleggen van staking (na vordering tot
staking) met betrekking tot bv. Misleidende marktpraktijken
Procedures
1. dagvaarding of verzoekschrift (waarbij eiser de verweerde voor
bevoegde rechtbank brengt)
2. openbare terechtzitting (waar partijen hun zaak pleiten)
3. vonnis (waarin rechter zijn oordeel velt over het geschil
+ mogelijkheid tot verkorte en buitengewone procedures: kortgeding
bij economisch recht zorgt dit voor een uitspraak ter gronde =
definitieve uitspraak
bewijsvoering tussen ondernemingen (b2b)
bestaat een bijzondere procedure voor de invordering van niet-betwiste
geldschulden
- dossier moet voorgelegd worden aan een advocaat
- die stuurt zaak door naar gerechtsdeurwaarder
- die maant laatste maal aan
o bij gebreke aan reactie moet GDW een proces-verbaal van
niet-betwisting opstellen
dit heeft dezelfde waarde als een klassiek vonnis
Hoofdstuk 3: Het bewijs in ondernemingszaken
1. algemene regels en begrippen
uitgangspunt: persoon die iets beweert moet het bewijs van die bewering
leveren
uitgangspunt voor ondernemingen: bewijs tussen of tegen ondernemingen
kan worden geleverd met alle middelen van recht, tenzij door wet anders
bepaald
- ondernemingen wil iets bewijzen tegen niet-onderneming
3
, = kan zich hierop niet beroepen, dient striktere bewijsregels uit
burgerlijk recht na te leven
- niet onderneming wil iets bewijzen tegen onderneming
= kan alle middelen van recht gebruiken (= beroep, verzet, cassatie)
regels over toegelaten bewijsmiddelen
- verbintenissen uit overeenkomsten (met waarde van 3 500 of meer)
kunnen alleen bewezen worden met schriftelijke bewijzen
o een authentieke akte of onderhandse akte
bewijs boven of tegen ondertekend geschrift kan enkel
worden geleverd door een ander ondertekend geschrift
(of vervangen door bekentenis, eed)
- materiële feiten mogen worden bewezen met getuigen en
vermoedens
o feitelijke gebeurtenissen en omstandigheden bv. Auto-ongeval
ondernemingsrecht verloopt bewijsvoering soepeler en vrijer ->
ondernemers moeten snel kunnen werken
geschrift
noodzakelijke elementen
- verstaanbaar/begrijpbaar (= niet in werkelijkheid)
- toegang moet duurzaam zijn voor periode nodig voor het doel van
het geschrift
- integriteit van de inhoud moet beschermd zijn (= geen
aanpassingen)
- gelijk welke drager (of medium) mag gebruikt worden
- mag om het even welke wijze van overdracht gebeuren
o e-mail
o whatsapp/sms
o elektronisch bestand/papieren document
handtekening
= wilsuiting -> geschrift is geldig met een geschreven/elektronisch
handtekening
Bv. Offerte en een bestelbon kunnen elektronisch getekend worden
3 Soorten elektronische handtekeningen
- gewone elektronische handtekening
gemakkelijk in gebruik, eenvoudig te vervalsen -> minder garantie dat
diegene van wie handtekening is, ze ook zelf heeft geplaatst
bv. Postbode bij levering, ingescande handtekening op document
- geavanceerde elektronische handtekening
moeilijk in gebruik, geeft meer garantie dat diegene van wie handtekening
is ze zelf heeft geplaatst
gebruik gemaakt van unieke persoonsgebonden code ->
tweefactorauthenticatie
4
economisch recht
Hoofdstuk 1: De bronnen van het economisch recht
Klassieke rechtsbronnen:
- Wetgeving
- Rechtspraak
- Gewoonte
- rechtsleer
1. Wetgeving
1.2 Het traditionele internationale recht
Verdragen tussen soevereine staten
= afspraken over werking en bevoegdheden van de EU
