Trans-Atlantische slavenhandel (de reis)
De Trans-Atlantische slavenhandel was een slavenhandel tussen Amerika en Afrika en werd
gevoerd door Europa. Het begon met goederen uit Europa die werden gevoerd naar Afrika
en daar werden de goederen geruild/gehandeld met slaven die mee op de boot gingen naar
Amerika waar ze dan uiteindelijk op de plantages konden werken (ook wel driehoek handel
genoemd).
De reis met de slaven was zwaar en voorafgaand in Afrika moesten ze eerst nog worden
gekeurd: of ze niet ziek waren, of ze niet te dun waren, of ze sterk waren enzovoort. Daarna
werden ze gebrandmerkt op hun rug en konden ze de boot op. De boot was best wel groot
maar alsnog was het er heel erg krap, meestal zaten er wel meer dan 800 slaven op 1 schip.
De reis duurde zo’n 6 weken, soms nog wel langer omdat ze dan onderweg bij andere kusten
van Afrika moesten stoppen om er meer op te halen. De slaven lagen allemaal tegen elkaar
aan en er heersten allemaal ziektes op de boot, sommigen stierven zelfs aan die ziektes en
als dat gebeurde dan werd je gewoon overboord gegooid.
Het leven op de plantage
Het leven op de plantage is erg slecht, de slaven moesten meestal 60 tot 96 uur per week
werken en als je een keer niet meewerkte werd je met de zweep geslagen. Je kreeg ook
maar 2 keer per dag te eten en de porties waren dan ook nog te klein en altijd hetzelfde.
Veel slaven vluchtten het oerwoud in op zoek naar een nieuw leven (ook wel marrons
genoemd), sommigen slaagden daarin en bouwden hun eigen dorp op maar er waren ook
slaven waarbij het mislukte en die werden dan gestraft.
Er waren verschillende straffen voor slaven die niet meewerkten zoals bijvoorbeeld
zweepslagen voor als je niet meewerkte maar als je wegliep en je werd betrapt, dan werden
de slaven mishandeld en dat leverde dan verminking op en zelf sommige slaven stierven aan
de wonden die ze ervan kregen.
Slaven woonden op het erf van de slavenmeester in houten krotten die later van steen
werden gemaakt. In die huizen was er veel ongedierte en werden daardoor ook weer veel
slaven ziek.
De Trans-Atlantische slavenhandel was een slavenhandel tussen Amerika en Afrika en werd
gevoerd door Europa. Het begon met goederen uit Europa die werden gevoerd naar Afrika
en daar werden de goederen geruild/gehandeld met slaven die mee op de boot gingen naar
Amerika waar ze dan uiteindelijk op de plantages konden werken (ook wel driehoek handel
genoemd).
De reis met de slaven was zwaar en voorafgaand in Afrika moesten ze eerst nog worden
gekeurd: of ze niet ziek waren, of ze niet te dun waren, of ze sterk waren enzovoort. Daarna
werden ze gebrandmerkt op hun rug en konden ze de boot op. De boot was best wel groot
maar alsnog was het er heel erg krap, meestal zaten er wel meer dan 800 slaven op 1 schip.
De reis duurde zo’n 6 weken, soms nog wel langer omdat ze dan onderweg bij andere kusten
van Afrika moesten stoppen om er meer op te halen. De slaven lagen allemaal tegen elkaar
aan en er heersten allemaal ziektes op de boot, sommigen stierven zelfs aan die ziektes en
als dat gebeurde dan werd je gewoon overboord gegooid.
Het leven op de plantage
Het leven op de plantage is erg slecht, de slaven moesten meestal 60 tot 96 uur per week
werken en als je een keer niet meewerkte werd je met de zweep geslagen. Je kreeg ook
maar 2 keer per dag te eten en de porties waren dan ook nog te klein en altijd hetzelfde.
Veel slaven vluchtten het oerwoud in op zoek naar een nieuw leven (ook wel marrons
genoemd), sommigen slaagden daarin en bouwden hun eigen dorp op maar er waren ook
slaven waarbij het mislukte en die werden dan gestraft.
Er waren verschillende straffen voor slaven die niet meewerkten zoals bijvoorbeeld
zweepslagen voor als je niet meewerkte maar als je wegliep en je werd betrapt, dan werden
de slaven mishandeld en dat leverde dan verminking op en zelf sommige slaven stierven aan
de wonden die ze ervan kregen.
Slaven woonden op het erf van de slavenmeester in houten krotten die later van steen
werden gemaakt. In die huizen was er veel ongedierte en werden daardoor ook weer veel
slaven ziek.