Zorg voor oudere volwassenen 2
ZORG VOOR OUDERE
VOLWASSENEN 2
Inhoudsopgave
TBL 1: active ageing.......................................................................................2
Kennisvragen.................................................................................................................. 2
Active ageing.............................................................................................................. 2
Vrijheidsbeperking...................................................................................................... 4
Zorgtechnologie.......................................................................................................... 5
Casuïstiek....................................................................................................................... 6
TBL 2: ouderenmishandeling...........................................................................7
Kennisvragen.................................................................................................................. 7
Terugkoppeling............................................................................................................. 11
Casuïstiek..................................................................................................................... 12
TBL 3: pijn, slaapstoornissen, ondervoeding en dehydratatie.........................14
Kennisvragen................................................................................................................ 14
Pijn............................................................................................................................ 14
Ondervoeding en dehydratatie..................................................................................16
Slaapstoornissen....................................................................................................... 20
Casuïstiek..................................................................................................................... 21
TBL 4: mantelzorg en opname in het WZC......................................................22
Kennisvragen................................................................................................................ 22
Opname in een WZC................................................................................................. 22
Mantelzorg................................................................................................................ 25
Casuïstiek..................................................................................................................... 28
Leerpad divers-sensitieve zorg voor ouderen met een migratieachtergrond en
hun mantelzorgers.......................................................................................29
Hoe verleen je divers-sensitieve zorg?..........................................................................29
1
,Zorg voor oudere volwassenen 2
Persoonsgerichte, divers-sensitieve zorg..................................................................29
Omarm diversiteit..................................................................................................... 29
Intersectionaliteit...................................................................................................... 30
Waarom migreren we en hoe zien deze stromen eruit?............................................30
Migratieachtergrond en impact op de zorg...................................................................31
Hoe beïnvloedt migratie de gezondheids- en welzijnszorg........................................32
Wie is betrokken in het ondersteuningsnetwerk van de zorgvrager?........................32
Doelgerichte zorg...................................................................................................... 33
Gezondheid en welzijn: wat betekenen deze begrippen voor ouderen met een
migratieachtergrond?................................................................................................ 33
De toegankelijkheid van zorg verbeteren.....................................................................34
Welke patronen zijn er in het gebruik van de gezondheids- en welzijnszorg?...........34
Waar moet je op letten bij het betrekken van een tolk?............................................34
Hoe beïnvloeden beleid en wetten je werk?..............................................................36
Praktische toepassingen...............................................................................................38
Hoe kunnen we stereotypen en vooroordelen overwinnen?......................................38
Hoe kunnen we zorgvragers aanmoedigen om vooroordelen tegen zorg- en
welzijnsprofessionals te overwinnen?........................................................................39
COIL lecture: attitude tegenover oudere mensen...........................................39
TBL 1: ACTIVE AGEING
KENNISVRAGEN
ACTIVE AGEING
1. Hoe is de term ‘active ageing’ ontstaan?
Door de vergrijzing neemt het aantal ouderen met multimorbiditeit en functiestroornissen
sterk toe. De groeiende zorglast van de vergrijzing stimmuleert de overheid en
zorgaanbieders, zorgontvangers en bedrijfsleven nieuwe strategiën te ontwikkelen om
kosten te beperken en langer gezond te leven.
Dat activiteit, gezondheid, zelfstandigheid en productiviteit van ouderen omvat.
Definitie: het proces van het optimaliseren van gezondheid, participatie, veiligheid en
mogelijkheden om de levenskwaliteit van ouderen te verhogen.
2. Geef de verschillende aspecten van ‘active ageing’ weer.
2
,Zorg voor oudere volwassenen 2
Active ageing: het proces van het optimaliseren van gezondheid, participatie, veiligheid
en mogelijkheden om de levenskwaliteit van ouderen te verhogen.