Komen tot stand door onderhandelingen
Van kracht als en wanneer de nationale parlementen ze goedkeuren
1.3 De Europese Unie
= supranationale politieke instelling => EU heeft politieke organen en
procedures om wetgeving uit te vaardigen
Recht ontstaan in EU
- Europees parlement
- Europese commissie
- De Raad (van de Europese Unie)
- Het hof van Justitie van de Europese Unie
- De Rekenkamer
Vormen van Europese wetgeving die instellingen kunnen uitvaardigen
- Verdragen
= afspraken over werking en bevoegdheden van de EU
- richtlijnen
= nationale overheden van lidstaten zijn verplicht om richtlijnen op te
nemen en te verwerken in hun eigen wetgeving
Richtlijnen van EU zijn streng -> laten lidstaten weinig/geen vrijheid over
hoe ze om te zetten = ‘harmonisatierichtlijnen
Bv. richtlijn wat betreft handhaving en modernisering van regels voor
consumentenbescherming in de Unie
- verordeningen
= bevatten algemene en volledige reglementering die rechtstreeks van
toepassing is in alle lidstaten
Bv. vorderingen betreffende de bescherming van natuurlijke personen in
verband met de verwerking van persoonsgegevens
1
, - besluiten/beschikkingen
= bevatten bijzondere besluiten die alleen op uitdrukkelijk aangeduide
bestemmeling (staten, ondernemingen of personen) van toepassing zijn
Bv. Overheid besluit dat onderneming teveel afvalwater loost -> vraagt
vermindering/aanpassing van hun lozing aan
1.4 Nationale wetgeving
Nationale wetgeving: wetten, koninklijke besluiten, ministerieel besluit
Regionale wetgeving: decreten, ordonnanties (= gewesten en
gemeenschappen)
Economisch recht meest federale wetten
Specifieke domeinen zijn gewesten bevoegd (zie burgerlijk recht)
2. Rechtspraak
= geheel van beslissingen uitgesproken door diverse rechtscolleges
- Juridisch niet bindend
Kader van economisch recht:
- Vooral uitspraken van ondernemingsrechtbank en van hoven van
beroep en Hof van Cassatie
3. Gewoonte
= gewoonterechtelijke regels zijn gebaseerd op welbepaalde en herhaalde
handelswijzen die als algemeen verbindend worden aanvaard
Bv. Vermoeden van passieve hoofdelijkheid tussen meerdere ondernemers
die contractueel verbonden zijn tegenover hun schuldeiser
4. Rechtsleer
= geheel van studies geschreven door rechtsgeleerden
- Rechters zijn niet gebonden door deze studie
- Rechtspraak wordt er wel door beïnvloed
Rechtsleer = Indirecte rechtsbron
Hoofdstuk 2: De ondernemingsrechtbank
Ondernemingsrechtbank in elk ambtsgebied van het hof van beroep
Binnen elke afdeling telt deze meerdere kamers (afhankelijk vd grootte vd
afdeling)
- Elke kamer: 1 voorzitter = beroepsmagistraat & 2 lekenrechters
- Bijgestaan door griffier
- In sommige gevallen advies horen van magistraat van het Openbaar
Ministerie (bv. Bij faillissement)
Lekenrechters = bijzitters komen uit het bedrijfsleven, moeten geen
juridische opleiding hebben, hebben meer voeling met de ondernemingen
en het economisch leven
2
,Bevoegdheden ondernemingsrechtbank
- alle geschillen tussen ondernemingen
o niet-onderneming die vordering tegen onderneming instelt ->
keuze: kan voor ondernemingsrechtbank gebracht worden
o onderneming die vordering tegen niet-onderneming instelt ->
zaak komt voor de vrederechter (tot €5000) of rechtbank van
eerste aanleg (burgerlijke rechtbank)
- specifieke geschillen, ongeacht het bedrag, zelfs als de partijen geen
