SEMESTER 1
1. INLEIDING
1.1 COMMUNICATIE
Communicatie is een proces waarbij een zender een boodschap doorgeeft aan een
ontvanger. De reactie van de ontvanger op de boodschap van de zender wordt feedback
genoemd.
1.2 SOORTEN COMMUNICATIE
1.2.1 INDELING
CRITERIUM COMMUNICATIESOORT
Vorm Verbaal: communicatie met behulp van taal (vb. een gesprek)
Non-verbaal: communicatie met behulp van niet-talige
elementen (vb. pictogram)
Kanaal Mondeling: communicatie met behulp van gesproken taal (vb.
een toespraak)
Schriftelijk: communicatie met behulp van grafische tekens
(vb. een krantenartikel)
Conventionaliteit Formeel-zakelijk: communicatie in een professionele en/of
officiële situatie (vb. beleidsnota taal voor werk)
Informeel-vrijblijvend: communicatie in een non-professionele
en/of ongedwongen situatie (vb. een verjaardagskaartje)
Situatie Intern: communicatie binnen een organisatie (vb. een
dienstmededeling)
Extern: communicatie van een organisatie met de
buitenwereld (vb. een persbericht)
Ontvanger Intrapersoonlijke: er is maar één ontvanger, dezelfde persoon
als de zender (vb. aantekening in een agenda)
Interpersoonlijke: er is een kleine groep ontvangers, enigszins
of goed bekend bij de zender (vb. een brief)
Massacommunicatie: er is een grote groep ontvangers, van
wie de meesten niet bekend zijn bij de zender (vb.
radiobericht)
Milieu of veld Bedrijfscommunicatie: communicatie in de bedrijfswereld (vb.
productpresentatie)
Bestuurlijke: communicatie binnen overheidsdiensten of van
, overheidsdiensten met de burger (vb. gemeentelijk
informatieblad)
1.2.2 MENGVORMEN
Non-verbale communicatiemiddelen kunnen zelfstandige dragers van een
boodschap zijn. Ze kunnen cultureel gebonden zijn en een uiteenlopende betekenis
hebben. Vooraf controleren is dus nodig.
- Handopsteken tijdens een hoorcollege om het woord te vragen
- Time-outteken om een onderbreking te vragen
- Een verkeersbord om werken aan te kondigen.
Frequenter vind je non-verbale communicatiemiddelen als een ondersteuning van
zowel schriftelijke als mondelinge communicatie.
- Tijdens een gesprek de vuisten ballen om je woede/vreugde kracht bij te zetten
- Een tekst illustreren met een afbeelding om de tekst te verduidelijken
- Smileys of emoticons in een informeel e-mailbericht
Soms tref je zelfs verbale communicatiemiddelen aan als ondersteuning van non-
verbale boodschappen
- Een cartoon
- Een verkeersbord met onderschrift
- Een infografiek (= informatieve illustratie die tekst en beeld combineert om
informatie over te brengen)
1.3 FORMEEL-ZAKELIJKE COMMUNICATIE
1.3.1 KENMERKEN
KENMERK TOELICHTING
Zakelijke communicatie Formeel-zakelijke boodschappen behartigen altijd een
is functioneel praktisch doel. Zo is een verkoopbrief uiteindelijk
bedoeld om de omzet te verhogen
Zakelijke communicatie De zender van een formeel-zakelijke boodschap
gebeurt met of namens vertegenwoordigt altijd de organisatie waarvan hij
een organisatie deel uitmaakt, of hij wendt zich tot een organisatie. Als
hij een organisatie vertegenwoordigt, moet de
boodschap het imago van de organisatie
ondersteunen en moeten de presentatie en
formulering ervan in overeenstemming zijn met de
huisstijl en de tone of voice.
Zakelijke communicatie Zakelijke communicatie gebeurt vanuit of naar een
heeft altijd een graad organisatie en treedt daardoor buiten de strikte
van openbaarheid privésfeer.
Huisstijl= geheel van afspraken en voorschriften over de presentatie van een
organisatie.
Tone of voice= de stijl waarin de organisatie communiceert.