Healthy ageing: een complex aanpassingsproces gerelateerd aan de fysieke en
psychosociale veranderingen van het ouder worden. De oudere die gezond ouder wordt,
blijft langer vrij van ziekten en aandoeningen en kan een zelfstandig leven leiden doordat
hij voor de ADL en IADL niet afhankelijk is van zorgverlening.
Succesful ageing: richt zich niet enkel op het behalen van betere fusieke en cognitieve
gezondheidskenmerken, maar ook op het actief in het leven staan van ouderen.
Productive ageing: staat boven het fysieke en functionele aspect van ouder worden en
richt zich op de capaciteit van ouderen om een zinvol leven te leiden en een blijvende
sociaaleconomische bijdrage te kunnen leveren aan de maatschappij. Dit proces betreft
niet alleen externe factoren, maar ook interne factoren.
3. Wat is het verschil tussen sedentair gedrag en lichamelijke inactiviteit?
Sedentair gedrag: lange uren achtereen zitten en een laag energieverbruik ???
4. Bewegingsnormen
a. Wat zijn de bewegingsnormen voor 65-plussers?
NNGB: Half uur matig intensief lichamelijk actief op minimaal vijf dagen
van de week.
Fitnorm: minimaal driemaal per week twintig minuten zwaar intensief
lichamelijk actief.
Combinorm: NNGB + fitnorm
Krachtnorm: minimaal twee keer per week krachtoefeningen.
b. Op wat zijn deze bewegingsnormen gericht? Licht dit toe voor elke
bewegingsnorm.
NNGB: gericht op het onderhouden van gezondheid.
Fitnorm: geeft aan welk niveau gewenst is om de cardiovasculaire conditie
op peil te houden.
Combinorm: optelsom van NNGB en fitnorm.
5. Wat zijn de voordelen van fysieke activiteit?
Een geïnformeerde oudere is wellicht in de toekomst minder patiënt.
6. Omschrijf de mogelijke gevolgen van inactiviteit en specifiek sedentair
gedrag op de lichamelijk en mentale gezondheid.
Verhoogd risico op chronische ziekten zoals diabetes type 2, cardiovasculaire
aandoeningen, kanker, depressie en dementie. Sedentair gedrag zorgt ook voor verlies
van kracht, spiermassa, flexibiliteit, evenwicht en reflexen. Dit verhoogt risico op
ziekte en ongevallen.
7. Geef de drie pijlers voor succesvol ouder worden weer.
Het vermijden van ziekte en beperkingen, het behouden van een zo goed mogelijke
lichamelijke en mentale functie en maatschappelijke betrokkenheid (midden in het
leven staan).
8. Wat vinden oudere volwassenen zelf belangrijk in hun leven? Rangschik naar
belangrijkheid, waarbij 1 de belangrijkste factor is.
1. Welzijn
2. Zingeving
3. Zelfrespect
3
, Zorg voor oudere volwassenen 2
4. Kunnen vasthouden aan de eigen lifestyle
5. Plezier kunnen hebben
6. Nabijheid van hun familie
VRIJHEIDSBEPERKING
1. Bespreek de negatieve gevolgen van een gesloten afdeling in een
woonzorgcentrum op bewoners met dementie?
Kan inbreuk maken op de autonomie van de bewoner. Gevoel van gevangesnschap
ervaren door hun beperkte mogelijkheden om naar buiten te gaan. Frustratie en onrust
en gevoel gecontroleerd te worden. Langdurige isolatie verhoogdt het risico op
neuropsychiatrische symptomen en ernstige gedragsstoornissen.
2. Welke aspecten verbeteren bij bewoners van WZC bij het verhuizen van een
gesloten afdeling naar een halfopen afdeling?
Men scoort beter op volgende aspecten: cognitie, kwaliteit van leven, minder agitatie.
3. Welke maatregelen kunnen worden genomen in het ontwerp van een
woonzorgcentrum om vrijheidsbeperking te voorkomen en bewoners de
mogelijkheid te geven zich zelfstandig te bewegen en oriëntatie te
behouden? Bespreek.