ondernemingen zijn -> ondernemingsrechtbank
o geschil tussen vennoten en vennootschap
o geschillen die ontstaan vanuit faillissement
o geschillen met betrekking tot intellectuele eigendomsrecht en
marktpraktijken
o geschillen met betrekking tot wisselbrieven
- voorzitter bevoegd voor opleggen van staking (na vordering tot
staking) met betrekking tot bv. Misleidende marktpraktijken
Procedures
1. dagvaarding of verzoekschrift (waarbij eiser de verweerde voor
bevoegde rechtbank brengt)
2. openbare terechtzitting (waar partijen hun zaak pleiten)
3. vonnis (waarin rechter zijn oordeel velt over het geschil
+ mogelijkheid tot verkorte en buitengewone procedures: kortgeding
bij economisch recht zorgt dit voor een uitspraak ter gronde =
definitieve uitspraak
bewijsvoering tussen ondernemingen (b2b)
bestaat een bijzondere procedure voor de invordering van niet-betwiste
geldschulden
- dossier moet voorgelegd worden aan een advocaat
- die stuurt zaak door naar gerechtsdeurwaarder
- die maant laatste maal aan
o bij gebreke aan reactie moet GDW een proces-verbaal van
niet-betwisting opstellen
dit heeft dezelfde waarde als een klassiek vonnis
Hoofdstuk 3: Het bewijs in ondernemingszaken
1. algemene regels en begrippen
uitgangspunt: persoon die iets beweert moet het bewijs van die bewering
leveren
uitgangspunt voor ondernemingen: bewijs tussen of tegen ondernemingen
kan worden geleverd met alle middelen van recht, tenzij door wet anders
bepaald
- ondernemingen wil iets bewijzen tegen niet-onderneming
3
, = kan zich hierop niet beroepen, dient striktere bewijsregels uit
burgerlijk recht na te leven
- niet onderneming wil iets bewijzen tegen onderneming
= kan alle middelen van recht gebruiken (= beroep, verzet, cassatie)
regels over toegelaten bewijsmiddelen
- verbintenissen uit overeenkomsten (met waarde van 3 500 of meer)
kunnen alleen bewezen worden met schriftelijke bewijzen
o een authentieke akte of onderhandse akte
bewijs boven of tegen ondertekend geschrift kan enkel
worden geleverd door een ander ondertekend geschrift
(of vervangen door bekentenis, eed)
- materiële feiten mogen worden bewezen met getuigen en
vermoedens
o feitelijke gebeurtenissen en omstandigheden bv. Auto-ongeval
ondernemingsrecht verloopt bewijsvoering soepeler en vrijer ->
ondernemers moeten snel kunnen werken
geschrift
noodzakelijke elementen
- verstaanbaar/begrijpbaar (= niet in werkelijkheid)
- toegang moet duurzaam zijn voor periode nodig voor het doel van
het geschrift
- integriteit van de inhoud moet beschermd zijn (= geen
aanpassingen)
- gelijk welke drager (of medium) mag gebruikt worden
- mag om het even welke wijze van overdracht gebeuren
o e-mail
o whatsapp/sms
o elektronisch bestand/papieren document
handtekening
= wilsuiting -> geschrift is geldig met een geschreven/elektronisch
handtekening
Bv. Offerte en een bestelbon kunnen elektronisch getekend worden
3 Soorten elektronische handtekeningen
- gewone elektronische handtekening
gemakkelijk in gebruik, eenvoudig te vervalsen -> minder garantie dat
diegene van wie handtekening is, ze ook zelf heeft geplaatst
bv. Postbode bij levering, ingescande handtekening op document
- geavanceerde elektronische handtekening
moeilijk in gebruik, geeft meer garantie dat diegene van wie handtekening
is ze zelf heeft geplaatst
gebruik gemaakt van unieke persoonsgebonden code ->
tweefactorauthenticatie
4