, 1.3.2 EISEN AAN FORMEEL-ZAKELIJKE COMMUNICATIE
Als je als medewerker in een organisatie een communicatieopdracht krijgt, dan wil je die
opdracht effectief of doeltreffend uitvoeren. Je boodschap moet daarom voldoen aan
volgende eisen:
EIS TOELICHTING
Correctheid De inhoud, de presentatie en de
formulering moeten correct zijn.
Duidelijkheid De inhoud, de presentatie en de
formulering moeten voor de ontvanger
duidelijk zijn. De ontvanger moet de
betekenis en de bedoeling van de
boodschap zonder misverstanden
kunnen achterhalen
Aantrekkelijkheid De inhoud, de presentatie en de
formulering moeten aantrekkelijk zijn,
zodat de ontvanger op een aangename
en gemakkelijke manier kennis kan
nemen van de boodschap.
Gepastheid De inhoud, de presentatie en de
formulering moeten gepast zijn, dwz dat
ze moeten voldoen aan allerlei sociale
conventies en dat ze afgestemd
moeten zijn op de
communicatiesituatie
1.4 DE COMMUNICATIEPROCEDURE
Natuurlijk wil je een communicatieopdracht niet alleen effectief maar ook efficiënt
uitvoeren, dwz met een minimale investering van tijd, moeite en geld. Daarom heb je er
alle belang bij je opdracht uit te voeren volgens een beproefde werkwijze.
- Stap 1: communicatie plannen: de opdracht analyseren
- Stap 2: de tekst ontwerpen: informatie verzamelen en ordenen
- Stap 3: de tekst uitschrijven: taal en stijl kiezen, opmaak verzorgen
- Stap 4: de tekst reviseren: de tekst controleren
2. COMMUNICATIE PLANNEN
2.1 PROBLEEMSTELLING
Voor de analyse van de opdracht kun je de volgende vragen hanteren:
1) Wat wil je precies bereiken?
2) Voor wie spreek/schrijf je?
3) Hoe breng je de boodschap het best over?
4) Met welke randvoorwaarden moet je rekening houden?
5) Met welke situationele factoren moet je rekening houden?
2.2 DE OPDRACHTANALYSE
1. INLEIDING
1.1 COMMUNICATIE
Communicatie is een proces waarbij een zender een boodschap doorgeeft aan een
ontvanger. De reactie van de ontvanger op de boodschap van de zender wordt feedback
genoemd.
1.2 SOORTEN COMMUNICATIE
1.2.1 INDELING
CRITERIUM COMMUNICATIESOORT
Vorm Verbaal: communicatie met behulp van taal (vb. een gesprek)
Non-verbaal: communicatie met behulp van niet-talige
elementen (vb. pictogram)
Kanaal Mondeling: communicatie met behulp van gesproken taal (vb.
een toespraak)
Schriftelijk: communicatie met behulp van grafische tekens
(vb. een krantenartikel)
Conventionaliteit Formeel-zakelijk: communicatie in een professionele en/of
officiële situatie (vb. beleidsnota taal voor werk)
Informeel-vrijblijvend: communicatie in een non-professionele
en/of ongedwongen situatie (vb. een verjaardagskaartje)
Situatie Intern: communicatie binnen een organisatie (vb. een
dienstmededeling)
Extern: communicatie van een organisatie met de
buitenwereld (vb. een persbericht)
Ontvanger Intrapersoonlijke: er is maar één ontvanger, dezelfde persoon
als de zender (vb. aantekening in een agenda)
Interpersoonlijke: er is een kleine groep ontvangers, enigszins
of goed bekend bij de zender (vb. een brief)
Massacommunicatie: er is een grote groep ontvangers, van
wie de meesten niet bekend zijn bij de zender (vb.
radiobericht)
Milieu of veld Bedrijfscommunicatie: communicatie in de bedrijfswereld (vb.
productpresentatie)
Bestuurlijke: communicatie binnen overheidsdiensten of van
, overheidsdiensten met de burger (vb. gemeentelijk
informatieblad)
1.2.2 MENGVORMEN
Non-verbale communicatiemiddelen kunnen zelfstandige dragers van een
boodschap zijn. Ze kunnen cultureel gebonden zijn en een uiteenlopende betekenis
hebben. Vooraf controleren is dus nodig.