Mogelijkheid van een gesloten loopcircuit. Een veilige dwaalroute is essentieel. Geen
lange gangen of complexe gangenstelsels. Bijvoorbeeld in lange gangen meerdere
kleuren gebruiken om de lengte te doorbreken en oriëntatie te ondersteunen. Veilige
loopgebieden visueel herkenbaar maken (stop- en loop signaal). Veilige open
verbinding met de buitenruimte maakt het voor de zorgvrager vaak aangenamer.
Zinvol bezig zijn, afgestemd op de belangstelling en het niveau van de persoon
voorkomt verveling en bevordert de afdeling van gedachten die kunnen aanzetten tot
onrust en dwalen.
4. Welke persoonsgerelateerde factoren spelen een rol bij de beslissing om
fysieke fixatie toe te passen bij oudere volwassenen.
Cognitieve stoornissen, beperkte mobiliteit, afhankelijkheid bij dagelijkse activiteiten
en moeilijk, storend of ongepast gedrag.
5. Welke contextspecifieke factoren spelen een rol bij de beslissing om fysieke
fixatie toe te passen bij oudere volwassenen? Bespreek dit ook specifiek voor
de thuiszorg.
Omvatten elementen die betrekking hebben op zorgverleners en hun organisatie. Dit
betreft onder andere een gebrek aan bewustzijn en kennis over de negatieve impact
van fysieke fixatie, onvoldoende kennis van persoonsgerichte zorg en onwtendheid
over manieren om in te spelen op de behoeften van de patiënt en gedrag te vermijden
dat het gebruik van deze maatregelen oproept.
Thuiszorg: omwille van de complexiteit eigen aan de thuiszorg is er een
stroomdiagram opgesteld.
6. Bespreek de alternatieven voor fixatie bij een verhoogd valrisico.
Goede verlichting.
Voorzie een opgerold deken of positioneringskussen, matrasbumper voor in bed.
Zorg voor een gestructureerde dagelijkse routine.
4
ZORG VOOR OUDERE
VOLWASSENEN 2
Inhoudsopgave
TBL 1: active ageing.......................................................................................2
Kennisvragen.................................................................................................................. 2
Active ageing.............................................................................................................. 2
Vrijheidsbeperking...................................................................................................... 4
Zorgtechnologie.......................................................................................................... 5
Casuïstiek....................................................................................................................... 6
TBL 2: ouderenmishandeling...........................................................................7
Kennisvragen.................................................................................................................. 7
Terugkoppeling............................................................................................................. 11
Casuïstiek..................................................................................................................... 12
TBL 3: pijn, slaapstoornissen, ondervoeding en dehydratatie.........................14
Kennisvragen................................................................................................................ 14
Pijn............................................................................................................................ 14
Ondervoeding en dehydratatie..................................................................................16
Slaapstoornissen....................................................................................................... 20
Casuïstiek..................................................................................................................... 21
TBL 4: mantelzorg en opname in het WZC......................................................22
Kennisvragen................................................................................................................ 22
Opname in een WZC................................................................................................. 22
Mantelzorg................................................................................................................ 25
Casuïstiek..................................................................................................................... 28
Leerpad divers-sensitieve zorg voor ouderen met een migratieachtergrond en
hun mantelzorgers.......................................................................................29
Hoe verleen je divers-sensitieve zorg?..........................................................................29
1
,Zorg voor oudere volwassenen 2
Persoonsgerichte, divers-sensitieve zorg..................................................................29
Omarm diversiteit..................................................................................................... 29
Intersectionaliteit...................................................................................................... 30
Waarom migreren we en hoe zien deze stromen eruit?............................................30
Migratieachtergrond en impact op de zorg...................................................................31
Hoe beïnvloedt migratie de gezondheids- en welzijnszorg........................................32
Wie is betrokken in het ondersteuningsnetwerk van de zorgvrager?........................32
Doelgerichte zorg...................................................................................................... 33
Gezondheid en welzijn: wat betekenen deze begrippen voor ouderen met een
migratieachtergrond?................................................................................................ 33
De toegankelijkheid van zorg verbeteren.....................................................................34
Welke patronen zijn er in het gebruik van de gezondheids- en welzijnszorg?...........34
Waar moet je op letten bij het betrekken van een tolk?............................................34
Hoe beïnvloeden beleid en wetten je werk?..............................................................36
Praktische toepassingen...............................................................................................38
Hoe kunnen we stereotypen en vooroordelen overwinnen?......................................38
Hoe kunnen we zorgvragers aanmoedigen om vooroordelen tegen zorg- en
welzijnsprofessionals te overwinnen?........................................................................39
COIL lecture: attitude tegenover oudere mensen...........................................39
TBL 1: ACTIVE AGEING
KENNISVRAGEN
ACTIVE AGEING
1. Hoe is de term ‘active ageing’ ontstaan?
Door de vergrijzing neemt het aantal ouderen met multimorbiditeit en functiestroornissen
sterk toe. De groeiende zorglast van de vergrijzing stimmuleert de overheid en
zorgaanbieders, zorgontvangers en bedrijfsleven nieuwe strategiën te ontwikkelen om
kosten te beperken en langer gezond te leven.
Dat activiteit, gezondheid, zelfstandigheid en productiviteit van ouderen omvat.
Definitie: het proces van het optimaliseren van gezondheid, participatie, veiligheid en
mogelijkheden om de levenskwaliteit van ouderen te verhogen.
2. Geef de verschillende aspecten van ‘active ageing’ weer.
2
,Zorg voor oudere volwassenen 2
Active ageing: het proces van het optimaliseren van gezondheid, participatie, veiligheid
en mogelijkheden om de levenskwaliteit van ouderen te verhogen.
Healthy ageing: een complex aanpassingsproces gerelateerd aan de fysieke en
psychosociale veranderingen van het ouder worden. De oudere die gezond ouder wordt,
blijft langer vrij van ziekten en aandoeningen en kan een zelfstandig leven leiden doordat
hij voor de ADL en IADL niet afhankelijk is van zorgverlening.
Succesful ageing: richt zich niet enkel op het behalen van betere fusieke en cognitieve
gezondheidskenmerken, maar ook op het actief in het leven staan van ouderen.
Productive ageing: staat boven het fysieke en functionele aspect van ouder worden en
richt zich op de capaciteit van ouderen om een zinvol leven te leiden en een blijvende
sociaaleconomische bijdrage te kunnen leveren aan de maatschappij. Dit proces betreft
niet alleen externe factoren, maar ook interne factoren.
3. Wat is het verschil tussen sedentair gedrag en lichamelijke inactiviteit?
Sedentair gedrag: lange uren achtereen zitten en een laag energieverbruik ???
4. Bewegingsnormen
a. Wat zijn de bewegingsnormen voor 65-plussers?
NNGB: Half uur matig intensief lichamelijk actief op minimaal vijf dagen
van de week.
Fitnorm: minimaal driemaal per week twintig minuten zwaar intensief
lichamelijk actief.
Combinorm: NNGB + fitnorm
Krachtnorm: minimaal twee keer per week krachtoefeningen.
b. Op wat zijn deze bewegingsnormen gericht? Licht dit toe voor elke
bewegingsnorm.
NNGB: gericht op het onderhouden van gezondheid.
Fitnorm: geeft aan welk niveau gewenst is om de cardiovasculaire conditie
op peil te houden.
Combinorm: optelsom van NNGB en fitnorm.
5. Wat zijn de voordelen van fysieke activiteit?
Een geïnformeerde oudere is wellicht in de toekomst minder patiënt.
6. Omschrijf de mogelijke gevolgen van inactiviteit en specifiek sedentair
gedrag op de lichamelijk en mentale gezondheid.