- Handopsteken tijdens een hoorcollege om het woord te vragen
- Time-outteken om een onderbreking te vragen
- Een verkeersbord om werken aan te kondigen.
Frequenter vind je non-verbale communicatiemiddelen als een ondersteuning van
zowel schriftelijke als mondelinge communicatie.
- Tijdens een gesprek de vuisten ballen om je woede/vreugde kracht bij te zetten
- Een tekst illustreren met een afbeelding om de tekst te verduidelijken
- Smileys of emoticons in een informeel e-mailbericht
Soms tref je zelfs verbale communicatiemiddelen aan als ondersteuning van non-
verbale boodschappen
- Een cartoon
- Een verkeersbord met onderschrift
- Een infografiek (= informatieve illustratie die tekst en beeld combineert om
informatie over te brengen)
1.3 FORMEEL-ZAKELIJKE COMMUNICATIE
1.3.1 KENMERKEN
KENMERK TOELICHTING
Zakelijke communicatie Formeel-zakelijke boodschappen behartigen altijd een
is functioneel praktisch doel. Zo is een verkoopbrief uiteindelijk
bedoeld om de omzet te verhogen
Zakelijke communicatie De zender van een formeel-zakelijke boodschap
gebeurt met of namens vertegenwoordigt altijd de organisatie waarvan hij
een organisatie deel uitmaakt, of hij wendt zich tot een organisatie. Als
hij een organisatie vertegenwoordigt, moet de
boodschap het imago van de organisatie
ondersteunen en moeten de presentatie en
formulering ervan in overeenstemming zijn met de
huisstijl en de tone of voice.
Zakelijke communicatie Zakelijke communicatie gebeurt vanuit of naar een
heeft altijd een graad organisatie en treedt daardoor buiten de strikte
van openbaarheid privésfeer.
Huisstijl= geheel van afspraken en voorschriften over de presentatie van een
organisatie.
Tone of voice= de stijl waarin de organisatie communiceert.
, 1.3.2 EISEN AAN FORMEEL-ZAKELIJKE COMMUNICATIE
Als je als medewerker in een organisatie een communicatieopdracht krijgt, dan wil je die
opdracht effectief of doeltreffend uitvoeren. Je boodschap moet daarom voldoen aan
volgende eisen:
EIS TOELICHTING
Correctheid De inhoud, de presentatie en de
formulering moeten correct zijn.
Duidelijkheid De inhoud, de presentatie en de
formulering moeten voor de ontvanger
duidelijk zijn. De ontvanger moet de
betekenis en de bedoeling van de
boodschap zonder misverstanden
kunnen achterhalen
Aantrekkelijkheid De inhoud, de presentatie en de
formulering moeten aantrekkelijk zijn,
zodat de ontvanger op een aangename
en gemakkelijke manier kennis kan
nemen van de boodschap.
Gepastheid De inhoud, de presentatie en de
formulering moeten gepast zijn, dwz dat
ze moeten voldoen aan allerlei sociale
conventies en dat ze afgestemd
moeten zijn op de
communicatiesituatie
1.4 DE COMMUNICATIEPROCEDURE
Natuurlijk wil je een communicatieopdracht niet alleen effectief maar ook efficiënt
uitvoeren, dwz met een minimale investering van tijd, moeite en geld. Daarom heb je er
alle belang bij je opdracht uit te voeren volgens een beproefde werkwijze.
- Stap 1: communicatie plannen: de opdracht analyseren
- Stap 2: de tekst ontwerpen: informatie verzamelen en ordenen
- Stap 3: de tekst uitschrijven: taal en stijl kiezen, opmaak verzorgen
- Stap 4: de tekst reviseren: de tekst controleren
2. COMMUNICATIE PLANNEN
2.1 PROBLEEMSTELLING
Voor de analyse van de opdracht kun je de volgende vragen hanteren:
1) Wat wil je precies bereiken?
2) Voor wie spreek/schrijf je?
3) Hoe breng je de boodschap het best over?
4) Met welke randvoorwaarden moet je rekening houden?
5) Met welke situationele factoren moet je rekening houden?
2.2 DE OPDRACHTANALYSE