Verhoogd risico op chronische ziekten zoals diabetes type 2, cardiovasculaire
aandoeningen, kanker, depressie en dementie. Sedentair gedrag zorgt ook voor verlies
van kracht, spiermassa, flexibiliteit, evenwicht en reflexen. Dit verhoogt risico op
ziekte en ongevallen.
7. Geef de drie pijlers voor succesvol ouder worden weer.
Het vermijden van ziekte en beperkingen, het behouden van een zo goed mogelijke
lichamelijke en mentale functie en maatschappelijke betrokkenheid (midden in het
leven staan).
8. Wat vinden oudere volwassenen zelf belangrijk in hun leven? Rangschik naar
belangrijkheid, waarbij 1 de belangrijkste factor is.
1. Welzijn
2. Zingeving
3. Zelfrespect
3
, Zorg voor oudere volwassenen 2
4. Kunnen vasthouden aan de eigen lifestyle
5. Plezier kunnen hebben
6. Nabijheid van hun familie
VRIJHEIDSBEPERKING
1. Bespreek de negatieve gevolgen van een gesloten afdeling in een
woonzorgcentrum op bewoners met dementie?
Kan inbreuk maken op de autonomie van de bewoner. Gevoel van gevangesnschap
ervaren door hun beperkte mogelijkheden om naar buiten te gaan. Frustratie en onrust
en gevoel gecontroleerd te worden. Langdurige isolatie verhoogdt het risico op
neuropsychiatrische symptomen en ernstige gedragsstoornissen.
2. Welke aspecten verbeteren bij bewoners van WZC bij het verhuizen van een
gesloten afdeling naar een halfopen afdeling?
Men scoort beter op volgende aspecten: cognitie, kwaliteit van leven, minder agitatie.
3. Welke maatregelen kunnen worden genomen in het ontwerp van een
woonzorgcentrum om vrijheidsbeperking te voorkomen en bewoners de
mogelijkheid te geven zich zelfstandig te bewegen en oriëntatie te
behouden? Bespreek.
Mogelijkheid van een gesloten loopcircuit. Een veilige dwaalroute is essentieel. Geen
lange gangen of complexe gangenstelsels. Bijvoorbeeld in lange gangen meerdere
kleuren gebruiken om de lengte te doorbreken en oriëntatie te ondersteunen. Veilige
loopgebieden visueel herkenbaar maken (stop- en loop signaal). Veilige open
verbinding met de buitenruimte maakt het voor de zorgvrager vaak aangenamer.
Zinvol bezig zijn, afgestemd op de belangstelling en het niveau van de persoon
voorkomt verveling en bevordert de afdeling van gedachten die kunnen aanzetten tot
onrust en dwalen.
4. Welke persoonsgerelateerde factoren spelen een rol bij de beslissing om
fysieke fixatie toe te passen bij oudere volwassenen.
Cognitieve stoornissen, beperkte mobiliteit, afhankelijkheid bij dagelijkse activiteiten
en moeilijk, storend of ongepast gedrag.
5. Welke contextspecifieke factoren spelen een rol bij de beslissing om fysieke
fixatie toe te passen bij oudere volwassenen? Bespreek dit ook specifiek voor
de thuiszorg.
Omvatten elementen die betrekking hebben op zorgverleners en hun organisatie. Dit
betreft onder andere een gebrek aan bewustzijn en kennis over de negatieve impact
van fysieke fixatie, onvoldoende kennis van persoonsgerichte zorg en onwtendheid
over manieren om in te spelen op de behoeften van de patiënt en gedrag te vermijden
dat het gebruik van deze maatregelen oproept.
Thuiszorg: omwille van de complexiteit eigen aan de thuiszorg is er een
stroomdiagram opgesteld.
6. Bespreek de alternatieven voor fixatie bij een verhoogd valrisico.
Goede verlichting.
Voorzie een opgerold deken of positioneringskussen, matrasbumper voor in bed.
Zorg voor een gestructureerde dagelijkse routine.
4